‘Als God je vrijmaakt, dan ben je ook echt vrij’

0

Het lijkt in de kerk soms minder te gaan over schuld en vergeving dan vroeger. Hanneke Schaap is er niet gerust op. ‘Het kwaad werkt diep door in ons leven en dat van onze naasten. Die kant van onszelf moeten we blijven benoemen.’ Hanneke Schaap is hoogleraar klinische godsdienstpsychologie aan de VU en werkt als rector van het Kennisinstituut christelijke ggz voor Eleos en de Hoop.

(beeld Jaco Klamer)

(beeld Jaco Klamer)

De schuldvraag is nog niet verdwenen uit onze samenleving. Dat blijkt wel uit de excuses die premier Rutte onlangs aanbood aan de Joodse gemeenschap voor de rol van de regering in de Tweede Wereldoorlog. ‘We vinden onszelf wel fijne blanke mensen,’ reageert Hanneke Schaap, ‘maar intussen is er in de loop van de geschiedenis veel misgegaan. Het is goed dat deze excuses gemaakt zijn. Als je zoiets erkent, ontstaat er ruimte om elkaar weer recht in de ogen te kijken. Het is een basale behoefte van mensen om gezien en erkend te worden in de pijn die hen is aangedaan. Tegelijk vraagt het om kritische zelfreflectie: in welke situaties van vandaag kijken wij weg? Excuses maken is pas geloofwaardig als je er ook conclusies uit trekt. Laten we er niet te triomfalistisch mee omgaan.’

Ik proef enige reserve in je woorden.
‘Een rabbijn schreef naar aanleiding van de excuses van Rutte een brief naar de krant. Hij vertelde dat in het Anne Frankhuis een brief ligt van de directrice van een Joodse meisjesschool. Ze gaf de namen door aan de bezetter en opende de brief met: “Het is mij een eer u door te geven…” Te pijnlijk voor woorden. Dit voorbeeld laat zien hoe diep deze administratieve verplichting heeft doorgewerkt. Mijn eigen schuld naar God toe is net zo dramatisch. Als je bedenkt hoe Hij is, hoe Hij het allemaal bedoeld heeft en wat wij ervan maken… Dan ga ik ook voor mijn eigen hachje.’

In veel kerken lijkt de schuldvraag tegenwoordig minder centraal te staan dan voorheen in de preek en liturgie. Herken je dat beeld?
‘Vroeger gingen veel preken over schuld en vergeving, over het leven voor het aangezicht van God. Ik vind het wezenlijk dat we het daarover blijven hebben, dat we onze schuld blijven belijden, persoonlijk en collectief. Dat doet namelijk iets met mensen. Psychologisch gezien hebben we het dan over ons tekort. Soms wordt schaamte sterker gevoeld dan schuld. Ben ik dat? Doe ik dat? Je bent niet zo volmaakt als prettig is. Psychologen spreken wel over de narcistische epidemie, waarbij we willen shinen, de buitenkant oppoetsen, met een glimlach op Facebook. De nadruk op ons tekort, op schuld en schaamte is krenkend voor ons zelfgevoel.’

‘God wordt op die manier een tissuedoos,
een zakdoek bij al je problemen’

Dat zou ervoor pleiten het er maar niet meer over te hebben.
‘Dat denk ik niet. Het zet ons op onze plek en dat is heilzaam. Het neoliberale levensgevoel, het idee dat we het goed moeten doen, ambitieus zijn en scoren, heeft zijn schaduwkanten. Het is goed als we daarop gecorrigeerd worden. De andere kant, dat we fouten maken, moet benoemd worden. Anders krijgen we last van opgeblazen ego’s. Maar dat vraagt wel iets van ons, een bepaalde mate van psychologische ontwikkeling, om die ambivalentie in je zelfbeeld aan te kunnen. Ook om de frustraties die deze met zich meebrengt een plek te geven. Het is goed als daar al op jonge leeftijd aandacht aan gegeven wordt, als ouders hun kinderen ook begrenzen. Het is belangrijk dat we hen al vroeg leren dat het leven niet altijd fijn is, dat je soms excuses moet aanbieden. Het leren van die basale dingen is wezenlijk voor je persoonlijkheidsontwikkeling.’

Moet er daarom in de kerk ook over schuld gesproken blijven worden?
‘In de kerk komen we steeds terug op die schuld van de mens, schuld waar je niet omheen kunt. Dat is goed. Schuld is namelijk inherent aan ons mens-zijn. Door dat te benoemen, te belijden, word je op je plek gezet. Tegelijk geeft het veel ruimte, want in het christelijk geloof gaat schuld belijden samen op met vergeving. Je kunt opnieuw beginnen. Je wordt niet vastgezet op fouten uit het verleden. Het maakt dat je leert leven met dingen die onverdraaglijk zijn. Maar let op: vergeving van dingen die onverdraaglijk zijn, kan alleen maar als de schuld op de goede plek ligt. Als mensen beschadigd zijn door trauma’s of geweld, vraagt de dader soms om vergeving. Als dat te vroeg gebeurt, bestaat het risico dat de dader de hand boven het hoofd gehouden wordt. Je kunt iemand anders pas vergeven als de schuld ook bij de ander ligt.’

(beeld Jaco Klamer)

(beeld Jaco Klamer)

Vergeving komt dus pas na schuldbelijdenis als de schuld bij jou ligt?
‘Ja, dan kan het bij je weggehaald worden. Zo werkt het ook tussen God en mens. Bonhoeffer zegt ergens: “Christus gaat als het Lam van God door de gemeente om de schuld weg te dragen.” In Leviticus 16 lezen we dat, als de bok de woestijn in wordt gestuurd, in de tabernakel allereerst de hand op zijn kop gelegd wordt. Identificatie met het beest staat op de eerste plaats. Als wij schuld belijden in de gemeente, is dat alleen zinvol als je je er als gemeentelid mee kunt identificeren. Blijft het te abstract, dan gaat het niet meer over mij. Wordt het te concreet, dan kunnen we in moralisme vervallen, dan heb jij dat ene concrete dingetje misschien net niet gedaan. Bij schuldbelijdenis moet het over mij gaan, ik moet me ermee kunnen verbinden.’

Hoe voorkom je dat in een kerkdienst te veel in algemene woorden wordt gesproken?
‘We zondigen allemaal, zonder dat we het in de gaten hebben. Verbind dat nu eens met iets concreets. Dan bedoel ik niet dat je onaardig tegen de buurvrouw gedaan hebt. Ik denk veel eerder aan het eerste gebod: wie heeft God altijd op de eerste plaats gezet, in alle situaties? Dat is al een stap concreter en het gaat iedereen aan. Daar kun je je mee verbinden. Zo voorkom je een uitgesleten formulering. Als liturg kun je veel doen met variatie in de taal. Ik vind dat het thema altijd een plek moet hebben, maar je kunt de ene keer een ander accent leggen dan de andere keer.’

Ligt hier ergens een relatie met ons godsbeeld?
‘Met de donkere kant van jezelf hoef je niet te blijven rondlopen, je kunt het elke dag bij God brengen en met een schone lei beginnen. Dat doet ook iets met je godsbeeld. Als wij in ons gebed vooral bezig zijn met onze pijn en onze nood en elkaar troosten met dat God erbij is, dan wordt God onze tissuedoos, een zakdoek bij al onze problemen. Dan wordt God pas relevant op het moment dat we het zelf niet meer kunnen regelen. Ik wil waken voor ‘of-ofdenken’. Het is allebei: God is zeer nabij en Hij is ook de verheven God die anders is dan wij. Als we dat laatste ook zien, worden we ons bewust van ons tekort en onze schuld daarin. Juist in het ontdekken van de grootheid van God en de kleinheid van onszelf, is Christus daar die beide met elkaar verbindt.’

‘Pijn en verdriet blijven stenen
waar je steeds weer over struikelt’

Hoe zou schuldbelijdenis concreet vorm kunnen krijgen in de gemeente? Ik herinner me een geval waarbij een kerkenraad in de eredienst excuses aanbood aan een kerkelijk werker toen er dingen misgegaan waren. Is dat een passende vorm?
‘Dat kan inderdaad een goede vorm zijn, vooral als iets voorvalt bij geestelijk leiders. Het gaat dan om de zaak van Christus. Als je publiek schade veroorzaakt, is het goed om dat ook publiek te herstellen. Bovendien geef je dan het goede voorbeeld. Maar ook hier geldt: de schuld moet liggen waar hij hoort. Dat maakt dat dit soort processen niet zomaar gaan, je moet er de tijd voor nemen. Vaak zijn er van meerdere kanten fouten gemaakt. Soms zijn dingen ook een gevolg van een menselijke beperking, zoals bepaalde rigide persoonlijkheidstrekjes. Of is er sprake van gebrokenheid die je als mens meedraagt, als er bijvoorbeeld iets in de opvoeding is voorgevallen. Dan maak je fouten die tot ingewikkelde situaties leiden, maar waarbij niet simpelweg over ‘jouw schuld’ gesproken kan worden.’

‘Ik maak graag de drieslag: gebrokenheid, schuld en gevangenschap. Soms bidden mensen om vergeving, als eerste reflex. Maar als je bevrijding nodig hebt, bijvoorbeeld van een verslaving, dan werkt het niet. En heb je vergeving nodig als iets van je persoon, bijvoorbeeld ADHD, meespeelt? Heeft een moeder die met een chronische ziekte op bed ligt en daardoor haar kinderen op bepaalde punten te kort doet, vergeving nodig? We moeten de gelaagdheid van het concrete geval goed in de gaten houden. Je kunt schuld, maar ook je beperktheid, je tekorten of patronen van gedrag naar elkaar uitspreken. Het hele complex heeft tot schade geleid. Vergeving gaat gepaard met aanvaarding van het tekort, het gebrokene.’

Een standaardrecept is er dus niet?
‘Nee, er is geen aanpak die goed is in alle situaties. Neem een echtscheiding. Daarbij is er bijna altijd meer aan de hand dan alleen schuld. Het een of het ander wegpoetsen leidt bijna altijd tot versmalling, waardoor je onrecht doet aan een van de twee. Die breedte, die gelaagdheid betreft ook ons zelfbeeld en daarmee ons godsbeeld. God is niet alleen degene die vergeeft, maar Hij troost en aanvaardt ons ook. Doordat Christus mens geworden is, heeft Hij deel aan onze gebrokenheid. Bovendien is Hij Heer over de machten, onze bevrijder. Johannes zegt niet voor niets: als de Zoon van God je vrijmaakt, dan ben je ook echt vrij.’

In hoeverre is het van belang om dit collectief vorm te geven in de liturgie?
‘In de liturgie bestaat een oude regel: lex orandi, lex credendi. Dat betekent: wat je bidt, bepaalt wat je gelooft. Bid je in de liturgie niet meer om vergeving, dan zal dat besef ook wegsijpelen uit het geloof van de mensen. De liturgie werkt ook vormend. Als er geen plek van vergeving is, blijft de zonde zieken. Dan blijven pijn en verdriet stenen waar je steeds weer over struikelt.’

Dit artikel komt uit nummer 5 van magazine OnderWeg (29 februari 2020), een inspirerend magazine voor christenen die God en de kerk liefhebben en midden in het leven staan. Neem een gratis Proefabonnement (Digitaal of Papier Plus).

Delen.

Over de auteur

Arie Kok is journalist en tekstschrijver.

Laat een reactie achter