Het paasverhaal door kinderogen

0

Het ‘mysterie van het lege graf’ zet volwassenen aan tot diepe doordenking, redeneren, analyseren. Kinderogen kijken anders. Maar hoe was dat ook alweer? Ik ging letterlijk door de knieën en liet de 8- en 9-jarige leerlingen uit groep 5 van basisschool De Wissel (Utrecht) zelf het bijzondere verhaal van Pasen vertellen. Ondertussen tekenden zij over Pasen. ‘Maria mocht Jezus niet aanraken, maar ik zou Hem zeker een knuffel en een kus hebben gegeven.’

Marian van der Graaf: ‘Ik heb het idee dat kinderen het paasevangelie heel onbevangen accepteren.’ (beeld Jaco Klamer)

Marian van der Graaf: ‘Ik heb het idee dat kinderen het paasevangelie heel onbevangen accepteren.’ (beeld Jaco Klamer)

‘Eerst ging Jezus dood aan het kruis’, zegt Rosy, ‘Dat was de ergste straf.’ Juf Marian van der Graaf-Weerstand: ‘Ja, dat is waar, de Romeinen hadden die straf bedacht. Het was een heel pijnlijke straf en het duurt best lang, het is echt heel erg. Later hebben ze ook gezegd: dit mag niet meer.’ Rosy: ‘Maar Jezus wilde de ergste straf meemaken voor ons. Daarom deed Hij dat toch?’ Max: ‘Ik vind het wel mooi dat Jezus voor ons is opgestaan en aan het kruis is gegaan. Maar het ging op een best wel nare manier, toen er een speer door zijn lijf werd gestoken.’ Karlijn: ‘Het klinkt misschien een beetje raar, maar eigenlijk moesten wij de straf hebben, want wij doen vaak geen goede dingen, Jezus wel. Maar ja, die straf was vroeger. Dit was allemaal vroeger.’

Engelen hielpen

‘Hij ging wel weer opstaan hoor’, reageert Dirk, ‘Hij was maar drie dagen in het graf. Er kwam een soort van engel uit de hemel en die rolde de steen opzij.’ Tom: ‘Ik denk dat Jezus eerst drie dagen dood was en toen heel voorzichtig zijn benen op de grond deed en ging staan.’

Boaz: ‘Soms kun je verhalen combineren en dan zou je kunnen zeggen dat God tegen Jezus zei: “Sta op.” En dat Jezus toen voorzichtig opstond en een engel Hem hielp om de doeken van Hem af te wikkelen. Want die zaten best strak. De engelen hielpen Hem. Er was ook eentje om de steen opzij te rollen, denk ik.’ ‘Dat kunnen engelen’, vult Jouke aan, ‘want het zijn de engelen van God en die kunnen alles.’ Rosy: ‘Ja, God geeft de kracht.’

Karlijn: ‘Toen Jezus was opgestaan, lagen er doeken in het graf met rood. Ik denk dat dit komt door het bloed van de spijkers in zijn handen en voeten.’ Ander klasgenootje: ‘Maar we hebben er geen foto’s van, alleen tekeningen, dus je weet het niet helemaal.’ Nynke: ‘Hij was een beetje bruin, niet wit zoals wij. En er zat nog bloed aan zijn handen, dat moet gewoon, omdat er spijkers in gezeten hadden.’

Rustige ochtend

‘In de ochtend kwamen er drie vrouwen die heel verdrietig keken’, vertelt Dirk verder. ‘Ze gingen met kruiden naar het graf om een beetje te kijken en toen was Jezus weg.’ ‘Dat was op een zondag’, reageert Jouke, ‘het was een heel rustige ochtend.’ Daniël: ‘Maar toen werd het minder rustig, want ze zagen dat het graf leeg was en schrokken. Maria moest huilen.’

‘Ik denk dat Jezus eerst drie dagen dood was en toen heel voorzichtig zijn benen op de grond deed en ging staan.’ (beeld Jaco Klamer)

‘Ik denk dat Jezus eerst drie dagen dood was en toen heel voorzichtig zijn benen op de grond deed en ging staan.’ (beeld Jaco Klamer)

Simon (‘Ik vind het wel grappig dat ik dezelfde naam heb als een discipel van Jezus’): ‘Ik snap het wel een beetje dat de discipelen niet konden geloven dat Jezus was opgestaan. Want ze hadden nog nooit eerder gezien dat iemand uit de dood opstond. En ze snapten toen ook nog niet wat Jezus had gezegd over dat Hij zou opstaan.’ Lucas: ‘Zij wisten toen niet wat wij nu weten. Wij hebben nu de Bijbel met de verhalen, maar die hadden zij niet. Ik zou Jezus ook eerst echt willen zien en naar zijn handen kijken, voordat ik het zou geloven.’

Zou Simon, net als zijn naamgenoot Simon Petrus, ook weer naar huis zijn gegaan als hij gezien had dat het graf leeg was? ‘Ik denk het wel. Ik denk dat ik ook eerst Jezus zou willen zien.’ Rosy: ‘Ik zou het gelíjk geloven, echt. Omdat Jezus Jezus is, zeg maar. Je kunt Hem geloven en vertrouwen, snap je? Ik kan het eigenlijk niet uitleggen maar dat vind ik gewoon zo.’

Nynke: ‘Maria bleef wel bij het graf en toen zag ze twee engelen in witte jurken. En even later kwam Jezus.’ Boaz: ‘Jezus zag er anders uit toen Hij was opgestaan. Ik denk dat Hij witte kleding droeg met een soort van mooi gekleurde linten. Hij zag er gewoon een beetje uit als een engel, zeg maar.’ Max: ‘Maar ik weet niet of Hij echt heel blij keek, misschien een beetje tussen verdrietig en blij in. Want Hij had wel veel erge dingen meegemaakt.’ ‘Ja’, reageert Nynke daarop, ‘er waren ook altijd nog mensen die Hem slecht vonden, daar was Hij ook verdrietig om, denk ik. Maar Hij heeft anderen juist vergeven en was helemaal niet slecht.’

Knuffel

Toen Maria Jezus herkende, zei Jezus dat zij Hem niet mocht aanraken. Max: ‘Ik zou Hem zeker een kus en een knuffel hebben gegeven omdat ik zo blij zou zijn. Maar dat mocht dus niet.’ Nynke: ‘Ja, ik zou Hem ook geknuffeld hebben hoor, misschien had Hij dat dan toch wel goed gevonden.’

Maartje: ‘Ik vier nu al een paar jaar Pasen en ben wel een beetje gewend aan het verhaal. Aan het erge ervan en aan het blije ervan. Het blije vind ik het mooiste: dat Jezus is opgestaan.’ Mila: ‘Ja, dat vind ik ook het mooiste.’ Waarom? ‘Nou gewoon, omdat mijn slechte dingen dan vergeven zijn.’

‘Ik kan jaloers worden op hun grote geloof’

Marian van der Graaf-Weerstand (29) is de leerkracht van de kinderen uit groep 5 op basisschool De Wissel in Utrecht, een school met de Bijbel als basis. ‘Ik merk dat kinderen “vreemde” verhalen sneller accepteren, dus ook dit verhaal.’

‘Het viel mij op dat tijdens het gesprek over Pasen de kinderen zo vrijmoedig durven te vertellen. Ook met mensen die ze niet zo goed kennen, zoals jij, delen ze heel gemakkelijk hun verhaal. In mijn ogen is dit best privé. Ik praat niet zomaar met iedereen op die manier over mijn geloof en over Pasen. Kinderen doen dat wel. Daarnaast vond ik de vragen die de kinderen stelden mooi en ook de antwoorden die ze gaven. Het laat zien dat ze in de leeftijd komen dat ze erover nadenken.’

Hoe zou jij de manier beschrijven waarop kinderen kijken naar het verhaal van Jezus’ opstanding?
‘Ik heb het idee dat kinderen het verhaal heel onbevangen accepteren. Waar wij veel moeite hebben met het stukje “ik hoef zelf niets voor genade te doen”, lijken kinderen daar veel minder moeite mee te hebben. Ze hebben veel minder vraagtekens bij het verhaal. Dat vind ik best bevrijdend.’

Is het paasverhaal voor alle kinderen in jouw klas simpelweg ‘rond’? Is het voor hen eenvoudig te bevatten en te geloven?
‘Ik merk dat kinderen “vreemde” verhalen sneller accepteren, dus ook dit verhaal. Daarom is het voor hen niet zozeer een mysterie, het is gewoon zo. Ik merk daarin wel verschil qua leeftijd van kinderen. In de bovenbouw worden steeds meer vragen gesteld en wordt het verhaal van Pasen dus wél steeds meer een mysterie.’

En voor jezelf, als leerkracht op een basisschool met een duidelijk christelijk profiel?
‘Pasen vind ik best ingewikkeld. Er zijn zo veel facetten in dit verhaal die niet te bevatten zijn. Ik heb het idee dat hoe ouder ik word, hoe groter het mysterie is. Misschien komt daar ooit een keerpunt in.’

Leer jij ervan hoe leerlingen het paasverhaal interpreteren? Beïnvloedt het jouw eigen kijk op Pasen?
‘Absoluut. Ik vind het heel waardevol om in mijn werk hierover met kinderen te kunnen praten. Ik kan jaloers worden op hun onbevangenheid en grote geloof. Het is voor mij heel bemoedigend om zo met kinderen in gesprek te zijn.’

Delen.

Over de auteur

Esther de Hek is tekstschrijver en hoofdredacteur van OnderWeg.

Laat een reactie achter