In memoriam ds. Roelof Timmerman

0

Hand in hand de Heer tegemoet. Dat schrijft ds. Roelof Timmerman in zijn Bijbels leesboek voor jongeren. Hij overdenkt een woord van Paulus over Jezus’ terugkomst (1 Tessalonicenzen 4:13-18). Zal wie dan al gestorven is daar wel bij zijn? Ze zullen er niets van missen, schrijft de apostel. Want op die grote dag zullen eerst de doden worden opgewekt en dan gaan ze samen met wie nog in leven zijn de Heer tegemoet. Timmerman ziet dat vóór zich: hand in hand. Graag heb ook ik dit voor ogen bij het schrijven van dit in memoriam.

Jongste predikant

Roelof Timmerman.: velen hebben graag naar hem geluisterd.

Roelof Timmerman.: velen hebben graag naar hem geluisterd.

Hij was nog jong en hij wilde dominee worden. Zijn ouders moesten zich veel ontzeggen om hem te laten studeren. Vader was werknemer bij Tubantia. Moeder had de zorg voor haar gezin. Daarbij deed ze betaald thuiswerk, en er waren kostgangers in huis. Zoon Roelof heeft zijn ouders niet teleurgesteld. Hij was 25 jaar en studeerde als jongste predikant in zijn tijd af. Toen kon ook aan zijn vroege ambitie worden tegemoetgekomen. Twee kerken brachten een beroep op hem uit. Hij bedankte voor Musselkanaal en nam Hijken-Hooghalen aan. Op 24 november 1957 deed hij zijn intrede met een preek over Efeziërs 2:19-22.

Nog voor zijn studie had hij Aaltje Rompelman ontmoet. Nu, na zeven jaar verkering, trouwden ze. Op 15 november 1957 begonnen ze aan een huwelijk vol liefde, en ze stapten dus samen over de drempel… van de pastorie!

Voor Roelof was de drempel niet te hoog. Hij wilde immers graag dominee zijn. Zo liet hij zich ook aanspreken. Ambtshalve, want hij was niet een afstandelijke dominee. Hij leefde graag mee met zijn broeders en zusters. Dat was ook goed mogelijk in zijn eerste gemeente van bescheiden omvang.

Buurman-erger-je-niet

De tweede gemeente – vanaf 1961 – was het grote Bunschoten-Spakenburg, met twee kerkgebouwen, die ‘s zondags vol zaten. Het zal hem hebben gestimuleerd om vurig te preken, met stemverheffing. Zijn preken worden evenwichtig genoemd, velen hebben graag naar hem geluisterd.

Een uitdaging in het dorp van boeren en vissers was het catechisatiewerk. ‘Hij kon ze wel de baas!’ werd me door een oude broeder verteld. Hij kon prima met de jeugd overweg. Daar leerde hij samen te werken met collega’s. Eén keer in de maand was er een overleg met z’n vieren op één van de studeerkamers. Ze hadden het goed samen. Er werd gerookt en gelachen, en soms deden ze een spelletje.

Het werd een gewoonte om na de kerkenraadsvergadering met de preses van de maand naar zijn huis te gaan. Er werd wat gedronken en ze deden het spelletje mens-erger-je-niet. Eens werd er te middernacht op de deur gebonsd: ‘Willen de dominees wel ‘ns stil zijn, wij kunnen niet slapen!’ Sindsdien heette ‘t spelletje Buurman-erger-je-niet.

Het was ook de tijd van toenemende ergernissen in het kerkverband. Het zal meer dan een bespreekpunt zijn geweest in dat collegiaal overleg. In Spakenburg heb ik ’t meest gelachen en gehuild, zei vader Timmerman tegen zijn kinderen.

Ernstig ziek

In 1969, het jaar waarin de breuk in het kerkverband werd bevestigd, vertrok Timmerman naar Heemse. Roelof, Aaltje en hun drie kinderen (Irene, Jan en Roel) kregen daar een sfeervolle pastorie aangeboden.

Als catecheet was hij best wel streng

Heemse bleek een rustige plattelandsgemeente. Maar na drie jaar was er grote onrust: Roelof bleek ernstig ziek te zijn. In zijn hoofd zat een tumor, die gelukkig kon worden verwijderd door een spannende operatieve ingreep. Het was een wonder. Maar er volgde een moeilijke tijd: er was veel geduld en wilskracht nodig om terug te komen in het leven en het werk. Het gezin maakte een moeilijke tijd door. Dit liet natuurlijk ook de gemeente niet onbewogen.

In de rouw

In 1980 werd de dominee met zijn gezin naar Assen geroepen. Opnieuw een grote gemeente, meer stadskerk, met een gemoedelijke sfeer. Ook daar was hij ‘een echte dominee’, werd me verteld. Bescheiden en integer, zo wordt hij daar graag herinnerd. Vaderlijk was zijn herderlijk werk. Als catecheet was hij best wel streng.

Alles was hem eraan gelegen om de jeugd de liefde voor God en zijn geboden in te prenten. Hij kwam hen tegemoet met een catechismus-op-rijm. Hij probeerde in zijn preken ook een taal te spreken die ‘de 16-jarige’ zou aanspreken. Het was in deze tijd dat hij een leesboek voor de jeugd schreef: Leven… met God. Het werd een populair dagboekje.

Een wel heel verdrietige tijd brak aan. Aaltje werd ernstig ziek. Te midden van haar lieve Roelof en hun kinderen overleed ze, 49 jaar. Wat betekent dat voor een gezin midden in het leven? De oudste, dochter Irene, was al het huis uit. Met z’n twee jongens vormde Roelof een mannenhuishouden. Ze hebben het goed gehad met elkaar. Irene was standby, hecht verbonden met haar vader en broers.

Beide gezinnen voegden zich samen
en van twee kanten wordt getuigd: dat voelde goed

‘Pa was voor ons een soms strenge, maar liefdevolle vader met een groot empathisch vermogen’, zeggen de kinderen. ‘Hij steunde en stimuleerde ons.’ Er was ook veel hulp en steun vanuit de gemeente en van collega’s.

En toen was daar Jannie Larooij-van Winkoop. Ook zij kende het verdriet van de rouw om haar man, zo plotseling gestorven. In het geheim ontmoetten zij elkaar; er mocht eerst geen ruchtbaarheid aan gegeven worden. Intussen deelden de kinderen dit mooie geheim van een wonderlijke tweede liefde die sterk genoeg bleek om samen verder te gaan. Beide gezinnen voegden zich samen en van twee kanten wordt getuigd: dat voelde goed. ‘We deelden graag lief en leed met elkaar.’

Afscheid

Op 1 september 1997 werd aan Roelof Timmerman eervol emeritaat verleend. Na veertig jaar trouwe dienst nam hij afscheid met een preek over de zegengroet waarmee hij in elke kerkdienst afscheid nam van de gemeente.

Toen ik in mei 1999 aantrad in de kersverse gemeente van Amersfoort-Hoogland bleken Roelof en Jannie twee van de gemeenteleden te zijn. Het was even wennen: de verandering van de pastorie in het midden van de gemeente naar een seniorenwoning in de wijk. De goede God zegende hen daar met vele mooie jaren.

Ontslagen van ambtelijke verantwoordelijkheid genoot Roelof van de rust die hem was gegund. Zo nu en dan preekte hij nog. Ze waren blij met elkaar, de kinderen en de kleinkinderen. Ze gingen er ook graag op uit, maakten mooie vakantiereizen. Dan werd er gefilmd. En Roelof wist er wat moois van te maken. Een zeker technisch vernuft was hem niet vreemd, vertelt een bevriende collega. Voor iedereen was zichtbaar hoezeer het goede leven werd genoten.

‘Pa was graag aanwezig op een feestje’, vertellen de kinderen. Hij was erg attent, kwam met een mooi cadeautje, was gul met bloemen. Met al wat hij had meegemaakt stond hij positief in het leven.

Het boek Eeuwig leven is voor mij
en mijn ambtelijk werk belangrijk geweest

Die positiviteit had hij ook nodig toen hij – ouder geworden – vanwege ziekte nogal eens moest worden opgenomen in het ziekenhuis. Elke keer was het een schrik en vaak mocht hij weer opknappen. Tot de ziekte begon door te pakken. De vergeetachtigheid nam toe, hij verloor het contact met de werkelijkheid en bij Jannie en de kinderen nam de bezorgdheid toe. Eerder dan verwacht overleed hij, in het bijzijn van zijn geliefden.

In de Boogkerk in Hoogland – waar hij twintig jaar zijn vaste en betrokken plek had – is met veel warme gevoelens en goede herinneringen afscheid van hem genomen. Hij ligt begraven in Assen, bij zijn eerste vrouw Aaltje. Zo was het met Jannie, zijn tweede vrouw, afgesproken.

Weerzien

Behalve het dagboek voor de jeugd schreef Timmerman nog drie bescheiden boeken over onderwerpen die bedoeld waren om goede dienst te doen in de Bijbelkring, waaronder Engelen en Vergeving. Samen met zoon Roel, die psycholoog is, werden gemeenteavonden rond het onderwerp vergeving georganiseerd.

Het boek Eeuwig leven is voor mij en mijn ambtelijk werk belangrijk geweest. Opgegroeid met een de facto gesloten wereldbeeld – van de hemel kunnen en mogen we ons geen voorstelling maken – werd ik verrast door een aantal Bijbelwoorden met een heerlijk perspectief. Neem nu de vraag: zullen we elkaar straks herkennen? Dat was een domme vraag, zo had ik altijd begrepen: beneden de Bijbelse maat, typisch een vraag van dit aardse leven, want straks zal alles anders zijn. Ik weet nog hoe blij ik was met wat ds. Timmerman me vertelde van een heus herkenbare toekomst. Hij werd daarin mijn collega toen ik zelf als dominee troost aan de stervenden mocht geven.

Het moet gezegd: voor Timmerman is de herkenning van straks vooral een fijne herinnering. Hij geloofde niet dat we straks terugkomen in de samenleving van nu. Maar als je toch met Paulus’ woord van de dag van Christus’ komst het gebeuren van die dag beschrijft als ‘hand in hand gaan we de Heer tegemoet’, dan heb je echt een reünie voor ogen: we zien elkaar weer, we krijgen elkaar terug. Alleen zo kunnen we afscheid nemen van elkaar. Op een dag moeten we elkaars hand hier loslaten, maar er komt een dag dat we elkaar weer bij de hand pakken. Voor we de Heer zien, zien we elkaar weer. Dat maakt de finale ontmoeting met de Heer tot een feest zonder enige wanklank.

Delen.

Over de auteur

Laat een reactie achter