‘Ondanks alles ben ik blij met mijn leven’

Embert Messelink | 16 september 2017
  • Interview
  • Ontmoeting

Met zijn racefiets bedwong hij de Alpe d’Huez en de Mont Ventoux. Hij was een gerespecteerd historicus die volgens sommige collega’s klaar was om hoogleraar te worden. Toen kwam er uit het niets een zwaar herseninfarct, dat het einde van zijn hobby en carrière betekende. Antheun Janse (55) is tegenwoordig blij dat hij er weer met een aangepaste tandem op uit kan: ‘Mijn leven was de afgelopen jaren vaak een strijd tussen verveling en vermoeidheid. Maar die fiets is een geschenk uit de hemel.’

Hij doet zelf de deur open in zijn woning in Zoetermeer. Leunend op een stok, wat zwaaiend met zijn ene been, dat voorzien is van een spalk ter hoogte van zijn kuit. Zijn stoel zet hij halverwege het gesprek verder achterover om niet te vermoeid te raken. Het praten is licht monotoon met korte haperingen. Maar het gaat. ‘Dat is mijn grote geluk. Mijn rechterhersenhelft is beschadigd door het infarct. Ik ben linkshandig en doorgaans zit het taalcentrum dan rechts in je hersenen. Maar bij 5 procent van de linkshandigen zit het taalcentrum ook links. Daar ben ik er één van. Communiceren kan ik dus gelukkig nog.’

Etiket

Antheun Janse woont met zijn vrouw Marieke in Zoetermeer. Van de vijf kinderen woont er nog één thuis. Ze zijn lid van de samenwerkingsgemeente De Lichtzijde (NCGK) te Zoetermeer. Antheun is zoon van NGK-predikant Johan Janse (1932-2005) en kleinzoon van de bekende A. Janse uit Biggekerke. Deze schoolmeester was voorman van een vernieuwingsbeweging binnen de toenmalige Gereformeerde Kerken. Opa Janse overleed twee jaar voor de geboorte van Antheun. Maar in zijn jeugd was opa wel nadrukkelijk aanwezig. ‘Als we jarig waren, kregen we altijd een boek dat door opa was geschreven.’ Hij groeide op in de Haarlemmermeer, in een dorp dat nu is opgeslokt door Schiphol. Later verhuisde het gezin naar Den Haag. Antheun was de tweede van zeven kinderen.

‘Als domineeszoon had je in die tijd een etiket. Ik zal nooit vergeten dat een vriendje op mijn verjaardag zei: “Je hebt zeker een bijbel gekregen.” Dat vond ik niet leuk. Maar ik had het voorrecht dat mijn vader een fijne predikant was. Ik kon veel van hem leren, van zijn preken en wat hij er thuis over vertelde. Mijn vader was een milde man: als je eens kritisch over iemand was, wist hij altijd wel wat goeds te noemen. Zijn geloof leefde. Hij bracht het in verband met de dingen die gebeurden.’

Leuke verhaaltjes

De interesse voor de geschiedenis van de middeleeuwen had Antheun nog niet als jongen. ‘Nee, ridders interesseerden mij eigenlijk niets. Het begon voor mij tijdens mijn middelbareschooltijd. Ik was een groot liefhebber van Latijn. Het werd vooral interessant als Latijn dicht bij huis kwam, dus Latijnse teksten over Nederland in de middeleeuwen. Ik ging geschiedenis studeren in Leiden en daar werd ik tijdens mijn studie student-assistent. Ik had namelijk college gelopen bij een hoogleraar die na een slopende ziekte overleed. Hij was bezig met de vertaling van een historisch werk. Zijn collega’s wilden dat iemand dat werk zou afmaken. Ze hebben wat geld losgepeuterd en mij aangesteld om er een jaar lang aan te werken: De kroniek van het klooster Bloemhof te Wittewierum. Een dertiende-eeuwse kroniek, die erg goed bewaard is gebleven.’

Antheun werd assistent-in-opleiding, promoveerde cum laude en kreeg een postdocplaats aan de universiteit van Leiden. Hij bracht het tot universitair hoofddocent. ‘De colleges beschouwde ik eerst als een noodzakelijk kwaad, maar ik ontdekte dat ik wel enig talent had. Het was mooi werk. De vakgroep geschiedenis bestond uit een fijne club mensen, ik heb er met heel veel plezier gewerkt.’

Er verschenen boeken van zijn hand: over Jacoba van Beieren, over de adellijke elite in de late middeleeuwen en over Jan van Schaffelaar. In interviews die hij destijds gaf, is Antheun Janse een historicus die graag afrekent met alle legendes en mythes rond historische figuren. ‘Volgens mij is dat de taak van een historicus: de leuke verhaaltjes doorprikken. Dat brengt ons dichter bij de werkelijkheid. Ik ben opgeleid om tot de bodem te gaan en niet zomaar alles aan te nemen wat er gezegd wordt.’

Helm

In de kerk was Antheun actief in de muziekgroep, hij speelde orgel en piano. Hij was actief in de commissie die de vieringen voorbereidde. In zijn vrije tijd was hij een fanatiek wielrenner. Met zijn zoons en met vrienden bedwong hij heel wat Franse toppen en cols. ‘Ik herinner me dat ik vrij vaak hoofdpijn had. Maar op een gegeven moment ging het beter. Ik was fit. We hadden plannen om mee te doen aan La Marmotte, een fietstocht over vier cols. De medische keuring was in orde. Ik hoor het de dokter nog zeggen: “Van mij krijg je een tien.” Een paar dagen later lag ik op de intensive care.’

Antheun Janse: ‘Ik ben nooit boos geweest op God, zo ben ik niet. We weten dat dit soort dingen gebeuren. Als elke christen zou genezen, dan zou iedereen geloven, maar wel om de verkeerde redenen.’ (beeld Jaco Klamer)

Antheun Janse: ‘Ik ben nooit boos geweest op God, zo ben ik niet. We weten dat dit soort dingen gebeuren. Als elke christen zou genezen, dan zou iedereen geloven, maar wel om de verkeerde redenen.’ (beeld Jaco Klamer)

Het herseninfarct kwam op 6 mei 2013, volkomen onverwacht en heftig. Een duidelijke oorzaak is nooit gevonden. Bloedverdunners hielpen niet om het verstopte bloedvat open te krijgen. Het beschadigde gebied ging opzwellen en werd levensbedreigend. ‘Ik heb een klein hoofd en misschien vrij veel hersens. Dat was het probleem’, zegt hij er nu over. ‘Ik ben met spoed geopereerd, er werd een groot stuk van mijn schedel verwijderd. Ik heb vier maanden met een soort helm rondgelopen. Ik was net Willempie van André van Duin, je kent dat wel. Daarna werd het stuk schedel weer teruggezet.’

‘Van die eerste tijd weet ik weinig meer. Ik kon niet meteen naar huis, ik moest allerlei therapieën doen.’ Zijn vrouw Marieke vult aan: ‘In die eerste weken zei je altijd: “Met mij gaat het goed, ik lig hier heerlijk.” Ik denk dat het pas later steeds meer tot je doordrong wat er gebeurd was.’ Antheun beaamt: ‘Dat ik mijn tijd moest doorbrengen in een revalidatiecentrum vond ik vreselijk. Ik had natuurlijk een enorme klap gehad, het leven was sowieso moeilijk. Maar dan ook met vreemde mensen op een zaal liggen en de hele dag niks doen. Bovendien was ik mijn geheugen en mijn oriëntatie kwijt. Als je niks kunt onthouden, word je heel onzeker. En het duurde natuurlijk lang voordat ik dit nieuwe leven kon accepteren. Op een gegeven moment denk je: zo is het nu.’

Tandem

Antheun gebaart naar een fotoboek dat op tafel ligt. ‘Nu is het tijd om dat er even bij te pakken.’ Het boek heet ‘Mijn klimmersjaren’ en staat vol foto’s van stoere wielrennerstochten met zoons en vrienden in bergachtig Frankrijk. Op één van de eerste pagina’s staat een motto: ‘Huil niet omdat het voorbij is, maar lach omdat je het hebt meegemaakt.’ De vrienden hebben ook de afgelopen tijd van zich laten horen. Via een sponsoractie kochten ze een aangepaste tandem voor Antheun, die hij even later met trots laat zien. ‘Mijn conditie is beter, maar mijn oriëntatievermogen is nog prut.’

Het infarct heeft zijn leven diepgaand veranderd. ‘We zitten hier thuis meer op elkaars lip, dat is niet altijd makkelijk. Mijn karakter is veranderd: ik ben directer geworden, maar ook ongeremder. Als er koekjes op tafel liggen, eet ik ze allemaal op. Het positieve is dat het verlegene van vroeger ook verminderd is. Maar mijn emoties spelen wel vaker op.’ Ook in dit gesprek raakt hij verschillende keren zichtbaar ontroerd, zonder dat meteen duidelijk is waarom.

Kroniekje

‘Ik dacht: college geven, dat kan ik nog. En ik zal dat laten zien ook. Een collega hielp me. Het werd een drama. Hij moest constateren dat het niets werd. En ik moest het toegeven. Van tevoren kon ik niet slapen, ter plekke kon ik niets onthouden. Ik ben volledig afgekeurd. Volgens de bedrijfsarts was mijn restwaarde nihil, zo zei hij het. Omdat ze heel vriendelijk zijn bij geschiedenis, hebben ze me aangeboden gastmedewerker te worden. Het onderzoek waaraan ik werkte, mag ik afmaken. Het gaat om het zogenoemde Goudse kroniekje, over de graven van Holland. Ik probeer uit te zoeken waarom het geschreven is, wat de bedoeling ervan is. Twee keer in de week is er een taxi die mij daarheen brengt.’

‘Kort na het infarct heb ik vaak gedacht: het leven is een kwelling geworden. Het is een strijd tussen verveling en vermoeidheid. Als je niks doet, word je niet zo moe. Wil ik toch wat gaan doen, dan speelt die moeheid me meteen parten. Niet zo lang geleden hebben we een oproep in het kerkblad geplaatst: wie wil er met mij fietsen? Er is nu een gemeentelid van 72 dat elke week met me fietst. Hij doet het niet voor minder dan dertig kilometer. Die fiets is een geschenk uit de hemel. Het geeft me zo veel nieuwe energie, het vult dagen die anders moeilijk door te komen zijn. Twee keer in de week ga ik ook naar fysiotherapie, met de rolstoel. Dan ben ik even zelfstandig. Op dat soort momenten kan ik een hele dag teren.’

Marieke: ‘In het begin waren er heel veel regeldingen. Maar op een gegeven moment moet je constateren: dit is het ongeveer. Ik vind accepteren nog wel lastig. Onze kinderen hebben er ook wel een klap van gekregen. Ze realiseren zich dat ze papa niet meer kunnen vragen om even mee te klussen in hun nieuwe huis, om maar iets te noemen.’

Presteren

Antheun: ‘Ik ben nooit boos geweest op God, zo ben ik niet. We weten dat dit soort dingen gebeuren. Als elke christen zou genezen, dan zou iedereen geloven, maar wel om de verkeerde redenen.’ Marieke: ‘In het begin dacht ik: als ik ook nog aan God ga twijfelen, ben ik helemaal alles kwijt. Dat heb ik niet gedaan. Maar ik verlang wel naar meer concreet gevoel dat God helpt, dat Hij er is. We hebben enorm veel steun vanuit onze gemeente. Dat is ook hulp van God. Daar zijn we echt heel blij mee. Maar er zijn ook andere momenten, dat het moeilijk is.’

Antheun: ‘De druk van carrière maken is verdwenen. Ik was vroeger vaak onzeker over mijn werk, ik ervoer veel druk om te presteren en verder te komen. Als je niet presteerde, lag je eruit. Ik hoef nu niets meer. Ik hecht wel heel erg aan vaste structuren en vertrouwde dingen. Dan weet ik waar ik aan toe ben. En de ene dag gaat het beter met me dan de andere. Maar ondanks alles ben ik blij met mijn leven.’

Over de auteur
Embert Messelink

Embert Messelink is zelfstandig tekstschrijver.

Meest gelezen

Predikantsprofiel Kees Smit

Predikantsprofiel Kees Smit

Melissa van der Kamp
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

Het is een terugkerend woord als ik met Kees Smit in gesprek ben over de geestelijke verzorging en zijn werk als voorzitter van de Commissie Geestelijke Verzorging (CGV). Uit alles blijkt dat hij deze rol met hart en ziel vervult. Niet in de laatste plaats gedreven door zijn eigen ervaringen als geestelijk verzorger bij Defensie. Kees stelt dat geestelijk verzorgers waardevolle gesprekspartners kunnen zijn voor gemeenten, omdat juist zij werken op het grensvlak van kerk en samenleving. Ik praat met Kees door over zijn gedrevenheid als voorzitter en wat het geestelijk verzorger-zijn voor hem heeft betekend.

Lees artikel
De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

Lyanne De Haan-Wilts
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Anders dan de naam doet vermoeden, is de Kleine Kerk in Steenwijk met ruim 400 leden niet per se klein te noemen. Maar het gebouw is kleiner dan de Grote Kerk in Steenwijk, het gebouw, hemelsbreed 200 meter verderop, waarin de PKN kerkt. ‘Maar’, merkt Rick Winters op, ‘zij hebben op papier meer leden, dus zijn ook wat dat betreft een grote kerk. Toch denk ik dat er op zondag meer mensen bij ons zitten’.

Lees artikel
Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Wilmer Blijdorp
  • Leespreek

In de rubriek leespreek publiceren wij een preek geschikt voor persoonlijke meditatie, ter bespreking op een Bijbelstudiekring of voor gebruik in de eredienst. In het laatste geval dien je altijd eerst contact met de auteur op te nemen om toestemming te verkrijgen. Bij deze preek is een PowerPoint-presentatie beschikbaar die je kunt opvragen bij de auteur. Deze preek van ds. Wilmer Blijdorp (verbonden aan NGK Barneveld-De Burcht) vertrekt vanuit het eerste vers van 1 Korintiërs 14. Een Bijbelvers dat vaak misbruikt of genegeerd is: ‘Richt je op de gaven van de Geest, vooral op die van de profetie.’ Op een nuchtere en tegelijk spannende manier, gelardeerd met diverse herkenbare voorbeelden, daagt Blijdorp zijn hoorders uit om toch vooral opmerkzaam te zijn op momenten waarop God in het hier-en-nu tot ons spreekt. En, in een vervolgstap, maakt hij hen ook bewust van het feit dat God ook door ons heen wil spreken.

Lees artikel
De belijdenis over de zondeval en wat er op het spel staat

De belijdenis over de zondeval en wat er op het spel staat

Marinus de Jong
  • Vitaal belijden

In het meinummer van Onderweg verdedigde ds. Ulbe van de Meer zijn exegese van Genesis 3. In tegenstelling tot de synode van Assen in 1926 claimt hij dat de slang niet gesproken heeft en dat het schadelijk is om dat te blijven zeggen. In het hoofdredactioneel in dat nummer constateert de hoofdredactie dat Van de Meer en met hem anderen op dit punt afwijken van de belijdenis. In deze bijdrage werk ik dat nader uit. Wat zegt de belijdenis eigenlijk op dit punt? En wat staat daarbij op het spel?

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief