Geloven waar het leven barst en breekt

0

Wint het geloof aan relevantie als het leven zijn rauwe kant laat zien? Of noopt ellende tot kritiek en distantie: ‘Waar is dan je God?’ Een hospicemedewerker, een psycholoog en een predikant vertellen hoe het geloof zich in de context waarin ze werken laat gelden. Maar ook hoe vraagtekens blijven staan.

Er zijn weinig plekken waar een mens zo nadrukkelijk met zijn levensovertuiging geconfronteerd wordt als in een hospice. Els Rus (58) maakt soms dagelijks mee hoe mensen hun laatste adem uitblazen, gelovend – of soms vooral hopend – dat er iets of juist niets volgt. Het is een werkomgeving met een grote resoluutheid. ‘Lichamelijke genezing komt bij ons niet voor: het leven eindigt hier’, zegt Els.

De GKv’ster uit Leusden is sinds de oprichting in 2004 betrokken bij Hospice Dôme in Amersfoort. Gezien de zwaarte van het werk twijfelde ze aanvankelijk of ze eraan zou beginnen, maar ze heeft er nooit spijt van gehad. ‘Ik ben blij en dankbaar dat ik in die laatste periode deel mag uitmaken van iemands leven en kleine dingen voor hen kan doen. Zo herinner ik me een man die erg van wintersport en sneeuwpret hield. Ik haalde een keer een bak sneeuw op van buiten. Op dat moment kon ik hem geen groter plezier doen.’

Verzoening

Het geloof heeft zeer uiteenlopende relevantie voor de mensen in de hospice, vertelt Els. ‘Er zijn gasten die vol vertrouwen uitzien naar het moment dat ze thuis mogen komen bij hun Vader, maar er zijn ook mensen die onzeker zijn en twijfel of angst hebben. Anderen zijn teleurgesteld in mensen of kerkgemeenschappen en willen niets meer met het geloof te maken hebben.’

Els dringt haar geloof niet op, maar als er behoefte is om over geloofszaken te praten, gaat ze daar graag op in. Zo leest ze de Bijbel en bidt ze met gasten die niet meer in staat zijn om dat zelf te doen. ‘Daar ontstaan vaak mooie gesprekken uit, wat rust en geloofsvertrouwen kan geven’, zegt Els. ‘Ik bid ook weleens met gasten die niet gelovig zijn. Het doet vaak iets met hen dat je dat voor hen wilt doen.’

‘Een heel moeilijk moment voor mij was toen een vriendin in de hospice kwam te liggen’

Bij gebroken relaties in families helpt het geloof soms om tot verzoening te komen, zo heeft Els meegemaakt. ‘Bij een naderend afscheid kan een verzoening, soms na vele jaren van verdriet en onenigheid, heel helend en mooi zijn.’

Helaas komt die verzoening er niet altijd. Ook gaat niet iedereen in rust en vertrouwen heen. Els put in zulke moeilijke situaties veel kracht en steun uit haar geloof. Al blijven er vragen. ‘Ik zie veel relaties die stuk zijn gegaan, ruzies, verwijdering. Waarom al dat leed en waarom al die onenigheid? Dat zijn vragen waar ik geen antwoord op heb. We maken als mensen zo veel stuk.’

Soms is het ook moeilijk om te accepteren dat iemand binnenkort moet sterven. ‘Bijvoorbeeld als mensen jonge kinderen achterlaten of hun eerste kleinkind niet meer kunnen zien’, zegt Els. ‘Een heel moeilijk moment voor mij was toen een vriendin in de hospice kwam te liggen. Ik vond het zeer aangrijpend om haar op mijn werk te ontmoeten. Tegelijk was het heel mooi dat ik nog wat voor haar kon betekenen, en dat zij mij in haar ziekte haar geloofsvertrouwen liet zien. Ze geloofde vol vertrouwen dat ze haar dierbaren weer zou ontmoeten. Dat gaf mij kracht om haar te ondersteunen.’

Psychotisch

Gebrokenheid is ook voor gz-psycholoog Hans Quist (34) dagelijkse kost. De PKN’er uit Hendrik-Ido-Ambacht werkt op de polikliniek voor kinder- en jeugdpsychiatrie van De Hoop in Dordrecht, waar mensen met allerlei psychische problemen geholpen worden.

Boven de balie in de wachtkamer hangt een Bijbeltekst: ‘Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had’ (Filippenzen 2:5). Die oproep stempelt het werk op de polikliniek. De behandelingen zijn weliswaar hetzelfde als binnen de seculiere ggz, maar de wens om Jezus na te volgen in zijn begaanheid met mensen in nood geeft het werk een extra dimensie. ‘Het is onze gedeelde basis’, zegt Hans. ‘Alle medewerkers zijn christen. Elke dag beginnen we om 8.15 uur met een kwartier Bijbellezen en bidden, en ook tussendoor staan we stil bij ons geloof, bijvoorbeeld na een moeilijk gesprek.’

Bij heftige gevallen wordt een pastoraal team ingeschakeld. ‘Ik denk aan een psychotische jongen die we behandeld hebben. Hij hoorde stemmen en zag allerlei dingen. We zaten met de handen in het haar en moesten hem doorverwijzen. Later hebben we dat met het pastorale team geëvalueerd. We bekeken de situatie vanuit psychisch en lichamelijk perspectief, maar ook vanuit het geloof: zou het bijvoorbeeld met occultisme te maken kunnen hebben? Dat vind ik een enorme meerwaarde hebben.’

