‘Ik wil mensen vertellen hoe waardevol ze zijn in Gods ogen’

0

Met een grote zwaai gaat de deur open van de monumentale villa, die wel wat weg heeft van Villa Kakelbont: van buiten aan het verpauperen, van binnen leven en sfeer. ‘Ik heb een pannenkoek voor je gebakken’, lacht Ineke Baron. Die warmte en gastvrijheid is tekenend voor gevangenenpastor Ineke, ontdek ik later in het gesprek. ‘We zien mensen vaak opbloeien door de eenvoud van aandacht en acceptatie.’

Ineke Baron: ‘Als we de dag beginnen met een stukje lezen, samen bidden, vanuit rust en genieten, kunnen we heel veel aan.’ (beeld Jaco Klamer)

Ineke Baron: ‘Als we de dag beginnen met een stukje lezen, samen bidden, vanuit rust en genieten, kunnen we heel veel aan.’ (beeld Jaco Klamer)

Eind 2017 kregen Ineke en haar man Tjeerd de sleutel van de villa in het Drentse Veenhuizen, het dorp dat ooit werd gebouwd om wezen, bedelaars en landlopers op te vangen. Vanaf 1859 werden deze ‘kolonies’ omgevormd tot strafinrichtingen. In de Penitentiaire Inrichting Veenhuizen zitten tegenwoordig nog zo’n 500 gedetineerden, maar het dorp is sinds 1981 ook vrij toegankelijk voor niet-gevangenen en niet-gevangenispersoneel. Namens stichting Neemias vangen Ineke en Tjeerd mensen op die met detentie te maken hebben gehad. Dat deden Ineke en Tjeerd al vanuit hun eigen huis, tot onverwacht de mogelijkheid zich voordeed om deze villa te betrekken.

Ineke (1957) is moeder van zeven kinderen en inmiddels oma van een stel kleinkinderen, schrijfster van enkele (jeugd)boeken, ging op latere leeftijd psychotherapie, theologie en criminologie studeren, werkt als gevangenenpastor en start op 60-jarige leeftijd een heel nieuw project. Beschikt ze soms over tonnen energie?

Ineke: ‘Dat heb ik niet allemaal tegelijk gedaan, hè? Maar ‘s ochtends heb ik veel energie. Tjeerd en ik staan elke morgen om zes uur, soms om vijf uur op. Dan drinken we samen een kopje koffie en om zeven uur gaat Tjeerd de deur uit. Hij heeft zijn eigen timmerbedrijf en maakt lange dagen. Die momenten die we ‘s ochtends samen doorbrengen, zijn heel belangrijk. Als we zo de dag beginnen, met een stukje lezen, samen bidden, vanuit rust en genieten, kunnen we heel veel aan. De boeken die ik heb geschreven, schreef ik voornamelijk ‘s nachts. We gaan altijd op tijd naar bed, en dan werd ik rond een uur of drie wakker en ging dan één of anderhalf uur zitten schrijven. Het scheelt dat ik goed slaap, ik ben altijd zo weg.’

Sinds 2005 ben je betrokken bij het werk onder gedetineerden. Dat is je grote passie geworden. Ben je een laatbloeier?
‘Al vanaf mijn twaalfde heb ik het verlangen om iets met zending of psychologie te gaan doen. Maar voor mijn ouders was zoiets ondenkbaar: diakenen horen voor je te zorgen en ouderlingen zijn er voor de geestelijke zorg. Dus wat ik wilde, hoorde niet en al helemaal niet als vrouw. Mijn enige kans erop was trouwen met een zendeling. Maar toen ik 17 was, ontmoette ik Tjeerd. Hij was geen zendeling, maar een timmerman. Twee jaar later trouwden we en binnenkort zijn we 42 jaar getrouwd. Het leven loopt vaak anders dan je denkt. Wel ben ik altijd leergierig geweest. Ik volgde allerlei cursussen, van boekhouden tot computervaardigheden, en ik heb altijd veel gelezen.’

‘De boeken schreef ik voornamelijk ’s nachts’

In 2005 bezocht je een conferentie die je uiteindelijk op het spoor zette van pastoraat. Wat gebeurde er?
‘Ik bezocht een pastorale conferentie van Leanne Payne over macht en misbruik in de maatschappij, de kerk en het gezin. Ik herinner me de eerste lezing nog goed, over man en vrouw die allebei naar Gods beeld zijn gemaakt (Genesis 5:1-2). Dat was een eyeopener voor mij. Ieder mens is anders, maar iedereen is belangrijk. Intuïtief voelen, wat vaak als een vrouwelijke eigenschap wordt gezien, heeft het nogal eens moeten afleggen tegen de ratio, die als een mannelijke eigenschap wordt gezien. Maar er ligt een verband tussen intuïtief voelen en het werk van de heilige Geest. Door het ondergeschikt maken van het gevoel aan het verstand komt er minder ruimte voor het ontvangen van de Geest. Tijdens die conferentie realiseerde ik me dat iedereen er helemaal mag zijn. Er kwam een groot verlangen in me op om mensen te vertellen hoe waardevol ze zijn in Gods ogen.’

Je werd samen met je man vrijwilliger tijdens kerkdiensten in de gevangenis. Wat deed dit met je?
‘Ik weet nog goed dat ik heel sterk het gevoel kreeg: hier hoor ik. Je zit daar tussen die mannen en iedereen heeft daar schuld. De hele basis van het christelijke geloof vind je in die setting: schuld, straf, genade, vrijspraak en herstel. Ik herinner me een kerkdienst waarin een man erg onrustig was, hij bleef maar rondjes lopen. Na de dienst ging ik naast hem zitten en vroeg ik hoe het met hem ging. Hij antwoordde – en het kwam echt uit zijn tenen: “Ik heb Jezus nodig.” Die puurheid, die overgave, dat mis ik weleens in de kerk.

Vanuit die rol ben ik verder gaan zoeken en kwam ik terecht bij Gevangenenzorg. Zij boden mij verschillende activiteiten aan en één daarvan was meedoen aan groepsgesprekken. Mijn hart ging open. Dit wilde ik graag en ik heb het tien jaar met ontzettend veel plezier gedaan.’

‘Er ligt een verband tussen intuïtief voelen
en het werk van de heilige Geest’

In hoeverre zijn krassen op je eigen ziel van invloed op je werk als pastor?
‘Ik ontdekte pas op late leeftijd dat ik er mocht zijn. Ik heb lang gedacht dat ik geen goede therapeut kon zijn, omdat ik mijn eigen ballast heb. Maar tijdens mijn opleiding las ik dat een goede therapeut regelmatig zelf in therapie gaat en dat hielp mij om door te durven gaan. Een paar jaar geleden ben ik opnieuw in therapie gegaan en dat brengt zo veel. Natuurlijk, het is confronterend, maar het geeft ook inzicht en heling. Het is alsof je eindelijk verzorging krijgt voor een wond in je ziel. Erkenning is nodig om dat te laten helen. Maar het is ook gewoon leuk om jezelf te ontdekken: waarom reageer ik op zo’n manier?’

Ineke Baron: ‘Mijn droom is dat al die monumentale huizen die nog leegstaan zo’n invulling krijgen als het onze.’ (beeld Jaco Klamer)

Ineke Baron: ‘Mijn droom is dat al die monumentale huizen die nog leegstaan zo’n invulling krijgen als het onze.’ (beeld Jaco Klamer)

In je nieuwe project vangen jullie tijdelijk mensen op die uit detentie komen. Werk en privé zo dicht op elkaar, is dat niet heel intensief?
‘We hebben zelf gekozen voor deze vorm van samenleven. Tjeerd en ik worden hier niet voor betaald. Eigenlijk vind ik aandacht iets waar je niet voor betaald moet worden. Er woont nu zo’n acht maanden een jongen, J., bij ons in huis. Ik herinner me een gesprekje met hem toen hij zich een keer wat moeilijk had gedragen. Het is zo de moeite waard om samen uit te vinden waar dat gedrag vandaan komt. Waarom doe jij dit eigenlijk?, vroeg hij toen. Ik antwoordde: “Omdat jij de moeite waard bent. Omdat God jou de moeite waard vindt.” Kinderen en jongeren horen gewoon aandacht te krijgen. We zien mensen vaak opbloeien door de eenvoud van aandacht en acceptatie.’

J. steekt ineens zijn hoofd om de hoek. Het is een hartelijke knul van 21 die zich duidelijk op z’n gemak voelt in de villa en bij Ineke. Hij gaat inmiddels weer naar school en heeft een vriendin, waar hij zo naartoe gaat. Voordat hij de bus pakt, geeft hij Ineke een knuffel. Als we even later verder praten, kijkt Ineke door het raam. ‘Ik zwaai altijd nog even, als de bus voorbijgaat.’

Niet iedereen zet zomaar z’n huis open voor ex-gedetineerden…
‘We werven geen mensen, maar vragen altijd aan God om mensen op ons pad te brengen voor wie wij wat kunnen betekenen. Maar ook dan denken we na of wij iemand met zijn of haar problemen aankunnen en we bidden daar ook voor. We zijn alert, maar we geven ons gevoel net zo veel ruimte als ons verstand. Zo is J. ook bij ons terechtgekomen. Ik had hem jaren geleden al gezien in de jeugdgevangenis waar ik toen werkte en kwam hem later opnieuw tegen. Hij vertelde dat hij bijna vrijkwam, maar geen plek had om te wonen. Het huis hier was nog lang niet klaar, maar we hadden de logeerkamer al wel ingericht. Nu zijn we acht maanden verder en gaat het al zo goed met die jongen.’

‘Kinderen en jongeren horen gewoon aandacht te krijgen’

Ben je niet bang dat je jezelf ‘leeggeeft’ in dit werk?
‘Ik word niet zo gauw moe van dit werk. Wel in de zin dat ik lichamelijk moe word en rust nodig heb, maar ik word het niet moe. Tegelijkertijd kan ik me haast niet voorstellen hoe mensen dit soort werk doen zonder toegang te hebben tot de bron, tot God. Wij wonen in Gods hart en Jezus woont in ons hart. Dat is allesomvattend. Daardoor raakt de bron niet op. En natuurlijk heb ik ook veel geleerd tijdens mijn opleiding tot therapeut. Bijvoorbeeld hoe je naast iemand kunt staan, maar iets wel bij de ander kunt laten.

Een neef vroeg eens of ik geen dominee had willen worden. Ik zei toen: “Als God had gewild dat ik dominee zou worden, had Hij me wel een man gemaakt.” En nu ben ik toch – via een wonderlijke route – pastor geworden. Ik sta voor groepen en ga voor in kerken. Mijn rol als gevangenenpastor werkt blijkbaar drempelverlagend, waardoor ik voor mag gaan in veel verschillende kerkgenootschappen. “Binnen de gevangenismuren vallen muren weg”, zei een justitiedominee eens tegen mij. Ik zie dat ook buiten de kerk gebeuren. God is mijn stagebegeleider. Ik heb dit allemaal niet zelf bedacht, maar zie hier Gods leiding in.’

Hoe zie jij je leven over vijf jaar?
‘Geen idee, wij leven erg bij de dag vanuit het principe: elke dag heeft genoeg aan zichzelf. Het leven zit vol verrassingen. We genieten van alle goede momenten. Maar natuurlijk kijken we ook vooruit. Het bestuur van stichting Neemias stelt terecht de vraag: waar denk je dat we over vijf jaar staan? Het belangrijkste is dat we in het hier en nu Gods licht en liefde mogen uitstralen.

Toen we hier nog maar net woonden, zat er overal tl-verlichting in het huis. Als alle lampen brandden, zag je al vanaf een kilometer afstand hoe verlicht dit huis was. Ik vind dat een mooi beeld, ik zie God ook als licht. Mijn droom is misschien wel dat al die monumentale huizen die nog leegstaan in Veenhuizen of waar ook in het land zo’n invulling krijgen als het onze.’

Delen.

Over de auteur

Annemarie van den Berg-Nap is journalist en cultureel antropoloog.

Laat een reactie achter