De schijnwerper op: Is de oorlog in Gaza ethisch te rechtvaardigen?
- Algemeen
- De schijnwerper op
Bijna dagelijks worden we geconfronteerd met de verschrikkingen die Israël in Gaza aanricht. De morele verontwaardiging is groot. Het onrecht is ten hemel schreiend. Tegelijk erkennen velen ook dat Israël het recht had om zich te verdedigen tegen de terreurdaden van Hamas op 7 oktober 2023. Wat valt hierover ethisch gezien te zeggen? Ik reflecteer erop vanuit de christelijke traditie van de rechtvaardige oorlog.
Wat houdt de traditie van de rechtvaardige oorlog in?
De traditie van de rechtvaardige oorlog is een denkkader om oorlogen en oorlogshandelingen ethisch te beoordelen. Ik zeg het bewust zo, omdat weleens gedacht wordt dat het om het vergoelijken van oorlogen gaat. Het vertrekpunt van theologen als Augustinus en Thomas van Aquino, waarop deze traditie teruggaat, is juist dat oorlogen verschrikkelijk zijn en tot het uiterste voorkomen moeten worden. Christenen behoren de vrede te zoeken. Toch zijn deze denkers geen pacifisten. In uitzonderlijke gevallen kun je een oorlog niet voorkomen en moet je je handen helaas vuilmaken aan het bestrijden van erger kwaad, omwille van recht en vrede en uit naastenliefde voor slachtoffers van dat kwaad. Het uitgangspunt is dus ‘nee’ tegen oorlog, ‘tenzij’.
Is de oorlog in Gaza te rechtvaardigen?
Volgens de traditie van de ‘rechtvaardige oorlog’ zijn de belangrijkste voorwaarden om een uitzondering te maken op het verbod op oorlog dat er een rechtmatige autoriteit, een rechtvaardige reden en een juiste intentie moeten zijn. Verder moet de oorlog proportioneel zijn, een laatste redmiddel zijn en kans van slagen hebben. Deze zes voorwaarden vormen de kern van het eerste onderdeel van de rechtvaardige oorlog: het ius ad bellum, dat gaat over de vraag wanneer het gerechtvaardigd is om oorlog te voeren. Als ik me beperk tot de eerste drie criteria, dan heeft Israël als soevereine staat (rechtmatige autoriteit) het recht om zichzelf en haar burgers te verdedigen, Hamas te bestrijden en de Israëlische gijzelaars te bevrijden (rechtvaardige reden). De vraag is echter of er sprake is van een juiste intentie: geen gebiedsuitbreiding of wraak maar het herstellen van een rechtvaardige vrede. Dit betekent in dit geval dat de oorlog gericht moet zijn op het herstellen van een rechtsorde voor de Palestijnen die Palestijns zelfbestuur en vreedzaam samenleven van Israël en Palestijnen mogelijk maakt. Het bestrijden van Hamas kan met dit doel verbond
en worden. Maar de grootschalige vernietiging van Gaza waarop de regering van Netanyahu uit blijkt te zijn, zoals zij nu ook openlijk erkent, is hiermee faliekant in strijd.
Wat is er bijzonder aan deze oorlog?
Het probleem is dat het bij de inval van Israël in Gaza niet gaat om een ‘klassieke’ interstatelijke oorlog. Het gaat hier om een asymmetrische oorlog: een staat die vecht tegen een terreurorganisatie die zich verschuilt tussen de burgerbevolking. De bekende joodse militaire ethicus Michael Walzer merkte al snel na de inval in Gaza op dat Israël deze oorlog niet kán winnen, omdat ze in de valkuil trapt van de asymmetrische oorlogsvoering. Hamas heeft zich verscholen tussen de burgerbevolking en misbruikt de eigen bevolking als schild. Het gevolg is dat Israël zich schuldig maakt aan het doden van talloze burgerslachtoffers en dat de wereldopinie zich terecht tegen Israël keert.
Zijn burgerslachtoffers volgens de ‘rechtvaardige oorlog’ te rechtvaardigen?
Relevant is hier het tweede onderdeel van de traditie van de rechtvaardige oorlog: het ius in bello. Dat gaat over wat te rechtvaardigen is tijdens het voeren van oorlog. Daarbij zijn twee beginselen belangrijk: proportionaliteit en het onderscheid tussen strijders en niet-strijders. Het proportionaliteitsbeginsel betekent dat de verwachte schade aan burgers en burgerobjecten niet buiten verhouding mag staan tot het verwachte militaire voordeel. Het onderscheidingsbeginsel betekent dat er gestreden wordt tegen strijders en niet tegen niet-strijders, zoals burgers. Het asymmetrische karakter van de oorlog in Gaza verandert niets aan de geldigheid van deze morele principes. De totale vernietiging van Gaza is disproportioneel. Ook is Israëls geweld tegen burgers in strijd met het onderscheidingsbeginsel. Israël verdedigt de vele burgerslachtoffers die ze maakt als een zaak van collateral damage, nevenschade die niet te voorkomen is. Dit begrip gaat terug op het principe van het dubbel effect: een handeling die een moreel goed doel heeft, maar tegelijk ook een niet beoogd moreel kwaad effect veroorzaakt. Israëls beroep hierop is echter niet overtuigend. Het principe van het dubbel effect betekent namelijk ook dat je al het mogelijke moet doen om het onbedoelde, maar voorzienbare kwade effect te voorkomen, zoals burgers in staat stellen om zich in veiligheid te brengen. Israël geeft wel waarschuwingen, maar de Gazanen kunnen geen kant op. Als je voorziet dat er onevenredige schade aan burgers zal worden aangericht, maar niet echt de intentie hebt om die onevenredige schade te vermijden, heb je in feite de intentie om die schade aan te richten. Kortom, Israëls militaire optreden strijdt fundamenteel met het ius in bello zoals dat ook is neergelegd in het humanitair oorlogsrecht.
Dit artikel is gedeeltelijk afgeschermd. Je kunt tijdelijke toegang krijgen op dit apparaat en in deze browser.
Prijs: €1,00
Toegang is tijdelijk en gekoppeld aan dit apparaat en deze browser. Het wissen van cookies of gebruik van een andere browser betekent dat de toegang vervalt.Pieter Vos is universitair hoofddocent ethiek en bijzonder hoogleraar protestantse geestelijke verzorging bij de krijgsmacht aan de Protestantse Theologische Universiteit en lid van de GKv Zwolle-Centrum


