‘Mijn wens is dat slachtoffers van (seksueel) misbruik hun verhaal durven vertellen’

Anke Nijdam | 11 oktober 2024
  • Interview
  • Thema-artikelen

Machtsmisbruik en seksueel misbruik komen in de kerk ook binnen gezinnen voor. Helaas heeft Judith Stoker daarmee ervaring. Als kind werd zij misbruikt door haar broer, tot haar ouders hem betrapten. Sindsdien draagt zij de sporen van wat er toen met haar gebeurd is, mee door hoe haar ouders en de kerk met de situatie omgingen. Later mocht Judith ervaren hoe de kerk haar juist tot steun was toen de herinneringen in volle kracht terugkwamen.

 In eerste instantie durfde Judith haar verhaal niet te vertellen, omdat ze er niet over mocht praten. Pas later kon ze haar verhaal aan mensen vertellen die ze durfde vertrouwen en die naar haar verhaal wilden luisteren.

Misbruikt

‘Toen ik tien jaar was, begon het machtsmisbruik door mijn oudere broer. In het begin zat de dreiging in kleine dingen die me bang maakten. Mijn broer had een verzameling zakmessen op zijn kamer en ik dacht dat hij me daarmee kon vermoorden. Dus ik bleef zo lang mogelijk op school klusjes doen voor de meesters en juffen, zodat ik mijn broer zo lang mogelijk kon vermijden. Omdat ik zo bang was, maakte ik me ondergeschikt aan hem en kon hij steeds meer macht op mij uitoefenen. Toen de seksuele handelingen begonnen, wist ik niet wat me overkwam. Ik wist wel dat het niet klopte, maar wat er precies gebeurde, daaraan kon ik geen woorden geven. Ik sliep op zolder en elke keer als ik de trap hoorde kraken, dacht ik dat het mijn broer was die naar me toekwam. Hij dreigde me iets aan te doen als ik dit verder vertelde, daarom sprak ik hierover met niemand. Het misbruik was net opgebouwd tot het punt waar het eigenlijk niet meer verder kon, toen mijn moeder naar mijn kamer kwam en mijn broer betrapte. Mijn moeder was kwaad en stuurde mijn broer van mijn kamer. De deur werd op slot gedraaid. Ik dacht dat ik iets verkeerd had gedaan en dat ik gestraft werd. Wekenlang draaide mijn moeder de deur op slot als ik ’s avonds naar bed ging. Wanneer ik ’s ochtends opstond, was hij weer open. Aan de ene kant voelde dat veilig, aan de andere kant was ik verward: ik voelde me opgesloten en niet gezien. Nooit hebben mijn ouders aan mij gevraagd wat er precies was gebeurd of hoe het met mij ging in deze situatie. Er werd niet over gepraat. Toch blijf je ook een gezin, ik stond gewoon met mijn broer de afwas te doen. Zo gingen mijn ouders er ook mee om: doorgaan alsof er niets gebeurd was.’

U moet u inloggen om dit artikel te bekijken. Inloggen om toegang te krijgen.

 

 

Over de auteur
Anke Nijdam

Anke Nijdam is zelfstandig tekstschrijver.

Meest gelezen

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief