Vroegchristelijke profetie en hermeneutiek

Rob van Houwelingen | 18 januari 2020
  • Opinie

Heel soms gebeurt het. Iemand spreekt over jou een woord van de Heer uit. En jij moet zelf maar beoordelen of dit een profetie uit de hemel voor jou zou kunnen zijn. Vreemd, vindt Rob van Houwelingen. Een gave van de Geest kan per definitie niet verkeerd uitpakken. Wat wordt dan bedoeld met ‘het onderscheiden van geesten’ in 1 Korintiërs 12:10 en 14:29?

In de gemeente van Korinte waren allerlei gaven van de Geest aanwezig. De apostel Paulus somt enkele gaven op in 1 Korintiërs 12:10 en dat doet hij paarsgewijs. Bijvoorbeeld ‘spreken in [vreemde] talen’ en ‘uitleggen van [vreemde] talen’. Die twee hebben met elkaar te maken. Het ligt voor de hand dat dit ook het geval is met het paar ‘profetie’ en ‘het onderscheiden van geesten’, opgevat als ‘beoordelen’. Zo wordt althans het Griekse werkwoord dat hier staat, diakrinein, in 1 Korintiërs 14:29 weergegeven door de Nieuwe Bijbelvertaling: ‘Laat van hen die profeteren er telkens twee of drie spreken; daarna moeten anderen het beoordelen.’ Deze vertaling spreekt in 1 Korintiërs 12:10 over ‘onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is’.

Onderscheidingsvermogen

Paulus zou hier dan doelen op het bepalen of een profetie waar is of vals, vaststellen of die echt van de heilige Geest komt of niet (vergelijk 1 Johannes 4:1-3, waar echter het Griekse werkwoord dokimazein wordt gebruikt: ‘keuren’). Toch stuit deze benadering op problemen. Profetie is in 1 Korintiërs 12-14 zonder meer van de heilige Geest afkomstig. Onder gaven van de Geest kunnen immers moeilijk valse profetieën gerekend worden. Bovendien wordt meestal pas na verloop van tijd duidelijk of een profetie al dan niet in vervulling is gegaan, terwijl in de gemeente van Korinte meteen na de profetische uitspraak een soort bespreking volgde.

Het meervoud pneumata (‘geesten’) betekent in 1 Korintiërs 12:10 en 14:12: uitingen van de Geest, namelijk in de vorm van door de Geest ingegeven profetieën. Dan heeft de gave van het onderscheidingsvermogen betrekking op het duiden van zulke geestesuitingen, dus op het interpreteren van profetieën. Inderdaad werd deze terminologie (diakrisis of het verwante werkwoord diakrinein, vergelijk 1 Korintiërs 11:29) wel gebruikt voor het oplossen van raadsels en het verklaren van dromen of orakels. Bijvoorbeeld door Paulus’ tijdgenoot Philo van Alexandrië in zijn verhandeling over Jozef, de droomuitlegger.

Onder gaven van de Geest kunnen moeilijk
valse profetieën gerekend worden

Profetie is een boodschap uit de hemel die op aarde uitleg behoeft, net zoals het boek Jesaja eerder gesproken profetische woorden actualiseert en herbevestigt in een nieuwe situatie. En schriftelijke profetieën uit het Oude Testament worden door de evangelisten en de apostelen in het Nieuwe Testament toegepast op de veranderde omstandigheden.“Profetie komt als gave van de Geest en staat in dienst van de geloofsgemeenschap’, schrijft Jaap Dekker in zijn bijdrage over Schriftgeleerde profetie (OnderWeg 4.1, vergelijk het themanummer 5.13).

Profeteren in de vroegchristelijke samenkomst hield in dat iemand onder invloed van de heilige Geest een directe boodschap van God bekendmaakte. Uit 1 Korintiërs 14 valt af te leiden dat zulke profetische boodschappen in gewone taal waren geformuleerd en dus voor iedereen verstaanbaar waren. Toch was zo’n bericht uit de hemel vaak meerduidig en kon op verschillende manieren worden verstaan. Daarom moest een profetie uitgelegd worden. Weliswaar had iedereen in de gemeente de boodschap tot op zekere hoogte begrepen, maar dan volgde de vraag: ‘Wat betekent dit bericht voor ons, wat staat ons te doen?’

Agabus en Paulus

Een illustratie hiervan biedt Handelingen 21, waar wordt verteld dat een zekere profeet, Agabus, in Caesarea een profetie uitspreekt over Paulus. Agabus bindt zichzelf met Paulus’ gordel vast om aanschouwelijk te maken dat de apostel in Jeruzalem gevangengenomen zal worden door de Joden en uitgeleverd aan de Romeinen. ‘Dit zegt de heilige Geest’ (vers 10-11). Aan de betrouwbaarheid van deze profetie twijfelt niemand. De vraag is alleen: hoe gaan we hiermee om?

Agabus geeft zelf geen uitleg, maar laat de duiding van zijn woorden aan anderen over. De christenen uit Caesarea vatten deze profetie op als een ernstige waarschuwing. Volgens hen moet Paulus niet naar Jeruzalem reizen (vers 12). Hetzelfde had men in Tyrus al gezegd ‘door de Geest’ (vers 4). Toch is diezelfde profetie voor Paulus een bevestiging van zijn plan om Jeruzalem juist wel te bezoeken. Hoewel een emotioneel beroep op hem wordt gedaan, laat de apostel zich niet overreden, want hij beseft dat hij geroepen kan zijn in Jeruzalem te lijden en zelfs te sterven omwille van Christus. ‘Ik ben niet alleen bereid me in Jeruzalem gevangen te laten nemen, maar ook om er te sterven omwille van de naam van de Heer Jezus’. Hierbij leggen de anderen zich neer, met de woorden: ‘Laat gebeuren wat de Heer wil.’ (vers 13-14).

Dat Paulus in de heilige stad zou sterven, liet de Heer trouwens niet gebeuren. De apostel is niet gestorven in Jeruzalem maar in Rome, waar hij eerst nog ruimschoots de gelegenheid had gekregen Gods koninkrijk te verkondigen.

Profetie is een boodschap uit de hemel,
die op aarde uitleg behoeft

H.W. Hollander omschrijft ‘het onderscheiden van geesten’ als ‘het vermogen van bepaalde christenen om, geleid door de heilige Geest, profetische uitspraken en voorspellingen van medechristenen te interpreteren en toe te passen op de situatie waarin men zich bevond. Daarbij was er zeker niet altijd sprake van één uitleg, die vervolgens door iedereen aanvaard werd, maar werden er diverse mogelijke interpretaties aangedragen.’ Hij vertaalt 1 Korintiërs 12:10 en 14:29 als volgt:

…aan weer een ander [wordt door de Geest gegeven] het profeteren, aan weer een ander het duiden van geestesuitingen…

Laten van hen die profeteren er steeds twee of drie spreken en laten anderen het duiden.

De spannende vraag is vervolgens hoe men eenstemmigheid bereikte. Zelfs met Paulus erbij was lastig te beslissen welke betekenis Agabus’ profetie had. En niet alle Korintiërs waren begaafd in het duiden van profetische uitspraken. Duiding is een kwestie van zorgvuldig luisteren naar wat de Geest tot de gemeente(n) zegt, inschatten van de actuele situatie, overleg in de geloofsgemeenschap, overredingskracht en niet te vergeten de eigen gewetensvolle overtuiging (Romeinen 14:5b). Dit alles behoort tot de kunst van het vertolken en wordt tegenwoordig hermeneutisch besef genoemd. Het Nieuwe Testament laat dus zien dat het duiden van de Bijbelse boodschap net zo goed een gave van de Geest is als het profeteren.

Bronnen

H.W. Hollander, 1 Korintiërs III. Een praktische bijbelverklaring (Tekst & Toelichting; Kampen: Kok, 2007), 14-15.

M.J. de Jong, “Wijze woorden van Paulus. Beschouwing bij 1 Korintiërs 12”, Met Andere Woorden 32.3 (2013): 3-15.

Over de auteur
Rob van Houwelingen

Rob van Houwelingen is emeritus hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit in Kampen.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief