Is theologie wetenschap?

Bob Wielenga | 30 augustus 2018
  • Blog

Op 3 september opent de TU Kampen zijn academische jaar met een rede van Leendert Verheij: ‘Domineesfabriek of Seminarie? En welke plaats krijgt de wetenschap?’ Bob Wielenga neemt alvast een voorschot.

In Domineesfabriek, het boek van George Harinck en Wim Berkelaar over de geschiedenis van de Theologische Universiteit Kampen, kwam ik een beschrijving tegen van de geringschatting waarmee kringen rond Abraham Kuypers Vrije Universiteit neerkeken op de Theologische School in Kampen. Er kon bij Kuyper geen felicitatie af toen de School van de in 1834 van de Hervormde Kerk afgescheiden Gereformeerde Kerken zijn zilveren jubileum vierde, en dat terwijl Kuyper toch best een goede relatie onderhield met diverse Kamper docenten.

In Kampen voelde men zich gekleineerd door de beweging rond de VU, die veel grootschaliger en moderner was opgezet dan de Afgescheidenen beoogden met hun reformatie van de kerk, waarvan de School het vlaggenschip was. De School werd in de kringen rond Kuyper “een maatje te klein” bevonden, zo valt in Domineesfabriek te lezen.

Oud zeer

De bekende ds. J.C. Sikkel schreef later dat de afkeer van de Afgescheidenen vanaf zijn jeugd “schier in het bloed zat”: we schaamden ons voor hen. Begrijpelijk dat de verhouding tussen Amsterdam en Kampen nooit wat geworden is. Dat in 1902 de coryfee van de School, Herman Bavinck, naar de VU vertrok, was zout in de wond.

Toen ik in Kampen studeerde (1964-1968), kreeg ik nog het verhaal te horen dat Bavincks theologische kracht door zijn vertrek gebroken was. Aan de VU hield hij zich bezig met psychologie en dergelijke. De gekwetstheid over het hoogmoedige neerzien van de VU op Kampen stak nog steeds! Dat studenten als gevolg van het attestenbesluit in 1968 de (inmiddels) Hogeschool verlieten, was erg genoeg, maar dat we naar de VU gingen, sloeg alles. En dat niet alleen vanwege de vermeende vrijzinnigheid van de VU-theologie (Kuitert en Baarda), maar ook vanwege dat oud zeer, dat met de Vrijmaking was meegekomen en versterkt.

Aangeslagen

Stelde Kampen wetenschappelijk iets voor? Tijdens mijn studiejaren niet veel, op Lettinga en de net aangetreden Van Bruggen na. De Hogeschool stond nergens op de theologische kaart als een instelling van wetenschappelijk onderwijs. De hoogleraren bezochten geen theologische conferenties van vakgenoten en schreven niet in vakwetenschappelijke tijdschriften. Het isolement was tot in de jaren tachtig waterdicht.

In de jaren negentig gingen de ramen en deuren in Kampen open en een andere wind begon te waaien. Docenten gaven op wetenschappelijk verantwoord niveau college en gingen op conferenties en in tijdschriften voorzichtig meedoen met vakgenoten van buiten de eigen kring. Ik herinner me nog de eerste vrijgemaakte artikelen in het behoudende hervormde tijdschrift Theologia Reformata (NGK-theologen werkten mee aan het meer evangelisch-georienteerde tijdschrift Sootèria). Ook de internationale contacten groeiden.

Hoe we ook precies het wetenschappelijke karakter van de theologie definiëren, het theologische onderwijs in Kampen begon te beantwoorden aan de eisen die er buiten Kampen aan werden gesteld. Het keerpunt was het rapport van een regeringscommissie onder leiding van kerkhistoricus Heiko Oberman over het theologisch onderwijs in ons land (1989). Wat deze commissie kritisch opmerkte over het onderwijsniveau in Kampen, loog er niet om. De kritiek sloeg in als een bom; de senaat en het curatorium waren aangeslagen. Maar de weg uit het academische dal, waaruit Kampen al bezig was op te krabbelen, was van nu af aan onomkeerbaar.

Seminariemodel

Maar is theologie wel wetenschap? Harinck en Berkelaar wijzen aan dat dit altijd een heet hangijzer is geweest in de geschiedenis van de Hogeschool. Was Kampen ooit bedoeld om theologie als wetenschap te doceren? Was het niet gewoon een domineesfabriek, een beroepsopleiding, in 1854 gesticht om de afgescheiden kerken te dienen? Eerder hbo dan wo, waar voor wetenschappelijk onderzoek eigenlijk geen plaats is? Moeten er wel wetenschappelijke assistenten en postdocplekken zijn?

Binnen de NGK was er een stroming die daar weinig voor voelde en die waarschuwde tegen de verwetenschappelijking van de theologie, met verwijzing naar de reformatorische wijsbegeerte. Men koos principieel voor het seminariemodel: het Nederlands Gereformeerd Seminarie. Ik heb de indruk, op grote afstand, dat dit toch verleden tijd is. Aan de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding (NGP) is dit model niet nagevolgd en koos men voor een wetenschappelijk verantwoorde theologische opleiding voor predikanten aan de TU Apeldoorn. Het samengaan van de TU Kampen en de NGP levert op dit punt gelukkig geen enkel probleem op.

In, niet van

De vraag of en hoe theologie wetenschap is, wordt verschillend beantwoord. Ik houd het erop dat ze wel in de wetenschappelijke wereld thuis hoort en aan de daar geldende kwaliteitseisen moet voldoen. Tegelijk is ze geen onderdeel van die wereld en het daar heersende, meestal geseculariseerde klimaat. Ook als wetenschap erkent de theologie dat haar thuisbasis de christelijke geloofsgemeenschap is, de kerk.

Karl Barth merkte al in de jaren dertig op dat zonder Gods zelfopenbaring in Jezus Christus, de in de kerk beleden Heer der wereld, er van theologie geen sprake zou zijn geweest. Binnen de kring der wetenschappen blijft de theologie burger van twee werelden. Natuurlijk is ze geen koningin der wetenschappen! Die titel kreeg ze in de tijd dat Europa nog een theocratie was. In onze laatmoderne tijd krijgen we weer oog voor de rol van de theologie als aller dienares, in navolging van haar meester, die knecht werd.

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief