Verlos ons uit de greep van het systemische kwaad

Maarten Boersema | 29 januari 2022
  • Interview
  • Thema-artikelen

Pieter Vos is bijzonder hoogleraar Protestantse Geestelijke Verzorging bij de Krijgsmacht en Universitair Hoofddocent Ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit. We spreken met hem over de systemische kant van het kwaad. Hoe werkt het kwaad als macht in de praktijk en wat betekent het om je daartegen te verzetten?

(beeld Rob Nelisse)

Wat betekent het volgens u als we bidden: verlos ons van de Boze of: red ons uit de greep van het kwaad?
‘Het is goed om ons te realiseren dat in het Onze Vader twee bedes betrekking hebben op het kwaad. Allereerst is er de bede om vergeving voor het kwaad dat we zelf hebben begaan, daarna volgt de bede om niet in verzoeking te komen en om verlossing uit de greep van het kwaad. Het is bevrijdend dat het Onze Vader ons leert om genuanceerd naar het kwaad te kijken. We denken bij kwaad vaak aan het morele aspect waarbij de persoonlijke verantwoordelijkheid centraal staat. Dat is: “vergeef ons onze schulden”. Maar er is ook nog een ander kwaad, kwaad waarvan we verlost moeten worden. Dat is een macht die verder reikt dan onze persoonlijke overtredingen en morele tekortkomingen waardoor we lijden, vastgezet worden en dat ons persoonlijk in de greep kan krijgen. Het kwaad kan ons zelfs verleiden. Dat is: “leid ons niet in verzoeking”.’

Waarom is deze dubbelheid in het Onze Vader bevrijdend voor u?
‘In onze omgang met het kwaad kiezen we geregeld voor een van de uitersten. Het ene uiterste is dat we het kwaad schuiven op onze persoonlijke verantwoordelijkheid. Je bent dan als persoon schuldig en moet er zelf met jouw schuld uit zien te komen of iemand anders wordt als schuldige aangewezen. Het andere uiterste is dat het kwaad zo’n anonieme en ongrijpbare macht is dat we er niet meer over durven te spreken. In het Onze Vader zit veel nuance, want het laat ons zien dat we zelf kwaad doen, maar ook dat we slachtoffer van het kwaad kunnen zijn.’

‘Alleen medisch-psychische hulp helpt
militairen niet voldoende’

Doelt u hiermee op het onderscheid tussen moreel en natuurlijk kwaad?
‘In het klassieke denken zie je dat onderscheid terugkomen. Enerzijds wordt er gesproken over moreel kwaad waarbij iemand kwaad begaat en dan zijn er daders en slachtoffers. Anderzijds wordt er gesproken over natuurlijk kwaad, zoals rampen. Je kunt denken aan aardbevingen en andere natuurrampen, maar ook aan ziektes. In het christelijk geloof zijn die twee aspecten ook aanwezig.

Maak goed onderscheid tussen deze aspecten, want als je ze met elkaar gaat vermengen, kan dat tot ontsporingen leiden. Denk aan iemand die ziek wordt en te horen krijgt dat hij moreel schuldig is en door middel van deze ziekte gestraft wordt. Jezus wijst zo’n causaal verband af. Andersom kan het ook gebeuren dat moreel kwaad wordt vergoeilijkt door er natuurlijk kwaad van te maken. Iemand verontschuldigt zich bijvoorbeeld voor zijn misbruik en zegt dat hij er ook weinig aan kon doen, want het komt door de omstandigheden of het is hem gewoon overkomen. Dat kan, maar het neemt de eigen verantwoordelijkheid en schuld niet weg.

Deze voorbeelden laten zien dat kwaad gelaagd is. Er is kwaad dat ons overkomt, kwaad dat niet te herleiden is tot een persoon of dader die erachter zit. Het hele verschijnsel COVID-19 heeft dat karakter. Het is een virus dat ons overkomt, maar het liefst proberen we verantwoordelijken aan te wijzen zoals in het begin de Chinezen. Ook nu weer met alle maatregelen willen we het liefst personen verantwoordelijk houden. Natuurlijk mag je ministers ter verantwoording roepen, maar om alle problemen te herleiden tot de verantwoordelijkheden die zij hebben, onderschat je de kracht van het kwaad en overschat je de mogelijkheden van een enkele persoon.’

