Kerstmigrant

0

Het kerstfeest komt er weer aan, met al zijn drukte en gezelligheid. Overal schalt de kerstmuziek in de winkels ons tegemoet. Kertbomen zijn niet weg te denken uit het straatbeeld. Kerststalletjes staan overal te koop, met de heilige familie knus tussen de schapen, het kindje Jezus vredig slapend in zijn kribbe.

In de kerk worden we ondertussen gewaarschuwd tegen de vercommercialisering van het kerstfeest. Kerst is niet dat wij elkaar cadeautjes geven in een warme kamer met vrolijke kerstverlichting, maar dat wij het grote geschenk van God in geloof aanvaarden. Zeker! Maar hoe doen we dat met duizenden migranten die toekijken?

Jezus zal het er niet zo beroerd gehad hebben als een Syrisch vluchtelingenkind in een Europees opvangkamp.

Jezus zal het er niet zo beroerd gehad hebben als een Syrisch vluchtelingenkind in een Europees opvangkamp.

Het kerstverhaal laat een andere werkelijkheid zien, die haaks staat op wat wij ervan gemaakt hebben. Jezus is niet het kindeke klein, kindeke teer, maar een migrantenkind. Gedwongen door de Romeinse machthebbers reisden Jozef en zijn hoogzwangere vrouw naar Bethlehem, waar ze uiteindelijk een plek in een stal vonden.

Nog voordat Jezus een peuter was, vluchtten zijn ouders uit vrees voor de ‘Edomiet’ Herodes naar Egypte, waar zij als vluchtelingen opgevangen werden in de grote Joodse gemeenschap. Jezus zal het er niet zo beroerd gehad hebben als een Syrisch vluchtelingenkind in een Europees opvangkamp. Jozef had van de wijzen uit het Oosten geld genoeg gehad om een redelijk bestaan op te bouwen. Bovendien kon hij vast wel als timmerman aan de slag – geen IND die hem tegenhield. Deze migrantenfamilie zal een betere start gehad hebben dan de meeste migranten in ons land. En uiteindelijk konden ze weer terug naar huis, naar Nazaret, waar ze voorlopig uit het zicht verdwenen.

Gedenken we met Kerst niet dat Jezus van de hemel naar de aarde migreerde om daar als migrantenkind te arriveren? Het verging Hem niet veel anders dan zo veel lotgenoten vandaag, ook in ons land. Als wij Kerst vieren, laten we dan aan dat migrantenkind denken, voor wie zijn hemelse Vader zorgde. Zou deze Vader niet ook voor al die migrantenkinderen onder ons willen zorgen? Wat dat voor ons betekent, beschrijft een pas verschenen boek: Van migrant tot naaste. Plaatsmaken voor jezelf (2018).

Concreet mens

Het boek is in opdracht van de PKN geschreven, geredigeerd door dominee René de Reuver, scriba van de PKN-synode, en Dorottya Nagy, missioloog aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam. Behalve een in- en uitleiding van De Reuver bevat het boek Bijbels-theologische bijdragen van Nagy en John Ralston. Verder zijn er geschreven portretten van migranten en een belangwekkende serie interviews met ervaringsdeskundigen als Nagy, Samuel Lee, Bernhard Reitsma en Kathleen Ferrier. Ter zake kundig geven ze inzicht in hoe het is om een migrant te zijn in een vreemde cultuur en een vaak vijandige omgeving.

Wat trof me in deze publicatie, die de kerk wil helpen om een weg te vinden in de migrantenproblematiek? Het eerste dat Dorottya Nagy ons wil afleren, is om de komst van migranten te problematiseren, waardoor mensen verdwijnen achter statistieken en veranderen in problemen die opgelost moeten worden. De migranten zijn in dit boek onze medemensen, onze naasten. We moeten ons door hen uitgedaagd weten om onszelf als hun naasten te gedragen.

‘Ons en hulle’, zeiden we vroeger in Zuid-Afrika

Zie een migrant zoals hij of zij zichzelf ziet, zegt Ferrier. Daarom is die serie portretten met foto’s zo’n goed idee! We lezen niet alleen over het leven van een concreet mens, zoals wij, maar hij of zij krijgt ook een gezicht. We zien een arbeidsmigrant of een vluchtelinge of een slachtoffer van geweld of ook een Nederlandse migrante die in Amerika woont.

Ik zou ook aan mijzelf kunnen denken, aangezien ik al bijna veertig jaar in Zuid-Afrika woon. Al is het verschil groot: sommigen worden gedwongen om weg te trekken van huis en haard, ik ging vrijwillig. Toch kan ik ergens aanvoelen wat het is om in een vreemd land te wonen, opnieuw te beginnen in een vreemde cultuur en je leven lang burger van twee werelden te zijn. Het is belangrijk dat er mensen zijn die je opvangen, je helpen om te aarden, luisteren naar je traumatische ervaringen, belangstelling hebben voor je thuiscultuur. Als migrant naasten ontmoeten, hoe belangrijk is dat!

Zouden die naasten niet juist in de kerk te vinden moeten zijn? Daar leren we om anderen te behandelen zoals wij zelf behandeld willen worden (Matteüs 7:12). In de kerk leren we om migranten als beelddragers van God te zien, voor wie Jezus, het migrantenkind, gekruisigd werd. Dat schept verplichtingen. Ook al kan niet iedere migrant op een verblijfsvergunning rekenen, hij heeft wel recht op een menswaardige behandeling.

Swartgevaar

Hoe zit het dan met de dreiging van moslimextremisme? De rijzende misdaadcijfers? Onze eigen cultuur en het woonklimaat in onze wijk, met al die halalwinkels, boerka’s en vreemde etensgeuren?

De samenleving wordt in twee kampen verdeeld. ‘Ons en hulle’, zeiden we vroeger in Zuid-Afrika. Toen voelden blanken zich ook bedreigd door allerlei gevaren: ‘roodgevaar’ van de communisten, ‘swartgevaar’ van de overgrote meerderheid van de bevolking. Waar blijven we als we de gevaren niet indammen (apartheid)? We zijn bang onze eigen culturele identiteit, ja, zelfs ons leven te verliezen.

Voordat ik daar in een volgende blog op inga, herinner ik aan wat Lee en Ferrier opmerken. Wij zijn vandaag zo bezorgd over ons leven, maar in het verleden kostte het ons geen enkele moeite om in onze koloniën levens te vernietigen. Slaven werden als beesten verkocht en van de opbrengst bouwden we kerken.

Migranten komen vaak uit gebieden die onder het westerse kolonialisme geleden hebben. De migratiegolf wereldwijd is de oogst van wat we zelf hebben gezaaid. Willen we samen met de migranten een vreedzame toekomst hebben, dan zullen we ook samen het verleden bespreekbaar moeten maken. De kerk zal daarbij het voortouw moeten nemen.

Delen.

Over de auteur

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Laat een reactie achter