‘De schoft…, maar hij was tóch mijn vader’

0

In deze nieuwe rubriek zoekt Arie Kok naar hoop, geloof en inspiratie in literaire boeken.

De opgang van Stefan Hertmans is het derde deel van een trilogie. Zijn veelgelezen Oorlog en terpentijn en De bekeerlinge zijn volgens hetzelfde procedé geschreven: een leeg huis, een vorige bewoner; Hertmans onderzoekt de feiten en doet een beroep op zijn verbeelding.

061832 literatuur beeldBelgië was voor mij lang het land van de rommelige snelweg naar de Franse camping en Het verdriet van België, het ondoordringbare meesterwerk van Hugo Claus. Tot we besloten veel eerder een afslag te nemen en we de auto stukreden op de kasseien van de Vlaamse wielerkoersen. We bezochten Oudenaarde, Geraardsbergen en Kortrijk. De mensen spreken er je eigen taal en toch zijn ze onbegrijpelijk anders. Hoe vaker ik van de snelweg afga, hoe minder ik van het land begrijp en hoe boeiender het wordt. De stad Gent is mijn favoriet, op het eerste oog een vrolijke stad, waar bourgondische gulheid de sfeer maakt en je de verhalen op elke straathoek kunt oprapen.

In zijn nieuwe roman De opgang vertelt de Vlaamse auteur Stefan Hertmans zo’n verhaal. Zijn openingszin is veelzeggend: ‘Het was in het eerste jaar van het nieuwe millennium dat ik een boek in handen kreeg waaruit ik begreep dat ik twintig jaar lang in het huis van een voormalige SS-man had gewoond. Niet dat ik geen signalen had gekregen: zelfs de notaris had me, op de dag dat ik het huis met hem bezocht, terloops op de vorige bewoners gewezen; ik had er toen weinig aandacht voor.’ Vanaf de kelder maakt Hertmans, in het spoor van de notaris, de opgang door het verlaten huis, tot aan de zolder, waar een paar dikke duiven onder de dakpannen zitten te koeren. Het lijkt Dante wel, die vanuit het duister van het inferno opklimt naar het paradijs.

Het is Hertmans te doen om die beruchte bewoner van dat huis in Gent, Willem Verhulst. Hij groeide op in een Vlaams middenklasse-gezin, worstelde met een oogafwijking en knokte op straat met Franstalige elitezonen die hem kleineerden. Willem wordt flamingant, hij staat voor de Vlaamse zaak en het gebruik van de Nederlandse taal. Met zijn Joodse eerste vrouw vertrekt hij naar Nederland, waar hij een aanhanger wordt van de pacifist Kees Boeke. Als zijn eerste vrouw sterft, vindt Willem troost bij Mientje. Samen zitten ze aan het sterfbed. Met Mientje sticht hij een gezin, in Gent. Als de oorlog uitbreekt, wordt Willem lid van het extreemrechtse DeVlag, de Duits-Vlaamse arbeidersgemeenschap. Op een dag komt Willem in SS-uniform thuis en zet hij een buste van Hitler op de schoorsteen. Mientje grijpt in. Het uniform moet in het vervolg uit zodra Willem de deur inkomt en Hitler zet ze op zolder. Veel verder komt ze niet in de strijd tegen de bittere ideologie. Willem is steeds vaker van huis en blijft hele nachten weg. Geheime operaties, dat is het verhaal, maar er zijn ook vrouwen.

De opgang is het verhaal van een schrijftafelcrimineel, een collaborateur die namenlijstjes maakt en zijn oren dichtstopt om het gekrijs uit de verhoorkelder niet te hoeven horen. Naar Willems motieven blijft het gissen, of het moet iets te maken hebben met wat Hanna Arendt de banaliteit van het kwaad noemt. Ook Hertmans komt er niet uit, maar hij schrijft onverdroten verder. Het verhaal van Vlaanderens pijn, van de rancune van de vaders en van het bittere nationalisme, dat steeds weer de neiging heeft rechtsaf te slaan, moet verteld worden.

De opgang is ook het verhaal van een tragisch huwelijk. De ideologie drijft een wig tussen mensen die van elkaar houden. Thuis is Willem een aardige vader. Als hij veroordeeld wordt, de doodstraf krijgt, maar per gratie een gevangenisstraf moet uitzitten, zoekt Mientje hem regelmatig op. Tot blijkt dat ook de minnares elke week langskomt, dan knapt er iets. Als Hertmans dochter Letta interviewt, roept ze plotseling uit: ‘Die schoft…, maar hij was toch mijn vader.’

Willem Verhulst sterft in 1975. Zijn kist wordt op die van zijn Joodse eerste vrouw gelegd. Het was zijn uitdrukkelijke wens.

Naar aanleiding van

Stefan Hertmans, De opgang, Amsterdam (De Bezige Bij), 2020, 352 pagina’s, € 24,99. ISBN 9789403101316.

Beoordeling

  • Indringend portret van een Vlaamse SS-man en zijn gezin.
  • Een kunstig mengsel van feiten en verbeelding.
  • Geschreven in prachtig Vlaams, maar zeer prettig leesbaar.
  • Stelt vragen bij hedendaagse ontwikkelingen.
Delen.

Over de auteur

Arie Kok is journalist en tekstschrijver.

Laat een reactie achter