Kees van der Staaij over onbehagen en hoop

0

Nederland staat op de zesde plaats van de lijst van gelukkigste landen ter wereld. Geluk staat daarbij voor gelijke verdeling van welvaart, verbondenheid, vertrouwen in de samenleving en de kwaliteit van zorg en vrijheid. Toch is er in Nederland, net als in andere westerse landen, een onderstroom van onbehagen die zich richt tegen dé politiek, dé overheid. En dan ben je politicus, van een christelijke partij. Kees van der Staaij is dat, voor de SGP. OnderWeg praat met hem.

Kees van der Staaij: ‘Ik realiseer me dat we allerlei zaken in Nederland op macroniveau goed voor elkaar hebben, maar dat de microverhalen vaak vol verdriet zijn, vol onbehagen.’ (beeld SGP-fractie)

Kees van der Staaij: ‘Ik realiseer me dat we allerlei zaken in Nederland op macroniveau goed voor elkaar hebben, maar dat de microverhalen vaak vol verdriet zijn, vol onbehagen.’ (beeld SGP-fractie)

Er is onbehagen in de Nederlandse samenleving, ook onder christenen. Kun jij een voorbeeld geven van wat jij zoal hoort, misschien het voorbeeld dat je het eerste te binnen schiet?
‘Ik denk aan twee recente gebeurtenissen. Beide hebben met de zorg te maken. Ik werd rondgeleid in een centrum voor dementie. De mensen die mij rondleidden, lieten zien welke zorg er is, wat zij konden betekenen voor mensen. Maar ze vertelden ook hoe vaak zij te horen kregen, ook van mensen die als cliënt komen: ik ben bang; een verpleeghuis is een slechte plek. Dat laatste, en dit is de tweede gebeurtenis, hoorde ik ook van familieleden van een cliënt: “We zijn zo ver weg met de zorg; die is niet meer menswaardig. We voelen verdriet, onbehagen. We hebben het goed in Nederland, ja, maar zoals de zorg nu is, is een dieptepunt.”’

Wat zeg je dan?
‘Dan wil ik weten: hoe komt dit? In dit geval bleek dat een andere zorgplek verbetering gaf. Ook al lukte dit toen, ik realiseer me dat we allerlei zaken in Nederland op macroniveau goed voor elkaar hebben, maar dat de microverhalen vaak vol verdriet zijn, vol onbehagen. En dat dan snel gezegd wordt: in Den Haag zorgen ze goed voor zichzelf, hier lopen dingen in het honderd.’

De kloof dus tussen bestuurders en gewone mensen.
‘Ja, er is wantrouwen tegen de politiek, tegen de overheid. Traditioneel is het zo dat je dit vaker hoort in lagere inkomensklassen. In mijn achterban kom ik bijvoorbeeld de ontevredenheid van ouderen over hun inkomen minder tegen. Dan krijg je er dus ook minder van mee. Tot ik in een Rotterdamse achterstandswijk kwam. Daar klonk: “De laatste betrouwbare politicus in Nederland was Drees.” Dan besef je hoe groot het verschil in beleving tussen macro en micro is. Dat verschil hoor ik terug bij mensen met een boerenbedrijf. Iemand uit die sector zei tegen mij: “Jullie willen dat we voldoen aan dierenwelzijnseisen én op het milieu letten. Prima, maar er moet ook brood op de plank komen. Ik kan toch niet rood staan en dan ook nog milieu-investeringen doen? Willen jullie ons weg hebben?”’

‘In Den Haag zorgen ze goed voor zichzelf,
hier lopen dingen in het honderd’

Dan kom je terug in Den Haag. En dan?
‘Dan neem ik me voor om heel goed naar mensen te luisteren, ook naar de eigen achterban. Daarin proef je verschillende oplossingsrichtingen. Enerzijds: er is onbehagen, doe daar iets mee. Anderzijds hoor je minstens zo vaak dat mensen zich zorgen maken over het populisme, over goedkope antwoorden of snelle oplossingen. Het is dus zeker niet zo dat wij om electorale redenen mensen willen plezieren. Wat wij heel serieus nemen, is luisteren. Als je in een zogenaamde “boze” streek of wijk komt, hoor je het onbegrip, het onbehagen. Wat helpt, is begrip tonen, mensen erkenning geven, hun laten merken dat je hen hoort en ziet. Waar je als politicus voor moet oppassen, is om op zo’n moment met makkelijke en goedkope beloftes en oplossingen te komen.’

Een hot issue in het onbehagen, ook onder christenen, is de islam. Je komt dit bijvoorbeeld tegen bij christenen die zich verwant voel(d)en met de PVV. Herken je dit?
‘Ja. En ergens is het begrijpelijk. Ik spreek mensen die een ontmoetingsdag van bijvoorbeeld Open Doors bijgewoond hebben en ons waarschuwen. Daar hoorden ze getuigenissen van christenen die onder de islam achtergesteld worden of lijden onder vervolging. Of ze zien beelden over executies en bomaanslagen waarbij onschuldige slachtoffers vallen. Dan moet je niet gek opkijken als het beeld ontstaat dat de islam een godsdienst van geweld is, niet van vrede.’

Ik las deze uitspraken: de islam is geen religie, en: de islam is een duivelse religie. Wat zeg je dan als politicus van een christelijke partij?
‘Dan begin ik met de stelling dat uiteindelijk het heil te vinden is in Christus. Dus is het mijn vurige wens om het hart van mensen met een andere overtuiging te bereiken met de kern van het evangelie. Vervolgens is van belang dat godsdienst een heel belangrijke factor is in het leven van mensen. Dat aspect is door de seculiere, dominante bovenstroom in de maatschappij en de politiek veel te veel weggeredeneerd. Juist bij de moslims die hier leven zie je hoe religie het hele leven raakt. Mijn overtuiging is dat elk mens kostbaar is, wie hij of zij ook is en welke overtuiging hij of zij ook heeft. Als je doet alsof moslims een soort ongedierte zijn, ga je voor mij een ethische grens over.’

‘Mensen vragen mij weleens:
ben je nooit wanhopig omdat dingen niet veranderen?
Nee, ik ben daar slecht in’

En als je het land ingaat, de achterban spreekt?
‘Ik krijg weleens een uitnodiging om te spreken over de islam voor een jeugdvereniging binnen de eigen achterban. Ik heb het nu al enkele keren zo gedaan dat ik vooraf aangaf dat ik, in plaats van alleen een verhaal met Bijbelse elementen te vertellen, liever ook een collega uit de Tweede Kamer meeneem die moslim is. Als dat gebeurt, blijkt steeds hoe belangrijk de ontmoeting van mens tot mens is.’

Er worden diverse oorzaken genoemd voor het ontstaan van onbehagen, bijvoorbeeld de dominantie van hoogopgeleide mensen versus ‘gewone’ burgers of het platteland. Proef je dat ook?
‘Ja, dat is de diplomademocratie. Daar komt bij dat de hoogopgeleide burgers, die in de politiek zwaar vertegenwoordigd zijn, te vaak leven en werken in een eigen leefwereld en daar ook graag in blijven. Ze komen overal met de HSL en het vliegtuig, maar de lastige wijken in de steden en het landelijke gebied kennen ze niet en ze weten ook niet hoe de mensen daar denken en zich voelen. Iets van die kloof hoorde ik van christenen in Rotterdam: “Jullie hebben makkelijk praten, daar in de Tweede Kamer; wij wonen hier, te midden van satellietantennes die op Marokko of Turkije gericht zijn. En intussen horen wij van Afghaanse christenen hier in de stad dat ze zich niet veilig voelen om samen te komen.”’

Kees van der Staaij: ‘In mijn werkkamer hangt dit schilderij van Anneke Kaai dat genade uitbeeldt. Er is genade van God voor ons, en voor de ergste terrorist; dat biedt perspectief.’

Kees van der Staaij: ‘In mijn werkkamer hangt dit schilderij van Anneke Kaai dat genade uitbeeldt. Er is genade van God voor ons, en voor de ergste terrorist; dat biedt perspectief.’

Een andere oorzaak die genoemd wordt voor onbehagen bij christenen is het gevoel dat er een maatschappelijk klimaat is ontstaan tegen het christelijke geloof an sich.
‘Ik weet niet of dit het onbehagen tegen dé overheid of politiek voedt, wel tegen een individuele partij, zoals D66, of een persoon, bijvoorbeeld Alexander Pechtold. Toen hij bekendmaakte dat hij aftrad, twitterde ik iets als: ik zal zijn interrupties missen. Daar kwamen via Twitter reacties op, ook in de trant van: dit is onoprecht, ik ben dit niet van u gewend; het is juist goed dat hij vertrekt. Dan blijkt dat er onbehagen is, angst ook, bezorgdheid. Die moeten we serieus nemen. Ik zeg er meteen iets bij: laat je niet door angst en bezorgdheid leiden! Geef in je contacten maar de beperktheid van de politiek aan. Er is een Bijbeltekst in Johannes waarin staat dat de liefde de angst doet verdwijnen. Zo’n tekst onderstreept het belang van de persoonlijke ontmoeting tussen mensen, juist als ze verschillend zijn en verschillend denken.’

Voel jij, als je om je heen kijkt in Nederland en verder weg, niet iets van onbehagen, van pessimisme?
‘Ja, maar ik denk dat het woord “gebrokenheid” hier meer bij past. Overal om je heen zie je immers de doorwerking van het kwaad, van de zonde, dichtbij en wereldwijd. Dan merk ik bij mijzelf ook dat grote kwade dingen ver weg vaak te onvoorstelbaar zijn, zo onvoorstelbaar dat die mij minder lijken te raken dan dingen dichtbij. Neem het recente ongeluk in Oss. Zoiets raakt mij zo diep, ik ben aangedaan, ik voel verdriet. En toch zie ik door de duisternis heen ook licht: God regeert. D-day is al geweest, de wereld is op weg naar de eindoverwinning die zeker is. Al het leed, het onrecht, het raakt mij zeker, maar ik raak er ten diepste niet van slag van, omdat het kwaad niet het laatste woord heeft.’

Dan moet je wel kunnen relativeren…
‘Dat is zo. Maar wat zou ik anders kunnen? Ik ben een klein mens. Ik doe wat ik kan, ook in de politiek. Ik weet dat ik tekortschiet. Juist dan leg ik het in Gods hand. En soms zie je dan in verwondering dat dingen anders gaan dan je dacht. Ik hoorde van een christin in Indonesië die in de gevangenis zit. Ik hoorde later dat zij ook in de gevangenis getuigt van haar geloof en dat dit medegevangenen diep raakt. Ik snap dat zoiets niet altijd gebeurt: soms veranderen dingen niet en blijft er reden voor verdriet, onbehagen, pessimisme. Dan blijft er niets anders over dan ruimte geven aan verdriet, dan rest ons slechts dat we stil zijn.’

‘Genade is ten diepste:
jezelf naar iemand vooroverbuigen’

Dat is moeilijk, toch?
‘Ja. Dat komt ook omdat in deze gevoelens van onbehagen meespeelt dat we alles willen beheersen. Je móet presteren, je móet slagen. Maar zo werkt het in het leven niet. Mensen vragen mij weleens: ben je nooit boos of wanhopig omdat dingen niet veranderen? Nee, ik ben daar slecht in. Ik ga me daar niet op blindstaren; ik kijk liever naar hoopvolle signalen. Omdat God groot is. Omdat het evangelie het woord van de hoop is, niet van onbehagen, niet van wanhoop.

Ik wil daar ook rekening mee houden, als mens, als politicus. Ik wil eerlijk en nuchter zijn. Niet al mijn verlangens en wensen zullen uitkomen. Maar ook dan weet ik: God laat niet los. En de politiek, of ik als politicus, moet niet altijd hoop willen bieden. Heb bijvoorbeeld in kansloze asielzaken de moed om nee te zeggen en om op tijd duidelijk te zijn; dat helpt mensen méér dan dat je dingen uitstelt.’

Een politiek commentator in een christelijk dagblad schreef recent over ‘grote woorden’ van een SGP-politicus; het lijkt, schreef hij, of zo geprobeerd wordt in te spelen op onbehagen.
‘Ik geloof meer in grote verhalen dan in grote woorden: kies je koers en laat die niet bepalen door sentiment. Zelf zie ik in dat enkele grote woord bij de SGP zeker geen trend; dat was toen meer bedoeld als metafoor om het punt duidelijk te maken.’

Wat is jouw ‘grote verhaal’?
‘Dat omvat vijf woorden. De drieslag geloof, hoop en liefde, ook in hun onderlinge samenhang. Het woord “trouw”. God is trouw. Laten wij dat ook zijn, in relaties, in de samenleving. Sluit een dag niet af met plusjes en minnetjes over dingen of mensen en als de uitkomst min is, schrijf je dat ding of die persoon af; nee, wees trouw. Het vijfde woord is “genade”: er is genade van God voor ons, en voor de ergste terrorist; dat biedt perspectief. In mijn werkkamer hangt een schilderij van Anneke Kaai dat genade uitbeeldt. Ik heb daar veel aan, ook vanwege de oorspronkelijke betekenis van genade: zich neigen, jezelf naar iemand vooroverbuigen. God doet dit naar ons, wij mogen Hem daarin volgen.’

Delen.

Over de auteur

Leendert de Jong (GKv) werkt in de media en is hoofdredacteur van OnderWeg.

Laat een reactie achter