Dina Jacobsdochter

Bob Wielenga | 8 augustus 2022
  • Achtergrond
  • Blog

Er zijn genoeg meisjes die Dina of Dineke heten zonder dat ze weten waar hun naam vandaan komt. Het is een oude naam die al in bijbelse tijden voorkwam, in ieder geval één keer in de Bijbel in Genesis 34. De naam betekent ‘oordeel’ in het Hebreeuws.  De Dina in de Bijbel was de dochter van Jacob en zijn vrouw Lea die samen al zes volwassen zoons hadden; ze was blijkbaar een nakomertje. Hoe lezen we vandaag het verhaal van Dina in Genesis 34?

Het begon allemaal onschuldig. Dina zocht de meisjes van Sichem op, een stad in het hart van het beloofde land. Jacob had daar in de buurt een stuk grond gekocht om zich er te vestigen. Hij bouwde er een altaar voor de God van Israël (Genesis 33:18-20). Het valt op dat God verder niet genoemd wordt in Genesis 34, pas weer in Genesis 35:1.

Dina ging op zekere dag kennis maken met de meisjes van Sichem, misschien wel bij een bron waar zij water haalden. Ze maakten kennis en hadden als meiden onder elkaar plezier. Totdat een zoon van Chamor, de koning van Sichem, langs kwam en Dina zag (Genesis 34:2). Hij maakte misbruik van zijn positie als prins voor wie de meisjes van Sichem ontzag hadden (Genesis 34:19). Ze kwamen Dina, toch een migrant, niet te hulp toen hij haar overweldigde en verkrachtte.

De prins

Toch liep het voor Dina anders af dan ze gedacht zal hebben. De jonge man, ook Sichem geheten, werd op slag verliefd en wilde per se met haar trouwen. Hij nam haar mee naar huis en stelde haar aan zijn vader voor. Hij drong er bij hem op aan om zo snel mogelijk met Dina’s vader onderhandelingen te beginnen over de bruidsprijs. In Genesis 34:8-12 lezen we hoe aantrekkelijk voor migranten als Jacob de voorgestelde bruidsprijs was. Van migrant werd hij medeburger in volle rechten. Dat zou Dina’s familie toch hebben moeten overtuigen om zo snel mogelijk het huwelijk goed te keuren?

Opmerkelijk, Sichem gedroeg zich precies zoals later in de wet van Mozes voorgeschreven werd voor zulke gevallen: de verkrachter moest zijn slachtoffer, een ongetrouwd meisje, trouwen (Deuteronomium 22:28-29). Zoals Paulus schrijft over heidenen die de wet niet kennen maar toch van nature doen (Romeinen 2:14). De Kanaäniet Sichem gedroeg zich hier fatsoenlijker dan Dina’s broers die de God van Israël aanbaden.

Vader Jacob

Hoe reageerde Dina’s vader op wat met haar gebeurd was? In Genesis 34:5 lezen we dat Jacob een pas op de plaats maakte en op de thuiskomst van zijn zoons wachtte voordat hij inging op de bruidsprijsvoorstellen van Chamor en zijn zoon. Hij liet, onverstandig genoeg, zo het initiatief aan zijn zoons, een bewijs van falend ouderschap.

We weten niet wat hij van de verkrachting van zijn dochter dacht. Ook toen Dina’s broers de geschonden eer van de familie gewroken hadden door de mannen van Sichem te vermoorden, komt Dina en haar situatie niet ter sprake. Jacob klaagt alleen over mogelijke beschadiging van zijn goede naam onder de inwoners van Kanaän. Deze eerwraak (Genesis 34:30-31) kon alleen maar zijn positie in Kanaän beschadigen. Niets over Dina.

De broers

Het verhaal gaat ook niet over Dina. Het gaat over Jacob en zijn zoons en hun reactie op wat haar overkwam. ‘Moesten wij onze zuster dan als een hoer laten behandelen?’ werpen haar broers Jacob tegen. Hun punt is niet Dina’s eer, maar die van de familie.

Hun geschonden eer moest worden gewroken

Jacobs houding hier doet denken aan die van David na de verkrachting van zijn dochter Tamar door haar halfbroer Amnon: hij was woedend, maar deed niets (2 Samuel 13:21). In beide gevallen faalden de vaders als hoofd van hun gezin en voorkwamen niet wat hun zoons uit eerwraak deden. Zoals altijd in gevallen van eerwraak blijft de dochter zichtbaar afwezig en draait alles om de mannen in de familie: hun eer is geschonden.

Jacob veroordeelt wel op zijn sterfbed de twee aanstichters van de massamoord, Dina’s volle broers Simeon en Levi (Genesis 49:5-7), maar ook dan valt de naam van Dina niet.

De God van Israël

Jacob bouwde een altaar voor de God van Israël. Maar God komt niet voor in deze Godonterende gebeurtenis. Uit niets blijkt dat Jacob en zijn zoons bezorgd waren over de reputatie van God onder de inwoners van Kanaän. In Genesis 34:30 maakt Jacob zich zorgen over zijn eigen reputatie; elke verwijzing naar de God van Israël ontbreekt. Zij gedroegen zich alsof God niet bestond!

Ze waren godsdienstig, maar zonder God

Dat blijkt ook uit het misbruik dat gemaakt werd van het verbondssacrament van de besnijdenis (Genesis 17). De Sichemieten moesten eerst, zoals de Israëlieten, besneden worden, kon er van een huwelijk sprake zijn. Trouwen met Kanaänieten was in Abrahams familie niet toegestaan (Genesis 28), al gebeurde het natuurlijk wel (Genesis 38:2). In Deuteronomium 7:3 wordt een huwelijk met de Chiwwieten, de inwoners van Sichem, strikt verboden. De broers leken zich bij deze traditie aan te sluiten met hun eis van eerst de besnijdenis. Maar het was een dekmantel voor een doortrapt plan om de besneden mannen tijdens hun herstelperiode te vermoorden. Het ging Dina’s broers niet om Gods wil maar om eerwraak.

Ten slotte

In Genesis 12:3 krijgt Abraham een drievoudige belofte. Hij zou een talrijk nageslacht krijgen: het begin was er. Hij zou Kanaän als erfenis ontvangen: Jacob had al een stukje ervan in bezit. Zijn nakomelingen zouden een zegen worden voor de volken. De volken zouden naar God toe trekken door het voorbeeld van het gezegende leven van Abrahams nakomelingen. Daarvan kwam gelijk al niets terecht. Wie wilde er nu worden zoals Jacob en zijn zoons en hun God dienen?

Maar goed dat God ingreep (Genesis 35:1), anders zou de heilsgeschiedenis al doodgelopen zijn nog voordat ze goed en wel begonnen was.

 

 

 

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

‘De afgod van de jeugd blijkt een zeepbel’

‘De afgod van de jeugd blijkt een zeepbel’

Koos Tamminga
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief