‘Laat ze razen’

Pieter Kleingeld | 7 november 2020
  • Opinie
  • Special Vrij

Dit artikel biedt een openhartig verhaal voor predikanten. Pieter Kleingeld lucht hierin zijn hart dat veel predikanten gebukt gaan onder het predikantschap. De kerkelijke gemeente verwacht veel van hen en vraagt veel kwaliteiten. ‘Misschien is de octopus wel een beter beeld dan het schaap met de vijf poten.’ Hoe ga je hiermee om en hoe kom je daar los van?

(beeld Pieter Kleingeld)

Pieter Kleingeld aan het kitesurfen. (beeld Pieter Kleingeld)

‘Nu is het mijn tijd! Ik word gek van die vrouwen, wat denken ze wel?’ Een kennis van me was gescheiden en op zoek naar een vriendin. Hij was midden veertig. Vond hij een vrouw van zijn leeftijd op een dating site, dan schreven ze steevast dingen als ‘Na jaren alles te hebben gegeven aan mijn gezin, mezelf te hebben weggecijferd, besloot ik: nu is het mijn tijd…’ Hij keek me aan en inderdaad: dat was precies wat zijn ex ook zei rond hun scheiding. ‘Wat denk je?’ zei hij: ‘Wat denk je zelf!’ Tien jaar later, weet ik wat ik zelf denk. Ik ben het met die vrouwen eens: Ik vraag me ook weleens af wanneer het mijn tijd is.’
Trouwens, je valt bij deze zin midden in wat we tegenwoordig een rant noemen. Weet je niet wat dat is, zoek dat dan maar op in jouw tijd, want dit is mijn tijd: tijd om als predikant mijn hart te luchten.

Balans

Ze zeggen, dat je als predikant werk en privé in balans moet houden. Ook al zo’n onzin. Wat is de balans als je te lang hard werkt? Weleens met een weegschaal gewerkt? Het geheel moet in balans zijn. Meer gewicht links, vraagt om meer gewicht rechts. De balans van meer werktijd is dus meer gezinstijd en uiteindelijk nog meer druk. Maar je kunt toch ook minder werken? Geheimpje: de mensen die je het hardst vertellen op je tijd te letten, zijn de mensen die het meest bellen op zaterdagavond.

Kerkenraad

En dan kerkenraden – een insider in vele kerkenraden fluisterde me ooit toe: ze zijn allemaal hoog opgeleid en hebben vreselijk veel vaardigheden, maar op het moment dat ze een kerkenraad in stappen, lijken ze alles spontaan te zijn vergeten. En getuige de vele losmakingen van predikanten en de voorafgaande processen, kan zelfs een outsider vermoeden dat er een behoorlijke kern van waarheid in die influistering zit. En let wel: losmakingen zijn het topje van de ijsberg. De afgelopen twintig jaar zijn landelijke commissies bezig geweest om de klimaatverandering in de kerkenraad te keren. De predikant moest wordt bijgeschoold – psychologischer, agogischer, empathischer, beter coachend, meer bewust van zijn valkuilen waar hij of zij er tegelijkertijd steeds minder van mocht hebben. Ook zachtaardiger met een dikkere huid (een olifant?), een authentiek charisma en tegelijkertijd geloofstwijfel, trauma’s en vragen verwerkt hebbend. Laat ik het zo zeggen: die commissies zijn ongeveer net zo succesvol als het verdrag van Parijs.

Op z’n best word je een kerkenraadskameleon,
op z’n slechts een ‘kerkenraadskwal’

Terug naar de kerkenraad. Ik heb altijd goede voorzitters gehad en daarmee mag ik me gelukkig prijzen. Maar ik besef wel dat elke voorzitter anders is en niet zomaar anders. De persoonlijkheidstypering van de verschillende voorzitters is redelijk breed – aan jou als predikant wordt gevraagd je voorzitter aan te vullen. Dat word je niet actief gevraagd, maar het is de praktijk. Op z’n best word je een kerkenraadskameleon, op z’n slechts een ‘kerkenraadskwal’, totaal vormeloos. Of, nu we het toch over dieren hebben: je wordt een octopus. Misschien is de octopus wel een beter beeld dan het schaap met de vijf poten of de eerdergenoemde olifant. Het is in ieder geval een mooier beeld dan de kwal en er zit nog meer in het beeld dan die acht armen. Maar, in een rant zit je vast en moet je door, dus de octopus komt nog wel terug.

Dit artikel komt uit de special Vrij van magazine OnderWeg (7 november 2020). Bestel het extra dikke nummer nu via onze webshop.

Tweede kans

Weet je wat mij mooi lijkt? Eens per jaar alle predikanten bij elkaar en dan krijgt de bisschop het woord: ‘Kees, je hebt er wel een potje van gemaakt in Den Helder.’ Joelende collega’s. ‘Ik ga je een nieuwe kans geven: je gaat naar Groningen! Ik denk dat je daar beter past en ik hoop op mooie verhalen volgend jaar.’ Applaus klinkt en de collega haalt opgelucht adem. Het recht om te mogen falen, de humor van het struikelen, de relativering door de tweede kans: dat zou mooi zijn.

Mobiel

Maar mede omdat het bijna nooit mooi is, moeten predikanten mobiel zijn. Ik vind dat vooral fantastisch om te horen uit de mond van oudere meer ervaren predikanten die twintig jaar of meer uitzitten in hun eigen gemeente. En eigenlijk geef ik ze ook gelijk. Pas liet ik de woorden: ‘je bent maar een voorbijganger’ tot me doordringen. Wat bedoelen mensen daarmee? Misschien wel dit: jouw mening is niet zo belangrijk, anderen spreken voor een groter deel van de gemeenschap. Jouw verleden, jouw gewoontes en verlangens doen er niet toe. Je bent een voorbijganger. Jij hoeft en mag hier niet wortelen en je gezin ook niet. Je bent een voorbijganger. Let goed op: misschien is de tijd voor jou, je gezin en je hypotheekschuld gekomen om te gaan. Jij bent niet meer dan een rimpel in een vijver. En het gaat om de vijver. Misschien bedoelen ze dat wel niet, maar op het verkeerde moment kun je dat wel horen.

Jij bent niet meer dan
een rimpel in een vijver

Als je goed in je vel zit, kun je je gemeente ervaren als een verzameling paradijsvogels, een vrolijke ark van Noach. Maar, zit je in het nauw, dan lijkt een kerk meer op de bush van Australië: vijftig procent van alle giftige dieren woont op dit continent. Wie vast komt te zitten in deze jungle heeft maar een kleine overlevingskans.

Ik was van plan nog even door te razen, maar zoals dat gaat: opeens ben je buiten adem en vraag je je af waar je mee bezig was. Hoe komt dat? Ik dacht hierover na en kom hiervoor met enkele redenen.

Zebra

Allereerst denk ik dat predikanten – en met ons jeugdwerkers, pastoraal en diaconaal werkers – een groter risico lopen om stuk te lopen op het instituut kerk dan de gemiddelde gelovige. Wij zijn inderdaad mensen die meer stuk kunnen maken en tegelijkertijd mensen die meer stuk gemaakt kunnen worden. Maar, als de kerk een ark van Noach is, ben ik uiteindelijk een van die ongetemde dieren en niet de bouwer of de kapitein. Het besef dat ik ook maar een gewone zebra ben, geeft me nog niet meteen een rustig gevoel als ik een slang of leeuw naast me vermoed, maar het helpt al iets. En, misschien weet de kapitein wat hij doet of is hij op z’n minst in staat op te treden wanneer dat nodig is. Hij heeft mij dezelfde redding beloofd als alle andere dieren.

Uitrazen

Het tweede dat me helpt is dat ik telkens mensen vind bij wie ik af en toe mag razen, hoewel ik dat natuurlijk wel moet doseren. Dat uitrazen mag ik ook bij sommige gemeenteleden of kerkenraadsleden. Telkens blijkt dat ze zoveel van Gods levensadem in zich hebben, dat ik door hen ook op adem kom. Wanneer ik dan op adem kom, kan ik weer vragen en denken. Wij leven in een sceptische en wantrouwende tijd, maar God heeft mij nog zoveel mensen gegeven aan wie ik mijn vertrouwen kan schenken en die me helpen met hun wijsheid. Vertrouwen, zelfrelativering, humor, nederigheid zijn mijn sleutelwoorden.

Eind goed al goed dus? Nee. Ik besef, dat dit niet voor iedereen geldt. Nee, er is geen eind goed al goed voor sommigen van mijn collega’s. Ik preek op dit moment over het Bijbelboek Ruth. In hoofdstuk 1 klaagt Naomi God aan dat Hij in zijn vrijheid haar alles heeft afgenomen wat ze had. Ook Job raakte alles kwijt, maar in de patriarchale samenleving van toen had hij als man nog een toekomst, nog een mogelijk nageslacht, nog status, nog rechtsbevoegdheid. Naomi verloor echt alles.

Wanneer mensen bij ons hun hart luchten, zoals Naomi, hoop ik dat we zijn als de vrouwen van Bethlehem: zij hoorden Naomi en bleven stil. Het is pas dan dat het verhaal voortgang vindt, pas dan dat God in vrijheid ook liefdevol en trouw kan blijken te zijn. Soms ontmoeten we mensen die denken dat ze zijn vastgelopen in het kerkelijk systeem. Laat ze razen. Soms schenkt God hun meer vrijheid dan ze dachten en kunnen wij hen helpen dat te zien. Maar, soms zitten ze ook echt vast als Job of zelfs als Naomi. Hebben wij dan genoeg vrijheid om hen lief te hebben?

Dit artikel komt uit de special Vrij van magazine OnderWeg (7 november 2020). Bestel het extra dikke nummer nu via onze webshop.

Over de auteur
Pieter Kleingeld

Pieter Kleingeld is predikant van de NGK Oegstgeest en redacteur van OnderWeg.

‘Ik wilde me weer verwonderen over het leven’

‘Ik wilde me weer verwonderen over het leven’

Arie Kok
  • Interview
  • Thema-artikelen
Gereedschapskist bij de wijsheidsboeken

Gereedschapskist bij de wijsheidsboeken

Annelies Smouter
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Onderweg Online

Beste Pieter, Wat ben ik blij dat jij je even flink liet gaan! En dat je dat durfde. Ik ben er zo één die gedumpt is. Mijn vrouw en kinderen willen niets meer met de kerk te maken hebben. We zijn alles kwijt, werk, huis, inkomen. En de kerk dus! Onze kerk die we liefhadden. Maar gifslangen hebben ons gebeten en wij zijn als die voorbijganger afgeschreven. Ik heb niets op m’n geweten wat dat verdient. Alleen maar dat ik niet genoeg van die tentakels had, geen 5 poten en ook geen 8 octopusarmen. En zoals je zegt ben ik de enige niet. Wat is er aan de hand in de kerken?! En nu stop ik, ik voel minder fraaie woorden en gedachten opkomen. Maar dat zou modder worden.

21:08 uur | 18 december 2020 Beantwoorden

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief