‘Ik weet nu wat wanhoop is’

0

Voor hoop moet je op dit moment niet bij Jurjen van Houwelingen (35) zijn. Door ernstig hersenletsel raakte de succesvolle ondernemer en spreker vorig jaar zijn zicht nagenoeg kwijt. Tien maanden later is hij goudeerlijk over de verdwenen hoop in zijn leven. ‘Ik heb God gevraagd en gesmeekt om genezing én om dood te gaan – twee uitersten.’

Jurjen van Houwelingen. (still vanuit filmproductie Sjaak de Lijster)

Jurjen van Houwelingen. (still vanuit filmproductie Sjaak de Lijster)

‘Ik word iedere dag met een treurig gevoel wakker. Weer een dag, denk ik dan, hoe ga ik die doorkomen? Zoals ik het leven leefde vóór 5 december 2017, zo kan ik het nu niet meer leven. Dat is voor mij zo’n bittere pil dat ik daar somber van ben geworden. Waarschijnlijk krijg ik daarom binnenkort medicatie, antidepressiva, want het huidige leven is voor mij echt te zwaar.

Mijn leven ligt in puin, is verwoest. Zo ervaar ik dat – ik kan het niet mooier maken. Ik heb gewoon niks meer van wat ik had. Natuurlijk weet ik dat dit niet waar is, want ik heb nog mijn vrouw en drie kinderen die van me houden. Maar ik hechtte erg aan het leven dat ik leidde. Het gaf een bepaalde betekenis aan mijn bestaan. Bijna alles moet ik nu helemaal opnieuw opbouwen – als dat al lukt, want dat is zeer de vraag.

Ik ben van het ene op het andere moment uit het leven geslagen, zo voelt het. De dag voordat ik ‘s nachts halsoverkop in het ziekenhuis werd opgenomen, werkte ik nog. Ik voelde me al wel een paar weken helemaal niet goed, maar de huisarts verwees me niet door. Nu weet ik simpelweg een heleboel dingen niet meer uit zowel mijn werkende als privéleven.

Ik krijg nog steeds weleens berichtjes van mensen van wie ik niet weet wie ze zijn. Van mijn trouwdag weet ik dat het heel warm was. Gekke feitjes herinner ik me nog: dat een nicht van mij zei dat dit “de meest christelijke trouwerij was die ze ooit had meegemaakt”.’

Weg

‘Op 5 december, ’s nachts, hoorde mijn vrouw mij ineens gek snurken. Ze is huisarts en wist gelijk dat dit niet goed was, dus belde ze 112. “Hij is aan het inklemmen”, riep ze, wat betekent dat je hersenen ergens door in de verdrukking zitten. In het ziekenhuis werd ik geopereerd. Er werd een cyste uit mijn hersenen gehaald, die vrij makkelijk te verwijderen was. Maar de schade was al aangericht: de hippocampus is beschadigd, waardoor mijn oriëntatievermogen, kortetermijngeheugen en zicht ernstig zijn aangetast. Toen ik bijkwam uit de narcose, zag ik eigenlijk niets meer. Ik was compleet gedesoriënteerd. Ik wist bijvoorbeeld niet wie Steef was en dat ik kinderen had. Dat was allemaal weg.

‘Ik wist niet wie Stefanie was en dat ik kinderen had’

Nu, tien maanden later, is er sprake van een beetje herstel, maar bij lange na niet wat je zou hopen. Artsen zeggen dat het meeste herstel in de eerste maanden gebeurt, daarna vlakt het steeds verder af. Werken zit er niet in. Ik zie heel slecht. Ik kan me zelfstandig door het huis verplaatsen, koffie maken, een broodje smeren, douchen en aankleden. Maar daar is het wel mee gezegd. In álles ben ik afhankelijk van anderen, en ik was de onafhankelijkheid zelve. Dat maakt het ook zo moeilijk voor mij.’

Bitter

‘Ik heb heel erg gehoopt op genezing, er ook in geloofd. God gaat bij mij wel een wonder doen, dacht ik, dan heeft wat gebeurd is tenminste zin. Ik heb God ook beloofd dat ik voorganger zou worden als ik genezen werd. Dan zou ik zo’n wonder hebben meegemaakt dat ik niets anders meer zou willen dan dit uitdragen en over God spreken.

Ik ben twee keer bij Jan Zijlstra geweest en heb door Jan en alleman voor me laten bidden. Je doet dat natuurlijk in de hoop dat er iets gebeurt. Vraag het en u zult ontvangen, staat in de Bijbel. In dat geloof liet ik ook bij Zijlstra voor me bidden. Dat zou toch de christelijke realiteit moeten zijn, dacht ik. En dan gebeurt er niets en ben je teleurgesteld. Eigenlijk viel het gewoon bitter tegen dat er niets gebeurde.

‘Ik ben twee keer bij Jan Zijlstra geweest
en heb door Jan en alleman voor me laten bidden’

Dat vaste geloof in een godswonder ben ik inmiddels kwijt, evenals het geloof in veel herstel. Als je het over hoop hebt, is die ver te zoeken, eigenlijk nagenoeg afwezig. Maar goed, de situatie heeft mij somber gemaakt, dat heeft invloed op alles. Het was voor Stefanie en mij een soort bevrijding om vorige week te horen dat er waarschijnlijk sprake is van een depressie en dat er door medicatie misschien weer wat meer controle kan komen.’

Illusie

‘Ik preekte regelmatig en presenteerde ook een keer de EO Jongerendag. Ik was vol van God, kun je zeggen. Afgelopen maanden heb ik nog weleens een preek van mezelf teruggeluisterd, ook eentje waarin ik vertelde dat in het lijden iets van God verborgen zit, als een groot geheim. Nu ik het lijden aan den lijve ondervind, vind ik het een heel ander verhaal. Ik zou op dit moment eerlijk gezegd niet weten wat ik moet zeggen over God, laat staan in een preek. Ik dacht dat ik het allemaal behoorlijk op een rijtje had, maar dat blijkt totaal niet zo te zijn. Ik ervaarde best wel veel van God, terwijl ik nu denk: was die ervaring slechts een illusie?

Ik weet nu wat wanhoop is. Ik heb God gevraagd en gesmeekt om genezing én om dood te gaan – twee uitersten. Het is voor mijn gevoel één van de twee: of genezen of dood. Op dit moment zit daar niet veel tussen.’

Delen.

Over de auteur

Esther de Hek is tekstschrijver en hoofdredacteur van OnderWeg.

Laat een reactie achter