Hoofd omhoog, hart naar boven

Bob Wielenga | 11 januari 2021
  • Blog

Iedereen van mijn generatie kent wel de woorden: ‘Hoofd omhoog, hart naar boven, hier beneden is het niet.’ Ze komen uit een gezang van Jodocus van Lodenstein, een gereformeerde oudvader uit de zeventiende eeuw. Zijn geschriften worden nog wel gelezen binnen de reformatorische zuil in ons land. Of neem deze woorden: ‘Wat men hoort of ziet op aarde is ons kostelijk hart niet waard.’

Er klinkt een sterk hemelverlangen uit deze woorden. Ons hart is kostbaar in Gods ogen. Daarom wordt er in het gezang ook gebeden: ‘Jezus, trek ons hart naar boven.’ Wat we hier op aarde zien en beleven, trekt ons hart alleen maar weg van de hemelse heerlijkheid.

Deze geloofsbeleving uitte zich in een sobere levensstijl, afgekeerd van de ‘wereld’. We moesten vooral niet wereldgelijkvormig worden (Romeinen 12:2). We zijn hier slechts tijdelijk, als vreemdelingen.

Hand aan de ploeg

Van de jaren zestig van de vorige eeuw herinner ik me het groeiende verzet binnen de kerk tegen deze ascetische houding tegenover de aarde en haar volheid. Steeds sterker klonk de belijdenis: ‘Hier beneden is het wél!’ De welvaart nam toe, er kwam ruimte om meer te genieten van Gods schepping. De wereld werd steeds kleiner door de voortschrijdende technologische ontwikkelingen. Vóór de huidige pandemie vlogen we voor een habbekrats overal naartoe en genoten we van de aarde en haar volheid. En dankten God er ‘s zondags voor, want als het even kon, gingen we ook in het buitenland naar de kerk. Ascese kenmerkt al lang niet meer onze manier van leven. De hemel komt pas weer in zicht bij het naderen van de dood.

Tezelfdertijd rees er verzet tegen het piëtistische hemelverlangen vanuit een hernieuwd Bijbellezen, dat binnen de gereformeerde wereld als vruchtbaar zaad in de kuyperiaans voorgeploegde aarde viel. Met Jezus’ komst op aarde is het koninkrijk van God nabijgekomen. Daar gaat het om in het geloof, al draait het om kruis en opstanding en de daaruit voortvloeiende verzoening met God. Aan dat koninkrijk mogen we hier op aarde al bouwen, zodat zichtbaar kan worden hoe het eens op deze oude maar vernieuwde aarde zou kunnen worden: liefde, vrede, gerechtigheid en rentmeesterschap.

We grijpen zo al vooruit op wat de toekomst brengen zal. De eeuwigheid brengen we niet in de hemel, maar op deze aarde, in dit universum door. Daarom de hand aan de ploeg en de ogen niet omhoog, maar naar voren gericht, op de horizon van het heil! Wij bidden niet: ‘Jezus, trek ons hart naar boven’, maar: ‘Jezus, vul ons hart met verlangen naar uw toekomst.’ Niet in de hemel, maar op aarde!

De schepping in barensnood

Tijdens het ‘oude normaal’ hadden we ons leven redelijk in de hand, dachten we. We sloten wel onze ogen voor allerlei problemen zoals de migratie-ellende, veroorzaakt door ‘het zwaard, de honger en de pest’ (de Bijbelse drieslag die destijds migraties veroorzaakte). Er was een klimaatcrisis, veroorzaakt door de geïndustrialiseerde landen, maar het leek beheersbaar totdat vooral de jeugd de noodklok luidde (Greta Thunberg).

Door de lens van de huidige pandemie ziet het ‘nieuwe normaal’ er heel anders uit. Ik krijg weer meer gevoel voor wat Paulus in Romeinen 8 over de schepping schrijft. Hij verwijst naar het lijden van deze tijd in een schepping ten prooi aan zinloosheid. Ja, de schepping zit gevangen in de slavernij van de vergankelijkheid. Zij is als een vrouw in barensnood, bij wie de weeën maar niet ophouden. En het zijn wij mensen die de schepping aan dit lijden onderworpen hebben. Wij delen er ook zelf in. De politieke machteloosheid, de economische kwetsbaarheid en de psychologische schade waaraan wij mensen lijden is ongekend. Juist onze pandemische tijd maakt dit duidelijk. Waar gaat het naartoe met deze aarde en haar volheid?

Krijgt dat oude gezang van Van Lodenstein vandaag geen nieuwe actualiteit? Hier beneden is het niet! Oog omhoog en hart naar boven, vol verlangen naar de hemelse vreugde samen met onze Heer? Zegt Jezus zelf niet dat we schatten in de hemel moeten verzamelen? Ons hart is waar onze schat is: in de hemel dus! Ja, maar toch anders!

Bruidegom en bruid

In Openbaring 22:20 horen we Jezus zijn bruid beloven: ‘Ja, ik kom spoedig.’ Waarop zij antwoordt: ‘Amen. Kom, Heer Jezus.’ Het lijden van de tegenwoordige tijd dwingt me eens te meer om uit te zien naar de terugkomst van Jezus naar deze aarde, om haar definitief te vernieuwen en bewoonbaar te maken voor allen die zijn naam belijden. Geen hemelverlangen dus, maar wel een verlangen naar de beloofde toekomst voorbij de begrenzingen van ons verstand en ons vermogen.

Wij kunnen de weeën van de schepping niet keren, wij kunnen de gebrokenheid van het bestaan niet helen. Maar wij kijken er ook niet van weg omhoog. Samen met ‘allen die deugen’ steken we de handen uit de mouwen om te doen wat onze hand vindt om te doen. Zowel persoonlijk als samen in kerk, staat en maatschappij proberen we iets te laten zien van wat God met deze wereld bedoeld heeft.

Houden we dat vol tot Jezus’ terugkomst? We verheffen onze harten tot Hem die in de hemel zit aan Gods rechterhand. Daar komt onze hulp op aarde vandaan. Onze schat is immers in de hemel!

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Meest gelezen

Genesis 3 is een profetische vertelling

Genesis 3 is een profetische vertelling

Ulbe van der Meer
  • Opinie

Honderd jaar geleden sprak de synode van de Gereformeerde Kerken uit dat het spreken van de slang in Eden een zintuigelijk waarneembaar feit was. Ds. Jan Geelkerken zag dat anders en werd uit zijn ambt gezet. Aan dit ‘jubileum’ is tot nu toe slechts een podcast (Dick en Daniel geloven het wel #238) gewijd en een paar verhalen uit de oude doos in het Nederlands Dagblad. Moeten we ervan uitgaan dat het vandaag niet meer zo van belang is hoe je deze tekst leest?

Lees artikel
Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Het geheim van de kerk

Het geheim van de kerk

Cors Visser
  • Boekbespreking

Het was de ondertitel die me naar dit boek deed grijpen: herontdekken wat de kerk is. Na het omslaan van de laatste bladzijde was er een lichte teleurstelling. Dit boek gaat niet in de eerste plaats over de kerk. Maar naast teleurstelling was er ook een aangename verrassing: Wright werpt nieuw licht op Handelingen en ja, ook een beetje op de kerk. Wat de Britse nieuwtestamenticus doet, is de lezer in iets meer dan 200 bladzijden meenemen door heel Handelingen. Elk hoofdstuk behandelt drie of vier hoofdstukken, met uitzondering van Handelingen 1 en Handelingen 17 – die krijgen beide een eigen hoofdstuk. Door deze aanpak zit er vaart in het boek en komen de kwaliteiten van Wright naar voren: grote lijnen trekken en vergelijkingen maken met andere Bijbelboeken en verhalen. Voor mensen die Tom Wright doorgaans wijdlopig en ongestructureerd vinden – zoals ikzelf – is dit boek een stuk prettiger leesbaar. Een aantal hoofdthema's uit eerder werk komt voorbij: de nadruk op de opstanding van Jezus, het koninkrijk van God en de ontmoeting van hemel en aarde. Via Handelingen valt daar weer nieuw licht op.

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief