Zoeken naar wat je bindt

0

Het begon met een klik tussen Moses Alagbe en Pieter Kleingeld. Beiden zijn dominee met een grote liefde voor God en gerechtigheid, maar met een andere culturele en kerkelijke achtergrond. Hun klik leidde tot levendige uitwisseling tussen de NGK in Oegstgeest en een Afrikaanse pinkstergemeente in Amsterdam-Zuidoost. Een intercontinentaal gesprek over hoe een Nederlandse kerk en een migrantengemeente samen optrekken.

Samen optrekken
Moses Alagbe en Pieter Kleingeld leerden elkaar kennen tijdens een voorgangersreis naar Uganda met Tear in 2013. Ze ontmoetten elkaar daarna op diverse bijeenkomsten en raakten bevriend. Zo ontstond het idee om ook hun kerken te betrekken in het contact. Hoe kreeg dit vorm? Een afvaardiging uit de kerk van Pieter en uit de kerk van Moses zijn samen Bijbelstudie gaan doen aan de hand van het Umoja-programma. Ook preken Pieter en Moses af en toe in elkaars kerk. Er is ook een uitwisseling geweest tussen de tieners van beide kerken. Beide kerken bekijken hoe ze het contact en de uitwisseling verder gaan vormgeven.

We hadden ze voor dit interview graag samen aan tafel gehad: Pieter en Moses. Maar het geval wilde dat Moses juist op een zendingstrip in Afrika was. Daarom gaan we met hen afzonderlijk in gesprek, over culturele verschillen en misverstanden, maar vooral ook over wat je bindt en hoe zo’n interculturele uitwisseling je geloofsleven kan verrijken.

Vlnr: Daan van Ee, gemeentelid van de NGK Oegstgeest e.o.; Moses Alagbe, voorganger van MCTC; Nico Noort, gemeentelid van de GKv Oegstgeest; Pieter Kleingeld, predikant van de NGK Oegstgeest e.o.

Vlnr: Daan van Ee, gemeentelid van de NGK Oegstgeest e.o.; Moses Alagbe, voorganger van MCTC; Nico Noort, gemeentelid van de GKv Oegstgeest; Pieter Kleingeld, predikant van de NGK Oegstgeest e.o.

Hoe komt het volgens jullie dat er zo weinig contact is tussen Nederlandse kerken en migrantenkerken?
Pieter: ‘Ik denk dat kerken vaak in eerste instantie contact zoeken met kerken die op hen lijken. Dat is gemakkelijker. Maar soms kom je elkaar ook gewoon niet tegen, denk aan voorgangers van migrantenkerken die niet meedraaien in overkoepelende organen of overleggen.’

Moses: ‘Ik denk dat er van beide kanten nog niet echt is geïnvesteerd in dat contact. Er zijn in het verleden wel pogingen gedaan, maar als je de wens niet concreet omzet in actie en hier tijd in wilt investeren, dan komt het niet van de grond.’

René van Loon prijst de vitaliteit van migrantenkerken. Herkennen jullie dit?
Pieter: ‘Wij hebben natuurlijk alleen de ervaring met de gemeente van Moses, dus ik kan hier niet in het algemeen iets over zeggen. Maar wat voor mij heel aantrekkelijk is in de gemeenschap van Moses is dat het geloof minder aangevochten is. Het valt mij vaak op dat Nederlandse christenen gaan twijfelen aan hun geloof op het moment dat het leven moeilijk wordt. Bij migrantenchristenen zie ik dat moeiten juist een reden zijn om extra te gaan geloven.’

Moses: ‘Dat herken ik. In onze community begrijpen we dat we God niet dienen om wat Hij voor ons doet, maar we dienen God, omdat Hij ons gemaakt heeft. Vraag je wel af wat bedoeld wordt met ‘vitaliteit’. Ik denk dat onze vitaliteit alleen maar kan worden afgemeten aan de mate van impact die we hebben op onze omgeving. Ik weet dat migrantenkerken vaak een veiligheidsnet zijn voor vluchtelingen en nieuwkomers. We bieden een thuis voor mensen die nieuw zijn. Maar als het gaat om het bereiken van Nederlanders kunnen we nog wel het nodige verbeteren.’

Pieter: ‘Wij leven in een sterk geseculariseerde samenleving. Dat is niet alleen iets buiten ons, het gebeurt ook in onze harten. Ik preekte onlangs over de zeven hoofdzonden. Een daarvan is lusteloosheid. Volgens mij gaat dit niet over luiheid, maar over moedeloosheid. Dat je de hoop hebt opgegeven. Als je de hoop opgeeft, word je sceptisch en uiteindelijk cynisch. Maar daarmee plaats je jezelf buiten het proces en neem je een superieure houding aan. En uiteindelijk kom je tot niks.’

Moses ziet dat ook als iets cultureels: ‘Het lijkt er inderdaad op dat klagen onderdeel is van de Nederlandse cultuur.’

060610 THEMA Dubbelinterview foto 3Wat is jouw ervaring, Moses, hebben Nederlandse kerken soms een superieure houding naar migrantenchristenen?
Moses: ‘Nee, arrogantie herken ik niet. Het probleem is meer dat we elkaar niet kennen. Er zijn ook culturele verschillen in de liturgie. Dat is volgens mij vooral de reden dat er weinig contact is tussen Nederlandse kerken en migrantenkerken.’

Pieter: ‘Het risico bestaat wel dat je je eigen positie superieur vindt. Moses nam onlangs een dansgroep mee. De tieners dansten op ‘I will provide’ van Tamela Mann. Oppervlakkig kun je dat als Nederlander kleurrijk vinden. Kijk je wat verder, dan ontdek je dat dit lied voor deze tieners hun dagelijkse werkelijkheid beschrijft. Maar dat exotische geldt andersom ook. Wij zijn in Amsterdam geweest en dan zijn wij degenen die anders zijn. In het begin zie je vooral wat vreemd en anders is, dan kun je dat waarderen. Maar als je langer met elkaar optrekt, kunnen verschillen gaan irriteren. Dan begint het eigenlijk pas echt.’

Wat begint dan?
Pieter: ‘Als je het stadium bereikt dat je voorbij de verschillen wilt gaan, moet je zoeken naar een gemeenschappelijke visie. Waar hopen we nu samen op? Het heeft ons erg geholpen om gezamenlijk de Umoja-training te doen. Daarin onderzoek je aan de hand van Bijbelstudie wat je kerk kan betekenen voor de buurt. Een groepje uit onze kerk deed samen met een groepje uit de kerk van Moses zes avonden Bijbelstudie. Waar je begint als twee groepen, ontstaat er na verloop van tijd een groep. Natuurlijk zijn er verschillen, maar je zit wel samen rond dezelfde Bijbel. Je luistert samen naar elkaars geloofsverhaal.’

Moses: ‘Ik zie het als een reis die we ondernemen. In de eerste fase van die reis, toen we de Bijbelstudie deden in het Umoja-programma, ontdekten we dat er niet eens zoveel verschillen zijn in hoe we tot geloof zijn gekomen of wat we zien als Gods opdracht voor ons leven. De sfeer was altijd erg goed tijdens die ontmoetingen.’

Hoe voorkom je dat een uitwisseling tussen kerken een ‘projectje’ wordt? Hoe zorg je voor gelijkwaardigheid in het contact?
Pieter: ‘Persoonlijk vind ik het niet moeilijk om gelijkwaardigheid te ervaren. Moses heeft veel meer van de wereld gezien dan ik. Hij heeft een goede opleiding gedaan, dus ik heb geen enkele reden om me intellectueel superieur te gedragen ten opzichte van hem. Tegelijkertijd hoef je ook niet met een grote boog om de verschillen heen te lopen. Het klopt, veel migrantenkerken zijn orthodoxer dan wij in de leer. Je kunt dan zeggen: ze lopen vijftig jaar achter. Ze hebben de Verlichting nog niet meegemaakt. Maar westerse christenen moeten zich realiseren dat het zwaartepunt van de kerk in Afrika en Latijns-Amerika ligt. Zij vertegenwoordigen de meerderheid. Dat zou ons nederig moeten maken.’

Daar noem je wel wat. Er bestaan wezenlijke verschillen op ethisch vlak tussen christenen in het ‘Zuiden’ en het ‘Westen’. Om maar een heet hangijzer te noemen: de omgang met homoseksualiteit. Hoe lastig is dit?
Pieter: ‘Als wij ethische standpunten innemen die afwijken van hoe de kerk uit het Zuiden hiernaar kijkt, dan is bescheidenheid bij ons op zijn plaats. Wij denken dat dit in onze cultuur een goede stap is, maar ethiek is wel plaats- en tijdbepaald. Tegelijkertijd wil ik niet vervallen in totaal relativisme. Ik vind het heel erg dat er in Oeganda homo’s worden vermoord. Maar als je kijkt naar een onderwerp als recht en gerechtigheid brengen, dan zie ik dat kerken in het Zuiden daar veel actiever in zijn dan Nederlandse kerken. Zij doen veel aan emancipatie van minderheden en vluchtelingen.’

Moses erkent dat het bestaan van deze verschillen moeilijk is maar, zegt hij: ‘We moeten niet focussen op wat ons verdeelt, maar op wat ons samenbindt. God is genadig.’

Deelnemers aan de Umoja-training kwamen uit drie kerken. Op de foto staat een deel van hen.

Deelnemers aan de Umoja-training kwamen uit drie kerken. Op de foto staat een deel van hen.

Wat heeft het contact tussen jullie kerken tot nu toe gebracht?
Pieter: ‘Ik heb het altijd verrijkend gevonden om christenen te ontmoeten die uit een andere traditie komen. Zo ontdek je de veelkleurigheid van Gods wijsheid, zoals in Efeziërs 4 staat. Soms loop je tegen de grenzen van mensen aan. Wat kunnen ze verdragen aan verschillen of hoever kunnen ze meebewegen? Maar dat risico moeten we durven lopen. Het is ook bevrijdend, anders wordt God wel heel erg Nederlands-gereformeerd. Het maakt me oprecht blij om te ontdekken dat God zoveel meer is.’

Moses: ‘We hebben zowel onze verschillen als onze overeenkomsten ontdekt. Zo weten we dat we via hetzelfde geloof in Jezus bij het koninkrijk horen. Ook hebben we ontdekt dat onze culturele achtergrond leidt tot verschillen in onze liturgie. Als migranten zijn we misschien een beetje luid. Als we gaan zingen dan klappen en dansen we er ook nog bij. Voor onze Nederlandse broers en zussen is dat een beetje moeilijk: zingen, dansen en klappen tegelijk. Haha! Maar nu we een poosje met elkaar optrekken, wordt het steeds beter. We bewegen naar elkaar toe: waar wij minder luid zijn gaan bidden, zijn zij juist harder gaan bidden.’

Wat is volgens jullie nodig om vruchtbaar met elkaar op te trekken als Nederlandse kerk en migrantenkerk?
Moses: ’We zijn allemaal onderdeel van dezelfde familie en het is nodig dat we elkaar oprecht zoeken. Om een goede relatie te krijgen, is het belangrijk een open houding te hebben en de ander echt te willen begrijpen. Maar wanneer we samenwerken in eenheid kan God door ons heen werken. Het vraagt om een stap in geloof om te zien hoe de relatie zich ontwikkelt. Het heeft tijd nodig, er is geen quick fix.’

Pieter: ‘Ik denk dat een aantal dingen belangrijk is. Moses en ik kwamen elkaar af en toe op bijeenkomsten tegen en er was een klik. Door de jaren heen is er vertrouwen gegroeid. Want natuurlijk zijn er barrières die overwonnen moeten worden: tussen gereformeerd en pinkster; tussen Nederlands en Afrikaans; tussen Oegstgeest en Amsterdam-Zuidoost. Dus die klik is belangrijk. Maar ik zou vooral tegen kerken willen zeggen: “Begin gewoon. Heb niet al te hoge verwachtingen, begin klein. Gaandeweg ontdek je wel hoe het werkt.”’

ICP network
Volgens cijfers van het CBS heeft bijna een kwart van de Nederlandse bevolking een migratieachtergrond. Toch is de kerkelijke segregatie groot. Nederlandse geloofsgemeenschappen zijn vaak ontoegankelijk voor medelanders vanwege taal en cultuur. Veel migrantenkerken zijn opgebouwd langs etnische lijnen, waardoor hun bereik beperkt blijft. Het is de visie van ICP (Intercultural Church Plants) om te werken aan interculturele geloofsgemeenschappen door het hele land, omdat ‘we God nu eenmaal beter leren kennen via christenen uit andere culturen’. Op de website vind je een gratis e-book met tien tips om je eredienst intercultureler te maken (www.icpnetwork.nl).

Delen.

Over de auteur

Annemarie van den Berg-Nap is journalist en cultureel antropoloog.

Laat een reactie achter