‘Weet dat het Gods wereld is. Ik doe wat ik kan en heb vertrouwen’
- Algemeen
- Interview
Hoe ziet de kerk van de toekomst eruit? Daarover spreken we met drie jonge predikanten. Grote visioenen en hippe kerkmodellen komen niet op tafel. De kerk van de toekomst concentreert zich volgens hen vooral op de kern.
Sinds twee jaar is Nathasja Hooiveld (34) predikant, NGK Amersfoort-Zuid is haar eerste gemeente. ‘Onze kerk heeft zo’n tweehonderddertig leden op papier, en tachtig à negentig in de zondagse dienst, we hebben een redelijk grote actieve kern. Een eigen gebouw hebben we niet, we komen bij elkaar in het Corderiuscollege. Het is een gemeenschap die sterk op elkaar betrokken is en naar elkaar omziet. We wonen redelijk ver uit elkaar, toch willen we ook naar buiten meer betekenen, maar het is zoeken hoe dat kan.’
Arjo Riemer (36) dient niet alleen de NGK Zomerkerk in Zwartsluis, waar hij al vijf jaar predikant is, hij is ook uitgeleend aan de PKN, de voormalige gereformeerde kerk ‘synodaal’. ‘De procentuele verdeling van zestig/veertig is symbolisch, ik besteed mijn tijd afhankelijk van wat er gaande is. De gemeente van de Zomerkerk is erg betrokken op elkaar. We hebben een geschiedenis met mensen die vertrokken zijn vanwege verschillende kwesties, het midden is overgebleven. Dat geeft veel ruimte en levert veel vreugde op. Er wordt serieus over dingen nagedacht, maar het wordt niet hard gespeeld. Dat gaf ook ruimte om mij uit te lenen aan de PKN, dat zou twintig jaar geleden ondenkbaar zijn. Ik ben erg blij met de positie die me toegevallen is. De PKN is wat meer een volkskerk, heel actief op diaconaal vlak.’
Koos Tamminga (34) is recent van NGK Meppel naar de Amsterdamse Oosterparkkerk overgestapt. ‘Ik heb daar een zinnetje voor ingestudeerd: ik ben van een grote gemeente in een kleine stad naar een kleine gemeente in de grote stad gegaan. In Meppel waren we heel aanwezig in de samenleving. Amsterdam is ook prachtig, maar totaal anders. Je bent minder zichtbaar. We hebben honderdzestig leden, van wie er vijftig à zestig op zondag in de kerk zitten. Ze wonen door de hele stad heen. Tussen kerken wordt veel overlegd, maar uiteindelijk zit toch iedereen op zijn eigen eiland. We staan meer onder druk, het zijn kleine gemeenschappen, dan keer je gemakkelijk naar binnen. Ik zie het als een van mijn missies om wat meer de samenwerking op te zoeken.’
Als predikant ben je vaak alleen bezig. En je moet veel spannende dingen doen, zoals preken en begrafenissen. Dat kan eenzaam maken. Herkennen jullie dat?
Nathasja: ‘Dat is een beetje dubbel. Je werkt inderdaad vaak alleen, maar je ontmoet wel veel mensen. En als je de dienst voorbereidt, dan werk je met allerlei mensen samen. Voor mij is het werk, voor de anderen niet. Dat maakt de afstemming soms wel lastig. Aan het begin van elke week overleg ik online met een collega. We bespreken wat we die week gaan doen en bidden voor elkaar. Het is fijn om te spiegelen of je niet te veel wilt bijvoorbeeld. En ik ga graag wandelen: even buiten zijn en niet met je werk bezig zijn. Dan krijgt persoonlijk geloof ook meer de ruimte.’
Arjo: ‘Ik open elke dag met een ochtendgebed. Daarbij kan iedereen aanschuiven, gemiddeld komen er drie mensen. Het gaa
t niet om de aantallen, maar dat je je invoegt in het werk van God. Op maandagochtend heb ik altijd een werkoverleg met de andere werkers in de kerk. Echt samenwerken doen we nog niet. Ik heb weleens het gevoel dat ik altijd het initiatief moet nemen, dat de dingen anders niet gebeuren. Dat kan inderdaad eenzaam voelen. Tegelijk zie ik ook hoe hard er gewerkt wordt, mensen doen dat allemaal in hun eigen tijd. Nu ik het best druk heb, merk ik hoeveel er gebeden wordt en hoe nauw mensen betrokken zijn op je werk. Daardoor voel ik me gedragen.’
Koos: ‘Als het spannend wordt, vind ik dat juist mooi. Je fietst ergens naartoe en denkt: wat moet ik hier in vredesnaam doen? Dan ben ik extra benieuwd wat er gebeurt, ook omdat je gelooft dat God op die plek al lang aan het werk is. In Meppel deed ik ook elke dag een ochtendgebed, dat leverde een gemeenschap van bidders op. In Amsterdam doen we het twee keer in de week. In het Oosterpark kun je in je eentje niet zomaar de deur openzetten, je moet het dus wat meer organiseren. Ik merk dat ik het dagelijkse mis en dat ik de dingen die gebeuren ook meer zou willen vastleggen. In Meppel gebeurde het dat ik het contact met iemand wat verloor. Toen ben ik toch maar eens naar zijn huis gefietst. Dat past helemaal niet bij mij, dus ik vond het spannend. Ik belde aan, de deur bleef dicht. Mijn eerste gedachte was: ik heb het geprobeerd, dat kan ik afvinken. Maar iets in mij zei dat ik het nog een keer moest proberen. Op dat moment kwam hij de straat in gefietst en hadden we nog een mooie ontmoeting. Ik sta niet elke dag zo in het leven, maar dit was heel wezenlijk voor mij, ik moest daar echt even zijn.’
We komen uit een tijd van voltijdspredikanten, jullie zijn allemaal min of meer deeltijd ingezet. Dat laat zien dat de tijden veranderd zijn in de kerk. Zien jullie ook teruggang? Wat zie je gebeuren in de kerk als het gaat om de toekomst?
Dit artikel is gedeeltelijk afgeschermd. Je kunt tijdelijke toegang krijgen op dit apparaat en in deze browser.
Prijs: €1,00
Toegang is tijdelijk en gekoppeld aan dit apparaat en deze browser. Het wissen van cookies of gebruik van een andere browser betekent dat de toegang vervalt.Arie Kok is journalist en tekstschrijver.

