Jongeren willen ervaren dat ze gewenst zijn

0

Hoe kijken jongeren naar de zes principes van Growing Young? We gaven negen jongeren een samenvatting van het boek en vroegen hun om te reageren. Wat herkennen ze? Wat niet? Welke kenmerken zijn voor hen het belangrijkste?

De geïnterviewde jongeren
Arie (GKv), 23 jaar, commercieel projectvoorbereider.
Henk (Mozaïek0318), 24 jaar, leraar primair onderwijs.
Ineke (PKN), 24 jaar, verpleegkundige in opleiding.
Jasper (GKv), 21 jaar, student GPW.
Karin (NGK), 18 jaar, scholiere.
Merel (GKv), 19 jaar, onderwijsassistent in opleiding.
Mirjam (Rafaël), 24 jaar, muziekleraar en kerkelijk muziekwerker.
Ruben (NGK), 24 jaar, medewerker planvorming bij een waterschap en student theologie.
Tim (GKv), 20 jaar, student computer science and engineering.

Wat het meest opvalt aan de reacties, is de nuchterheid en eerlijkheid van de jongeren. In bijna alle reacties klinkt door dat het mooi is dat er een verlangen is om jongeren onderdeel te laten zijn van de gemeente. De positieve instelling in Growing Young wordt gewaardeerd.

Jongeren vinden de meeste kenmerken vanzelfsprekend, al erkennen ze dat ze niet allemaal zichtbaar zijn in hun eigen gemeente. Ze geven aan dat het goed is als ze betrokken worden bij alle facetten van het gemeente zijn. Tegelijkertijd wordt getwijfeld aan de haalbaarheid en soms ook de wenselijkheid van bepaalde kenmerken.

Gevaarlijk

De kenmerken van Growing Young zijn vooral gericht op jongeren en de helft van de jongeren geeft aan juist daar moeite mee te hebben. Henk: ‘Dat prioriteit geven stuit mij tegen de borst. Ouderen zijn niet minder belangrijk. Het is mooi dat er rekening met ons wordt gehouden, maar we moeten niet doorslaan. Het is zeker belangrijk om jongeren te betrekken in de brede organisatie van de kerk. Maar ik vind prioriteit geven een stap te ver gaan.’

Wat doorklinkt, is een verlangen om ruimte te geven aan ouderen. Elkaar ruimte geven door bijvoorbeeld ieders voorkeuren in diensten terug te laten komen is voor jongeren vanzelfsprekend en belangrijk. Jongeren kunnen de veelkleurigheid begrijpen en waarderen.

‘Ik vind prioriteit geven een stap te ver gaan’

Tim vindt dat het bijna klinkt alsof jongeren het enorm slecht hebben. ‘We willen een eerlijke kans krijgen, maar het moet niet zo zijn dat mensen die buiten onze doelgroep vallen minder aandacht krijgen.’ Ruben vindt dat zelfs gevaarlijk. ‘Iedereen moet aandacht krijgen en worden aangesproken, anders sluit je anderen uit. En ben je dan nog wel echt een gemeente?’

Karin geeft aan weleens naar een andere kerk te gaan, waar ze meer gericht zijn op jongeren. Ze kan daar enorm genieten, maar wat daar gebeurt, vindt ze te beperkt. ‘Ik wil horen dat het geloof belangrijk is voor heel mijn leven, niet alleen voor wat ik nu belangrijk vind. Ik wil er later ook wat aan hebben. Dan wil ik ook lid kunnen zijn van deze gemeente.’

Nodig

Jongeren willen geen voorkeursbehandeling krijgen. Wel willen ze dat er rekening met hen wordt gehouden. ‘We willen meetellen.’

Een deel van de jongeren geeft aan dat ze zich op een volwaardige wijze willen inzetten in de gemeente. Tegelijk merkt Jasper op dat veel jongeren hier niet op zitten te wachten. ‘Ik zie veel jongeren die hun verantwoordelijkheid niet oppakken.’ Arie merkt op dat het cruciaal is dat jongeren op een goede manier worden begeleid.

De kerk zou een plek moeten zijn waar je je maskers af kunt zetten, waar je echt bent met elkaar en kwetsbaar durft te zijn. (beeld FatCamera/iStock)

De kerk zou een plek moeten zijn waar je je maskers af kunt zetten, waar je echt bent met elkaar en kwetsbaar durft te zijn. (beeld FatCamera/iStock)

Het meetellen zit volgens de jongeren niet alleen in dingen doen, maar vooral in het besef dat je er mag zijn. Ineke geeft aan: ‘Juist het gevoel dat er voor mij plaats is in de gemeente, dat ik gewenst én nodig ben, spreekt mij aan.’ Tim zegt: ‘Het gaat voor mij niet om het gevoel van waardering of vertrouwen. Doordat ik bijdraag, voel ik mij verbonden.’

In veel kerken zal dit om een grote cultuurverandering vragen: jongeren niet alleen meer prioriteit geven, maar in alles rekening met hen houden.

Cruciaal

Alle jongeren geven aan dat ze de onderlinge relaties in een gemeente het belangrijkste vinden. Merel: ‘Warme relaties vind ik heel belangrijk. Als ik me ergens niet welkom voel, zal ik er niet snel weer komen.’ Tim bevestigt dit: ‘Dat anderen mij kennen, draagt eraan bij om zin te hebben om naar de kerk te gaan en mij in te zetten. Als je dit niet hebt, voel je je in je eigen kerk een vreemde. Ik weet van een aantal leeftijdsgenoten dat ze weinig mensen in de kerk kennen.’

Mirjam ziet de gemeente als een plek waar je mag zijn zoals je bent en waar ontmoetingen plaatsvinden. ‘Een plek waar je je maskers af kunt zetten, waar je echt bent met elkaar en kwetsbaar durft te zijn, en waar je goede relaties met elkaar hebt.’

‘Ik zie veel jongeren die hun verantwoordelijkheid niet oppakken’

Jongeren vinden zowel de ontmoeting tussen leeftijdgenoten als de ontmoeting tussen verschillende generaties belangrijk. Je gezien weten en aangesproken worden blijken cruciaal te zijn. Als dit het geval is, kun je zelfs de enige jongere in je gemeente zijn en de gemeente toch als een warme gemeenschap ervaren. ‘Ik had geen leeftijdsgenoten in mijn gemeente, maar toch voelde ik mij verbonden. Ik werd gezien en aangesproken’, zegt één van de jongeren.

Tegelijkertijd geven sommigen aan dat ze dit missen. ‘In plaats van deel te zijn voelt het alsof ik los van de gemeente sta.’ Of zoals Ineke zegt: ‘Ik heb nu in meerdere gemeenten meegemaakt dat er geen moeite wordt gedaan om ons aan te spreken. In contact komen met andere generaties is heel moeilijk. Vaak zijn mensen ook verbitterd door de krimpende kerk en zeggen: “Jongeren komen hier toch niet meer.” Als je dan de enige jongere bent, is dat knap lastig.’

Zoektocht

Enkele jongeren geven aan dat het soms is alsof er vooral prioriteit wordt gegeven aan volwassenen. De aandacht voor de jeugd lijkt zich te beperken tot activiteiten voor jongeren, jeugddiensten en een kindermoment tijdens de kerkdienst. ‘Het voelt alsof er naast alles wat “normaal” is af en toe ook nog wat voor de jeugd wordt gedaan.’

Jongeren verlangen ernaar dat ze ook tijdens gewone kerkdiensten worden aangesproken en dat de boodschap zo wordt verbeeld en verwoord dat het aansluit bij hun dagelijkse leven. ‘Het gaat er niet om het evangelie op een simplistische manier te verpakken, maar je moet worden meegenomen. Als er veel woorden worden gebruikt en het abstract is, haak ik af.’

Arie geeft aan dat voor hem de zoektocht naar een ontmoeting met God een heel mooie manier is om te worden meegenomen. En Mirjam zegt: ‘Ik zit niet te wachten op heilige taal en mooie verhalen, want waar blijft dan het hier en nu? Het dagelijkse leven? Wat moet en kan ik daarmee?’

Karin zegt: ‘Ik wil een goed (theologisch) onderbouwd verhaal waar ik wat mee kan.’ En Ruben wil uitgedaagd worden: ‘De preek mag best moeilijk zijn. Als ik na twee minuten al doorheb waar het over gaat, haak ik af. Ik wil in de preek uitgedaagd worden. Jongeren willen aangesproken worden, ook tijdens kerkdiensten.’

Langzaam

Wat meerdere keren terugkomt in de reacties, is het persoonlijke contact. Vooral het kenmerk ‘begrijp en waardeer jongeren’ moet persoonlijk worden ingevuld. ‘Het is goed om op de hoogte te zijn van wat leeft onder jongeren, maar maak het persoonlijk, in plaats van enkel theoretische gedachten te hebben over wat zoal speelt voor de “gemiddelde” jongere.’

Op dit punt klinken bij de jongeren ook nuchtere reacties. Karin: ‘Buddy’s: daar zitten we echt niet op te wachten.’ Arie: ‘Je kunt het persoonlijke contact niet forceren, het wordt pas echt wat als we elkaar wat kunnen bieden.’

Jongeren benadrukken dat het ook niet zozeer in activiteiten zit. ‘Ga niet van alles doen en organiseren.’ Ze stellen dat relaties langzaam en natuurlijk groeien. ‘Als het contact op kleinere schaal groeit, is het later ook op grotere schaal merkbaar.’

‘Ik zit niet te wachten op heilige taal en mooie verhalen’

Deze nuchterheid klinkt ook door in het relevant willen zijn voor de samenleving. Aan de ene kant wordt aangegeven dat relevant zijn essentieel is. ‘Een cultuur waar alleen maar geconsumeerd wordt, is voor ons niet aantrekkelijk. Als we ons geloof binnen en buiten de kerk kunnen delen, groeit het ook.’ Een ander: ‘Ik ben lid van een gemeente waar heel veel aandacht is voor de wijk. Dit vind ik leuk en belangrijk. Hierdoor weet ik dat de gemeente meent wat ze zegt.’

Aan de andere kant snappen jongeren dat bepaalde activiteiten veel tijd en inzet vragen, wat volgens hen vaak niet haalbaar is. ‘Ik doe niet zo veel, al zou ik wel meer kunnen, maar in de gemeente is het soms gewoon ook lastig.’ Tegelijk wordt gezegd: ‘Ja, we zien dat het lastig is om de kerk in beweging te krijgen, maar als mijn kerk meer relevant zou zijn voor haar omgeving, zou mijn waardering en enthousiasme over mijn kerk echt wel groter worden.’

Tim benadrukt dat het voor hem ook belangrijk is dat zijn geloof handen en voeten krijgt in het dagelijkse leven, los van de gezamenlijke activiteiten van de gemeente. ‘Het is belangrijk dat je geleerd wordt hoe je je kunt opstellen tegenover anders- en niet-gelovigen. Van sommige aspecten van het geloof had ik nooit gedacht dat er discussie over mogelijk was, totdat ik er met mensen van buiten de kerk over sprak. Als dit meer aandacht krijgt, wordt het minder een individuele zoektocht en meer een gesprek met elkaar.’

Licht

In bijna alle reacties klinkt door dat jongeren onderdeel willen zijn van de gemeente. Een deel van de jongeren wil daarbij uitgedaagd en begeleid worden om dingen op te pakken die echt bijdragen aan de gemeenschap. ‘Ik denk dat verantwoordelijk geven werkt om jongeren bij de kerk betrokken te houden.’

Ze zien ook een rol voor hen weggelegd in het leiderschap. ‘Door jongeren verantwoordelijkheid te geven, zorg je ervoor dat ze actief betrokken zijn binnen de kerk. Hierdoor zet je jongeren in een positief licht. Dit zorgt voor meer empathie bij de rest van de gemeente.’

Als meer jongeren actief zijn in leidinggevende rollen, trekt dat weer andere jongeren aan, die gestimuleerd worden om taken te gaan uitvoeren. Karin: ‘Ik doe nu de kidsclub. Als kind ging ik daar zelf heen. Een vriendin vroeg mij om te helpen. Ik kijk nu met respect terug op mijn jeugdleiders en voel mij meer betrokken. Ik ben actiever en ben anders naar de gemeente gaan kijken.’

Met bijdragen van Paul Smit en Martine Versteeg, jeugdwerkadviseurs bij het NGK Jeugdwerk.

Delen.

Over de auteur

Anko Oussoren is adviseur bij het Praktijkcentrum van de GKv.

Reacties zijn gesloten.