‘Ik zorg makkelijker voor anderen dan voor mezelf’

0

Spreker en trainer Hans Borghuis zorgt al enkele jaren intensief voor zijn moeder. Terwijl zij zich in een vergevorderd stadium van Alzheimer bevindt, mag Hans haar vanwege de coronamaatregelen niet meer bezoeken. ‘Nu we er niet meer voor haar kunnen zijn en er thuis geen kinderen zijn om voor te zorgen, is dat lastiger te verteren.’

Biografie
Hans Borghuis werkt als spreker en relatiemanager voor Stichting De Haven, een christelijke organisatie die hulp biedt aan vrouwen in de prostitutie. Hij is daarnaast verbonden aan de jeugdwerkorganisatie Jeugdwerk.info. Eerder werkte hij voor Bijbelschool de Wittenberg, de IZB, Bright Fame en Alpha Nederland.

Een persoonlijk portret, onpersoonlijker dan gewenst, opgetekend op basis van een telefoongesprek. De coronacrisis dwingt ertoe. Het zijn vreemde, hectische tijden, ook voor Hans Borghuis (43). Qua werk – kerken en organisaties zijn gesloten – maar ook privé, vanwege de zorg voor zijn moeder. ‘Ze woont sinds drie jaar in een verzorgingstehuis, nadat mijn vader overleed. Ik kwam daar vier keer per week. Daarnaast was ik vrijwilliger op de afdeling – ik hielp mee met koken, ging mee met uitjes – en ik ben bewonersvertegenwoordiger. Inmiddels kan ik mijn moeder niet meer bellen, dat lukt haar niet meer, ze is volledig afhankelijk van anderen. Als ik mijn ogen sluit, zie ik haar zo voor me, alleen. Dat raakt me enorm.’

Ben je iemand die in zulke situaties geneigd is God op te zoeken?
‘Dat is een mooie vraag… Ik moet mezelf er af en toe aan herinneren tijd te maken voor gebed, stille tijd schiet er weleens bij in. Tegelijkertijd kun je het contact met God vergelijken met een huwelijk; als je samen thuis bent, ben je niet continu intensief met elkaar in gesprek. Sommige zaken zijn vanzelfsprekend door de relatie die je samen hebt. Voor mij gaat daarmee de krampachtigheid eraf.’

Hulp aan vrouwen

Enkele dagen per week werkt Hans voor Stichting De Haven, een christelijke organisatie die hulp biedt aan vrouwen in de prostitutie in de regio’s Den Haag en Rotterdam. Voordat hij met dit onderwerp in aanraking kwam, werkte hij voor de IZB, Alpha Nederland en Bijbelschool De Wittenberg. Deze Bijbelschool organiseerde in zijn tijd meerdere keren per jaar een City Stage in Amsterdam waarbij onder meer De Wallen en diverse preventieorganisaties bezocht werden. ‘Zo kwam ik bij Frits Rouvoet terecht. Hij werkt voor Bright Fame, een andere organisatie die steun biedt aan vrouwen in de prostitutie. Toen De Wittenberg meer een leefgemeenschap werd waar retraites werden georganiseerd, voelde ik mij minder op mijn plek en zocht ik iets anders. In mijn zoektocht naar nieuw werk kreeg ik het op mijn hart om Frits te bellen. Hij zei: “Wanneer kun je bij ons beginnen?” Heel wonderlijk. Het werk was tijdelijk, maar intussen ontmoette ik mensen van De Haven.’

Alleen al in Den Haag werken zo’n 3500 vrouwen in de legale prostitutie, legt Hans uit. En dat is meestal niet vrijwillig, maar gedwongen door armoede en vaak zijn ze er onder valse voorwendselen in terechtgekomen. ‘Niemand droomt ervan prostituee te worden. Wij zoeken hen op, bouwen een relatie op om vertrouwen te winnen en helpen ze met vragen over huisvesting, financiën, administratie. Uiteindelijk proberen we ze te begeleiden richting een leven buiten de prostitutie. Ik ben spreker en relatiemanager, maar draai ook mee in het veldwerk in de prostitutiestraten, bordelen en clubs.’

Pijnpunt

Hans groeide op in de Gereformeerde Bond in Rijssen, een christelijk bolwerk. ‘Het Mekka van het Oosten’, noemden zijn collega’s het weleens. Gastvrijheid en omzien naar anderen was thuis belangrijk; voor Hans is dat inmiddels zo vanzelfsprekend geworden dat zijn vrouw hem daar eens op moest wijzen. Omdat Hans’ vrije zondagen door de aard van zijn werk schaars zijn, is hij momenteel niet aangesloten bij een kerk. Heeft hij wel een vrije zondag, dan bezoekt hij soms de dienst van het Leger des Heils-korps waar een vriend actief is, of een Hillsong-bijeenkomst.

(beeld Sahil Aamir)

(beeld Sahil Aamir)

Hans kreeg met zijn vrouw geen kinderen en dat is geen bewuste keuze, vertelt hij uit eigen beweging. ‘De kinderen kwamen niet vanzelf. Na enkele onderzoeken besloten we niet diep het medische circuit in te gaan. Daarom gaan we nu met z’n tweeën door het leven. Enerzijds heb ik daar vrede mee, we hebben een manier gevonden om ons leven invulling te geven. Het was een bewuste keuze om intensief voor mijn ouders te zorgen, wat zonder kinderen een stuk eenvoudiger is. Daarnaast: ik heb geen 9-tot-5-baan, ik maak meer uren dan ik betaald krijg, maar dat kan dus ook. Het is een levensinvulling geworden. Mijn vrouw doet vrijwilligerswerk hier in Deventer, met mensen aan de rand van de samenleving.’

Er is echter ook een keerzijde aan het kinderloos zijn. ‘Het blijft voor de rest van ons leven een pijnpunt waar je in de verschillende levensfases steeds weer tegenaan loopt. Vrienden in dezelfde leeftijd krijgen kinderen die naar school gaan of pubers worden – allemaal fasen die wij niet meemaken. Nu veel vrienden thuiswerken, zijn er kinderen om hen heen. Dat lijkt me, naast dat het soms misschien pittig is, best gezellig. Die gezelligheid mis ik weleens. En nu we er door de sluiting van verpleegtehuizen niet meer voor mijn moeder kunnen zijn en er thuis geen kinderen zijn om voor te zorgen, is dat lastiger te verteren.

Ik was eens op een begrafenis waar een nabestaande zijn vader had verloren, maar ook recent opa was geworden. Hij zei dat zijn vader dan wel was weggevallen, maar dat hij er een kleinkind bij had gekregen. De levenscyclus gaat door, was de strekking. Ik begreep dat, maar dat laatste stukje mis ik doordat ik geen kinderen heb.’

Naast je werk voor De Haven ben je ook verbonden aan de jeugdwerkorganisatie Jeugdwerk.info. Wat hebben jongeren van nu nodig?
‘Dat ze gestimuleerd worden om zelf na te denken, een mening te vormen. Wat ze absoluut niet nodig hebben, is dat je ze allerhande dogma’s meegeeft of theorieën over ze uitstort. In mijn trainingen merk ik dat ze geprikkeld willen worden, dat zeggen ze zelf ook. Dat werkt het beste, dus zorg ik altijd voor interactie. Natuurlijk hebben ze richtlijnen en tools nodig en mag je ze gerust vertellen waar de Bijbel wél duidelijk over is, maar probeer manieren te vinden waar jongeren iets mee kunnen. Het helpt om ze te stimuleren om met elkaar over actuele thema’s in gesprek te gaan; die stimulans hebben ze wel degelijk nodig. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat jongeren qua beleving nogal verschillen. Voor sommige jongeren kan een toffe band in de kerk goed werken, terwijl de andere tiener dat tien keer niks vindt. Als ze maar ruimte krijgen voor gesprek hierover en gestimuleerd worden om zelf een mening te vormen.’

Discipelschap, gerechtigheid en identiteit zijn belangrijke thema’s in je lezingen, staat op je website. Heb je hier zelf rust in gevonden?
‘Ja, ook door antwoord te krijgen op de onderliggende vraag: wat kun jij doen om jouw leven in overeenstemming te brengen met Gods plan voor de wereld? Dat gaat dieper dan: wat is Gods plan met mijn leven? Die laatste vraag is op jezelf gericht. Het vraagt om een keuze om van mindset te veranderen naar een leven dat gericht is op de wereld om je heen. Die knop moet je omzetten en dat is iets wat bij mij geleidelijk is gebeurd en waar ik dagelijks mee bezig ben.’

Zorgen voor jezelf

Als jonge dertiger kwam Hans in een pittige periode terecht. Te lang en te intensief doorgegaan met werken was de conclusie, al ontdekte hij naarmate de tijd vorderde dat er meer oorzaken meespeelden, zoals de rouw om het kinderloos zijn. ‘Daarbij kwamen nu en dan paniekaanvallen, heel heftig.’ Het eerste wat de psycholoog tegen Hans zei, was: ‘Jij moet leren om voor jezelf te gaan zorgen’. Klinkt mooi, zegt Hans nu, maar voor jezelf zorgen vindt hij knap lastig. ‘Ik zit niet graag stil, kan niet op de bank hangen, kijk bijna nooit televisie. Daarbij zorg ik makkelijker voor anderen dan voor mezelf. Ik moet er heel bewust voor kiezen om bijvoorbeeld te gaan wielrennen, een grote hobby van me. Of om een rondje door de stad te lopen tijdens een thuiswerkdag.’

Stel vragen

‘Ik ben niet bepaald dankbaar voor die heftige periode of voor die paniekaanvallen, dat gun je niemand, maar het heeft mijn perspectief op het leven wel veranderd; wat is nu echt belangrijk? Voor mij is de vanzelfsprekendheid waarmee je door het leven wandelt, verdwenen. Logischerwijs kun je niet weten hoe het is om kinderloos te zijn zonder het zelf meegemaakt te hebben. Ik heb wel ontdekt dat je ervoor kunt kiezen om je te verplaatsen in andermans situatie. Stel gewoon die vragen: hoe is het om single te zijn, burn-out, kinderloos? Als je dat lastig vindt, geef dat dan gewoon aan. Tegen ons zeggen mensen weleens dat ze het lastig vinden om over onze kinderloosheid te praten, maar dan denk ik: als je geen vragen stelt, zul je ook nooit weten hoe lastig het is. Gooi het gewoon open, verdiep je in andermans leven. Ikzelf probeer dat bewust te doen. Oprechtheid vind ik daarin belangrijk, dat je er op terugkomt als iemand je in vertrouwen iets vertelt. En ja, als iemand wel een huisje-boompje-beestjebestaan leidt met bijbehorende standaarden, moet ik dat stapje extra doen om me erin te verplaatsen.’

Delen.

Over de auteur

Wilfred Hermans is freelance journalist.

Laat een reactie achter