De predikant: van kostenpost naar krediet

0

Predikanten zijn vreemde eenden. Geen werknemer, geen werkgever. Niet de baas, ook niet het slaafje. Vrij in het ambt, en toch altijd bezig. Leon van den Broeke zet hun positie in perspectief. Waardoor ontstaan problemen en wat is daaraan te doen?

Gemeenteleden kunnen met onbegrip naar de in hun ogen comfortabele positie van predikanten kijken. Maar strookt hun beeld met de werkelijkheid? (beeld RelaxFoto.de/iStock)

Gemeenteleden kunnen met onbegrip naar de in hun ogen comfortabele positie van predikanten kijken. Maar strookt hun beeld met de werkelijkheid? (beeld RelaxFoto.de/iStock)

Of ik wel wist wat ik kostte? Een ouderling belde me vaak vroeg in de ochtend om te zien of ik al wakker was. Volgens hem sliepen predikanten altijd uit. Hij bedoelde het niet verkeerd, maar als jonge predikant, net nieuw in de gemeente, voelde het toch ongemakkelijk. Na de zoveelste keer moest het hoge woord er maar eens uit. ‘Ja, ik ben al een paar uur aan het werk, en jij?’ En: ‘Ja, ik weet wat ik kost, maar weet je ook wat ik opbreng?’ Het werd stil. Hij heeft die vraag nooit meer gesteld en onze toch al goede verhouding werd uitstekend, om nog maar te zwijgen van het forse legaat dat binnenkwam net voordat ik afscheid nam van de gemeente.

De positie van de predikant is een te complex en veelomvattend onderwerp om kort te kunnen behandelen, maar deze casus laat iets zien van de beeldvorming over predikanten. Hun (rechts)positie kan alleen worden beschouwd in de context van kerk en samenleving, en dan specifiek vanuit vragen als welke post de predikant bemenst, hoe hij dat doet en hoe kerkenraadsleden en gemeenteleden dat beoordelen. Dat is een proces tussen generaties – iets wat gemakkelijk wordt vergeten. Oudere gemeenteleden die bijvoorbeeld de Vrijmaking van 1944 of de kerkscheuring van 1967 hebben meegemaakt, hebben andere opvattingen over en verwachtingen van de predikant dan jongere gemeenteleden.

Gemeenteleden zijn kritischer en mondiger geworden. Zelf worden ze in hun werk professioneel beoordeeld en hebben ze te maken met een verantwoordingscultuur. Als dat in de kerk niet het geval is, is dat voor hen onbegrijpelijk.

De toegenomen mondigheid is winst. De predikant mag dan een bijzondere post bemensen, hij staat niet meer op een voetstuk. Het heeft echter ook een keerzijde. Als de predikant karrenvrachten negatieve feedback krijgt, werkt dat geestdodend. De predikant is weliswaar een kostenpost, maar hij is geen postbode of loopjongen van de kerkenraad of de gemeente. Als zij onhandig met de predikant communiceren, kan hij dat ervaren als geschonden vertrouwen. Dit geldt zeker als opmerkingen worden geuit in de trant van: ‘Weet je wel dat wij je salaris betalen?!’

Alibi

Predikanten worden snel als kostenpost gezien. Aanleiding is soms dat de kerk krimpt of dat de predikant onhandig opereert, maar zelfs als een predikant geliefd is, kan hem een (financieel) schuldgevoel worden aangepraat. Dat is niet alleen in Nederland zo. Andreas Kalmt, voorzitter van het Verband evangelischer Pfarrerinnen und Pfarrer in Deutschland, klaagde onlangs dat predikanten steeds meer als kostenpost worden gezien.

Gemeente en predikant lijken tot elkaar veroordeeld

In de gereformeerde traditie hebben predikanten doorgaans geen werkgever en zijn ze evenmin werknemer. Maar waar de predikant zich eeuwenlang theologisch kon beroepen op de vrijheid van het ambt, komt hij daar in deze tijd niet zonder meer mee weg. Ja, er is actieve rust nodig om Gods Woord te bestuderen en vanuit die bron te handelen. En ja, de kerk mag een contrastcultuur vormen tegenover de veeleisende 24/7-samenleving. Maar de predikant mag de vrijheid van het ambt niet als alibi gebruiken om zijn eigen gang te gaan. Walk the talk: doe wat je preekt! Dat is wat gemeenteleden van de predikant verwachten. Een open en communicatieve houding, die een expressie is van het evangelie. De predikant hoeft geen heilige te zijn en mag zelfs falen. Als hij daarvoor op authentieke wijze durft uit te komen, kan dat de geloofsgemeenschap sterker maken.

Vuur

Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw trokken gemeentepredikanten naar scholen, tehuizen en gevangenissen zonder de ballast van het parochiale en pastorieleven. Op een bepaalde manier zijn deze ‘extern’ werkende predikanten bevoorrecht boven hun collega’s, die soms vast lijken te zitten in pastorie en gemeente.

Sommige gemeentepredikanten wachten op een beroep van elders, maar krijgen dit niet. Sommigen hebben te dealen met kritiek en wat ze ook doen om daaraan tegemoet te komen, de kritische opmerkingen blijven. De doorstroming van predikanten wordt ondertussen verminderd door de baan van de partner, de school of de studie van de kinderen en de eigen woning. Gemeente en predikant lijken tot elkaar veroordeeld.

Zelfs daar waar het goed gaat, is er de valkuil dat de predikant op zijn post blijft, maar niet langer trouw, en intern vlucht. Het heilige vuur is gedoofd, de predikant neemt afstand en doet z’n rondjes rond de kerk, tot het emeritaat. De trouw aan de plaats waar je gesteld bent, de gemeenschap van de gemeente en je roeping – in het kort de stabilitas, standvastigheid – wordt soms zwaar beproefd.

Gemeenteleden lijden op hun beurt soms ook aan hun werk: geen vast contract, werkdruk, misgelopen promotie, faillissement, baanloosheid. Ze kunnen daardoor met onbegrip naar de in hun ogen comfortabele positie van predikanten kijken: vakanties, vrije zondagen, salaris, groot huis, weinig transparantie over gewerkte uren, niet openstaan voor feedback. De belangrijke vraag is: hoe kunnen zij het predikantschap mede vormgeven en voorkomen dat ze hun persoonlijke en professionele frustraties projecteren op de predikant?

Meetorsen

Praten over problemen in de kerk kan ertoe leiden dat de kerk wordt geproblematiseerd. Veel predikanten genieten van het werk, zijn trots op hun kerk en hebben een goede band met de kerkenraad en de gemeente. Ze gaan met vreugde de weg van de navolging van Jezus Christus. Natuurlijk, bij iedereen botst en schuurt het, maar toch.

Ik heb ook bewondering voor hen die voortploeteren ondanks alles wat tegenzit en in de verste verte niet lijkt op de kerk zoals God die bedoeld heeft. Aankomende en jonge predikanten tonen een verfrissende onbevangenheid, flexibiliteit en geloof. Ze zijn opgegroeid met het besef dat de kerk in de marge verkeert. Sommigen stellen eerlijk dat ze er niet aan moeten denken om te werken in de kerk van vijftig jaar geleden. Ze gaan rechtspositioneel een onzekere toekomst tegemoet: krijg ik wel een beroep, zijn er straks nog wel fulltime posities en waar moet ik wonen? Ze wagen het met God en met mensen, zelfs als dat carrièretechnisch niet strategisch is.

‘Krijg ik wel een beroep,
zijn er straks nog wel fulltime posities
en waar moet ik wonen?’

Ondanks die hoopgevende ontwikkelingen kunnen we er niet omheen dat zich frequent problemen voordoen. Misschien zijn we juist wel te intensief en te verantwoordelijk met de kerk bezig. Predikanten menen dat ze de kerk van alle tijden en alle plaatsen op hun nek moeten meetorsen, ambtsdragers proberen het iedereen krampachtig naar de zin te maken en gemeenteleden menen dat zij de kerk van hun (voor)ouders moeten bewaken. Emotionele reacties, manipulaties in vrome bewoordingen en ondoordachte e-mails maken onderdeel uit van (potentiële) conflicten. Maar het geloof belijden begint niet met ‘ik vind’, maar met ‘ik geloof’.

Een kerkelijk conflict heeft doorgaans ernstige gevolgen, maar kan ook huiswerk vormen voor alle partijen om te groeien. De kerk is een werkplaats in geloven. Conflicten over de pastorie, het traktement of de werk(ver)houding die niet tot een oplossing geraken, ontwrichten predikanten, hun eventuele partners en gezinnen, soms ook hen die proberen het conflict te begeleiden en niet in de laatste plaats de kerk van Christus. Meer dan vroeger zijn conflicten niet zozeer van confessionele als wel van communicatieve aard. Het predikantschap is nog steeds belangrijk, maar dan wel, zoals de Duitse theoloog Heinrich Bedford-Strohm in 2016 zei, ‘goed, graag en in goede gezondheid’.

Levensregel

De vrijheid van het ambt is vaak ongrijpbaar voor niet-predikanten. Het gebrek aan transparantie over gewerkte uren, taken en vrije tijd wordt als lastig ervaren. De predikant is geen werknemer van de kerkenraad, maar hij is evenmin werkgever, laat staan directeur van de firma De Heer & Zoon. De vrijheid van het ambt heeft oude theologische papieren, maar de valkuilen van vrijbuiterij, een overdreven taakopvatting of gebrek aan solidariteit en collegialiteit liggen bijkans onder de sandalen van de uitgezondenen.

Naast stabilitas is humilitas (nederigheid) eigen aan de weg van de navolging. Humilitas is afgeleid van het Latijnse woord humus, dat aarde, bodem of grond betekent. Het betekent dat iemand met de aarde gelijk is. Het is geen slaafse nederigheid, maar een leven vanuit Christus, die het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, zoals de Christuspsalm uit Filippenzen 2 het verwoordt. De levensregel van Benedictus van Nursia bevat twaalf stappen van nederigheid. Een geestelijk leider overschreeuwt zichzelf bijvoorbeeld niet en kijkt niet neer op een ander.

Reflecteren op het eigen functioneren mag van predikanten worden verwacht. Ook van kerkenraadsleden mag gevraagd worden om oprecht het werk van predikanten te beoordelen, maar dan vanuit het besef dat ook zijzelf openstaan voor feedback. Ook voor hen en voor gemeenteleden geldt de oproep tot humilitas. Zelfs met een goede rechtspositie is de predikant kwetsbaar. Het predikantschap is een ‘zijnsberoep’. Veel werk is onzichtbaar. Hij werkt niet alleen in de gemeente, maar woont er ook. Problemen hebben hun weerslag op andere pastoriebewoners.

Sacraal

Het hart van predikanten gaat doorgaans niet sneller kloppen als het gaat om de kerkorganisatie. Ze laten het beleid over aan kerkelijke functionarissen en aan die predikanten die er wel affiniteit mee hebben, maar soms zodanig dat het van weinig geloof getuigt.

De Amerikaanse managementwetenschappers Robert Blake en Jane S. Mouton ontwikkelden een leiderschapsmodel. Aan het ene uiterste staat een leider die te veel gericht is op de persoon, aan het andere uiterste een leider die te veel gericht is op de zaak. In de kerk zijn veel predikanten gericht op de gemeenteleden en veel kerkenraadsleden en kerkelijke functionarissen gericht op de kerkorganisatie. Het kan anders: het sacrale wordt dan enigszins met nuchterheid en relativeringsvermogen beschouwd en het zakelijke wordt op sacrale wijze behandeld.

Er leven nog tal van (onuitgesproken)
traditionele verwachtingspatronen

Door onderscheid te maken tussen het geestelijke en het organisatorische leven, ontstaan niet zelden problemen. Predikanten voelen zich nogal eens onheus bejegend door hun kerk en kerkelijke functionarissen vinden dat de predikanten doorgaans weinig zakelijk zijn. Kerk en predikant doen er goed aan om de persoon en de zaak bij elkaar te houden. Een verstandig rentmeester berekent niet alleen de kosten, maar ook de opbrengsten. Dat sluit de vraag in waartoe de kerk op aarde is, waarom zij predikanten nodig heeft, wat daarvoor nodig is en wat dat onzakelijk gezegd ‘oplevert’, in de zin van Bijbels zaaien en daarmee investeren in Gods goede oogst.

Huiswerk

Predikanten zullen in de toekomst nodig blijven, maar wellicht anders. Globalisering, digitale revolutie, migratiestromen en klimaatverandering stellen indringende vragen aan de huidige geloofsgemeenschappen. Er worden veel vaardigheden, flexibiliteit en offers van predikanten gevraagd nu er meer parttime predikantsplaatsen en pioniersplekken komen. Tegelijk leven er nog tal van (onuitgesproken) traditionele verwachtingspatronen.

De predikant mag zich er best van bewust zijn dat hij wat kost. Tegelijk mag hij ook helder maken wat de meerwaarde van zijn werk is en wat dat voor kerk en samenleving oplevert. Dat is ook huiswerk voor kerken. Ze hebben met goede redenen de predikant beroepen en vertrouwen geschonken.

Een ander woord voor vertrouwen geven is krediet geven. Dat is afgeleid van het Latijnse werkwoord credere: vertrouwen of geloven. Vandaar ons credo: ik geloof. Geloven vergt ook offers en flexibiliteit van de kerk. Inzicht in (non)communicatie en conflictuologie is essentieel, net als collegiale samenwerking van gemeenten en predikanten, uiteraard samen met alle theologische vaardigheden. De kerk heeft stabiele en spirituele leiders nodig, mannen en vrouwen Gods die zich ondanks het lijden aan de kerk laten uitzenden.

Tegelijk mag niet vergeten worden dat veel kerkenraadsleden en gemeenteleden positief ingesteld zijn, zelfs als dat niet meteen duidelijk is. Een gemeentelid dat steeds mopperde over de hoge kosten van de kerk en nogal negatief overkwam, vertelde me toen ik haar opzocht dat ze elke dag voor mij als predikant bad. Die dag telde ik mijn winst uit: van kostenpost naar krediet!

Leestips

Liuwe H. Westra e.a., Preektijgers pastores pioniers. Predikantschap in de 21ste eeuw, Zoetermeer (Boekencentrum), 2018.

Heinrich Bedford-Strohm, ‘Goed, graag en in goede gezondheid. Het predikantschap in kerk en samenleving’, in: Predikant & samenleving, jaargang 95, nummer 1, februari 2018.

Leon van den Broeke, ‘Stabiel leiderschap in tijden van transitie en turbulentie’, in: Tussenruimte. Religieus leiderschap in het publieke domein, jaargang 2017, nummer 2.

Hans Schaeffer, ‘Een theologische opleiding voor de praktijk’, in: Gerard den Hertog e.a., Kerk op een kruispunt. Kerken, werkers in de kerk en hun opleiding in de 21e eeuw, Amsterdam (Buijten & Schipperheijn), 2013.

E.H. Friedman, Van geslacht op geslacht. Gezinsprocessen in kerk en synagoge, Gorinchem (Ekklesia), 1999.

Webtips

Letterlijk citeren uit onderstaande documenten is niet toegestaan zonder toestemming van de auteur.

goo.gl/89HGDQ
Rapport van de Commissie Predikantsprofiel binnen de NGK, 2010.

goo.gl/wViN9U
‘Met vreugde en zegen’, bundel van inleidingen van een GKv/NGK/CGK-congres over de positie van de predikant, dat in april georganiseerd werd.

Delen.

Over de auteur

Leon van den Broeke was gemeentepredikant en werkt nu als docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de TU Kampen. Hij is daarmaast voorzitter van het Centrum voor Religie en Recht, directeur van het Deddens Kerkrecht Centrum, consultant en conflictbemiddelaar.

Laat een reactie achter