Knagen

Tijdens de behandelingen bij De Hoop staat het geloof niet op de voorgrond. ‘Ik ga daar voorzichtig mee om’, zegt Hans. ‘Als ik merk dat het passend is om samen te bidden, doe ik dat. Maar het hoeft niet. En het moet geen doekje voor het bloeden zijn. Zo van: we komen er niet uit, dus laten we er nog maar eens voor bidden.’

Hans gebruikt soms Bijbelverhalen in gesprekken met cliënten. ‘Een ouderpaar worstelde met hun zoon, die verslaafd was aan drugs en in foute kringen verkeerde. De zoon vond het geen probleem, de ouders wel. Dat zijn de lastigste gesprekken. We spraken toen over Samuël en hoe Hanna hem als kleine jongen bij Eli in de tempel achterliet. De tempel was in die tijd een plek vol prostitutie en corruptie. Ik zou mijn kind daar niet achterlaten, maar Hanna deed het wel, vanuit geloof. Zo kwamen we op de doopbelofte, hoe je daarop kunt terugkomen bij God en hoe je voor je kind kunt pleiten. Het gaf de ouders rust.’

‘Hij zou met zijn vingers kunnen knippen en hup: iemand is vrolijk’

Helaas kan Hans ook veel voorbeelden noemen waarbij gebed noch Bijbellezen iets leek uit te werken. ‘Dat kan best weleens knagen. Ik heb dat vooral bij depressies en suïcidaliteit. Waarom doet God nou niks? Hij zou met zijn vingers kunnen knippen en hup: iemand is vrolijk. Dan denk ik: kom op, breng nu eens verandering!’

Hans vindt niet altijd antwoorden of oplossingen in de Bijbel, maar wel erkenning en troost. ‘In de psalmen staan depressieve, agressieve woorden. Dat lost je vragen niet op, maar geeft wel erkenning: in de Bijbel hadden mensen hier ook mee te maken.’

Hans is door zijn vakgebied ook gaan inzien dat we uiteindelijk maar weinig weten en weinig te vertellen hebben. ‘Als ik zie hoe God de psyche en het menselijke brein gemaakt heeft, voel ik me heel klein. Maar dat betekent niet dat ik snel opgeef. Het maakt me juist extra strijdbaar. Op basis van mijn geloof en die gezindheid van Christus Jezus die voor ons leidend is, wil ik een stapje extra zetten.’

Voeten wassen

De Opstandingskerk (GKv) probeert al jaren relevant te zijn voor de mensen in Utrecht-Noordwest. Dat begon met vriendendiensten, maar die trokken alleen christenen. ‘Ik merkte dat ik eigenlijk alleen werk deed voor blanke yuppen’, vertelt predikant Jan Peter Kruiger (59). ‘In de eerste tien jaar in Utrecht had ik als dominee geen contact met iemand met een uitkering.’

De gemeente koos voor een andere aanpak: het ‘kom bij ons’ van de vriendendiensten werd veranderd in een gezamenlijk eropuit trekken. Daarvoor werden zogenoemde Utrechtgroepen opgericht: kleine initiatieven om buurtbewoners te ontmoeten. In het Julianapark wordt bijvoorbeeld iedere maand een wijkbrunch georganiseerd, in Overvecht-Zuid is een huiskamer voor buurtbewoners ingericht en in Leidsche Rijn wordt maandelijks koffiegedronken met de bewoners van een woonvoorziening voor drugsverslaafden.

Jan Peter noemt het ‘voetenwasactiviteiten’ en ziet dat het geloof daardoor volop zijn relevantie bewijst. ‘De drugsverslaafde ziet: er zijn mensen die in God geloven en die tijd voor mij vrijmaken, en ze krijgen er helemaal niet voor betaald. Ze hebben interesse voor de medemens en nuttigen samen koffie en appelgebak, zonder de ander te willen bekeren.’

Ook de verbondenheid die een geloofsgemeenschap kan bieden is heel relevant, vertelt Jan Peter. ‘Een vrouw die het geloof in God vier jaar geleden nog vergeleek met geloven in Sinterklaas, erkent nu dat Jezus Gods Zoon is en doet bij iedere Alphacursus en Jezusfilm mee. In haar moeilijke leven is niet echt wat veranderd – ze heeft lichamelijke problemen en met haar kinderen gaat het niet goed – maar ze kan nu samen met christenen doorvechten. Ze weet dat mensen met haar begaan zijn.’

Randen

In de Utrechtgroepen komen christenen naast mensen te staan die niet uit de voeten kunnen met een mooi zondags verhaal. Dat is moeilijk, soms onoplosbaar, maar ook broodnodig, vindt Jan Peter. ‘Gemeenten lopen het gevaar dat ze in hun veilige cocon blijven zitten: je gaat naar de kerk, hoort een mooi verhaal en neemt dat mee naar huis. Maar dat gemak wil ik kerkmensen ontnemen. Je moet in je kerksysteem een wisselwerking houden met de wereld om je heen. Dat is niet direct prettig, maar wel uiterst noodzakelijk. Zo loop je tegen de randen van de rauwe werkelijkheid aan en word je gedwongen om je eigen verbondenheid met Jezus Christus opnieuw te bevragen. Wat betekent Hij voor mij?’

Delen.

Over de auteur

Jordi Kooiman is freelance journalist en eindredacteur van OnderWeg.

Reacties zijn gesloten.