Kerken in het dichtstbijzijnde filiaal van Gods gemeente

0

Een kerk draagt het meest vrucht als zij opkomt uit en gericht is op de lokale gemeenschap. Wie deze, formeel klinkende, stelling volgt, gaat niet naar de verder weg gelegen gemeente die onderdeel is van het ‘eigen’ kerkgenootschap, maar kiest voor een kerk in het eigen dorp of de eigen buurt. Journalist en tekstschrijver Theanne Boer maakte die keuze.

Wil je iets vertellen over je persoonlijke situatie?
‘Ik woon nu zo’n tien jaar in Zeeland. Vanuit het midden van het land ging ik naar een klein dorp in Zuid-Beveland. Daar woonde de man met wie ik trouwde. Natuurlijk komt dan ook de kerkkeuze ter sprake. Ik kom uit een GKv-nest. Mijn man is opgegroeid in de Nederlands Hervormde Kerk, Gereformeerde Bond, in Noord-Holland. Hij vertelde dat hij hier in het dorp naar een PKN-gemeente ging. Hij was dat zo gewend: je gaat naar het dichtstbijgelegen filiaal van Gods gemeente. Ik ben meegegaan en ik herinner me goed de eerste keer, toen ik bijna huilend thuiskwam.’

Waarom huilde je?
‘Vanwege de rust, de eenvoud. Dat ik niets meer hoefde, dat het goed is zoals het is. Ik kwam uit een grote GKv-gemeente met veel toeters en bellen. Je werd bij binnenkomst al ingedeeld in een huiskring. Er waren een gebedsgroep, een band en allerlei commissies. Er opereerde een klankbordgroep om op zaken te reageren. Ik was daar ook bij betrokken. Ik weet: al die dingen worden met de beste bedoelingen gedaan. De mensen doen het echt voor God, om Hem op de best mogelijke manier te dienen. Maar als je hier gevoelig voor bent, en dat ben ik, kun je zoiets ook als dwang ervaren. Terwijl het in de kleine dorpskerk zo stil was.’

‘Wat moet je dan nog met je omgeving?’

Je kunt dit ook saai noemen.
‘Zeker. Ik kan me voorstellen dat anderen dit saai en ouderwets vinden. Maar voor mij werkt het goed: ik leef op bij de kracht van herhaling, het element van “eeuwenoud” in de liturgie, het vanzelfsprekende. Er wordt bijvoorbeeld uit één boek gezongen, het Liedboek, verder is er niets. Tegelijk is er openheid voor iets anders. Wie uit de Naardense Bijbel wil lezen of uit Opwekking laat zingen, prima. Er kan veel, niets hoeft.’

Jij voelt je daar goed bij?
‘Ja. Al begon ik het op een gegeven moment wel te missen dat er geen Bijbelkring of iets dergelijks was. Toen ik daar iets over zei, zei de predikante: “Misschien kun jij er één beginnen? Dan kom ik ook!” Tot mijn verbazing kwam de halve gemeente opdagen.’

Over welke aantallen praten we als het gaat om de kerk en het dorp?
‘De kerk telt in totaal ruim tweehonderd zielen. Op een zondagmorgen zijn er zo’n 25 tot 30 in de kerk. De meeste kerkgangers zijn boven de 70. Ik ben de jongste oudere. Onze zoon is het enige kind. Het dorp telt vijfhonderd inwoners en maakt deel uit van een grotere gemeente met meer dorpskernen. Overigens is onze dorpskerk vijftien jaar geleden al gefuseerd met de kerken van twee andere dorpen.’

Theanne Boer: 'De lijntjes in een dorp zijn kort, waardoor je makkelijk mensen met elkaar verbindt.' (beeld Theanne Boer)

Theanne Boer: ‘De lijntjes in een dorp zijn kort, waardoor je makkelijk mensen met elkaar verbindt.’ (beeld Theanne Boer)

Kun je zeggen dat zo’n dorpskerk echt kerk voor de omgeving is?
‘Ja, dat vind ik wel, hoe klein deze kerk ook is. Dat komt vooral doordat de lijntjes in een dorp kort zijn, waardoor je makkelijk mensen met elkaar verbindt.

Een paar voorbeelden. In dit dorp woont een Syrisch gezin, net als in de andere dorpen die bij onze kerk horen. Wij kijken wat we voor hen kunnen doen en wie we daarvoor kunnen inschakelen. We verbinden daarvoor mensen in de dorpen met elkaar. Ander element: in een dorp als dit weet je in welke huizen het goed gaat en waar niet. Zo brengen wij weleens een boodschappenpakket bij mensen die dat goed kunnen gebruiken. Ook was er een vrouw die alleen kwam te staan. Wij kijken nu wat we voor haar kunnen doen. Daarbij maakt het niet uit of ze lid is van de kerk.’

Dit soort dingen zie jij niet snel in een grotere kerk elders gebeuren?
‘Nee. Neem bij wijze van voorbeeld een grotere GKv-gemeente die gehuisvest is in een fraai kerkgebouw aan de rand van een kleine stad. Zo’n gemeente heeft veel activiteiten, men is druk met interne zaken, met elkaar. Wat moet je dan nog met je omgeving? Ik hoor het ook van GKv-mensen die in een dorp wonen, maar betrokken zijn bij een gemeente in de dichtstbijzijnde stad. Zij zeggen: “We hebben niet zo veel met het dorp. Ja, we wonen er, maar verder…?”’

‘We hebben niet zo veel met het dorp. Ja, we wonen er, maar verder?’

Komt hier jouw stelling uit voort: ‘Naar de kerk gaan in het dorp of de wijk waar je woont, dat is eenheid’?
‘Ja! En dan bedoel ik met eenheid: je voelt je één met het dorp. Er is een link tussen dorp en kerk, tussen wat je gelooft en waar je woont. Je kunt zomaar tegen iemand in het dorp zeggen: “Kom, ga met ons en doe als wij.” En dan is de kerk er op loopafstand. De mensen tussen wie je woont kennen het gebouw waar jij naartoe gaat: het staat vlakbij!

We hebben geïnventariseerd hoeveel mensen in het dorp christen zijn en elders naar een kerk gaan. Die hebben we bij elkaar geroepen, een stuk of zes gezinnen. Met hen organiseren we nu dorpsmaaltijden in de kerk. Dan koken we voor het dorp. Er komen ongeveer zestig mensen, van wie een derde niet kerkelijk is. Nu hebben we gezegd: we gaan die maaltijden verplaatsen naar het dorpshuis, dan is de drempel om te komen lager.

Als ik de groep christenen in het dorp zie, denk ik: ons kleine dorpskerkje zou zo veel bloeiender zijn als de mensen die een gereformeerde of evangelische gemeente elders bezoeken zich bij ons zouden aansluiten!’

Dan zal hun vraag zijn: wat hoor ik daar dan?
‘Onder de kerkgangers zijn mensen die zeer vrijzinnig zijn en mensen die zeer orthodox zijn. Dat is mooi, maar het heeft een keerzijde: je hoort niet altijd wat jij gelooft. En er zijn voorgangers die minder duidelijk zijn met hun boodschap. Onze predikante is hier parttime, er zijn dus ook veel voorgangers van buiten. De ene is vrijzinnig, de andere orthodox. Het voordeel is dat jij je eigen theologische “tunnel” moet bevragen. In mijn geval verdiept dit mijn geloof. Het nadeel is de vrijblijvendheid. Iedereen mag geloven wat hij of zij wil. Op zondagavond zoeken wij daarom nog weleens een stevige preek op internet op.’

Misschien zeggen mensen dan: ‘Wil ik dit? Wat doe ik in dat dorpskerkje? Er zijn toch grenzen aan eenheid?’
‘Als een evangelische of gereformeerde bezoeker erbij komt, krijg je wat ik “positieve wrijving” noem. Dan kan er worden gevraagd om te bidden voor genezing of wordt erop aangedrongen om te blijven oproepen tot bekering, tot het blijvend centraal zetten van het kruis. Dat is zo waardevol! In de GKv ben ik opgevoed in termen van waar en niet waar. Mijn man zegt dan: “Nou, als je iets niet waar vindt, ga er dan over in gesprek; zeg het en zorg dat het goed komt.” Steeds meer wil ik daarvoor gaan, in plaats van een kerk op te zoeken waar al zo veel gelijkgezinden zitten.’

Toch trek jij ook grenzen. In een column in het Nederlands Dagblad schreef je dat jij je minder zult thuis voelen in een pinkstergemeente. Stel dat dat de enige kerk in jullie dorp is…
‘Ik denk dat ik mij daarbij zou aansluiten, al zal ik er weleens met gekromde tenen zitten. Ik zou dan de eenheid tussen wonen en kerken belangrijker vinden. Tegelijk vind ik het ook belangrijk wat onze zoon wil. Hij gaat nu nog braaf en met plezier met ons mee, maar wat als hij groter wordt en niet meer tussen oude mensen wil zitten? Wij hebben gezegd: als jij naar een andere kerk wilt, dan gaan wij mee. Dat geldt dus ook voor een pinksterkerk. Of voor een CGK-gemeente, zoals die in de stad verderop, waar zijn klasgenoten lid van zijn en waar hij nu al op de Bijbelclub zit.’

Kies je kerk: is dat per definitie een dorpskerk die kerk voor de omgeving is of kan het ook de kerk verderop zijn?
‘Wat ik graag wil, zijn twee dingen. Als je verhuist, stel jezelf dan eerst de vraag: wat is het dichtstbijzijnde filiaal van Gods gemeente? Want realiseer je: in je buurt kun je als kerk geweldige dingen doen! Het tweede: weeg eens af of de kerk waar jij uit gewoonte naartoe zou willen – vanuit je landelijke lidmaatschap of omdat die kerk “goed voelt” – jou echt nodig heeft. Waar kun jij het meeste brengen? Ik hoop dat we voor die dingen meer oog krijgen.’

Delen.

Over de auteur

Leendert de Jong (GKv) werkt in de media en is hoofdredacteur van OnderWeg.

Reacties zijn gesloten.