‘Ik zie altijd de leuke kanten van jongeren’

0

Corien Rietberg, getrouwd en moeder van twee pubers, is jeugdwerker van de NGK in Ede. Ze ontdekte dat ‘de jeugd van tegenwoordig’ onvoorwaardelijke liefde nodig heeft om echte Jezusvolgers te worden. ‘Mensen moeten vaak om mij lachen als ik weer eens uitroep: “Oh, hij is zo’n lieverd!”, terwijl zij hem of haar misschien een draak van een tiener vinden. Dan vragen ze: “Zijn er ook jongeren die je niet leuk vindt?” Nou, nee dus. Ik zie altijd de leuke kanten.’

Corien Rietberg-Huibers (49) is jeugdwerker in de NGK in Ede. Zij is één van de auteurs van het Handboek voor jeugdleiders en van het Handboek voor kinder- en jeugdpastoraat (beide boeken zijn onderdeel van de serie ‘Werken in de kerk’, uitgegeven bij Buijten en Schipperheijn). Corien Rietberg volgde diverse trainingen bij de organisatie Jeugd met een Opdracht en werkte voor die organisatie onder meer in Japan.

Corien (49) heeft een hekel aan donkere winters, dus bouwde ze eigenhandig een gezellig winterlandschap na – poppetjes, huisjes, lantaarntjes – in de vensterbank. Maar er gaat niets boven de lente. ‘Als ik in januari de vogels hoor, denk ik: ja, bijna!’

Zeker, ze heeft de Jeugdtrends van 2018 tot zich genomen. Goed dat ze er zijn, maar zelf doet ze er weinig mee. Ze acht het risico aanwezig dat je met die trends in de hand zegt: zo zijn jongeren, terwijl elke jongere uniek is. ‘Ik benader ze liever persoonlijk. Dat je over een periode van tien jaar trends kunt aanwijzen, vind ik aannemelijker dan elk jaar. Wat ik wel herken, is hun verlangen naar eerlijkheid en openheid. Toen ik anderhalf jaar geleden borstkanker kreeg, vroegen tieners uit onze kerk: “Hoe ga jij daarmee om? Ben je niet boos op God?” Nee, antwoordde ik, ik heb God vooral van dichtbij ervaren. Juist toen ik de operatiekamer werd ingereden, m’n man moest achterlaten en een operatie van zes uur tegemoet ging. Ik had het gevoel dat ik bij Jezus op schoot lag, zo rustig was ik en zo veilig voelde ik me. Dat was een getuigenis voor het verplegend personeel. Dus boos op God? Nee. Alsof ik recht heb op gezondheid, alsof geloven vooral comfortabel moet voelen. Een typisch westerse gedachte. Al het goede – ook een goede gezondheid – is een cadeautje, dus ben ik niet boos als dat cadeautje even uitblijft.’

Ik krijg weleens de indruk dat veel tieners vooral met hun telefoon bezig zijn, nauwelijks geïnteresseerd in geestelijke zaken. Heb jij die indruk ook?
‘Ik ga ‘m even heel scherp neerzetten: welk voorbeeld krijgen ze? Wat zien ze van hun ouders, wat zien ze in de kerk? Jongeren kopiëren wat ze zien. Als jij Jezus volgt, is dat geen garantie dat je tiener het ook doet, maar je geeft in ieder geval het goede voorbeeld. Omdat onze tienerleiders zelf ook dat goede voorbeeld geven, zie ik tieners dat overnemen en zelfs vragen stellen over de lauwheid van onze volwassenen. Ze krijgen de indruk dat de manier waarop het er in de kerk aan toe gaat belangrijker is dan het volgen van Jezus. Dus om op je vraag terug te komen: ik zou juist bij volwassenen in de kerk graag wat minder lauwheid zien.’

‘Ik zou juist bij volwassenen in de kerk graag wat minder lauwheid zien’

Corien nam het jeugdwerk in haar gemeente de afgelopen jaren flink onder handen. Tieners mochten bijvoorbeeld eerder zelf kiezen tussen club (fun!) of catechese, en die keuze was meestal snel gemaakt. ‘Die keuzemogelijkheid hebben we dus afgeschaft. Nu focussen we in het jeugdprogramma op Jezus volgen met je hoofd, hart en handen. We beginnen met kennisoverdracht en sturen erop aan dat die kennis je hart raakt, waarna je daarvan vanzelf wilt en gaat uitdelen. We beginnen dus niet met missionaire activiteiten, dat komt vanzelf wel. Het belang van die volgorde landde eerst bij mezelf, mede dankzij het boek Jezus leven van Henk Stoorvogel. Dat boek is essentieel geweest voor mijn geloofsontwikkeling.’

Je hebt twee pubers van 16 en 17. Hoe probeer je het vuurtje bij hen brandend te houden?
‘Ze gaan naar de kerk en nemen deel aan het jeugdwerk, daar is geen discussie over, haha! Wij voeden op volgens het principe “choose your battles”. Dat werkt.’

En als jouw puberzoon op zondag toch in bed blijft?
‘Doet ‘ie niet. Geen discussie.’

En als hij het toch doet?
‘Dan haal ik ‘m eruit. Omdat ze dat van jongs af aan gewend zijn, levert het geen problemen op. Misschien hebben wij makkelijke tieners. Soms blijf ik zelf thuis, als ik vanwege mijn ziekte een slechte dag heb. Hij gaat dan wel, en als ik weleens vraag waarom, zegt hij: “Omdat m’n vrienden ook gaan.” Daarom investeren we in ons jeugdwerk in relaties: vaste groepen, vaste leiders. Ook spreken we thuis veel over ons geloof, bijvoorbeeld als we ’s avonds na het eten uit de Bijbel lezen. Wat haal je hier uit, wat raakt je?’

Corien Rietberg: ‘Bij Steiger 14 praatte ik met daklozen, drugsverslaafden, ontheemden, jongeren in disco’s. Via die contacten is mijn liefde voor pastorale zorg voor jongeren gegroeid.’ (beeld beeld Sahil Aamir Fotografie)

Corien Rietberg: ‘Bij Steiger 14 praatte ik met daklozen, drugsverslaafden, ontheemden, jongeren in disco’s. Via die contacten is mijn liefde voor pastorale zorg voor jongeren gegroeid.’ (beeld beeld Sahil Aamir Fotografie)

Ben je zelf ook zo opgevoed?
‘Nee, maar dat mag niet in het interview.’

Waarom niet, eigenlijk?
Corien weifelt. ‘Gewoon. Ik heb niet zo’n leuke jeugd gehad.’ Lachend door opkomende tranen heen: ‘Kijk, nu ga ik dus huilen; sinds mijn ziekte ben ik zo lek als een mandje.’ Dan: ‘Ik heb veel afwijzing gekend en had het gevoel dat ik de liefde en waardering van mijn ouders moest verdienen. Als ik op school weer eens was gepest, zeiden ze: je zult het er wel naar gemaakt hebben. Het heeft dan ook lang geduurd voordat ik begreep wat genade is.’ Opeens: ‘Weet je: het mag er tóch in, het zegt veel over wie ik nu ben. Door het boek Leven na de genadeklap van Arie de Rover begon ik genade pas echt te begrijpen; dat ik níets hoef te doen om Gods genade te verdienen.’

Lag het met een dergelijke jeugd niet voor de hand dat je God vaarwel zou zeggen?
‘Zeker. Ik denk dat vriendschappen in de kerk me daarvan weerhouden hebben, net zoals mijn zoon door zijn vrienden naar de kerk blijft gaan. Een goede vriendin uit een warm gezin sleepte me mee naar Jeugd met een Opdracht, waar ik aan het werk werd gezet. Daar ontmoette ik goede leiders, die met ons hun leven deelden, ook hun worstelingen. Ik kon als het nodig was tegen hen aanschoppen, maar ze bleven me onvoorwaardelijk liefhebben. Misschien is daar mijn liefde voor tieners ontstaan. Ik ontdekte dat zij iemand nodig hebben die met hen oploopt, bij wie ze hun shit over de schutting mogen gooien en die desondanks van hen blijft houden.’

Steiger 14

Haar route naar het beroep van jeugdwerker is vervolgens wonderbaarlijk gelopen, vertelt Corien. Het geitenwollensokkenimago van de sociale academie was op dat moment nog terecht, meende ze, dus deed ze eerst een tussenjaar van Jeugd met een Opdracht in Amsterdam, bij Steiger 14, een jongerenproject. ‘Ik praatte met daklozen, drugsverslaafden, ontheemden, jongeren in disco’s. Via die contacten is mijn liefde voor pastorale zorg voor jongeren gegroeid. Eerst volgde ik nog een discipelschapstrainingschool van Jeugd met een Opdracht, waar een buitenlandstage in Japan bij hoorde. Daar brachten we de geleerde lessen in de praktijk. Ik wilde mijn kennis van het jongerenpastoraat en mijn praktijkervaring toepassen in de kerk. Zo kwam ik uiteindelijk in het jeugdwerk terecht.’

Wat is het profiel van een goede jeugdwerker?
‘Een jeugdwerker moet passie voor God hebben en daarnaar leven. Daarnaast moet je van jongeren houden. Mensen moeten vaak om mij lachen als ik weer eens uitroep: “Oh, hij is zo’n lieverd!” of “Ah, wat een leukerd!”, terwijl zij hem of haar misschien een draak van een tiener vinden. “Zijn er ook jongeren die je niet leuk vindt?” vragen ze dan. Nou, nee dus. Ik zie altijd de leuke kanten. Rot gedrag is een signaal van iets wat eronder zit. Daar moet je bij kunnen komen en dan komt pastorale kennis goed van pas. Een jeugdwerker moet verder goed kunnen luisteren. En hip hoef je niet te zijn, wél jezelf.’

‘Tieners hebben iemand nodig bij wie ze hun shit over de schutting mogen gooien’

Je klinkt hoopvol, wat onze tieners betreft. Zie jij ze in de kerk dan niet ongeïnteresseerd om zich heen kijken?
‘Die zondagse diensten vinden ze saai, dat blijkt ook uit alle onderzoeken. Maar ik zie ze ook cadeautjes maken voor ouderen, die langsbrengen, laaiend enthousiast terugkomen en roepen: “We gaan een maaltijd voor ze organiseren met een bingo!” Of tieners die een toetjesbuffet maken voor bezoekers van onze meet-in.’

Moeten we dan onze erediensten omvormen totdat ze het daar wel naar hun zin hebben?
‘Leuk dat je het vraagt, want daar heb ik net een onderzoek naar gestart. Een gesprek tussen ouderen en jongeren over de eredienst zou al heel mooi zijn. Luister in ieder geval naar jongeren, want ze vormen waarschijnlijk de helft van je kerk. In onze gemeente verplaatsten we dit jaar onze “dienst van herinnering en verwachting” – waarin we gemeenteleden herdenken die zijn overleden – naar de ochtend en vroegen we onze tieners hoe zij deze dienst zouden willen vormgeven. Hoe verdrietig de dienst ook was, achteraf noemen zij deze dienst de mooiste van het afgelopen jaar. Het lied dat ze aandroegen – ‘Oceans’ van Hillsong United – werd gezongen, ze letten goed op welke van hun wensen nog meer werden uitgevoerd. Zo kwamen ze met het idee dat je een kaarsje kon aansteken voor iemand die je had verloren aan de dood, maar ook voor iemand die je mist. Dat werd een prachtig onderdeel van de dienst! Op zo’n moment ben ik echt trots op ze.’

Delen.

Over de auteur

Wilfred Hermans is freelance journalist.

Reacties zijn gesloten.