Van rouw word je wijzer

Miranda Renkema-Hoffman | 17 juli 2021
  • Eyeopener

‘Het is beter dat je naar een huis vol rouw gaat dan naar een huis vol feestrumoer, want in een huis vol rouw eindigt iedereen.’ (Prediker 7:2a)

Na bijna anderhalf jaar met veel beperkingen vanwege corona komt er eindelijk wat ruimte om te ‘vieren’. Je mag weer met een paar mensen samen zijn, de restaurants en terrassen zijn open, je kunt weer naar de film of een concert en er worden heel wat plannen gemaakt om feestjes ‘in te halen’. Bovendien is het lekker weer en wordt er in Europa gevoetbald. We zijn collectief een beetje in feeststemming. En dan staat er zo’n tekst boven dit artikel.

De tekst komt uit het begin van Prediker 7, waar meer van dit soort zinnen staan. Lees bijvoorbeeld vers 1-4. Hoe kan Prediker zoiets zeggen? Het maakt je eigenlijk boos. We hebben in die anderhalf jaar te vaak meegemaakt hoe dat is, een huis vol rouw. We weten wat verdriet en rouw doen met een mens. Het put uit, het kan je fysiek ziek maken, daar is niets goeds aan. En dan zou het beter zijn om naar een huis vol rouw te gaan dan om feest te vieren?

Nadenken

Misschien is het wel precies Predikers bedoeling dat we zeggen ‘er klopt niets van’. Prediker probeert in zijn boek wijsheid over te brengen. Hij doet dat op een speciale manier: prikkelend, weerstand oproepend. Zodat je wel moet luisteren. Het gaat Prediker in zijn zoeken naar wijsheid erom dat je leert hoe je goed kunt leven met God, met mensen om je heen en met jezelf. Wijsheid gaat dieper dan het hebben van kennis en gaat ook dieper dan veel wat we in onze samenleving zien. Hij wil ons in dat diepere meenemen. Hij zegt dan dingen waarvan je denkt: ‘Dat klopt niet; dat kan toch niet, dat dát in de Bijbel staat!’ Met als gevolg dat je gaat nadenken. En dan heeft Prediker je precies waar hij je hebben wil.

Wat zou de bedoeling kunnen zijn van deze tekst? Het is niet zo dat Prediker nu eenmaal een somber mens is of dat hij alles negatief bekijkt. In Prediker 2:24 zegt hij dat het goed is om te genieten van eten en drinken en van het goede dat God geeft. Kennelijk heeft hij daar wel oog voor. Maar waarom is het dan beter om naar een plek waar verdriet is te gaan, dan naar een feest? In het algemeen klopt dat namelijk echt niet. Feest is goed en om van te genieten. En verdriet hoort niet bij Gods goede schepping. Maar in een bepaald opzicht is het waar, en het is niet zo gek dat Prediker juist dat punt opvalt, namelijk: dat je op een plek waar verdriet is ‘wijsheid’ kunt leren; die kans loop je veel minder op een plek waar gefeest wordt.

Stilgezet

Ik hoorde iemand bij deze tekst zeggen: ‘Wijsheid groeit niet aan de oppervlakte van het leven, die groeit in de diepte van het bestaan. In de stilte, daar waar het lijden is en het sterven, daar groeit wijsheid.’ Ik ben dat nooit vergeten. Het is ook waar denk ik. Veel mensen zullen de ervaring hebben dat als je wordt stilgezet door bijvoorbeeld ziekte of verlies zo’n moeilijke tijd tegelijk ook een periode is van verdieping. Verdieping van vriendschappen, soms ook van geloof, van mildheid of geduld, van vertrouwen en hoop. Dat hoeft niet altijd, maar vaak gebeurt het wel. Velen zullen ook herkennen dat bij een bezoek aan mensen met verdriet of rouw een ander soort gesprekken ontstaat dan wanneer de omstandigheden gemakkelijker zijn, en dat het vaak kostbare momenten oplevert van verbondenheid. Je leert in zulke tijden samen bidden, samen op God vertrouwen, samen hopen en huilen.

Deze tekst noemt nog een aspect van het binnenstappen in een huis waar lijden en rouw is, namelijk dat je geconfronteerd wordt met je eigen kwetsbaarheid en sterven. Dat is iets wat we eigenlijk liever vermijden, we gaan liever op in de dingen die daarvan afleiden. Natuurlijk mag je best genieten, ook van allerlei wat meer oppervlakkige dingen, van chillen, uitgaan, shoppen, enzovoort. Daar is niets mis mee, maar je leert er ook niet zo veel van. Je wordt er niet ‘wijzer’ van. Het leert je niet om goed met God en anderen en jezelf te leven. Dat gebeurt vaak in de diepte, als je wordt stilgezet, bij het sterven en bij grote levensvragen.

Dwaas

Die uitspraak van Prediker in vers 2b: ‘je leven lang ter harte moet nemen’ is niet bedoeld om je alle plezier te ontnemen of je somber te maken, maar juist om je goed te doen. Tegen een cultuur van verdoving in roept deze tekst je op om verdriet en rouw onder ogen te zien en je af te vragen: waar ligt temidden van dit alles mijn geborgenheid, mijn hoop? Dat vraagt moed en bewust stilstaan, want het is niet zo gemakkelijk om die diepe vragen binnen te laten komen. Het is veel gemakkelijker om ze te overstemmen. Dat is wat vers 4 bedoelt: het is gemakkelijker, maar het is ook dwaas om te vluchten in de lol van feestjes. Uiteindelijk geeft het wel even vrolijkheid, maar levert het weinig echte vreugde op.

Vreugde vinden

Hoe vind je die vreugde dan wel? Die komt als je bij dat stil worden bij lijden en rouw je realiseert wat God doet met ons verdriet. Als je je realiseert dat God er nu is, in ons leven dat aan alle kanten bedreigd wordt. Hij was er altijd, dezelfde in zijn trouw en genade en macht. Hij zal er zijn, dwars door verdriet en sterven heen. De Here Jezus kwam uit de hemel om de dood in te gaan, om ons ‘huis van rouw’ in te gaan en de dood van binnenuit te overwinnen. Hij stond op en leeft – en wij mogen leven met Hem. Wat Prediker op het oog heeft met deze tekst is dat we naar Hem vluchten en bij Hem echte vreugde en vrede vinden, zodat we verder kunnen, moed putten en wijsheid opdoen om het leven te kunnen leven.

Juist nu wij snel weer terug willen naar alles wat er te genieten valt, is het goed dat we de achterliggende tijd niet vergeten. Dat we niet doen of die er niet was, maar stil staan bij het verdriet en bij de ernst van ziekte en sterven, bij het verdriet dat ons zelf trof, maar ook bij het lijden dat er wereldwijd is. We mogen schuilen bij de God die ons zijn liefde bewees – alleen Hij kan ons leven veilig laten zijn, om daarna met des te meer dankbaarheid nieuwe tijden en mogelijkheden uit zijn hand te ontvangen om van te genieten. Dat is ‘wijs’ leven, tot zijn eer.

Gespreksvragen

1. Ds. A.F. Troost schreef een boekje over Prediker. Hij zegt over dit gedeelte dat het bijzonder is dat er bij een open graf zoveel vragen opkomen over Gods zorg en leiding en dat je je tegelijkertijd vaak op een begrafenis dichter bij God kunt voelen dan bijvoorbeeld bij een huwelijkssluiting. ‘Alsof je in een rouwdienst dichter bij het geheim van het leven bent dan in een trouwdienst’ (A.F. Troost, Praten met Prediker, blz. 106). Is dat herkenbaar? Zou dat iets te maken hebben met wat Prediker bedoelt?

2. Rouw en verdriet zorgen niet automatisch voor wijsheid (vergelijk Job 2:9, Spreuken 30:3). Het verdriet kan je zo overspoelen dat je God niet meer ziet, laat staan dat je zou weten hoe je zelf verder moet. Het is ook lang niet altijd waar dat nood leert bidden, misschien leert nood wel even vaak vloeken. Iemand zei: ‘In de kerk leer je bidden, woorden die je in de nood nodig hebt.’ Zou dat ook in Predikers les zitten? Dat je niet alles nog helemaal moet leren als je zelf geraakt wordt door verdriet?

Over de auteur
Miranda Renkema-Hoffman

Miranda Renkema-Hoffman is theologe.

‘Ik wilde me weer verwonderen over het leven’

‘Ik wilde me weer verwonderen over het leven’

Arie Kok
  • Interview
  • Thema-artikelen
Gereedschapskist bij de wijsheidsboeken

Gereedschapskist bij de wijsheidsboeken

Annelies Smouter
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief