Staat er wat er staat?

0

Bijbellezen is moeilijker dan u denkt. Dat is het eerste wat mijn studenten aan de Bijbelschool in Pietermaritzburg van mij horen. Veel trouwe Bijbellezers willen daar niet aan. Gods Woord is toch duidelijk? Het zijn de theologen die problemen rond de Bijbel maken met hun Schriftkritiek. Ze vallen de duidelijkheid van de Bijbel aan en zo wordt ons geloof in het hart geraakt. Toch, de Bijbel is moeilijk en duidelijk tegelijk. Maar deze duidelijkheid is vrucht van een levenslang leesproces, waarbij de heilige Geest ons leidt. Hoe doet Hij dat?

Bijbelleraren

Neem als voorbeeld de echtscheiding: de Heer, de God van Israël, haat echtscheiding (Maleachi 2:16). En Jezus valt zijn Vader bij: wat God verbonden heeft, mag een mens niet scheiden (Matteűs 19:6). En niet hertrouwen na scheiding! ‘Er staat toch wat er staat?’ zeggen wij dan.

Het gaat nu alleen om de vraag of God echt élke echtscheiding ‘haat’. Nee, dat staat er niet in Maleachi 2. Om te begrijpen wat er wel staat, hebben we meer achtergrondkennis nodig, die we niet vanzelfsprekend in huis hebben. Inderdaad, we hebben Bijbelgeleerdheid nodig. Paulus roept niet voor niets retorisch uit: zijn jullie allemaal leraars? (1 Korintiërs 12:29). Nee dus! Hij noemt leraars een gave van de heilige Geest aan de gemeente (Efeziërs 4:11). Duidelijkheid op dit punt ontvangen we van de Geest in de gemeente door het werk van Bijbelleraren.

Voor Bijbelgeleerdheid moet gewoon
keihard gestudeerd worden

De Geest bereidt leraren voor op hun werk. De kennis die nodig is om de Bijbel in de gemeente uit te leggen, komt niet uit de lucht vallen, maar wordt verkregen door gedegen studie, waaraan in ons midden terecht kwaliteitseisen worden gesteld. In Afrika mag iedereen preken die maar de Geest lijkt ontvangen te hebben. Preekvoorbereiding is nauwelijks nodig, want de Geest zal spreken. Deze doodgevaarlijke dichotomie tussen Geest en natuur – theologie, Bijbelgeleerdheid – doet de kerk ondergaan in dwaalleer, iets waartegen Paulus in stevige woorden uitpakt.

Bijbelgeleerdheid is een gave van de Geest aan de gemeente, waarvoor gewoon keihard gestudeerd moet worden. Door grote ijver in de Woordbediening bouwt de Bijbelleraar de Bijbelkennis van de gemeente op en geeft hij of zij dieper inzicht in het Woord van God, zodat het duidelijk wordt wat er staat, het geloof wordt verdiept en het geestelijke leven wordt verrijkt. De gemeente ziet toe op hoe deze gave van de Geest wordt gebruikt.

Dit boeiende blog krijg je cadeau van ons. Probeer magazine OnderWeg 3 maanden gratis. Meld je aan voor een Proefabonnement (Digitaal of Papier Plus).

Echtscheiding

Terug nu naar Maleachi’s harde confrontatie met de Joodse mannen die van hun vrouwen scheiden na de ballingschap. Wat was er aan de hand? Waarom gingen jonge mannen met ongelovige vrouwen trouwen (Maleachi 2:10-12)? En waarom gingen al lang getrouwde mannen van hun vrouw scheiden om ook zo’n huwelijk aan te gaan (Maleachi 2:14)?

Het ongeloof van deze niet-Joodse vrouwen is het breekpunt, niet hun etnische afkomst. Dat blijkt wel uit de opmerkelijke uitdrukking dat God zulke mannen uit ‘de tenten van Jakob’ zou uitroeien. In Genesis 31:32-34 lezen we hoe Laban in de tent van Jakob bij Rachel afgodsbeelden vond, die zij stiekem van thuis had meegenomen. Rachel diende een vreemde god en staat zo voor Maleachi symbool voor de vrouwen waarmee de Joodse mannen trouwden.

Maleachi legt geen eeuwen omspannend
moreel verbod op

Er is alle reden om aan te nemen dat de mannen in kwestie bestaanszekerheid zochten door te trouwen in gevestigde families die de ballingschap niet hadden meegemaakt of zelfs tot de Samaritanen behoorden. De Joodse gemeenschap was straatarm, onderdrukt en ten einde raad. Vertrouwen in God was tot beneden het vriespunt gedaald. De mannen volgden het voorbeeld van hun zonen: ze gingen een gemengd huwelijk aan; ze konden zich financieel geen polygaam huwelijk veroorloven. Ze scheidden van hun vrouw (Deuteronomium 24:1-4), die in een patriarchale cultuur geen stem in het geding had, terwijl de procedure behalve onrechtmatig ook nog eens gewelddadig was (2:16).

Mannen mochten hierom niet scheiden. Het was je reinste misbruik van vrouwen, die op geen enkele manier behandeld werden als medemensen, die deel hadden aan het ene verbond van God met Israël. In de NGB-vertaling 1951 wordt de vrouw ‘de gezellin’ van haar man genoemd (Genesis 1:26-28; 2:18-24), wat eerder op gelijkwaardigheid dan op onderworpenheid wijst. Als man ga je niet met je vrouw om zoals je uitkomt: een vervangbaar wegwerpding.

In Deuteronomium 24:1-4 gaat het ook niet over echtscheiding op zich, maar over de bescherming van vrouwen tegen mannen die echtscheiding misbruiken voor hun eigen motieven. God, die getuige was bij het huwelijk van twee van zijn kinderen, komt op voor het recht van de zwakke.

Maleachi doet geen algemeen geldende uitspraak over echtscheiding en legt geen de eeuwen omspannend moreel verbod op. Het historisch en cultureel verband waarin Maleachi’s uitspraken staan, is de sleutel tot verstaan. Er staat wel wat er staat, maar verstaan we ook wat we lezen (Handelingen 8:30)?

Dit blog krijg je cadeau van ons. Probeer magazine OnderWeg 3 maanden gratis. Meld je aan voor een Proefabonnement (Digitaal of Papier Plus).

Delen.

Over de auteur

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Laat een reactie achter