‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

1

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Wolter Rose: ‘Christus plaatst het huwelijk en de ongetrouwde staat op een ongedeelde eerste plaats. Dat zijn we in de loop der eeuwen kwijtgeraakt.’ (beeld Erik Koning)

Wolter Rose: ‘Christus plaatst het huwelijk en de ongetrouwde staat op een ongedeelde eerste plaats. Dat zijn we in de loop der eeuwen kwijtgeraakt.’ (beeld Erik Koning)

Wolter Rose ontvangt me in zijn woning die uitkijkt over de Burgel, de Kamper stadsgracht die de Vloeddijk en de Burgwal scheidt. Niet ver van hier werd hij voor het eerst verliefd. Op een man, een vriend. Het was in zijn studententijd, in de jaren tachtig. ‘Toen de vriendschap zich begon te ontwikkelen in een liefdesrelatie, heb ik me bezonnen. Veel nagedacht en gebeden. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat een praktiserende homoseksuele levensstijl niet verenigbaar is met het evangelie.’

Rose, werkzaam als docent aan de Theologische Universiteit Kampen, groeide op tegen een ‘vrij rustige, gereformeerde achtergrond’. Toch durfde hij pas in 1994 bij zijn ouders uit de kast te komen. ‘Er werd wel goed op gereageerd. En het scheelde natuurlijk dat ik al de keuze had gemaakt celibatair door het leven te gaan.’ Zijn publieke coming-out liet nog veel langer op zich wachten. In 2003 schreef hij onder pseudoniem in het toenmalige CV-Koers mee aan een themanummer over homoseksualiteit. ‘Er was toen bijna niemand die iets wilde schrijven over wat de Bijbel zegt over homoseksualiteit.’ In 2006 volgde een tweede artikel. ‘Toen schreef ik onder mijn eigen naam. Ik wilde het niet langer verbergen.’

Bizar

Die publieke coming-out in 2006 was voor Rose aanleiding voor een grondige herbezinning. Alle ethische en exegetische vragen hield hij opnieuw tegen het licht. ‘En ik kwam tot dezelfde conclusie.’

Voor Rose staat de passage in Romeinen 1:27a – ‘en ook de mannen hebben de natuurlijke omgang met vrouwen losgelaten en zijn in hartstocht voor elkaar ontbrand’ – niet op de eerste plaats. Hij wijst liever op de woorden van Jezus in Matteüs 19. ‘Jezus krijgt een vraag over echtscheiding en gaat terug naar Genesis. Hij noemt God “de schepper”. Hoe Hij hen in het begin mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft. Die twee zullen één vlees zijn. Dan doet Jezus een stevige uitspraak over echtscheiding: wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel. De discipelen reageren wanhopig: dan kun je maar beter niet trouwen. Maar daaraan geeft Jezus een positieve draai: “Er zijn mannen die niet trouwen omdat ze onvruchtbaar geboren werden, andere omdat ze door mensen onvruchtbaar gemaakt zijn, en er zijn mannen die niet trouwen omdat ze zichzelf onvruchtbaar gemaakt hebben met het oog op het koninkrijk van de hemel. Laat wie bij machte is dit te begrijpen het begrijpen!” (Matteüs 19:12).

‘We hebben verantwoordelijkheid voor elkaar
en mogen elkaar aanspreken’

Jezus contrasteert de tijd van toen met de tijd van het begin. Hij vindt het blijkbaar relevant wat de schepper destijds gezegd heeft. Maar we leven niet meer in het begin, zegt Hij, en dan doet Hij wat bizar is in de toenmalige cultuur: Hij neemt het op voor de ongetrouwden. Eigenlijk is dat in onze hedendaagse christelijke cultuur nog steeds bizar. Christus plaatst het huwelijk en de ongetrouwde staat op een ongedeelde eerste plaats. Dat zijn we in de loop der eeuwen kwijtgeraakt. Het positieve aspect van single-zijn is ondergesneeuwd.’

Uw keuze voor een celibatair leven was lange tijd de geëigende weg in gereformeerde kringen. Wat vindt u ervan dat, naar het lijkt, steeds meer christenen – ook in orthodoxe kringen – homoseksuele relaties toestaan of toejuichen?
‘Iedereen moet uiteindelijk zelf zijn keuzes maken, maar we leven wel in een geloofsgemeenschap. Seks is iets tussen twee mensen, maar uiteindelijk maken die twee ook deel uit van een gemeenschap van meer dan twee mensen. Dat betekent dat we verantwoordelijkheid hebben voor elkaar en elkaar mogen aanspreken. Paulus is daar heel duidelijk over: seksuele ethiek is bij hem geen keuzemenu.’

Wordt dat ervan gemaakt?
‘Het is een vraag waar we goed over moeten nadenken. Want de seksuele ethiek van het Koninkrijk der Nederlanden is niet per definitie die van het koninkrijk van God. Wat ik jammer vind, is dat bij veel deelnemers in het debat de intellectuele nieuwsgierigheid ontbreekt. De meeste verhalen die je vandaag over het thema hoort, verschillen nauwelijks van de betogen die je in de jaren tachtig van de vorige eeuw voorbij hoorde komen.’

‘Ze worden gewoon niet op hun woord geloofd’

Waar zou die intellectuele nieuwsgierigheid toe kunnen leiden?
‘Als je bijvoorbeeld kijkt naar de historiografie van homoseksualiteit zie je twee richtingen: de alteristen en de continuïsten. De eersten kom je in orthodox-christelijk Nederland tegenwoordig nog steeds veel tegen. Zij zeggen: er is een onoverbrugbaar verschil tussen de eerste eeuwen waarin de Bijbelschrijvers actief waren en onze tijd; in de Oudheid waren er geen relaties in liefde en trouw tussen homoseksuelen. Continuïsten zeggen: zeker, er zijn verschillen tussen toen en nu, maar er zijn ook overeenkomsten; je kunt zaken niet zomaar wegstrepen met een beroep op cultureel-maatschappelijke veranderingen.

Een argument dat je nog steeds veel hoort, is dat van de tempelprostitutie. Daartegen zou Paulus ageren en niet tegen homoseksuele relaties als zodanig. Maar je kunt je ernstig afvragen of tempelprostitutie in de tijd van het Nieuwe Testament wel bestond, er is misschien wel minder feitenmateriaal over bekend dan over relaties in liefde en trouw.’

Wolter Rose: 'Vaak wordt homoseksualiteit gereduceerd tot de seksuele verlangens. Dat is pijnlijk voor celibatair levende homo’s. Alsof dat het enige is wat de identiteit van een homoseksueel bepaalt.'

Wolter Rose: ‘Vaak wordt homoseksualiteit gereduceerd tot de seksuele verlangens. Dat is pijnlijk voor celibatair levende homo’s. Alsof dat het enige is wat de identiteit van een homoseksueel bepaalt.’

U hebt een bijdrage geschreven voor het boek dat binnenkort verschijnt in vervolg op de studiedag Homoseksualiteit en de kerk. U schrijft over ‘zo zijn, maar niet zo doen’ en gaat daarbij uitvoerig in op de definitie van homoseksualiteit. Waarom is dat belangrijk?
‘Ik vind “zo zijn, maar niet zo doen” eerlijk gezegd niet zo’n heldere uitdrukking en maak liever onderscheid tussen gerichtheid en gedrag. Vaak wordt homoseksualiteit gereduceerd tot de seksuele verlangens. Dat is pijnlijk voor celibatair levende homo’s. Alsof dat het enige is wat de identiteit van een homoseksueel bepaalt. Ik noem het de reductiereflex.

De American Psychological Association definieert homoseksualiteit op grond van recent onderzoek als gerichtheid en stelt vervolgens dat gedrag en identiteit, dus seksueel actief zijn en jezelf ook labelen als homoseksueel, afgeleide dimensies zijn en niet primaire dimensies. Dus of je daadwerkelijk een seksuele relatie aangaat, en of je jezelf homo noemt, dat is niet de hoeksteen van je homo-zijn.’

Wat dan wel?
‘Een Amerikaanse hoogleraar rechten, Edward Stein, zelf ook homoseksueel en actief in rechtszaken rondom homo-emancipatie, stelt dat veel van wat ethisch van belang is, niet is aangeboren. De praktische beslissingen die iemand neemt, zijn niet aangeboren, zegt hij. Dus metterdaad seks hebben met iemand van hetzelfde geslacht, of je publiekelijk identificeren als lhbt’er, of een huishouden opzetten met iemand van hetzelfde geslacht, dat zijn keuzes.

Elk redelijk mens, zegt hij, zal erkennen dat dergelijke beslissingen verder gaan dan de eigenschappen waarmee iemand geboren is. Stein brengt de vraag dus terug naar: wat is je mensbeeld? Wat is dan het mensbeeld van mensen die zeggen dat het theologisch onhoudbaar is om onderscheid te maken tussen gerichtheid en gedrag of het zelfs on-Bijbels en ongereformeerd noemen?

Wetenschappelijk onderzoek heeft wat mij betreft niet het laatste woord, maar ik vraag me wel af waarom het zo weinig gaat over dergelijke vragen. En waarom niemand op dit soort observaties reflecteert. Wat is er nog meer aan de hand als je homo bent, als het niet alleen maar gaat over seksueel actief zijn?’

‘Voordat je ergens over nadenkt,
moet je nadenken over wie Christus is’

Voelt u zich eenzaam in het debat?
‘Het geluid dat ik vertegenwoordig, sterft uit. Er is in Nederland vrijwel geen enkele academisch gevormde stem te horen die de klassieke visie met kennis van zaken verdedigt. En dat is treurig. Er wordt veel beweerd. Zaken die voor mensen niet eenvoudig te checken zijn. Daarom is de intellectuele nieuwsgierigheid zo belangrijk.’

Wat vond u van de Nashvilleverklaring?
‘Toen ik het Amerikaanse origineel van de Nashvilleverklaring in 2017 onder ogen kreeg, schrok ik om verschillende redenen. Om te beginnen vanwege het gesleutel aan Psalm 100:3. Niet alleen wordt het tweede deel van het vers over “de kudde die Hij weidt” weggelaten, maar ook wordt gekozen voor de vertaling “Hij heeft ons gemaakt, en niet wijzelf” in plaats van “Hij heeft ons gemaakt, Hem behoren wij toe”. Maar ook vanwege een pas later toegevoegde rij van Bijbelverwijzingen, zonder tekst en uitleg. En vanwege het gebrekkige pastoraal invoelend vermogen. Vanwege de selectieve verontwaardiging: er wordt weinig gezegd over zaken als echtscheiding en buitenechtelijke seks in christelijke kring, homoseksualiteit en transgender krijgen de volle lading. Vanwege het in de ban doen van celibataire christenen die zich homo noemen. En ga zo maar door.

Ook onder orthodoxe christenen in Amerika was er al gauw fundamentele kritiek. Hebben de vertalers in Nederland zich daarin verdiept?, vraag ik mij dan af. Of keken ze alleen naar de grote namen en het grote getal?’

Wat is uw hoop voor de omgang van de kerk met homoseksualiteit en homoseksuelen?
‘Ik hoop dat we allemaal Christus omhelzen. Hij heeft in zijn onderwijs en in zijn eigen leven laten zien dat ongetrouwd-zijn ook goed is. Jezus zet getrouwd en ongetrouwd op een ongedeelde eerste plaats. Vertrouw Hem daarin. Als we zien dat Jezus ons een voor ons gevoel strikte seksuele ethiek oplegt, verbinden we dat met wie Christus is, de Zoon van God, die is opgestaan uit de dood.

Journalist Peter Hitchens woonde een paar jaar geleden in Australië het Festival of Dangerous Ideas bij. Het werd afgesloten met een panel dat vragen uit het publiek beantwoordde. Een jonge vrouw vroeg aan de panelleden wat volgens hen de meest gevaarlijke gedachte in de geschiedenis van de mensheid was. Hitchens antwoordde, in een zaal met duizenden doorsneemensen: “Het meest gevaarlijke idee is dat Jezus de Zoon van God is en uit de dood is opgestaan. Het transformeert ons universum van een betekenisloze chaos in een ontworpen werkelijkheid, waarin gerechtigheid en hoop bestaan. En waarin iedereen de verplichting heeft te onderzoeken wat die gerechtigheid en die hoop inhouden. Het verandert ons allemaal.”

Dat vond ik een geweldig antwoord. Voordat je ergens over nadenkt, homoseksualiteit incluis, moet je nadenken over wie Christus is, en over wat het betekent dat Hij uit de dood is opgestaan. Dat zet alles in een ander licht.’

Dit artikel verschijnt op 16 maart in een themanummer over homoseksualiteit van magazine OnderWeg. OnderWeg richt zich op christenen die God en kerk liefhebben en midden in het leven staan. Probeer OnderWeg drie maanden (zes nummers) gratis!

Delen.

Over de auteur

Felix de Fijter is journalist bij Tekstbureau Vakmaten (www.vakmaten.nl).

1 reactie

  1. Leo Meijer op

    Wat fijn, wanneer je het homoseksueel zijn in dit licht wilt en ook praktisch kunt zetten. Vooral ook voor mij als hetero, verblijdend!!

    En het antwoord van de journalist Peter Hitchens “het gevaarlijke antwoord op een gevaarlijke vraag” vind ik verbluffend mooi en scherp geformuleerd. Om te onthouden en uit te dragen!!

Laat een reactie achter