‘De werkelijkheid is: God geeft, elke dag weer’

0

Vraag en er zal je gegeven worden, zegt Jezus in de Bergrede. Dat dat iets anders betekent dan dat God voor Sinterklaas speelt, willen we best aannemen. Maar wat doet het in de praktijk met je geloof en met je vertrouwen als God je niet geeft waar je intens naar verlangt? En hoe bid je in de gebrokenheid van het bestaan? Drie verhalen uit de praktijk.

Henrieke groenwold-Grandia: 'Ik vraag nog steeds om een kind, maar vind het lastiger om te geloven dat het echt nog kan gebeuren.’ (beeld Philipp Shuruev/Shutterstock)

Henrieke groenwold-Grandia: ‘Ik vraag nog steeds om een kind, maar vind het lastiger om te geloven dat het echt nog kan gebeuren.’ (beeld Philipp Shuruev/Shutterstock)

‘Ik heb al van jongs af aan moeder willen worden’, vertelt Henrieke Groenwold-Grandia, ‘maar toen Herman en ik zestien jaar geleden trouwden, wisten we dat de kans op biologisch ouderschap heel klein is. Dat betekent dat we al vanaf het begin van ons huwelijk biddend op zoek zijn naar Gods weg wat betreft het krijgen van kinderen.’

Een kindje adopteren is ter sprake geweest, maar bleek om allerlei redenen geen optie. Henrieke: ‘Medisch gezien waren er misschien nog wel mogelijkheden, maar waar trek je, ook ethisch gezien, de grens? Bij alle keuzes waarvoor we stonden en staan, was en is altijd ons gebed: Heer, wilt U alstublieft duidelijk maken of we deze weg wel of niet moeten inslaan?’

Vaak wordt in zo’n geval gezegd: kijk of een deur open- of dichtgaat. Henrieke, die kerkelijk werker in de PKN Genemuiden is, vindt het echter heel moeilijk om wegen die doodlopen te interpreteren. ‘Ik ben daar heel voorzichtig in. Hoe kan ik nou weten of een schijnbaar doodlopend traject een vingerwijzing van God is dat we niet op deze weg verder moeten gaan of een blokkade die van de andere kant wordt opgeworpen om ons geloof aan het wankelen te brengen?’ Hoe dan ook, ze denkt niet in termen van straf. ‘Ik wil niet geloven dat God zo werkt wanneer iemand Hem oprecht om duidelijkheid en wijsheid vraagt.’

Functieloos

Wat doet het uitblijven van gebedsverhoring op dit specifieke punt met het geloof van Henrieke en Herman? Henrieke: ‘Er is zeker sprake van verdriet en teleurstelling, maar mijn vertrouwen op God is er niet minder om geworden.’

De teleurstelling om het uitblijven van de kinderzegen heeft wel z’n weerslag op haar beeld van God. ‘Het vaste geloof dat God wonderen doet, is verstandelijker geworden. Ik vraag nog steeds om een kind, maar vind het lastiger om te geloven dat het echt nog kan gebeuren.’ Ze vindt het moeilijk als mensen erop aandringen dat ze meer of vrijmoediger moeten bidden om een kind, en dat God dan vast wel naar hen zal luisteren.

‘Ik wil niet geloven dat God zo werkt wanneer iemand Hem oprecht om duidelijkheid en wijsheid vraagt’

Waar ze nu vooral mee worstelt, zijn de angsten die kinderloosheid met zich meebrengt. Henrieke: ‘Hoewel ik veel mag betekenen voor kleine kinderen uit ons netwerk, heb ik toch vaak een functieloos gevoel. Ook ben ik soms bang voor de toekomst, omdat geen kinderen ook betekent dat er geen kleinkinderen zullen komen. Ik bid nu vaak: Heer, leer me met die angst omgaan.’

Zeldzaam

Sander en Fabienne de Ridder uit Leerdam kregen wel een kindje van God, maar werden op de eerste dag opgeschrikt doordat hun zoon Daniël, nu bijna 4 jaar, heftige epileptische aanvallen kreeg. Fabienne: ‘De eerste vier, vijf weken waren heel onzeker en moeilijk. Daniël kreeg hele zware medicijnen om de aanvallen te onderdrukken.’

Omdat de oorzaak nog niet bekend was, moest proefondervindelijk worden vastgesteld wat wel en niet werkte. Het was telkens weer bidden en hopen op een zo lang mogelijke tijd zonder aanvallen.

Na een week of zes werd duidelijk dat Daniël een zeldzame genetische afwijking heeft. De medicatie kon daarop worden aangepast en de aanvallen bleven grotendeels weg. Sander: ‘Naar omstandigheden gaat het nu goed met Daniël, maar hij heeft wel een flinke ontwikkelingsachterstand. Hij heeft de mentale en motorische ontwikkeling van een kind van ongeveer 1 jaar.’

Kwetsbaar

Zorgen voor Daniël heeft veel impact op het dagelijks leven. Wat doet dat met hun geloof en hun godsvertrouwen? Fabienne: ‘We hebben altijd geloofd: hoe het ook gaat, dit heeft een bedoeling. God is erbij. We kunnen niet dieper vallen dan in zijn handen, zelfs als we Daniël moeten loslaten.’

‘Iemand zei: “Fijn voor jullie dat jullie geloven.” Dat maakte me kregel’

In de begintijd vroegen zij en de mensen om hen heen biddend om genezing – in het vaste vertrouwen dat God daartoe in staat is – maar ook om kracht en Gods nabijheid. ‘De diagnose die we na zes weken kregen, hebben we als gebedsverhoring ervaren’, zegt Sander. ‘We waren dankbaar, omdat het vooruitzicht bij deze genafwijking veel gunstiger is dan bij andere mogelijke ziektebeelden. We blijven bidden voor ontwikkeling in mobiliteit, begrip en communicatie. Met elk stapje dat Daniël zet, zijn we blij. Het is een kwetsbaar jochie; zijn weerstand is niet groot en als hij ziek wordt, is er meer kans op aanvallen. We bidden ook om kracht om goed voor Daniël en zijn oudere broertje te kunnen zorgen. Omdat die zorg veel van ons vraagt, schiet tijd voor God er weleens bij in. Maar daarin verschillen we misschien niet zo veel van andere jonge gezinnen.’

Kregel

‘O Heer, help ons!’ bad Roel Wimmenhove uit Amsterdam ruim een jaar geleden op weg naar zijn zwaargewonde zoon in het ziekenhuis. ‘Eenmaal op de intensive care werd duidelijk dat onze 34-jarige Harm het niet zou halen. Na het middaguur werden de machines die hem nog in leven hielden uitgezet. We konden toen alleen maar huilen en een arm om elkaar heen slaan.’ Later kwamen er wel wat woorden – stamelende woorden naar God.

Roel Wimmenhove: ‘“Zalig die treuren want zij zullen vertroost worden”, dat staat in kapitalen op de grafsteen van onze zoon. Voor ons is dat het afgelopen jaar werkelijkheid geworden.'

Roel Wimmenhove: ‘“Zalig die treuren want zij zullen vertroost worden”, dat staat in kapitalen op de grafsteen van onze zoon. Voor ons is dat het afgelopen jaar werkelijkheid geworden.’

Roel is na het overlijden van Harm gaan bloggen (www.roelwimmenhove.nl). Hij noemt het een uitlaatklep en een manier om het verdriet woorden te geven. ‘Als ik de blogs teruglees, besef ik dat ondanks alles het geloof in een schepper van hemel en aarde ons overeind hield. Iemand zei in de eerste dagen na het overlijden: “Fijn voor jullie dat jullie geloven.” Dat maakte me kregel. Ik heb zo rustig mogelijk uitgelegd dat geloven meer is dan een psychologisch mechanisme. Ik heb gezegd: “We weten heel zeker dat er een levende God is, die ons ook onder deze moeilijke omstandigheden kracht geeft. We houden onszelf niet voor de gek!” Door dat hardop te zeggen, ervoer ik zelf die kracht.’

Roel en zijn gezin voelden zich gedragen door de gebeden van familie, vrienden en andere gelovigen om hen heen. ‘Steeds waren er weer die woorden: “Heer, ontferm U.” Achteraf denk ik dat we daarmee meteen uiting hebben kunnen geven aan onze nood, en ook aan onze vragen en onze boosheid. We waren er open over naar mensen en naar God toe.’

Psalm

Bidden, blijven bidden als je zoiets zwaars meemaakt – Roel en zijn vrouw Coos deden het. ‘In de maanden na de begrafenis kregen we veel bezoek en vaak nodigden we mensen uit om mee te eten. Lekker in de keuken bezig zijn was meteen een goede vorm van afleiding. Aan het begin van de maaltijd vouwden we dan onze handen en stamelden we steeds maar ons verdriet uit en vroegen we om kracht. Door het uit te spreken merkte ik dat het ook echt werkelijkheid is: God geeft, elke dag weer!’

Roel vond het mooi als het bezoek vroeg om met en voor hen te bidden. ‘Door alles heen ervaar je dan Gods liefde. Vaak hebben we de psalmen gelezen, in de woorden van Psalmen voor Nu. Psalm 121 bijvoorbeeld: “Mij helpt de HEER, die aarde en hemel, die alles heeft gemaakt.” Woorden uit die psalm stonden ook op het overlijdensbericht en staan nu op de grafsteen. De zondag na het overlijden van Harm hebben we om Psalm 84 gevraagd: “Wat hou ik van uw huis”. Ook tijdens de bijeenkomst op de dag van de begrafenis klonk dit lied. God gaat mee met mensen die naar Hem op weg zijn.’

Roel en zijn vrouw worstelen nog dagelijks met vragen en het verdriet kan hen zomaar overweldigen. ‘Die oude teksten uit de psalmen helpen ons echter om zicht te houden op God, om zijn liefde te ervaren. Dat gebeurt ook door een mooi muziekstuk, een arm om onze schouder of een gesprek over Harms dood en ons geloof.’

Wat ze meegemaakt hebben, relativeert al het gekissebis in de kerk. Het heeft hun laten zien waar het werkelijk om gaat in het leven. Roel: ‘“Zalig die treuren want zij zullen vertroost worden”, dat staat in kapitalen op de grafsteen. Voor ons als gezin is dat het afgelopen jaar echt werkelijkheid geworden, in het besef dat God zich over ons ontfermt.’

Delen.

Over de auteur

Heleen Sytsma-van Loo is neerlandicus en redacteur van OnderWeg.

Reacties zijn gesloten.