‘God zoekt jou, daar waar jij bent’

Elze Riemer | 9 februari 2024
  • Interview
  • Thema-artikelen

Predikant Bart Dubbink (1986) heeft steeds meer moeite om woorden te geven aan het mysterie van God en geloven. Als hij dan toch woorden moet gebruiken, is ‘ruimte’ zijn meest favoriete woord, gevolgd door ‘deconstructie’: ‘“Het evangelie is Gods reddende kracht voor allen die geloven”, zegt Paulus. Maar zodra je dat definieert in een zin, ontdoe je het van zijn kracht, leg je het vast. Ik wil juist openen.’

‘Ruimte is voor mij een belangrijk woord geworden: iedereen de ruimte geven, elkaar de ruimte gunnen, met elkaar de ruimte vinden. Ruimteverkenner, dat wil ik zijn’, vertelt Bart. Typisch voor zijn generatie? Dat valt te betwijfelen. Neem kerkvader Augustinus Aurelius (354 – 430 na Christus). Hij had ook al moeite om dingen vast te leggen: ‘Si comprehendis, non est Deus’: als je denkt iets te begrijpen dan kun je er zeker van zijn dat het niet God is.

Wat heb je aan geloof ontvangen van de generatie voor jou?

‘Ik ben groot geworden in een gereformeerd-vrijgemaakt gezin. De kerk stond centraal, alle dagen van de week. Daarbij was er een duidelijke structuur van bidden en bijbellezen; hoe chaotisch het gezinsleven ook was, daar werd altijd tijd voor gemaakt. Misschien dat ruimte daardoor zo’n belangrijk thema voor me is geworden. Alles werd mij voorgeleefd, waardoor ik niet zoveel ruimte ervoer om mijn eigen weg te vinden. Tegelijkertijd heb ik ook liefde voor de kerk meegekregen en het belang van een bedding – geloven kun je niet alleen.’

En inhoudelijk? Je noemt nu vooral de context waarin het geloof je werd doorgegeven.

‘De nadruk lag inderdaad op de vorm, de buitenkant. De binnenkant van geloven was er zeker wel – die heb ik ook geproefd – maar daar ging het nooit echt over. Ik heb veel discussies met mijn vader gehad over thema’s en topics; ik heb geleerd te discussiëren, dat was mijn eerste geloofstaal. Dat er meer is dan stellingen en meningen, is pas een latere ontdekking. Dat begon in mijn studententijd, toen ik meer uit mijn bubbel kwam. Ik ervoer de ruimte om te twijfelen, het geloof los te laten en opnieuw te vinden. Ik had de ruimte om mijn geloof te deconstrueren, een ander favoriet woord van me. Het is geen destructie, dat je het geloof helemaal achter je laat, overal tegenaan schopt. Ik heb die behoefte nooit gehad, ook omdat ik absoluut geen nare herinneringen heb aan mijn jeugd. Deconstructie is kijken naar hoe je níet het kind met het badwater weggooit.’

Hoe doe je dat: níet het kind met het badwater weggooien?

‘Wat ik meeneem van mijn opvoeding is de focus op Jezus en zijn koninkrijk, te midden van alle drukte en reuring in het leven. Hoe belangrijk het is die focus in je leven te integreren, op alle dagen van de week. Daarnaast is er een bedding nodig om te kunnen geloven. Ruimte is een mooi woord, maar als het grenzeloos wordt, kun je jezelf en elkaar kwijt raken. Die bedding noemen we kerk, maar dat kan misschien ook op een andere manier: zolang de zoektocht naar waardevolle verbindingen maar centraal staat.’

Wat is het badwater dat je weggooit; wat laat je achter?

U moet u inloggen om dit artikel te bekijken. Login om toegang te krijgen.
Over de auteur
Elze Riemer

Elze Riemer is godsdienstwetenschapper en journalist.

Meest gelezen

Predikantsprofiel Kees Smit

Predikantsprofiel Kees Smit

Melissa van der Kamp
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

Het is een terugkerend woord als ik met Kees Smit in gesprek ben over de geestelijke verzorging en zijn werk als voorzitter van de Commissie Geestelijke Verzorging (CGV). Uit alles blijkt dat hij deze rol met hart en ziel vervult. Niet in de laatste plaats gedreven door zijn eigen ervaringen als geestelijk verzorger bij Defensie. Kees stelt dat geestelijk verzorgers waardevolle gesprekspartners kunnen zijn voor gemeenten, omdat juist zij werken op het grensvlak van kerk en samenleving. Ik praat met Kees door over zijn gedrevenheid als voorzitter en wat het geestelijk verzorger-zijn voor hem heeft betekend.

Lees artikel
De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

Lyanne De Haan-Wilts
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Anders dan de naam doet vermoeden, is de Kleine Kerk in Steenwijk met ruim 400 leden niet per se klein te noemen. Maar het gebouw is kleiner dan de Grote Kerk in Steenwijk, het gebouw, hemelsbreed 200 meter verderop, waarin de PKN kerkt. ‘Maar’, merkt Rick Winters op, ‘zij hebben op papier meer leden, dus zijn ook wat dat betreft een grote kerk. Toch denk ik dat er op zondag meer mensen bij ons zitten’.

Lees artikel
Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Wilmer Blijdorp
  • Leespreek

In de rubriek leespreek publiceren wij een preek geschikt voor persoonlijke meditatie, ter bespreking op een Bijbelstudiekring of voor gebruik in de eredienst. In het laatste geval dien je altijd eerst contact met de auteur op te nemen om toestemming te verkrijgen. Bij deze preek is een PowerPoint-presentatie beschikbaar die je kunt opvragen bij de auteur. Deze preek van ds. Wilmer Blijdorp (verbonden aan NGK Barneveld-De Burcht) vertrekt vanuit het eerste vers van 1 Korintiërs 14. Een Bijbelvers dat vaak misbruikt of genegeerd is: ‘Richt je op de gaven van de Geest, vooral op die van de profetie.’ Op een nuchtere en tegelijk spannende manier, gelardeerd met diverse herkenbare voorbeelden, daagt Blijdorp zijn hoorders uit om toch vooral opmerkzaam te zijn op momenten waarop God in het hier-en-nu tot ons spreekt. En, in een vervolgstap, maakt hij hen ook bewust van het feit dat God ook door ons heen wil spreken.

Lees artikel
De belijdenis over de zondeval en wat er op het spel staat

De belijdenis over de zondeval en wat er op het spel staat

Marinus de Jong
  • Vitaal belijden

In het meinummer van Onderweg verdedigde ds. Ulbe van de Meer zijn exegese van Genesis 3. In tegenstelling tot de synode van Assen in 1926 claimt hij dat de slang niet gesproken heeft en dat het schadelijk is om dat te blijven zeggen. In het hoofdredactioneel in dat nummer constateert de hoofdredactie dat Van de Meer en met hem anderen op dit punt afwijken van de belijdenis. In deze bijdrage werk ik dat nader uit. Wat zegt de belijdenis eigenlijk op dit punt? En wat staat daarbij op het spel?

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief