Liefdevolle zorg voor bijzondere mensen

Wouter Hoving | 10 november 2023
  • Reportage
  • Thema-artikelen

Intensieve zorg verlenen aan mensen met een beperking is niet voor iedereen weggelegd. Toch zweren de medewerkers van zorgorganisatie Vanboeijen in Assen bij hun baan. Wat drijft hen? ‘Elke persoon is zijn eigen puzzeltje.’

De woonkamer voor de bewoners met een beperking aan de Middenweg in Assen ziet er functioneel en ruim uit. Eigenlijk een tikkeltje ongezellig, al probeert een grote vastgeplakte wandplaat met bomen dat enigszins te maskeren. Dit is voor deze bewoners het hoogst haalbare, want veel prikkels kunnen ze niet aan. Bewoner Thijs (66) – liefkozend wel de binnenhuisarchitect genoemd – scheurt behang onmiddellijk van de muren af.

Gerard (77) ligt op de bank te soezen. Hij is voor iemand met een beperking hoogbejaard. Steven (30) trippelt op zijn tenen op hoog tempo heen en weer met een klein touwtje in de handen, waarnaar hij ingespannen kijkt. Jay (20) slaat ergens een deur hard dicht, Josien (33) geeft af en toe een roep vanuit haar kamer.

Thijs hangt rond de keuken die alleen toegankelijk is voor de zorgmedewerkers, in de hoop om binnen te komen. ‘Nee, Thijs, niet doen’, zegt een van die medewerkers. De deur valt weer in het slot. Zijn kans is gevlogen. Nijdig schopt hij tegen de deur en stoot humeurige kreten uit.

Intensieve begeleiding

De zorg voor deze mensen met een beperking en een intensieve ondersteuningsbehoefte is niet voor iedereen weggelegd. Het zijn volwassenen die emotioneel functioneren op het niveau van een anderhalfjarige. Ze kunnen middenin de kamer de broek omlaag trekken. Peutergedrag, want dat is het sociaal-emotioneel. Anderzijds zijn het volwassenen met bagage van een heel mensenleven, vaak met trauma’s en hechtingsproblemen.

Het lastigste is misschien dat deze mensen met een beperking niet praten en ‘moeilijk verstaanbaar gedrag’ vertonen. Sommige bewoners kunnen agressief worden op schijnbaar willekeurige momenten en bijvoorbeeld gaan slaan, schoppen, bijten en vastgrijpen. Op deze locatie van zorgorganisatie Vanboeijen in Assen krijgen de bewoners constant intensieve begeleiding.

Geknipt

Medewerker Dennis Tolner (43) heeft het zweet op zijn voorhoofd staan. Hijheeft zojuist een van de bewoners verschoond. Hij mag gelijk door naar de volgende cliënt die buikpijn heeft van de maaltijdsoep van gisteren. Een zucht ontsnapt. Toch heeft Tolner recent voor dit werk gekozen. Twee jaar geleden had hij  een kantoorbaan bij de overheid. Toen corona begon, moest hij thuis gaan werken. ’Ik werd knettergek. Mijn schoonzus werkte bij Vanboeijen en zei: “Jij zou geknipt zijn voor dit werk.”’ Hij besloot eens een kijkje te nemen.

Tolner stapte er ‘blanco’ in. Maar al na een half uurtje op die eerste dag sloeg de twijfel toe. Wat is hier de kwaliteit van leven? Deze bewoners zullen nooit een fijne baan hebben, trouwen of kinderen krijgen. ‘Toen realiseerde ik me: voor ons is levenskwaliteit misschien heel groot. Een mooi huis, leuke vakantie, mooie spulletjes. Hier zijn het die kleine dingen.’

Hij wordt onderbroken. ‘Hé, Thijs! D’r uit! ’t Is ‘m weer gelukt.’ De bewoner wordt bij zijn arm de keuken uitgezet, nadat hij zijn hele mond heeft volgegoten met zwart-witte hagelslag. Niet gezond en niet handig, want Thijs heeft een slikprobleem. Tevreden sjokt de man in ganzenpas naar de bank om van zijn overwinning te genieten. Tolner moet erom lachen en drukt zijn hoofd tegen die van Thijs. Hij geeft er twee stoeierige tikjes tegenaan. ‘Is het je weer eens gelukt? Hm? Goed kauwen!’

Hij vervolgt: ‘Dit bedoel ik. Dat het Thijs nu net lukte om die hagelslag te pakken: hij probeert het de hele dag. Daar is hij gek op. Geluk zit voor de bewoners soms in heel kleine dingen. Ze zijn geen kasplantjes zonder wil, er zit wel degelijk een mens in.’ Tolner zei definitief zijn kantoorbaan vaarwel. Hij is nu ‘leerling persoonlijk begeleider maatschappelijke zorg’. ‘Ik vind dit werk echt fantastisch. Ik kom bij deze mensen thuis en stap bij hen over de drempel. Ik probeer ze zo goed en kwaad als het gaat een mooie dag te bezorgen.’

Zweten

Een verdieping hoger in de woonlocatie aan de Middenweg in Assen klinkt de stem van Heleen Verheus (64) aan de telefoon. Tikkeltje gefrustreerd. Haar grootste kopzorg: de constante personeelstekorten in de zorg en de druk om de kosten niet te hoog op te laten lopen.

‘Even heel kort, het roosterweekend is niet oké’, meldt ze in de telefoon. ‘Er staan veel zzp’ers op die amper op deze groep werken. Twee van hen meldden dat ze zich daarbij niet veilig voelen. Kun jij daar even naar kijken?’ De reactie van de planner klinkt bedenkelijk. ‘Ik kan kijken, maar ik zou niet weten hoe ik dit in de lieve vrede moet aanpassen.’ ‘Welkom in de zorg’, zegt Verheus op luchtige toon als ze heeft opgehangen. Talloze paperassen liggen op haar bureau, de box met koffiepads is leeg. Ze had het willen opruimen, maar er kwam van alles tussendoor. De chaos past wel bij de rest van haar week. Als zorgmanager is ze verantwoordelijk voor meerdere locaties met bewoners met een beperking. Overal vallen haar vaste medewerkers bij bosjes om door griep. En nu ook de zzp’ers. ‘Het dieptepunt was afgelopen weekend. Tussen zes en zeven uur ’s ochtends belden zes collega’s op om zich ziek te melden. Normaal spring ik dan zelf weleens bij op de werkvloer, maar ik moest oppassen op mijn kleinkinderen.’

Zweten geblazen dus voor de drie personen die nog wel op deze locatie in Assen konden komen. Dik onder de normale bezetting. Dat is niet alleen hard werken, maar ook een groter risico. Want als een van de bewoners overprikkeld en verstoord raakt, heb je meerdere handen nodig. Het bleef rustig, concludeerde Verheus zaterdagavond opgelucht. ‘Ik ben hier zondag meteen naartoe gegaan om iedereen te bedanken die zaterdag het zweet op zijn rug heeft gewerkt. Ik ben trots op mijn team, we lossen het altijd op.’

Roostergaten opvullen en kosten binnen de begroting houden zijn niet altijd de dankbaarste taken. Hoe blijft Verheus gemotiveerd? ‘Ach, ik vind het fijn om iets voor mensen te doen. Iets voor hen te betekenen. Daarvan krijg ik een goed gevoel. Als ik een mens kan helpen, zal ik dat niet laten. Als zorgmanager zorg ik goed voor het team. Als ik goed voor hen zorg, zorgen zij weer goed voor de bewoners. Ik kan veel dingen goed, maar dit kan ik het beste.’

Collectezak

Vanboeijen werd in 1938 gesticht vanuit de Nederlands Hervormde Stichtingen voor zenuw- en geesteszieken voor het hulpbehoevende kind. Pas na de oorlog werden de plannen uitgevoerd op veertig hectare in Assen-Zuid. Onder de naam ‘Stichting Nederlands Hervormde Inrichtingen voor Geestelijk Hulpbehoevenden’ brachten de hervormde kerken in de vier noordelijke provincies een startkapitaal van honderdvijftigduizendgulden met collectes bijeen. Eind 1955 konden de eerste ‘patiëntjes’ worden opgenomen.

Nog altijd zijn de gevolgen merkbaar van de christelijke start van Vanboeijen. Zo is een deel van de bewoners van huis uit gewend om te bidden en te danken bij de maaltijden. Verheus, ooit gereformeerd opgevoed, vindt dat een mooie gewoonte. ‘Het ontroert me dat ze deze dingen meenemen. En dat het team – ook al weten ze er weinig van – gewoon eraan meedoet.’ Maar tegelijk zijn de tijden overduidelijk veranderd. Nu is iedereen welkom: kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen met een beperking. Er is meer veranderd: de zorg professionaliseerde en het geld kwam niet langer uit de kerkelijke collectezak. Ook kampt Vanboeijen – zoals elke zorgorganisatie – met personeelstekort. Bij ongewijzigd overheidsbeleid zal dat tekort tussen 2025 en 2030 nog verder toenemen, volgens het Prognosemodel Zorg en Welzijn.

Nuchter

Maar die zeldzame zorgmedewerkers zijn er nog. Ze doen dit werk niet voor de centen, maar vooral omdat hun hart er ligt. De Loesjeposter op het kantoor van zorgmanager Verheus weet het treffend te verwoorden. ‘In tijden van verandering: houd het hoofd koel en het hart warm.’ Liefde geven dus aan deze moeilijke doelgroep. Maar hoe doe je dat, als je deze liefde niet per se terug krijgt?

Begeleider Fiona de Wit (50) vertelt dat ze er vooral een kick uit haalt als het haar lukt om de bewoners simpelweg tevreden te houden. Ze draagt een grijs T-shirt met de tekst: it is what it is. Eerder werkte ze in de ouderenzorg, maar ze wilde wat anders. Ze zocht spanning. ‘Dat krijg je hier wel meer.’

Zij doet vandaag de een-op-een-begeleiding van Josien, die in een rolstoel zit. Dat is best een uitdaging, want Josien doet zichzelf pijn als ze gefrustreerd raakt. De bewoonster heeft talloze wonden en littekens op haar gezicht en armen. Ook kan ze je vastgrijpen en knijpen, als zaken haar niet naar de zin gaan. ‘Maar ja, wat wil ze dan? Heeft ze niet lekker gegeten? Zit ze niet lekker in haar vel? Ze kan het niet aangeven. Dat vind ik best wel moeilijk’, vertelt De Wit. Josien volgt, evenals de andere bewoners, een afgestemd dagprogramma met afwisselend momenten van inspanning en ontspanning: eten, drinken, rusten, aandacht, boekje lezen, muziekje luisteren. De Wit vertelt erover terwijl ze buiten zit. Ze heeft de bewoonster in haar kamer gezet om even naar de radio te luisteren en tot rust te komen. Maar al gauw wil Josien iets anders, ze jodelt en krabt aan haar wonden. ‘Als ik haar vier ochtenden of avonden heb gehad, raak ik zelf ook gefrustreerd. Dat merkt zij ook weer.’ De Wit besluit met haar te wandelen en doet haar armbeschermers om, zodat ze niet in de eigen armen kan bijten. Tijdens het wandelen kijkt Josien tevreden voor zich uit. Ze vindt het heerlijk. Ja, het is best heftig werk. Dat ziet De Wit ook wel. Maar ze vindt het bovenal heel mooi. ‘Kijk, Josien is nu rustig. Dan denk ik: fijn dat ik dat heb gecreëerd. Ik ben een zorgtype. Ik zorg liever voor een ander dan voor mezelf.’ Ze wijst lachend naar haar T-shirt. ‘En ja, soms is ’t gewoon wat het is… Ik ben heel nuchter.’

‘Soms is het gewoon wat het is’

Dagopvang

Het is elf uur in de ochtend, tijd voor de dagbesteding op een andere locatie. Het is slechts een wandeling van tien minuten, maar op die manier zijn de bewoners er toch ‘even uit’. De dagbesteding werd in deze groep een tijd lang niet gedaan, totdat Verheus werd aangesteld over het team. Zij wilde de dagopvang terug om meer uit de bewoners te halen. Dat is gelukt, merkte ze. ‘Ze doen soms echt leuke dingen. De ene bewoner ging weer een beetje praten, iets wat hij in geen jaren meer had gedaan, de ander probeerde opeens ook nieuwe dingen en ruimt nu bijvoorbeeld samen met ons de vaatwasser uit. Sinds we dagbesteding hebben bij de groep, hebben we minder incidenten.’

Een van de activiteiten is het muzikale uurtje door begeleider Philip. Hij speelt op zijn gitaar liedjes als ‘Ik heb mijn wagen volgeladen’ en ‘Op een grote paddenstoel’. Naast hem zit Jonathan. Hij is zo gek op muziek dat hij het liefst bij Philip op schoot zou kruipen. Philip laat hem af en toe even op de snaren slaan. Wat Jonathan betreft, hoeft er maar een lied te worden gezongen: ‘Jingle bells’. Het liefst hoort hij dat premature kerstnummer aan een stuk door. Zorgmanager Verheus kijkt ernaar met een glimlach van oor tot oor. Ze zit niet alleen maar op kantoor in roosterstress, maar geniet van de mooie dingen die er gebeuren. ‘Dit zijn de glimlachmomentjes. Daarvan heb ik er tientallen op een dag.’

Gedragsdeskundige

Fiona Hoekstra zit nog wel op kantoor. Zij is gedragsdeskundige bij Vanboeijen en druk bezig met binnengekomen incidentmeldingen. Zij beoordeelt hoe er is gehandeld en bedenkt hoe medewerkers zo’n ongeregeldheid voortaan kunnen voorkomen. Dat is belangrijk werk, want een incident heeft flinke impact. Bewoners moeten soms ‘gefixeerd’ worden. Dat wil zeggen: tegen de grond gewerkt. Zulke acties moeten dan uitgebreid geëvalueerd en, als het kan, volgende keer voorkomen worden. ‘Dat kan bijvoorbeeld door wachtmomenten in te korten. Of door meer duidelijkheid aan bewoners te geven met pictogrammen.’

Hoekstra vindt deze doelgroep van bewoners en cliënten met een beperking heel leuk. ‘Elke persoon is zijn eigen puzzeltje. Wat triggert iemand? Hoe kunnen we hem of haar een zo goed mogelijk leven bieden binnen de beperkingen die hij of zij heeft? Die visie heet binnen het bedrijf dan ook de ‘Vanboeijen Manier’.’ De uitdaging is dan ook dat er altijd weer nieuwe casussen op haar bord komen te liggen. Hoekstra: ‘Soms denk ik ook weleens: een kantoorbaan met een computer en rekentaak zou mooi zijn. Aan het eind van de dag klopt het of klopt het niet. Heerlijk. Maar ik denk dat ik dat een week leuk vind, daarna ben ik doodongelukkig. Dit werk is dynamisch en je krijgt hiervoor zoveel terug.’

De namen van de bewoners met een beperking zijn in dit artikel gefingeerd.

Over de auteur
Wouter Hoving

Wouter Hoving is journalist.

Gemeenschap is ook zending

Gemeenschap is ook zending

Maarten Boersema
  • Interview
  • Thema-artikelen
Voor wie meer wil ontdekken over: Zending wereldwijd

Voor wie meer wil ontdekken over: Zending wereldwijd

Els Veurink (HR)
  • Reisbagage
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief