Kan God zingen?

0

Francis Schaeffer schreef ooit het boek He is there and he is not silent (Hij is er en zwijgt niet). Inderdaad, we geloven niet in een zwijgende God. De levende spreekt! Maar als Hij spreekt, kan Hij dan ook zingen?

Godsbeeld

Laatst las ik bij de profeet Sefanja: ‘In zijn vreugde zal Hij over je jubelen’ (3:17). Jubelend zingen, daarbij denk ik aan het ‘Hallelujah’ van Händel. Muziekliefhebbers zullen makkelijk met andere voorbeelden kunnen komen van hoe jubelend zingen klinkt.

Als God een mond heeft waarmee Hij spreekt, kan Hij er ook mee zingen. In de hemel wordt er gezongen, lezen we in Openbaring. Engelenkoren genoeg! Mogen we ons niet voorstellen dat God soms met de engelen meezingt, als daar reden voor is? Als één zondaar zich bekeert, is er feest in de hemel. Zou God daarin delen zonder zich te laten horen?

Ja, ik geloof in een God die zingt. Dat is geen gangbaar beeld van God. Het meest controversiële beeld van God binnen en buiten de kerk is die van de God die toornt. Om dat eenzijdige beeld te corrigeren, wordt vandaag sterk het beeld van de God die liefde is omarmd (Johannes 3:16). We moeten echter niet kiezen tussen deze beelden. Alle drie zijn ze heel wezenlijk voor ons geloof in God.

De God die toornt

In Sefanja 1-2 verschijnt de God die toornt. De situatie was er dan ook naar. In 722 vC was het Tienstammenrijk door Assyrië in ballingschap afgevoerd; vluchtelingen hadden hun toevlucht gevonden in een nieuwe wijk in Jeruzalem (1:10). Veel leerde het Tweestammenrijk er niet van. In de tijd van Sefanja, rond 630 vC, was er weinig om over te zingen, het was om te huilen. De Assyrische cultuur en religie beïnvloedden sterk de Judeese samenleving (1:4-5, 8-9). Financieel-economische corruptie vierde hoogtij in Jeruzalem (de geldwegers in 1:11). De nog minderjarige koning Josia liep aan de leiband van onbetrouwbare adviseurs. De geestelijke leiding lag in handen van onverschillige priesters en gewetenloze profeten (3:3-5). Sefanja confronteerde het volk met de God die toornt en wiens oordeel binnenkort over hen zou losbarsten (1:2-6; 3:1-5).

Sefanja tekent Gods oordeel in beklemmende kleuren (1:14-16). De dag van de Heer is nabij, een datum wordt niet genoemd. Ik zal de mensen angst aanjagen, spreekt de Heer. Is dat nu niet precies het beeld van God waartegen vandaag zo sterk geprotesteerd wordt: de angstaanjagende God?

De God die liefde is

Maar is het beeld van de God die toornt angstaanjagend bedoeld? Een paar dingen kunnen we hierover van Sefanja leren.

Zijn oordeelsprediking schept ruimte voor berouw en bekering. In dat geval stelt God het oordeel uit, zoals ook blijkt in Sefanja’s tijd. Koning Josia, intussen volwassen geworden, begint in 622 vC aan een landwijde reformatie om het volksleven in overeenstemming te brengen met de wet van Mozes. Het oordeel, te voltrekken door de hand van Assyrië, komt er daarom niet. In 612 vC wordt Assur zelf door Babylon van de kaart geveegd (Nahum 1-3). De aankondiging van Gods oordeel had zijn doel bereikt: bekering! Uitvoering ervan was onnodig geworden. Toen later de reformatie toch niet doorzette en Juda terugviel in zonde, werd alsnog het oordeel voltrokken (586 vC). Van uitstel kwam geen afstel.

Sefanja’s oordeelsprediking had van meet af aan een pastorale intentie, vrucht van Gods liefde voor zijn volk. De nederigen in het land werden erdoor aangesproken. Ze zochten God (Sefanja 2:3), ook al stond de samenleving en de wereld rondom (2:4-15) in brand (3:1-5). De dag van de Heer zou aan hen niet voorbijgaan, maar tegelijk zou die dag voor hen een nieuw begin betekenen (3:9-13). Zelfs, ja juist de volken mochten daarin delen (3:9-11): samen met de gelovige rest, overgoten met roem en eer, zouden vertegenwoordigers van de volken God aanbidden in de tempel.

Van deze oordeelsprediking leren we dat de God die toornt dezelfde is als de God die liefde is. Het gaat om praktisch pastoraat in de situatie, waarbij zijn toorn instrument is van zijn liefde. Geen lievige liefde, dat niet. Heilige liefde, dat wel, die zijn toorn niet uit- maar insluit.

De God die zingt

De vraag komt op of God ooit jubelend zijn vreugde over de teruggekeerde ballingen in het herbouwde Jeruzalem uitgezongen heeft. Kwamen volken naar Jeruzalem om samen met Gods volk Hem in de tempel te aanbidden? Kort een opmerking hierover.

Profeten zoals Maleachi laten zien dat er na de ballingschap bitter weinig ten goede veranderd was. Zijn oordeelsprediking (Maleachi 3:19) vond alleen gehoor bij mensen die ontzag voor de Heer hadden (3:16). Ook hij waarschuwde dat de dag van het oordeel nabij was: uit de brandende oven van Gods oordeel wordt alleen deze rest gered om te leven onder een stralende zon die gerechtigheid en genezing brengt (Maleachi 3:16, 20).

Maar het oordeel verschuift bij Maleachi naar de toekomst (3:1, 23-24), die in Jezus Christus zal aanbreken. Zweeg God in de hemel toen in de kerstnacht engelen op aarde zongen?

God zingt al in de hemel. Maar eens zal dat ook op aarde te horen zijn. Ja, ik geloof in een God die zingt!

Delen.

Over de auteur

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Laat een reactie achter