Predikant Marco de Best over zijn woestijnervaring

0

Marco de Best (46) gaat niet meer op pad zonder eerst te bidden. Een ernstig auto-ongeluk zette zijn leven op z’n kop, maar maakte ook dat hij zich meer dan ooit door God gezien en geliefd voelt. Zijn prioriteiten verschoven, want waarom nog dingen oppakken die niet duidelijk tot eer van God zijn? Nu hij nog wat langer mag leven, wil hij maar één ding: getuigen van Gods genade en liefde en Hem prijzen bij alles wat hij doet.

In 2017 waren Marco, zijn vrouw en twee kinderen onderweg op vakantie naar Luxemburg. De caravan werd echter in de buurt van Spa gepakt door een valwind, waarna hij begon te slingeren. Marco verloor de controle over het stuur. Ze werden over de vangrail gelanceerd, en sloegen vier keer over de kop. Uiteindelijk kwamen ze op de kop in twee lage bomen terecht.

De hulpdiensten stonden er versteld van dat iedereen nog leefde. Er gebeuren op die plek vaker ongelukken, maar bijna altijd met dodelijke afloop. Door de klappen op zijn hoofd moest Marco ruim anderhalf jaar revalideren. Sinds kort is hij begonnen met re-integreren. De verwachting is dat hij deze zomer weer op volle sterkte aan de slag kan als predikant in zijn gemeente: NGK2 in Zwolle.

Hoe kijk je terug op de afgelopen tijd?
‘Als je zoiets meemaakt, staat alles ineens stil. Het was echt een woestijntijd waar ik in terechtkwam; ik kon bijna niks meer. Ik ging in de Bijbel op zoek naar mensen die ook in een woestijn terecht waren gekomen, en herkende veel in hun ervaringen. Je wordt door elkaar geschud, gekneed, beproefd, en bepaald bij waar het nu echt om gaat. Nu ik eruit ben, kan ik ook zien hoe goed het was om door die woestijn heen te gaan.’

‘Je wordt door elkaar geschud, gekneed, beproefd’

Wat heb je in die woestijnervaring gekregen?
‘Door het ongeluk werd me alles even uit handen geslagen. Het enige wat ik overhield, was God zelf. Hij ging met mij aan het werk. Ik leerde me te verheugen in Hemzelf en niet in mijn omstandigheden. Ik werd bepaald bij wie ik ben: geliefd en kostbaar in zijn ogen, ook al was ik niet meer “nuttig”.

Het heeft ten diepste te maken met overgave: het besef dat God de leiding heeft in alles en ik niets anders kan doen dan me daaraan overgeven. Ik besefte dat mijn leven alleen zin heeft in dienst van Hem, in aanbidding van Hem.

Voor het ongeluk was dat ook wel zo, maar ik werd toch vaak afgeleid. Net als bij ieder mens in deze maatschappij werd er talloze keren op een dag een beroep op me gedaan om wat dan ook op de eerste plaats te zetten in mijn hoofd en hart. Vaak gaat het dan om zaken die in zichzelf heel mooi zijn, door God gemaakt, maar die buitenproportioneel groot worden. Dan kan het gebeuren dat in ons leven de aanbidding ondersneeuwt, omdat we de schepper erachter niet meer zien en prijzen.’

Ben je anders gaan leven?
‘Ja. Mijn focus verschoof helemaal, en nog steeds is dat gaande. Ik ben selectief in wat ik prioriteit geef – ik stop mijn tijd en energie niet meer in zaken waarvan ik niet geloof dat ze bijdragen aan die aanbidding. Heel concreet ben ik veel meer gaan bidden, voordat ik ergens instap of iemand ontmoet. Zoals nu, onze ontmoeting, ook daarvoor heb ik gebeden – dat ze vruchtbaar mag zijn. Zo leg ik alles steeds voor aan God, in gebed.’

Hoe is dit voor de rest van het gezin? Hebben zij een soortgelijke verandering doorgemaakt?
‘Iedereen heeft zijn eigen verhaal, maar allemaal zijn het getuigenissen van Gods zorg en nabijheid. Het is echt bijzonder wat ieder van ons tijdens en in de nasleep van het ongeluk mocht meemaken. Zo kreeg onze toen 17-jarige zoon, die thuis op de kat paste, op het moment van ons ongeluk allemaal plaatjes van ons in z’n hoofd, met het gevoel dat er iets ergs met ons was. Ook kreeg hij de opdracht dat hij voor ons moest bidden. Dus dat heeft hij gedaan, ook al was zoiets volslagen nieuw voor hem.

Marco de Best: ‘Vaak genoeg ben ik alleen stil hoor, luisterend of mee zuchtend. Want voor veel dingen zijn geen woorden.’ (beeld Hans van Sloten)

Marco de Best: ‘Vaak genoeg ben ik alleen stil hoor, luisterend of mee zuchtend. Want voor veel dingen zijn geen woorden.’ (beeld Hans van Sloten)

Toen we dat hoorden, vonden we dat geweldig mooi, maar ook huiveringwekkend. Enerzijds werd het duidelijk dat ons ongeluk God niet ontging, het ging niet buiten Hem om. Anderzijds vindt God het blijkbaar wel nodig dat we Hem om alles vragen. Dat is best schokkend, zeker in deze omstandigheden. Ik vind het ongelofelijk liefdevol en genadig dat Hij onze zoon die opdracht gaf om voor ons te bidden.

Ook mijn vrouw en dochter hebben vlak na het ongeluk dingen gezien die veel indruk hebben gemaakt. Zo vroeg mijn vrouw vlak na het ongeluk aan God, toen we op de vangrail zaten, waar Hij op dat moment was. Toen zag ze dat we omringd waren door engelen, met de Heer aan het hoofd. En dan heb ik het nog niet eens over alles wat we níet te zien krijgen. Die ervaringen gaven ons het vertrouwen dat het goed zou komen, hoe het hele traject na het ongeluk ook mocht lopen.’

Tegenover jullie verhaal staan veel verhalen van mensen die zich in de ellende juist heel alleen hebben gevoeld. Ze vroegen – misschien wel jarenlang – ‘God, waar bent U?’, maar kregen geen antwoord. Je zult hen ook wel tegenkomen, als predikant. Wat zeg je dan?
‘Ik heb niet overal een antwoord op. Wat ik probeer, is naast hen te gaan staan. Als de hemel van koper lijkt, huil ik mee, soms letterlijk. Wat God doet, gaat vaker wel dan niet ons begrip te boven. Ik probeer iemand in de aanwezigheid van God te brengen, juist wanneer iemand het heel moeilijk vindt om dat zelf te doen. Daarom zijn we ook aan elkaar gegeven, zodat iemand anders het kan overnemen als je iets zelf niet meer weet of kunt.

Maar hoe weinig ik ook weet, één ding weet ik wel zeker: God heeft alles opgegeven, voor ons! Daarmee heeft Hij laten zien hoe kostbaar wij zijn voor Hem en hoeveel Hij van ons houdt. Dat kun je inderdaad vaak niet rijmen met alles wat er gebeurt, maar je kunt wel steeds proberen terug te keren naar die basis. Maar vaak genoeg ben ik alleen stil hoor, luisterend of mee zuchtend. Want voor veel dingen zijn geen woorden.’

‘Toen zag mijn vrouw dat we omringd waren door engelen’

Waar leef je voor?
‘Voor de komst van Gods koninkrijk. Daar komt alles in mee: de heling, genezing, de totale vreugde van het vervuld-zijn. Ik zie het als een voorrecht dat ik als predikant “vrijgesteld ben van werkzaamheden”, zoals dat zo mooi wordt geformuleerd, zodat ik in het koninkrijk bezig mag zijn. Daar leef ik voor: om zo veel mogelijk mensen te laten ontdekken dat je tot je bestemming komt bij Hem. Zoals Augustinus al schreef: “Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U.” Mensen voorgaan in die rust, dat is mijn verlangen. Niet alleen in de rust trouwens, maar ook in jeugdigheid, verbazing en verwondering. Hoe God alles heeft gemaakt, is zo mooi en goed. Door alles heen is de tekst “Het is volbracht” mijn houvast: wat er ook gebeurt, we mogen leven vanuit de overwinning van Jezus.’

Wilde je daarom dominee worden, om dat door te geven?
‘Ja. Het begon ermee dat ik als klein jochie werd geplaagd door een enorm zondebesef. Niet echt gezond en heel vreemd; het werd me nergens opgelegd of aangepraat – niet in de kerk, niet door mijn ouders. Ik lag er echt wakker van als kind: er was niemand zondiger dan ik. Ik durfde dan ook niet bij God te komen. Totdat eigenlijk de genade doorbrak. Dat was vrij plotseling, toen ik als 11-jarig jongetje op bed lag en ineens voelde dat God bij mij was en zei: Ik hou van jou. Op dat moment viel er zo’n grote last van me af. Toen kwam ook meteen het verlangen om die liefde en genade te delen met anderen.

Later, tijdens mijn puberteit, raakte dat weer op de achtergrond. Niet omdat ik zo’n heftige puber was, maar omdat ik ook veel andere dingen leuk vond en vind: scheepvaart, handel – ik was de eerste ooit die een 10 haalde op een vreselijk moeilijke kansberekeningstoets. Bovendien verzette ik me ook wel tegen het idee omdat ik wat huiverig was voor de verantwoordelijkheid die met dit werk gepaard gaat.’

Het valt tegenwoordig inderdaad niet mee om predikant te zijn…
‘Dat klopt. Ik vind het idee dat één persoon alles moet kunnen niet in lijn met de Bijbel, eerlijk gezegd. Ik ben dan ook blij met de ontwikkelingen binnen de kerk: de verdeling van taken die er nu plaatsvindt, gebaseerd op ieders talenten. Belangrijk is dat daarbij ook gekeken wordt naar wat een predikant echt ligt, en dat zijn ambt daarop aangepast wordt. Is het meer een profeet, een apostel, evangelist, herder of leraar? Gelukkig gebeurt dit steeds meer, want daar is veel winst te behalen. Dat de invulling van het predikantsambt van vroeger verdwijnt, is helemaal niet erg.’

Door het ongeluk werd je flink bepaald bij je eigen kwetsbaarheid. Er zullen meer momenten geweest dat dit gebeurde of gebeurt. Worstel je dan ook met God?
‘Ik ben nooit boos geweest op God. Maar soms snap ik echt niet waarom de dingen moeten lopen zoals ze lopen. Ook mijn geduld wordt soms flink op de proef gesteld. Maar juist te midden van die kwetsbaarheid zie ik het als mijn taak om Hem te volgen, om te gehoorzamen. Ik heb daarin geleerd te vertrouwen op zijn timing, want die is echt wel goed, Hij weet heus wel wat Hij doet. En als ik dan moet wachten, voor mijn gevoel misschien nutteloos, dan wacht ik maar gewoon. Natuurlijk gaat dat vertrouwen niet vanzelf, ik moet mezelf daarin regelmatig stevig toespreken. Iemand zei een keer tegen me: wil je een TomTom die je de weg wijst, of wil je dat God zelf met je meegaat? Dan kies ik zonder twijfel voor het laatste. Zonder zijn nabijheid kan ik niet leven.’

Dit artikel staat in de laatstverschenen editie van magazine OnderWegOnderWeg richt zich op christenen die God en kerk liefhebben en midden in het leven staan. Lees OnderWeg 3 maanden (6 nummers) gratis. Je kunt kiezen tussen een digitaal abonnement (via onze nieuwe app) of een papieren abonnement.

Delen.

Over de auteur

Elze Sietzema-Riemer (GKv) is journalist en godsdienstwetenschapper. Zie www.elzeriemer.com.

Laat een reactie achter