Geïnspireerd? Neem een proefabonnement op magazine OnderWeg.

Zijn er nog meer soorten van kwaad te benoemen?
‘De tweeslag moreel en natuurlijk kwaad voldoet niet. Als derde kun je nog spreken van systemisch kwaad. Dus tot systeem geworden kwaad waarbij mensen wel de oorzaak zijn, maar waarbij je niet een of meerdere personen kunt aanwijzen als schuldige.

Systemisch kwaad werd vooral benoemd in het maatschappijkritisch denken vanaf de jaren ’60. Het besef kwam op dat maatschappelijke structuren onrechtvaardig kunnen zijn. De bevrijdingstheologie kwam in die tijd op en wees het onrecht van structureel kwaad aan. Ook nu zijn er structuren die kwaad in zich hebben en bijvoorbeeld hebben geleid tot de toeslagenaffaire. Die affaire legt een cultuur van wantrouwen bloot waarin mensen structureel oneerlijk bejegend worden. Die cultuur gaat verder dan alleen het beleid van ministeries, er gaan wetten aan vooraf die daarvoor de basis hebben gelegd. Het is een kwaad systeem dat tot die cultuur van wantrouwen heeft geleid.

Er moet genoegdoening plaatsvinden voor de slachtoffers, maar het kwaad is groter dan een incidentele ontsporing. Het heeft een structureel karakter en daaraan moet iets gedaan worden. De bede “verlos ons van het kwaad” is daarvoor geen oplossing. In die bede spreek je uit dat dergelijk kwaad ons steeds weer in de greep kan krijgen en dat we onszelf er niet van kunnen bevrijden, maar ervan verlost moeten worden.’

In uw inaugurele rede als bijzonder hoogleraar sprak u over het kwaad dat militairen kan overkomen en waarmee ze bij terugkomst ook heftig kunnen worstelen. Hoe overstijgt het kwaad ons morele en persoonlijke kwaad?
‘Bij getraumatiseerde veteranen wordt dikwijls PTSS (posttraumatische stressstoornis) vastgesteld. Deze psychologische categorie duidt aan dat militairen een beschadiging hebben opgelopen. Deze term wijst dus op een medische benadering. Iemand heeft een ziekte, een syndroom, doordat hij iets heftigs heeft meegemaakt. Alleen medisch-psychologische hulp helpt militairen niet voldoende, omdat ze juist ook met morele vragen worstelen. Ze worstelen met gevoelens van schuld, schaamte en boosheid.

Gelukkig is daarvoor sinds enkele decennia steeds meer aandacht, maar dit morele aspect kan louter individueel worden gemaakt en als een probleem worden uitgelegd dat behandeld moet worden. Maar de morele vragen zijn ten eerste wel reëel en ten tweede staat die militair niet op zichzelf. Wat hem of haar is overkomen is een gedeelde verantwoordelijkheid van defensie, politiek en de hele samenleving. De morele vragen waarmee militairen worstelen moeten niet alleen op hun schouders komen te liggen, maar we moeten erkennen dat ze worstelen met de gevolgen van kwaad waarvan we allemaal deel uitmaken.’

‘Het kwaad vraagt om verlossing van buitenaf’

Wat zou het betekenen als de maatschappij hiervoor verantwoordelijkheid nam?
‘Het zou erkenning voor de militairen betekenen. Het kwaad waarmee zij worstelen is aan de ene kant iets van henzelf. Zij, niet wij, zijn uitgezonden en hebben dingen gedaan die niet goed zijn of hebben juist niet gedaan wat ze hadden moeten of willen doen. Aan de andere kant gaat het hier om kwaad dat groter is dan hun persoonlijke aandeel. De samenleving die via politieke besluitvorming ingestemd heeft met de militaire missie heeft daaraan ook deel. Het kwaad is meer dan alleen persoonlijk, daarom vraagt het om publieke erkenning. Je zou bij terugkeer van militairen van een missie een publiek ritueel kunnen vormgeven waarbij de politieke verantwoordelijken op het Binnenhof de militairen weer welkom heten in de maatschappij. Daarbij moet dan de ambivalente werkelijkheid waarin ze hebben gewerkt benoemd en erkend worden: wat goed is gegaan, maar ook wat minder goed is gegaan. Het werkt bevrijdend als wordt uitgesproken dat er kwaad is en wordt gedaan dat groter is dan het individuele handelen.’

Dit gaat expliciet over militairen, maar hoe kunnen niet-militairen zich in het dagelijks leven zinvol verhouden tot systemisch kwaad? Neem als voorbeeld de klimaatcrisis.
‘Allereerst moeten we doen wat we kunnen doen. We moeten benoemen wat er in ons handelen verkeerd gaat. Vervolgens moeten we ertegen in verzet komen en het handelen omvormen, in concrete vormen van milieubewust handelen. Dit sluit aan bij de bijbelse oproep om onrecht te bestrijden en recht te doen aan al wat leeft. Vanuit een gelovig perspectief op het kwaad beseffen we dat kwaad soms groter is dan wijzelf of groter dan wat mensen doen. Het kwaad vraagt om verlossing die we niet zelf kunnen bewerken. Beide aspecten zijn belangrijk en helpen ons om twee extremen te vermijden. Enerzijds voorkomt de oproep tot recht doen dat we in apathie vervallen. Dat kan in de klimaatdiscussie zomaar gebeuren. Het probleem is zo groot en complex dat je kunt bevriezen en niets meer doet. Aan de andere kant kun je denken dat alles van jou en jouw handelen afhangt en vergeten dat de klimaatcrisis een structureel kwaad is. Dan blijven de structuren die de uitbuiting van de aarde mogelijk maken te veel buiten beeld. Ook die moeten veranderen, maar dat kunnen we niet alleen. We blijven aangewezen op de verlossing van het kwaad.’

Geïnspireerd? Neem een proefabonnement op magazine OnderWeg.

Over de auteur
Maarten Boersema

Maarten Boersema is als predikant verbonden aan de NGK Leiden-Herengrachtkerk en hoofdredacteur van bijbelstudiemagazine WegWijs. Onze hoofdredacteur Louren Blijdorp is columnist voor WegWijs. Want we zijn samen onderweg ook als bladen.

Meest gelezen

Genesis 3 is een profetische vertelling

Genesis 3 is een profetische vertelling

Ulbe van der Meer
  • Opinie

Honderd jaar geleden sprak de synode van de Gereformeerde Kerken uit dat het spreken van de slang in Eden een zintuigelijk waarneembaar feit was. Ds. Jan Geelkerken zag dat anders en werd uit zijn ambt gezet. Aan dit ‘jubileum’ is tot nu toe slechts een podcast (Dick en Daniel geloven het wel #238) gewijd en een paar verhalen uit de oude doos in het Nederlands Dagblad. Moeten we ervan uitgaan dat het vandaag niet meer zo van belang is hoe je deze tekst leest?

Lees artikel
Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Het geheim van de kerk

Het geheim van de kerk

Cors Visser
  • Boekbespreking

Het was de ondertitel die me naar dit boek deed grijpen: herontdekken wat de kerk is. Na het omslaan van de laatste bladzijde was er een lichte teleurstelling. Dit boek gaat niet in de eerste plaats over de kerk. Maar naast teleurstelling was er ook een aangename verrassing: Wright werpt nieuw licht op Handelingen en ja, ook een beetje op de kerk. Wat de Britse nieuwtestamenticus doet, is de lezer in iets meer dan 200 bladzijden meenemen door heel Handelingen. Elk hoofdstuk behandelt drie of vier hoofdstukken, met uitzondering van Handelingen 1 en Handelingen 17 – die krijgen beide een eigen hoofdstuk. Door deze aanpak zit er vaart in het boek en komen de kwaliteiten van Wright naar voren: grote lijnen trekken en vergelijkingen maken met andere Bijbelboeken en verhalen. Voor mensen die Tom Wright doorgaans wijdlopig en ongestructureerd vinden – zoals ikzelf – is dit boek een stuk prettiger leesbaar. Een aantal hoofdthema's uit eerder werk komt voorbij: de nadruk op de opstanding van Jezus, het koninkrijk van God en de ontmoeting van hemel en aarde. Via Handelingen valt daar weer nieuw licht op.

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief