Kathleen Ferrier: ‘Als je meer over elkaar weet, is de ander niet zo bedreigend’

Arie Kok | 3 april 2021
  • Achtergrond
  • Interview
  • Ontmoeting

Na haar afscheid van de Haagse politiek in 2012 woonde en werkte Kathleen Ferrier (1957) vijf jaar in Hong Kong. Nu is ze voorzitter van de Nederlandse Unesco-commissie en zet ze zich onverdroten in voor vrouwenrechten, democratie en de doorwerking van het slavernijverleden. Onlangs verscheen haar boekje Hoe wij hier ook samenkwamen.

Kathleen Ferrier werd in 1957 geboren als dochter van Johan Ferrier, de latere gouverneur en president van Suriname, en van Edmé Vas, lerares. Ze werd in 2002 lid van de Tweede Kamer voor het CDA, en was daar woordvoerder ontwikkelingssamenwerking en passend onderwijs. Samen met CDA-Kamerlid Ad Koppejan kwam ze in 2010 bekend te staan als de ‘dissidenten’, doordat ze beiden fel tegenstander waren van de samenwerking met de PVV. Ze woonde vijf jaar in Hong Kong.

We spreken elkaar via video. De in Paramaribo geboren Jeangu Macrooy heeft de avond ervoor de Nederlandse inzending voor het Eurovisie Songfestival gepresenteerd. Ferrier: ‘De kern van het liedje is in het Surinaams: Mi na afu sensi, no wan man e broko mi. Dat ontroerde me. ‘Al ben ik maar een halve cent, je kunt me niet breken. Ook al stel ik in jouw ogen niets voor, je krijg me niet kapot.’ Suriname en Nederland hebben een gedeelde geschiedenis, dat hoor ik in dit liedje terug. We hebben dezelfde taal, er is veel te delen.’

(beeld David Meulenbeld)

(beeld David Meulenbeld)

Sinds Jörgen Raymann als Tante Es tv-interviews deed, weten we dat Surinaamse gesprekken beginnen met de vraag: wie is uw vader, wie is uw moeder?
‘Wie ben jij, wat breng jij mee in het gesprek? Je achternaam zegt in Suriname niet alles, omdat er veel gemengde huwelijken zijn. Het is een kleine gemeenschap, ik ben daar ‘die kleine van Johan’. Uit die vraag blijkt interesse in de ander, dat is heel wezenlijk in Suriname.’

En dan concreet: wie is uw vader, wie is uw moeder?
‘Mijn vader is Johan Ferrier, de laatste gouverneur en de eerste president van Suriname. Hij was een echte onderwijsman en bleef altijd een groot verteller. Hij is bijna honderd jaar geworden. Toen mijn vader door een journalist gevraagd werd waar zijn wortels lagen, in Nederland of in Suriname, zei hij: “Mijn wortels liggen over de hele wereld.” Onder zijn voorouders zijn Schotse hugenoten, Indiase contractarbeiders en Sefardische Joden. Ik heb voorouders onder slaafgemaakten en onder slavenhouders.’

Het hele artikel lezen? Neem een gratis proefabonnement en ontvang inloggegevens.

Wie was uw moeder?
‘Edmé Vas, van haar vaders kant was ze van Sefardisch-Joodse afkomst en haar moeder stamde af van tot slaaf gemaakte mensen. Mijn grootmoeder vertelde veel verhalen over hoe het leven in slavernij was. Mijn zusje en ik vonden het zo indrukwekkend dat ze op een steen sliepen, ze hadden geen kussens. Bij ons thuis werden de Joodse regels in acht genomen, maar ik ben hervormd opgevoed, in Suriname. We kerkten ook Luthers en bij de Evangelische Broedergemeente. Als je tussen hindoes en moslims opgroeit, word je je ook erg ervan bewust dat je christelijk bent, meer dan dat je protestants of katholiek bent. We gingen als kinderen met elkaar mee naar de heilige gebouwen als er religieuze feesten werden gevierd.

Mijn ouders waren onderwijzers in hart en nieren, overtuigd van de bevrijdende kracht van onderwijs en kennis voor iedereen. Mijn moeder was een zeer geëmancipeerde, onafhankelijke vrouw. In Suriname heeft ze zich ervoor ingezet dat jonge meisjes niet uitgehuwelijkt werden. Ze hielp soms meisjes ontsnappen en zorgde ervoor dat ze hun school konden afmaken.’

Uw vader vertelde altijd verhalen over de spin Anansi. Hoe belangrijk waren die verhalen voor u?
‘Mijn vader was een meesterverteller. De Anansitories, zoals ze in Suriname heten, zijn typisch oral history. Tijdens het vertellen voegt het publiek elementen toe. De slaafgemaakten namen de verhalen mee uit Afrika. Het kleine beestje Anansi kon door zijn slimheid in te zetten grote dieren de baas zijn. De spin is bovendien het enige dier dat de connectie tussen hemel en aarde kan maken met zijn web. Voor de slaafgemaakten waren die verhalen een bron van kracht. Ze werden op de plantages verteld, er werden ook boodschappen mee doorgegeven. Nu zijn ze belangrijk cultureel erfgoed in Suriname en eigenlijk in het hele Caraïbische gebied. De verzamelde Anansiverhalen van mijn vader zijn onlangs opnieuw uitgegeven.’

‘Als je mensen uit hun bubbel wilt halen,
vertel dan verhalen’

In uw boek benadrukt u de verbindende kracht van verhalen.
‘Als je je kinderen opvoedt met verhalen, dan oefen je ze in empathisch vermogen. Het vermogen om je in iemand anders te verplaatsen, raken we kwijt. Als je mensen uit hun bubbel wilt halen, vertel dan verhalen. Het stimuleert nieuwsgierigheid naar de ander.’

Ik heb begrepen dat in Suriname de synagoge en de moskee vreedzame buren zijn. Is dat tekenend voor de cultuur?
‘Klopt. Als ze in de moskee extra stoelen nodig hebben, rennen ze even bij de synagoge naar binnen. Zo gaan ze met elkaar om. Mensen vragen zich vaak af hoe het kan dat juist multi-religiositeit tot zoveel conflicten en oorlog leidt, en het in Suriname zo goed gaat. Ik heb daar veel over nagedacht. We wisten dat we elkaar nodig hadden om verder te komen. Dat wezenlijke besef maakt dat je geïnteresseerd bent in de ander.

In Europa werkt het anders. Mensen die van buiten komen hebben zich hier maar te voegen in het frame, ze moeten assimileren en zich aanpassen. Toen arbeidsmigranten uit Turkije en Marokko kwamen, dacht men: laat ze bij elkaar zitten en hun eigen leven leiden, ze worden vanzelf zoals wij. Als ze eenmaal de moderniteit hebben leren kennen, dan willen ze dat ook. We gaan ervanuit dat ‘zijn zoals wij’ fantastisch en begeerlijk is voor iedereen, dat mensen dat vanzelf zullen willen. Maar dat is niet zo.’

Wat zou het denken dan wel moeten zijn?
‘Veel meer openheid en oprechte interesse. Als je naar de wereld kijkt vanuit een Eurocentrische bril en denkt dat iedereen zo wil worden als jij, dan sta je niet open voor wat anderen jou te bieden hebben. Wat is hún verhaal? Wie is je vader, wie is je moeder? De nieuwsgierigheid naar elkaar is er bijna niet meer. Ik denk dat deze COVID-crisis ons met de neus op de feiten drukt. De uitdagingen voor de mensheid zijn zo groot dat we het ons niet kunnen permitteren om te denken vanuit je eigen norm. We hebben de creativiteit en inbreng vanuit alle hoeken van de wereld nodig om tot oplossingen te komen. COVID laat ons ook zien dat we uiteindelijk allemaal mensen zijn, even kwetsbaar voor het virus. Het maakt alleen verschil waar je woont, dat is de ongelijkheid die mensen zelf hebben aangebracht. Er zijn bijvoorbeeld gebieden op de wereld waar nu te weinig vaccins naartoe gaan. Vanuit je eigen bubbel kun je deze problemen niet meer oplossen, daarvoor zijn ze te complex.’

Kunt u het begrijpen dat sommige mensen bang zijn hun eigen cultuur te verliezen?
‘Dat begrijp ik heel erg goed, als in je eigen straat je eigen taal niet meer wordt gesproken dan is dat vervreemdend. Ook die verhalen moeten gehoord worden, de politiek moet daar effectief op inspelen. Daarom moeten we niet denken dat mensen vanzelf worden zoals wij. Het is belangrijk dat nieuwkomers Nederlands leren spreken, dat ze weten wat de waarden en normen zijn in deze samenleving. We moeten mensen niet in hun eigen bubbel laten zitten, maar werken aan onderlinge connecties. Als je meer weet over elkaar, dan is de ander niet zo bedreigend.’

(beeld David Meulenbeld)

(beeld David Meulenbeld)

U bent lid van de Protestantse Kerk. Komen racisme en slavernijverleden in uw kerk voldoende aan de orde, vindt u?
‘Ik ben heel blij dat u dat vraagt. Ik ben betrokken bij de Council for World Mission, waar de PKN ook lid van is. Daarin wordt veel over deze onderwerpen gesproken, heel inspirerend is dat. Men wil graag dat de PKN daarin meedoet, maar ze geven tot nu toe niet thuis. Dan maar zonder de PKN, want die trein dendert door. Zeker na Black Lives Matter zie je dat het debat over de hele wereld op gang komt. Hoe mooi is het als je juist vanuit kerken bij elkaar komt en de vraag stelt: welke rol kunnen wij hierin spelen? Het erkennen van het slavernijverleden en hoe het doorwerkt in het heden is een spiritueel proces, een helingsproces, dat nodig is om die gezamenlijke toekomst in te kunnen gaan.’

De meeste protestantse gemeenten, en ook de kleine gereformeerde kerken, zijn nogal wit van samenstelling. Wat missen ze daardoor volgens u?
‘Ik ben secretaris geweest van SKIN, de koepel van migrantenkerken in Nederland. Veel groepen hebben hun eigen kerken, vooral vanwege de taal. Begrijpelijk, om die reden was mijn echtgenoot voorganger van de Nederlandstalige kerk in São Paulo. Er is bij migrantenkerken veel belangstelling om samen te werken met autochtone kerken. Ze zeggen: wij zijn jullie ontzettend dankbaar dat jullie ons het geloof gebracht hebben. Nu willen wij jullie helpen, nu jullie worstelen met terugloop. Wij hebben wel ideeën om jongeren te betrekken, om nieuw leven in de kerk te brengen, of alternatieve manieren om diensten te houden. Er zijn wel connecties tussen kerken gekomen, maar er is ook nog veel te halen. Migrantenkerken worden vaak uitgenodigd om te zingen en te koken, maar nodig ze ook eens uit om te preken. Ga ook eens samen dingen doen om elkaar te leren kennen. Als christenen in Nederland elkaar weten te vinden, dan gebeurt er echt wat. De bloeiende migrantengemeenschappen zijn het cement van de samenleving, ze leveren op een natuurlijke manier vrijwilligerswerk en mantelzorg. Het is geen gemakkelijke weg, de culturen kunnen heel verschillend zijn. Maar het is wel een weg die we te gaan hebben.’

‘Het erkennen van het slavernijverleden
is een spiritueel proces’

Uw nieuwe boek is een uitwerking van de Anton de Kom-lezing die u gehouden heeft. Wie is Anton de Kom voor u?
‘In zijn boek Wij slaven van Suriname uit 1934 belicht hij, en dat is voor het eerst, de slavernijgeschiedenis vanuit het perspectief van de slaafgemaakte. Hij maakt daarbij een belangrijk statement: mensen kijken vanuit verschillende perspectieven naar de wereld en naar problemen die er spelen. Wees je ervan bewust dat de ander vanuit zijn of haar perspectief iets heel anders ziet. Dat is een belangrijke les voor vandaag. We hebben alle perspectieven nodig om tot oplossingen te komen voor de uitdagingen waar we voor staan. Wat ik ook interessant vind aan De Kom is dat hij in Suriname opstond tegen de Nederlandse overheersing en het onrecht dat mensen werd aangedaan. Hij werd naar Nederland gestuurd, omdat hij in Suriname te lastig gevonden werd. Daar is hij samen met Nederlanders opgestaan tegen de Duitse bezetter, wat hem zijn leven gekost heeft. Anton de Kom stond voor mensenrechten, ongeacht de persoon of situatie.’

U bent voorzitter van de organisatie van het Abraham Kuyper-jaar. Hoe dacht hij eigenlijk over de koloniën?
‘Kuyper keek vanuit zijn tijd en zei af en toe dingen die we vandaag absoluut onacceptabel vinden. Mijn ambitie als voorzitter is dat we alle aspecten van Kuyper bespreken, ook díe uitspraken willen we aan de orde stellen. Kuyper was een soort superman, die enorm veel voor elkaar heeft gekregen en heel belangrijk is geweest voor Nederland. Maar hij wist ook wat burnouts waren en hij had last van depressies. Er is een scheepje van hem bewaard gebleven uit die perioden. Dat is vooral voor studenten die het zwaar hebben vanwege de beperkingen, een mooi symbool: die grote Kuyper kende ook zijn mindere momenten.’

Op het graf van uw ouders staat in het Surinaams ‘tel uw zegeningen’. Voor u is het ook een belangrijk motto, heb ik begrepen.
‘Het is een soort lijfspreuk van onze familie. Dat lied zingen wij altijd bij belangrijke gelegenheden. Je kunt wel druk zijn met wat je anders zou willen, maar wees dankbaar voor wat je wel hebt. Dat geldt zeker ook in deze tijd, de beperkingen zijn voor ons allemaal moeilijk. Maar als je kijkt naar hoe mensen in vluchtelingenkampen erbij zitten. In sommige landen is überhaupt geen infrastructuur voor gezondheidszorg. Dus, tel je zegeningen.’

Geïnspireerd door OnderWeg? Neem een gratis proefabonnement.

Over de auteur
Arie Kok

Arie Kok is journalist en tekstschrijver.

God aan tafel ervaren tijdens Seider

God aan tafel ervaren tijdens Seider

Maarten Boersema
  • Interview
  • Thema-artikelen
Jongeren en rituelen in de kerk

Jongeren en rituelen in de kerk

Ronelle Sonnenberg
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief