Het pad van de beginnende Jezusbeweging

Rob van Houwelingen | 10 januari 2015
  • Opinie
  • Thema-artikelen

In den beginne heetten christenen nog geen christenen, maar ‘aanhangers van de Weg’. Hun pad door die eerste dagen van het christendom is een bron van inspiratie voor christenen van nu, die nog altijd hetzelfde spoor volgen, op weg naar het koninkrijk.

‘Ik ben de weg.’ (beeld Johanne de Heus)

‘Ik ben de weg.’ (beeld Johanne de Heus)

Er zijn vele wegen die naar Rome leiden, zegt het spreekwoord. De Bijbel is een stuk duidelijker en houdt ons een keus tussen slechts twee wegen voor: de weg die naar het leven leidt en de weg die naar de ondergang voert. Zo sprak Jezus in de Bergrede over de brede en de smalle weg. En natuurlijk is het de bedoeling dat je tot de weinige mensen behoort die de smalle weg weten te vinden, het voetpad dat uitkomt bij de poort naar het leven (Matteüs 7:13). Eigenlijk kun je dus maar één goede weg gaan.

Het lijkt dan ook een open deur dat Lucas in het boek Handelingen de volgelingen van Jezus Christus aanduidt met ‘de Weg’ of als ‘aanhangers van de Weg’. Maar is zo’n benaming niet tamelijk exclusief, alsof dit de enige ware weg zou zijn? Was dit het zelfbeeld van de messiasbelijdende Joden, afkomstig uit de gemeente van Jeruzalem? Waarom betitelden zij zichzelf als een unieke richting?

Pas in Antiochië wordt de naam ‘christenen’ gebruikt (Grieks: christianoi, dus ‘Christus-mensen’, Handelingen 11:26b). Maar dat was allereerst een etiket dat de gelovigen door buitenstaanders opgeplakt kregen. Zelf noemden ze zich toen nog ‘de Weg’.

Opschudding

‘De Weg’ is dus de beginnende Jezusbeweging. Via teksten uit Handelingen laat zich de route van die begintijd traceren. Dat geeft inzicht in de identiteit van het christendom en inspiratie voor christenen die hun weg zoeken in de huidige tijd.

De eerste sporen van ‘de Weg’ vinden we in de omgeving van Damascus. ‘Intussen bedreigde Saulus de leerlingen van de Heer nog steeds met de dood. Hij ging naar de hogepriester met het verzoek hem aanbevelingsbrieven mee te geven voor de synagogen in Damascus, opdat hij de aanhangers van de Weg die hij daar zou aantreffen, mannen zowel als vrouwen, gevangen kon nemen en kon meevoeren naar Jeruzalem’ (Handelingen 9:1-2).

Wanneer Paulus later zelf een aanhanger is geworden en hier voor het Sanhedrin op terugkijkt, verklaart hij: ‘Ik heb de aanhangers van de Weg tot de dood toe vervolgd’ (Handelingen 22:4).

Bij de Joodse autoriteiten in Jeruzalem is de groep welbekend, wat blijkt als Paulus zich moet verantwoorden voor de Romeinse procurator. ‘Maar wel wil ik hier verklaren dat ik overeenkomstig de Weg, die zij [mijn aanklagers uit Jeruzalem] een sekte noemen, de God van onze voorouders dien en dat ik geloof in alles wat in de Wet en de Profeten geschreven staat’ (Handelingen 24:14).

De term ‘sekte’ duidt op een partij binnen het jodendom, zoals de Farizeeën, de Sadduceeën en de Essenen. Paulus laat echter merken dat ‘de Weg’ naar zijn overtuiging niet de zoveelste richting is naast andere partijen, maar de enige legitieme manier om de God van Israël te vereren. Aanhangers ervan willen heel het volk Israël in beweging brengen en in diezelfde beweging ook gelovigen uit de niet-Joodse volken meenemen.

De naam ‘christenen’ was allereerst een etiket dat de gelovigen door buitenstaanders opgeplakt kregen

Ook aan het hof van de Romeinse procurator, in de garnizoensstad Caesarea, blijkt men op de hoogte te zijn van deze nieuwe beweging en haar bijzondere naam. ‘Felix, die goed bekend was met alles wat op de Weg betrekking had, verdaagde daarop de zitting’ (Handelingen 24:22).

Omdat Felix getrouwd was met een Joodse vrouw, Drusilla, had hij zich via haar een beeld kunnen vormen van het geloof in Jezus de messias (Handelingen 24:24 en 23:22). En in zijn stad Caesarea vergaderde ten huize van Filippus, de evangelist, een joods-christelijke gemeente (Handelingen 8:40 en 21:8-14). Ook in militaire kringen daar zal het christelijk geloof doorgedrongen zijn, nadat centurio Cornelius zich samen met zijn huisgenoten had laten dopen (Handelingen 10:1-48).

Zelfs tot aan de wereldstad Efeze loopt ‘de Weg’ door, wanneer Apollos door het echtpaar Priscilla en Aquila nader wordt geïnformeerd over het geloof van messiasbelijdende Joden. ‘Hij [Apollos] had onderricht gekregen in de Weg van de Heer en verkondigde geestdriftig de leer over Jezus, die hij zorgvuldig uiteenzette, ook al was hij alleen bekend met de doop zoals Johannes die had verricht. In de synagoge begon hij nu vrijmoedig het woord te voeren. Toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen ze hem terzijde en legden hem uit wat de Weg van God precies inhield’ (Handelingen 18:25-26).

Dit is de enige keer dat ‘de Weg’ een nadere bepaling krijgt: ‘van de Heer’ of ‘van God’. Apollos wist welke weg de Heer op aarde was gegaan, het hele traject van Betlehem naar Golgota. Hij verkondigde dat allemaal geestdriftig en nauwkeurig. Toch kon het nog nauwkeuriger. Na de bekeringsdoop van Johannes, waarmee Apollos bekend was, is immers de doop in de naam van Jezus gekomen. Vandaar het aanvullende privéonderricht over de voortgang van Gods weg met Jezus, tot redding van Israël en de volken.

De Jezusbeweging begon gewoon het pad af te lopen dat door Jezus’ opstanding ontsloten was

Wanneer de apostel Paulus in Efeze arriveert, bezoekt hij eerst drie maanden lang de synagoge om het koninkrijk te verkondigen. ‘Maar toen sommigen zijn boodschap halsstarrig bleven afwijzen en de Weg bij iedereen belachelijk maakten, vertrok hij en nam de leerlingen met zich mee. Voortaan sprak hij dagelijks in de school van Tyrannus’ (Handelingen 19:9). ‘Omstreeks die tijd ontstond er grote opschudding naar aanleiding van de Weg‘ (Handelingen 19:23).

Paulus, die vroeger alle mogelijke middelen gebruikte om deze beweging onschadelijk te maken, timmert nu zelf flink aan ‘de Weg’. Dan krijgt hij met afwijzende reacties te maken. Eerst bij zijn volksgenoten in de synagoge, later onder alle Efeziërs in het stadion: ‘De verering van onze grote godin Artemis loopt gevaar!’ In deze situatie scheiden zich de wegen. Paulus ‘zonderde de leerlingen af’. Samen met de andere volgelingen van Jezus Christus kiest de apostel een eigen weg door in Efeze een aparte leerschool te beginnen.

Way of life

Is de Jezusbeweging exclusief? De begintijd laat weliswaar een unieke weg zien, maar die route was vrij toegankelijk voor iedereen. De enige voorwaarde om je bij deze beweging aan te sluiten: stel je vertrouwen op Jezus, de messias van Israël en de redder van de wereld.

(beeld Johanne de Heus)

(beeld Johanne de Heus)

Door zichzelf ‘de Weg’ te noemen, liet de Jezusbeweging een echo weerklinken van de profetie uit Jesaja: ‘Hoor, een stem roept: “Baan voor de HEER een weg door de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God”’ (Jesaja 40:3, 57:14, 62:10). Jesaja riep op tot voorbereidende wegwerkzaamheden vanwege de komst van de Heer. Daarmee vond hij bijvoorbeeld gehoor bij de Qumrangemeenschap in de woestijn bij de Dode Zee. Door het bestuderen en praktiseren van de Thora dacht men de komst van de messias te bevorderen.

Johannes de Doper beschouwde zichzelf als vervulling van de Jesajaprofetie. Ik ben die stem, zei hij, letterlijk een roepende in de woestijn (Johannes 1:23). Alle evangelisten herkennen deze identificatie van Johannes met de stem uit Jesaja en vinden het belangrijk om dit te vermelden (zie Marcus 1:2-3; Matteüs 3:3; Lucas 3:4-6). Er klinkt een profetisch stemgeluid in de Jordaanvallei, bedoeld om een volksbeweging op gang te brengen vanwege de naderende komst van de messias, zodat Israël zich bekeert en laat onderdompelen in de Jordaan.

Johannes de Wegbereider had inmiddels zijn taak voltooid. Het pad was geëffend en de Heer was gekomen in de persoon van Jezus de messias, die de aangewezen weg bewandelde. Sterker nog, Hij ís de weg, de waarheid en het leven, alleen via Hem komt men bij de Vader (Johannes 14:6). Jezus heeft die weg bij wijze van spreken opengesteld. En nadat zijn eigen levensweg doodliep, ontsloot de opstanding een vervolgtraject: een way of life, te bewandelen door zijn volgelingen.

De Jezusbeweging begon dus gewoon dit pad af te lopen. Het was een soort reisgezelschap, na Pinksteren vanuit Jeruzalem onderweg in de wereld om een vervolg te geven aan de weg die de Heer op aarde was gegaan. Volgelingen van Jezus Christus konden zichzelf ‘de Weg’ noemen, omdat zij de richting aanhielden die Hij hun gewezen had. Ze kozen geen dwarsstraat, ze sloegen geen zijweggetjes in, maar ze volgden de doorgaande route in de richting van het koninkrijk.

Voetspoor

Waarom werd die veelbetekenende naam op den duur niet meer gebruikt? Binnen de joodse gemeenschap (ook in de diaspora) hoorde men er nog het getuigenis van Jesaja in meeklinken, maar in de Grieks-Romeinse cultuur lag dat voor de meeste mensen anders. Zonder Bijbelse context miste zo’n algemene aanduiding de nodige zeggingskracht. Er zijn toch vele wegen die naar Rome leiden? Zodoende raakte deze zelfbenaming in onbruik.

Dit wil echter niet zeggen dat ‘de Weg’ een onbruikbare term is geworden. Integendeel, wat de eerste gebruikers ermee wilden uitdrukken, geldt nog steeds: christenen volgen de weg van de Heer. Onze identiteit is verankerd in Jezus Christus. Hem navolgen betekent vrijmoedig verder gaan in het voetspoor dat Hij op aarde heeft achtergelaten (1 Petrus 2:21-22). Zo is de Jezusbeweging door de eeuwen heen onderweg naar het koninkrijk.

Over de auteur
Rob van Houwelingen

Rob van Houwelingen is hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit in Kampen en lid van de brede redactie van OnderWeg.

Verlos ons uit de greep van het systemische kwaad

Verlos ons uit de greep van het systemische kwaad

Maarten Boersema
  • Interview
  • Thema-artikelen
Zij helpen anderen het goede te doen

Zij helpen anderen het goede te doen

Sjoerd Wielenga
  • Reportage
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief