Gezelligheid met Kerst

0

Sinterklaas is achter de rug, Kerst staat om de hoek. We zitten weer in de decembermaand met zijn gezelligheid, dat onvertaalbare Nederlandse woord dat zo treffend de sfeer aangeeft waaraan wij gehecht zijn in deze maand, met zijn vroege avonden en koude nachten. De versierde kerstboom thuis, buiten op een plein of ook in de kerk roept bij de meesten van ons toch een feestelijke stemming op.

Ik ben de kerstliederen, die wekenlang in de winkelcentra bij ons in Zuid-Afrika te horen zijn, wel zat. Dat zal in Nederland niet veel anders zijn. ‘Stille nacht, heilige nacht, Davidszoon, lang verwacht, die miljoenen zaligen zal.’ De meeste mensen die de wijs horen, kennen de tekst niet of begrijpen de woorden niet. Maar het hoort erbij, bij de kerstsfeer.

Naastenliefde

‘Vrede op aarde’ drijft rond de Kerst wrok en wraak uit. Het Bijbelse woord om je naaste lief te hebben als jezelf lijkt juist nu op zijn plaats. We zijn toch mensen die merendeels het goede willen? Iemand schreef onlangs dat de meeste mensen deugen. Ik blijf hopen dat hij meer gelijk heeft dan ik denk. Juist met Kerst zou dat moeten blijken.

Dat Bijbelwoord over naastenliefde ontleen ik aan Leviticus 19:18. Met een naaste wordt hier een geboren Israëliet bedoeld. Liefde is in Leviticus 19 zorg dragen voor elkaar, naar elkaar omzien als volksgenoten. Dat wordt heel concreet uitgewerkt. Bijvoorbeeld: betaal je personeel een goed loon, zorg goed voor hen die zorg nodig hebben en houd de rechtsspraak onpartijdig.

Je naaste liefhebben zoals je jezelf liefhebt kan ook weergegeven worden met: je naaste liefhebben die is zoals jijzelf. Naasten zijn mensen zoals jij, door God geschapen naar zijn beeld. Het is deze God, de Schepper, die ons opdraagt om hen lief te hebben. Ik ben de Heer, jullie God, herhaalt Leviticus 19 regelmatig. Hij is de heilige, die wil dat we heilig leven. Laten we daarom in december onze naasten laten delen in onze gezelligheid.

Wie is onze naaste?

Het is opmerkelijk dat we in Leviticus 19:33-34 hetzelfde lezen als in vers 18, alleen zijn de naasten nu de vreemdelingen die zich permanent onder Israël gevestigd hadden. Het Hebreeuwse woord voor vreemdeling hier verwijst naar asielzoekers die hun thuisland moesten ontvluchten wegens droogte en hongersnood, oorlog en geweld. In Israël vonden ze een veilig heenkomen. Het waren mensen zoals de asielzoekers in onze azc’s of de migranten die soms al twee, drie generaties onder ons hun bestaan hebben opgebouwd.

Ja, ze zijn anderskleurig, volgen andere culturele patronen, net zoals in Israël. Neem de man van Batseba, Uria, die nog altijd de Hethiet werd genoemd, ook al had hij de kleindochter van Davids topadviseur, Achitofel, getrouwd. Zoals Aboutaleb als ‘de eerste Marokkaanse burgemeester van Rotterdam’ de geschiedenis zal ingaan. Maar ze horen erbij, bij Israël of Nederland, en hebben dezelfde rechten en plichten als ieder ander. Dit laat onverlet dat de overheid behalve een barmhartig ook een verstandig vluchtelingenbeleid moet uitvoeren.

In Leviticus 19:33 zegt de heilige God: behandel migranten als geboren Israëlieten. Het zijn mensen zoals jullie zelf; ze hebben van Godswege recht op naastenliefde. Naasten zijn niet alleen etnische Nederlanders, maar ook de migranten die onlangs of vroeger in ons land zijn aangekomen. Ze hebben recht op de liefde die wij onszelf gunnen, heel concreet (19:10): laat wat van de oogst op het land liggen, dan heeft de migrant zoals wij die dag wat te eten. Bed en brood: met minder kunnen wij niet toe.

De geboorte van de Davidszoon bepaalt ons bij Gods liefde voor álle mensen. Hij is aller schepselen Heer.

Allemaal migranten

Waarom moest Israël naar de migranten onder hen omzien? Vers 34 verwijst naar Egypte, waar de Israeliëten zelf als migranten geleefd hadden. Ze konden weten wat het is om vreemdeling te zijn in het land van een ander volk. Zolang de farao zich Jozef herinnerde, werden de Israeliëten als migranten goed behandeld. Daarna werden ze als slaven mishandeld.

Hoe behandelen wij de migranten onder ons? Mishandeling kent velerlei vormen, van fysiek tot psychologisch. De bureaucratische afhandeling van een asielaanvraag kan soms veel weghebben van mishandeling. Werk zoeken als een Nederlander met een migrantenachtergrond is soms een martelgang. Mensenhandelaren verdienen goed aan kwetsbare migranten, vrouwen en kinderen het eerst.

Als christenen beseffen we: we zijn allemaal vreemdelingen op aarde, zelfs in eigen land (Hebreeën 11:13). Deze relativering van ons ‘eigenvolksgevoel’ zou ons solidair moeten maken met migranten, zodat we hen behandelen als geboren Nederlanders. Velen van hen zijn dat intussen al.

Niet omdat we eigenlijk best wel deugen laten we migranten delen in onze kerstgezelligheid. Nee, we doen het omdat ‘Davidszoon, lang verwacht’ tegen ons zegt: ‘Heb uw naaste lief als u zelf’ (Matteüs 22:39).

Delen.

Over de auteur

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Laat een reactie achter