‘Als zij maar een beetje proeven dat God goed is’

Leendert de Jong | 12 januari 2024
  • Algemeen
  • Ontmoeting

Een dominee zonder gemeente en zonder fysieke kerklocatie. Zo’n dominee is David van der Meulen, predikant voor millennials in Amsterdam. Hij nodigt hen uit, zoekt hen op, hij luistert en stelt vragen. En hij verlangt naar een plek waar ’mensen iets proeven van de liefde van God die ik ervaar. Die liefde is mij geschonken. Dat kan iedereen overkomen.’

We ontmoeten elkaar in een nog rustig restaurant. Ook al zijn er die ochtend nog niet veel mensen, het is wel een plek waar stedelijke twintigers en dertigers zich thuis zullen voelen. Bij hen ligt het hart, de drijfveer van David van der Meulen. ‘Mijn vrouw komt uit Zwitserland, we wonen in Amsterdam, in Oud-Zuid. Als je zoals wij in een stad woont, hebben kinderen extra aandacht nodig: er zijn voor hen zoveel prikkels. Mijn vrouw bepaalt mij daar steeds weer bij, nog gisteravond stelde zij de vraag: “Is dit goed voor de kinderen, dat wij hier blijven wonen?” Oud-Zuid is een bijzondere wijk; dat besef ik als ik er doorheen fiets. Er wonen nogal wat mensen met geld; de huizen zijn vaak groot, veel woningen hebben drie verdiepingen. Het is bijzonder dat wij hier wonen: ik leef van giften en ben daarom afhankelijk van de beschikbaarheid van sociale huurwoningen waar lange wachtlijsten voor zijn. Toch kwam ik ervoor in aanmerking, dertien jaar geleden. Twee jaar geleden, toen we graag een grotere woning wilden, gebeurde hetzelfde: als door een wonder kregen we het huis waar we nu wonen. En dat terwijl wij op plek dertig van de wachtlijst stonden, maar alle mensen voor ons op de lijst bedankten.’

Je vrouw is een Zwitserse, hoe leerden jullie elkaar kennen?

‘Op een gegeven moment heb ik de Discipelschap Training School (DTS) van Jeugd met een Opdracht gedaan. Voor mij was dat na mijn bachelor theologie in Kampen. Ik was iedere week in Zwolle bij een groep die voor de stad bad en de straat op ging. Toen dacht ik: “Ik zou wel iets missionairs willen doen en daarin verder willen komen”. Dat werd de DTS. Marie, nu mijn vrouw, was toen ook student en kwam vanuit Zwitserland naar Amsterdam.’

Je bent de zoon van een predikant. Waar groeide je op?

‘Mijn vader is dominee in de PKN. We zijn meerdere keren verhuisd: van ’s Gravenmoer in Brabant naar Koekange in Drenthe en later naar Haulerwijk in Friesland. In alle gevallen ging het om dorpjes; ik heb bijvoorbeeld goede herinneringen aan Koekange waar we woonden in de jaren waarin ik op de basisschool zat. Ik kon mij toen een leven in een stad niet voorstellen. Daarom was de periode in Amsterdam, bij de DTS, echt een enorme overgang; we zaten toen vlak bij de Wallen.’

Schroom

Ik las dat je in je schooltijd ervan overtuigd was dat je geen dominee wilde worden.

‘Dat klopt. Dat was niet omdat iemand zei: “Je moet per se dominee worden.” Wel was er stilzwijgend iets van: misschien wel. Maar zelf dacht ik: “Het werk van een predikant is zwaar door alles wat je te horen krijgt en meemaakt, dus die kant wil ik niet op.” Daarom ben ik gestart met een studie geschiedenis. Maar al na drie maanden dacht ik: “Dit wil ik niet.” Direct erna ben ik naar de Evangelische Hogeschool (EH) gegaan; je kon toen nog na een kwart jaar instromen. De EH is een plek die veel voor mij betekend heeft. Eigenlijk verwachtte ik daar mensen aan te treffen uit vooral de evangelische wereld. Maar wat ik tegenkwam was een voor mij prachtige mix van mensen uit de CGK, GKv, NGK, PKN en ook evangelischen. Ik heb daar geleerd hoe belangrijk persoonlijk geloof is, om in een groep te bidden, om in aanbidding je armen omhoog te doen – op juist die laatste punten zit er bij gereformeerden toch altijd een beetje schroom. Die schroom viel weg.’

Daarna ging je naar Kampen, een plek waar je dominee kunt worden. Leg uit.

‘Aan de keuze om naar Kampen te gaan is nogal wat voorafgegaan. Belangrijk is een geloofservaring geweest die ik op de EH meemaakte. Een medestudent met een reformatorische achtergrond stelde mij een keer deze vragen: “Weet jij of je een kind van God bent? En bid je weleens de woorden uit Psalm 119: Heer, doorgrond mij, toets mij en ken mijn hart?” Toen ik daarmee aan het werk ging, kwamen dingen los. Ik kreeg te maken met zondebesef: “Ben ik, als ik kijk naar wie ik echt ben, wel een kind van God?” Tegelijk was er, doordat de Geest werkte, ook een weg van genade. In die tijd van worsteling heb ik mijn vader gevraagd of hij voor en met mij wilde bidden. Dat heeft hij gedaan. Allebei hebben we toen als het ware een stroom van liefde, vergeving en warmte gevoeld. Daarna wist ik: “Ik wil in mijn leven gaan voor Jezus.” Zo kwam ik in Kampen terecht.’

Getest

Na het volgen van de bachelor in Kampen startte voor Van der Meulen de DTS-periode. De groep van de bijbelschool waarvan hij deel uitmaakte, studeerde en werkte als vrijwilliger drie maanden in Amsterdam en daarna drie maanden in China in een plaats niet ver van Hongkong. De groep werkte daar in een weeshuis, groepsleden gaven Engelse les en ze deden een kerstvoorstelling, ook op scholen. Na terugkeer in Nederland rondde David de master theologie af en werkte hij drie jaar in een achterstandswijk in Amsterdam Nieuw-West. In die jaren koos hij er bewust voor om toch dominee te worden. Hij startte de predikantsopleiding en studeerde af op hoe ver het geloof afstaat van de leefwereld van jonge mensen. Sinds die tijd, alweer ruim tien jaar, is hij predikant voor millennials: ‘De eerste jaren waren super moeilijk. Er was niemand die kon plaatsen wat ik deed. Niemand zat op mij te wachten. Er was ook amper iemand die mij aanmoedigde. Ik voelde dat ik echt teruggeworpen werd op God, dat ik als het ware getest werd. Gelukkig kon en mocht ik doorgaan.’

Het Parool

Na de niet gemakkelijke startjaren kreeg Davids werk – het gesprek met stedelijke twintigers en dertigers buiten de kerkelijke setting om – handen en voeten. Hij zette een organisatie op: Licht op Zingeving. Van hieruit organiseert hij vijf keer per jaar de zogenoemde Millennial Masterclass waarin gezaghebbende figuren over een thema spreken dat het alledaagse leven van millennials raakt. Er zijn ook activiteiten in kleine groepen, zoals een bijbelklas met niet-gelovigen en kleinschalig vrijwilligerswerk. Daarnaast kreeg het werk binnen de PKN de status van pioniersplek. De bekendheid met het werk groeide, onder meer door interviews in diverse, ook seculiere, media. Een voorbeeld hiervan is het vrij recente interview in het Amsterdamse dagblad Het Parool: ‘Ik kwam in Het Parool terecht, omdat een Amsterdamse journalist een serie interviews maakte met Amsterdamse predikanten voor het Friesch Dagblad. De journalist sprak ook met mij; ik vond dat grappig, omdat mijn eerste baantje FD-bezorger was. Kort daarna dacht de journalist die ook voor Het Parool werkte: “Ik wil hem ook in mijn krant.” Zo kon ik in die krant, zoals ik altijd doe als ik geïnterviewd word, ook mijn persoonlijke belijdenis kwijt, mijn werkslogan: “Het persoonlijk leren kennen van Jezus Christus is het beste dat mij ooit is overkomen.” Verder was er in dat interview alle ruimte om over mijn werk te vertellen. Ik deed dat bewust in de taal die ik gebruik in de gesprekken met millennials. Ik noem dat de taal van de voorhof, de ruimte in de tempel waar het gewone volk welkom was en men elkaar ontmoette. Ergens kun je zeggen dat ik tweetalig geworden ben: in kerken waarin ik voorga – ik doe dit meestal twee keer per maand – spreek ik de gewone taal van de kerk. In alle contacten met millennials probeer ik ook in woorden de vertaalslag naar hun leefwereld te maken.’

Wil je die leefwereld eens typeren?

‘In een boek dat ik enkele maanden geleden geschreven heb – over die voorhof en hoe kerken en gelovigen daarmee iets kunnen doen – noem ik drie elementen van die leefstijl: het draait voor hen om vrijheid, echtheid en schoonheid. Als je het in enkele zinnen omzet, gaat het hierom: ik wil zijn wie ik wil zijn, ik wil doen wat ik wil doen, het liefst op een bijzondere manier.’

Echtheid


Jouw werkslogan ‘het persoonlijk leren kennen van Jezus Christus is het beste dat mij is overkomen’, is dat dan taal van de voorhof?


‘Dat is een leuke vraag. Ik wil proberen daar antwoord op te geven. In het woord ‘vrijheid’ zit “dat mij is overkomen”: je kiest volgens millennials immers zélf. Dan kan het gebeuren dat jou zomaar iets overkomt. In het woord ‘echtheid’ zit het “persoonlijk leren kennen”. En “het beste dat mij ooit…” heeft alles te maken met schoonheid.’

Ik vind het wel opvallend dat je in die zin, die ook wel raakvlakken heeft met de taal van de voorhof, ook de naam Jezus Christus noemt. Past dat, kan dat?

‘Ik noem die naam bewust. Wat bij het bijna normale taalgebruik hoort, is de naam Jezus, vaak gebruikt als stopwoord, als vloek. Wat ik in al mijn contacten met jongeren wil, is dat zij iets proeven van de liefde van Christus die ik ervaar. Die liefde is mij geschonken. En dát kan iedereen overkomen. Het is mijn verlangen dat millennials zien dat God goed is; als zij dat maar een beetje ruiken, proeven, zien, dan ben ik blij. Dat is wat ik graag wil: dat er ergens een plek is waar mensen dat niet alleen horen, maar ook ervaren.’

Hoe werkt het dan, hoe spreek jij hen?

‘Wat ik doe, zeg maar werken in de voorhof, gaat niet om een fysieke plek, er is geen kerklocatie. Maar ik ontmoet hen in gewone alledaagse contacten, in coachingsgesprekken, via laagdrempelige activiteiten en ook in The Masterclass. Daar komen mensen op af. Recent was er een avond met de Belgische psychiater Dirk de Wachter, er waren toen zo’n vierhonderd mensen. Andere keren zijn er zo’n veertig, vijftig. Tijdens en rond zo’n samenzijn spreek ik hen, waarbij ik mij steeds realiseer dat zij daar niet komen om het evangelie te horen. Maar ik wil er wel zijn, ik wil hen spreken, ik wil luisteren, ik wil vanuit liefde die onvoorwaardelijk is, vragen stellen. Ik wil dit doen ongeveer op de manier zoals het in de voorhof in de tempel ging: je ontmoette elkaar, je stelde vragen over het gewone leven, over heel gewone dingen. God was er, best dichtbij. Als het goed is, is dat ook in onze contacten te proeven.’

Biografie

David van der Meulen (38) studeerde theologie aan de Theologische Universiteit in Kampen en de Vrije Universiteit in Amsterdam. Aan laatstgenoemde instelling volgde hij de predikantsopleiding. Samen met zijn vrouw Marie heeft hij drie kinderen. Het werk dat hij onder stedelijke millennials doet, kreeg de status van pioniersplek binnen de PKN; Van der Meulen is daar predikant met een bijzondere opdracht. Voor een deel wordt zijn werk gesteund door de NGK Amsterdam-Zuid met als predikant dominee Jan van Helden.
Op www.indevoorhof.nl kun je meer lezen over Davids boek Welkom in de voorhof.

Over de auteur
Leendert de Jong

Leendert de Jong werkt in de media en is oud-hoofdredacteur van
OnderWeg.

Wat geef ik door? Generaties en hun verhaal van heil

Wat geef ik door? Generaties en hun verhaal van heil

Hans Schaeffer
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen
‘De kerk zou een veilige haven moeten zijn’

‘De kerk zou een veilige haven moeten zijn’

Elze Riemer
  • Interview
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief