Een droom wordt werkelijkheid

Han Hagg | 9 mei 2020
  • Eyeopener

Als God ons thuis brengt uit onze ballingschap,
dat zal een droom zijn.
Wij zullen zingen, lachen, gelukkig zijn.
Dan zegt de wereld: ‘Hun God doet wonderen!’
Ja, U doet wonderen, God in ons midden, onze vreugde.

Pelgrimspsalm 126:1-3 (vertaling: Vijftig Psalmen, Oosterhuis/van der Plas e.a.)

Psalm 126 is een psalm over bevrijding uit ballingschap. Tranen van verdriet om wat verloren ging, mengen zich met tranen van vreugde om herwonnen vrijheid, net als in 1945. Het land herrijst. Toch gaat deze psalm over meer dan de bevrijding van een aardse vijand of een virus.

De bevrijding in de meimaand van 1945 trekt in deze tijd weer aan ons netvlies voorbij. Al ben ik negen jaar na de oorlog geboren, het is toch een beetje alsof ik het allemaal zelf heb beleefd, of de verhalen ook in mijn genen zijn gaan zitten. Hoe koningin Wilhelmina vastberaden voet aan wal zet, bontmantel aan, hoed op en wuiven. Ze is terug, we kunnen weer leven. Nederland herrijst.

061022 eyeopener foto2Indrukwekkend, het moment dat de vijand capituleert. Gevangenissen gaan open. Ballingen komen terug. Overal wappert weer het rood-wit-blauw. En het oranje niet te vergeten. Je kunt weer lachen, tegelijk lachen en huilen van vreugde. Het lijkt wel een droom. Dit gevoel van intense vreugde wil je wel voor altijd vasthouden. Het is een wonder van God. ’s Zondags in de kerk loopt een diaken met de collectezak aan een stok halverwe­ge zijn rondgang even naar de consistorie. De zak moet worden geleegd, want hij is zo zwaar – de stok dreigt te breken. Wat een dankbaar­heid. Het zingen is geen zingen meer, het lijkt meer op juichen. Herinner je je dit nog? Of herken je het uit de verhalen van je ouders of je grootouders?

De film van nu

Noodgedwongen vierden we het jubileum ‘75 jaar vrijheid’ uiterst sober. Want we ervaren met elkaar een nieuwe ballingschap, een nieuwe onvrijheid. We zijn ineens in een andere oorlog verwikkeld geraakt. ‘Wereldoorlog III’ is een wereldwijde, maar ongekende strijd tegen een virus dat z’n tienduizenden verslaat. Hoe komt onze wereld uit deze oorlog tevoorschijn? En hoe komt de kerk eruit tevoorschijn? ‘Nederland herrijst!’ heette het in 1945. Er werd zelfs een postzegel voor uitgegeven: een oranje leeuw die met het zwaard in de hand een briesende draak overwint. Wat is er terechtgekomen van dat ‘herrezen Nederland’? Wat is er opgebouwd? Wat is er afgebroken? Wat is er over van de stemming van Bevrijdingsdag? Van het zingen en lachen en gelukkig zijn?

Psalm 126 speelt zich af in dezelfde gebroken wereld als de onze. Er is intussen wel heel wat gebeurd: de bevrijder, de messias, is gekomen. Hij heeft de grootste bevrijding aller tijden bewerkstelligd: die van zonde en dood. Maar de voltooiing van zijn werk op aarde is nog gaande. ‘Zie, Ik kom en maak alle dingen nieuw’ is nog toekomstmuziek. Zoals de pelgrim uit Psalm 126 uitzag naar Gods grote ingreep, zo zien ook wij daarnaar uit. Samen met hem zingen we dit lied van heimwee en verlangen. Heimwee naar het paradijs dat verloren ging en verlangen naar de tijd dat God het paradijs voorgoed heropent.

Wittebrood

Laten we dat doen: meevoelen met deze dichter die met beide voeten in het gehavende heden staat. Die de vreugde van het ‘verleden met God’ bewust opnieuw beleeft en de vreugde van Gods toekomst dichterbij bidt. De totale ommekeer in de situatie van Gods volk staat centraal in de psalm. Met een enorm voorstellingsvermogen laat de dichter ons de film van de terugkeer uit ballingschap zien – in geuren en kleuren. Je kunt de een haast tegen de ander horen zeggen: ‘Knijp me ‘es, ik wil weten of het niet tóch een droom is.’ Dat krijg je als je zoveel jaren middenin een nachtmerrie hebt geleefd waaruit je met geen mogelijkheid kon ontsnappen. Dan durf je eerst nog niet te geloven dat het voorbij is, net als de mensen in Nederland 75 jaar geleden. Stel je voor: bevrijd van angst voor de onverwachtse razzia, op het nippertje bevrijd uit het concentratiekamp. Ineens mag je gaan en staan waar je wilt, dat is gewoon onwennig. Stel je voor: na een lange honger­winter is er ineens weer brood. Als manna komt het uit de hemel vallen, Zweeds wittebrood. ‘Het lijkt wel cake!’

Het zingen en juichen is niet van de lucht in deze psalm. Gods grote daden inspireren zijn volk tot en met. En dat valt op: wijd en zijd wordt erover gepraat. De hele wereld aan volken schrijft de gebeurtenissen toe aan de HEER: ‘Jahwe, Hij heeft voor hen iets groots verricht!’ Gods volk zegt hier van harte ‘amen’ op. Toch is er een maar: naast het gejuich van de jongeren hoor je ook het gehuil van de ouderen, die de oude tempel nog hebben meegemaakt en nu Jeruzalem in puin zien liggen. Past dit beeld niet eerder bij de uittocht uit Egypte dan bij de aankomst van de ballingen uit Babel?

Echte bevrijding

Deze psalm gaat over bevrijding in de volle Bijbelse zin van het woord. ‘De HEER heeft grote dingen gedaan’: dat is een dynamisch begrip. Dit gaat over het werk van de Geest van God. ‘Grote dingen’, dat is: na de zondvloed uit de ark stappen en opnieuw beginnen. Dat is: je stad in een ijzeren omsingeling zien raken door de vijand, maar God treft de vijand en bevrijdt de stad. Dat is: dreigen om te komen van de honger en God voorziet wonderlijk in voedsel. Dat is: in de put zitten en God tilt je er weer uit. Dat is: een dodelijke ziekte oplopen en toch genezen. Dat is: een verdorde kerk die tot leven wordt gewekt. Al die dingen worden wereldwijd bekend, want je kunt er niet over uit. God zelf krijgt de eer, en dan eerst en voor alles voor het allergrootste ding: Christus’ triomf over zonde en dood!

Bidden

Als God al zoveel op zijn naam heeft staan, een Bijbel vol en nog zoveel meer, zal Hij dan niet ook vandaag doen wat Hij belooft? Met ons zijn, in welke crisis we ook verzeild zijn geraakt? (Matteüs 28:20) En zal Hij niet vastberaden met ons onderweg zijn naar de toekomst die Hij voor ons samen bedacht heeft? Hij wil niets liever dan het paradijs weer openzetten. Daar wil Hij wonen, niet samen met maar twee mensen, maar met een complete volkerenwereld! Laten we met de dichter van Psalm 126 die toekomst met God dichterbij bidden; bidden om een wending in actuele crises, om tijden van verademing, om bevrijding. Maar het is en blijft: bid én werk! Laat je gebruiken om, al zal het tegen de verdrukking in zijn, het goede zaad van zijn koninkrijk te zaaien, in de verwachting dat Hij het zegenen zal en een blij verrassende oogst zal geven.

Om verder over na te denken

1. ‘De HEER heeft voor ons iets groots verricht!’ Probeer eens na te gaan wat Hij tijdens jouw leven voor groots heeft verricht. Op wereldschaal, in je kerkelijke situatie, in je familiekring of je persoonlijke leven. Helpt dit om het heden en de toekomst in Gods perspectief te zien?

2. ‘Bidden om een wending ten goede’ (vers 4) en ‘met twee voeten in de modder met de zaadbuidel rondgaan’ (vers 5,6) zijn aspecten die bij elkaar horen.
Om welke wending bid jij, als afhankelijk mens? En wat zaai jij in je werk, kerk, gezin, vriendenkring? Voor welke uitdagingen kom je daarbij te staan?

3. Verlang je naar de tijd dat de aarde weer paradijs wordt (Romeinen 8:18-23)? Hoe komt dat?

Over de auteur
Han Hagg

Han Hagg is predikant van de GKv Zwolle-Zuid.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief