Perspectief van buitenaf
- Algemeen
- Interview
Magazine OnderWeg ontstond elf jaargangen geleden als fusieblad uit Opbouw (vanuit de oude Nederlands gereformeerde kerken) en de Reformatie (vanuit de Gereformeerde kerken vrijgemaakt). In aanloop naar de eenwording van deze twee kerkgenootschappen in 2023, is in 2015 OnderWeg ontstaan. Meer over de geschiedenis van OnderWeg is te lezen in het artikel van Sjoerd Wielenga op pagina 6. OnderWeg werd uitgegeven door de Gereformeerde Persvereniging. Het magazine krijgt per 2026 een andere redactie en uitgever. Dit is een goed moment om terug te kijken, dat gebeurt volop in deze editie. Voor een perspectief van buitenaf, vroegen we Rik Peels om zijn medewerking.
Rik Peels is hoogleraar Filosofie en Theologie van Radicalisering aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ook leidt hij mede het project ADAPT! Redactielid Hans Schaeffer sprak met hem over de toestand van de wereld, de rol van kerken daarin en de rol van bladen in het algemeen.
Rik, je groeide op in de Christelijke Gereformeerde Kerken. Wat zijn jouw ervaringen met de nieuwe Nederlandse Gereformeerde Kerken of haar voorgangers? Hoe verhoud je je daartoe?
‘Ik heb daarbij een bepaald beeld. Ik ben vanaf groep vijf naar een vrijgemaakte school gegaan en vanaf 1996 naar het Greijdanus, de gereformeerde middelbare school in Zwolle, daar heb ik een fantastische tijd gehad. In die jaren heb ik de gereformeerd vrijgemaakte wereld van binnenuit wat leren kennen. Vervolgens heb ik theologie gestudeerd in Apeldoorn, daar kwam ik de Nederlands-Gereformeerden tegen. De laatste jaren ben ik de ontwikkelingen op afstand blijven volgen, zoals het proces van heling, waarheid en verzoening, toen de vrijgemaakten en de Nederlands-Gereformeerden elkaar weer vonden. Daarbij is het opmerkelijk dat de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) een tegenovergesteld proces van scheiding doormaken. Ik heb de gereformeerde kerken vrijgemaakt zien veranderen in de loop van de jaren. De polarisatie die er aanvankelijk was, ging vrij ver. Ik herinner me een pauze waarin leeftijdgenootjes van een jaar of zestien ruzie kregen over het gebruik van bepaalde liederen in hun respectievelijke gemeentes. Jongens van zestien jaar – serieus, dat gebeurde echt! Maar ook op de basisschool was de verzuiling er. Op maandagmorgen werd de preek nabesproken en dan kon ik als ongeveer de enige in de klas niet meedoen, omdat ik naar de CGK ging. Het is nu alweer dertig jaar geleden. Ik denk dat die kerken enorm veranderd zijn. Ze zijn minder verzuild, hebben minder een obsessie met de juiste leer en de ware kerk, zijn open naar buiten, naa
r andere kerkverbanden toe. Dat heeft wat gekost, want er zijn natuurlijk ook gemeenten afgehaakt in dat proces.
Dit vind je dus over het algemeen een positieve ontwikkeling. Waarom zou dit een noodzakelijke ontwikkeling zijn voor de kerk?
‘Die openheid is een noodzakelijke richting voor de kerk. Dat betekent wat mij betreft niet een beweging bij de orthodoxie vandaan. Sterker nog, een kerkgenootschap moet voor bepaalde dingen staan, een overtuiging hebben, in ieder geval op papier. Individuele leden of zelfs voorgangers kunnen eraan twijfelen, maar je moet ergens in geloven, ergens voor staan, identiteit hebben. We weten uit de woorden van Jezus dat een goede kerk een zoutend zout is en een licht op een berg. Als je verzuilt, klonter je samen in een kerk, in een school, in een sportvereniging. Dan wordt het bedompt en dan zit dat zout niet door het eten heen. Je krijgt die eindeloze interne discussies die de vrijgemaakte kerk heeft gekend, maar nu steeds minder kent; en die de CGK voorheen minder kende en nu juist steeds meer kent. Er is sprake van toegenomen openheid naar andere kerkverbanden en naar de seculiere samenleving waarvan we onderdeel uitmaken. Wanneer deze veranderingen in een kerkverband gepaard gaan met een sterke identiteit en overtuiging, lijkt me dat een welkome ontwikkeling. Als dat geldt voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken, is dat geweldig nieuws.’
Bij dit soort processen bestaan groepen – zeker kerken – uit meerdere generaties. In een samenleving die zo snel verandert, is het lastig om één identiteit te houden als groep. Kijk je terug naar de groeiende openheid in de GKv in de jaren negentig, zie je dat wat voor de ene generatie heel welkom was, bij een andere generatie helemaal niet aansloot. Zij was heel anders opgegroeid, voor haar waren de culturele omstandigheden waarin haar geloof werd versterkt totaal anders dan voor de generatie die toen jong was. Nu zie je dat weer gebeuren met Generatie Z en de milennials. Hoe houd je dat complex van al die generaties bij elkaar?
‘Het is in de eerste plaats een kracht van de kerk dat je verschillende generaties bij elkaar hebt, net als theoretisch en praktisch geschoolden. We leven in toenemende mate in een verbubbelde samenleving, waarin soortgelijke en gelijkdenkende mensen samenklonteren. Die ene groep die de kerk vormt, is een potentieel, een kracht. En ik zou voorzichtiger zijn om een bepaald stadium van geloof te koppelen aan een generatie. Zo twijfelen niet alle jongeren, jongeren kunnen bijvoorbeeld heel overtuigd zijn. En oudere mensen kunnen soms juist meer twijfel ervaren. Geloof is iets dat zich continu ontwikkelt door het leven heen, het rijpt door je ervaringen. Ik houd het voor mogelijk dat generaties juist op dat diepere gesprek over geloof elkaar kunnen vinden en herkennen.’
Geloof rijpt door je ervaringen
Het lijkt me mooi om dit punt te markeren dat mensen binnen een generatie onderling evenveel kunnen verschillen en dat je die cohorten niet zo hoeft op te delen en dat daarom een breed gesprek helpend is.
‘Natuurlijk speelt de geschiedenis een rol binnen het kerkverband waarbij de oudere generatie – de oorlogsgeneratie – de hele ontwikkeling heeft meegemaakt, terwijl de huidige Generatie Z van het digitale tijdperk een heel andere kerkervaring heeft. De jongste generatie heeft die ervaringen niet en heeft daardoor minder de behoefte om zich af te zetten tegen stereotypen van geloof. Jonge generaties zijn veel opener. Jongeren moeten van de ouderen horen wat er is gebeurd, hoe het zover kwam en welke zaken er wel goed aan waren. De jongere generatie kan de oudere generatie een soort onbevangenheid leren. Ze staat blanco in die grote vragen en neemt zaken over waarvan de oudere generatie al afscheid dacht te kunnen nemen.’
Dat laatste is interessant, je ziet dat jonge mensen terugkomen op zaken waarvan ouderen dachten: dat is toch passé, dat hebben we toch gehad? Herken je dat?
‘Er is een enorme aanwas van jongeren die zich out of the blue melden bij de kerk. Dat zie je bij de Rooms-Katholieke Kerk, maar ook bij de PKN en andere protestantse kerken. Jongeren die zich aangetrokken weten tot rituelen, gewoonten en betekenisgeving. Die willen weten hoe dingen dogmatisch zitten, ze zijn op zoek naar kennis. Waar ouderen dachten: die Catechismus en Naam en Feit, dat is iets van vroeger. Het is waardevol dat generaties elkaar bevragen, in gesprek gaan.’
OnderWeg is een medium, net als boeken gericht op het bereiken van mensen. Voor veel media is het een probleem om andere mensen te bereiken dan de mensen die ze toch al bereiken. Ze zijn verbubbeld, in een tijd van algoritmes. Hoe zie jij de rol van media om precies dit kerk-zijn te versterken en toe te rusten?
‘Deze volgorde is belangrijk: eerst de bronnen en de ideeën, dan het medium. Dat is voor theologen ook belangrijk. We moeten ons niet laten opjagen, in een zekere rust moeten we durven peilen. We kunnen dus met een gerust hart een blad, ook met veel inhoud, blijven uitgeven. Vervolgens moet er aandacht zijn voor de vraag: hoe bereiken we mensen? Laten we klassieke media niet onderschatten, miljoenen mensen kijken het achtuurjournaal en luisteren naar de radio. Onderzoek toont aan dat radio en televisie heel constant zijn.’
Zo’n oud medium als een kerkelijk blad, moeten we daarop blijven inzetten?
‘Ja, kijk naar de interne dynamiek, de rust van een blad: je schrijft stukken, je ontwikkelt ideeën, je moet het formuleren. Dat duwt je in de richting van een zekere kwaliteit en diepgang. Dat zou ik zeker blijven doen. Misschien gaan we weer terug naar meer inhoud en diepgang. We moeten ons niet gek laten maken. Het is onze identiteit, dat gaan we niet verloochenen. Vervolgens ga je op zoek naar plekken en manieren om die ideeën en artikelen onder de aandacht te brengen van een groot publiek. Je kunt sociale media gebruiken om mensen uit te nodigen de verdiepingsslag te maken. Die verdieping, waarbij je zoekt naar de diepe bronnen, vergt bekering voor de meeste mensen nu en ook een tegenculturele omwending. Want de cultuur waarin we leven is gericht op instant behoeftebevrediging, met een korte aandachtspanne en meteen doen wat je verlangen is. Dat wordt ons aan alle kanten opgedrongen door reclame en door televisie en sociale media. Het ontwikkelen van een tegencultuur blijft een relevant thema voor kerken en kerkelijke media. Uiteindelijk is het Gods wereld en wij hebben een heel klein rolletje in die grote beweging door de geschiedenis van Gods koninkrijk. God gaat daarin zijn weg met mensen. Het komt wel goed. Wij kunnen dat niet regisseren. We kunnen wel vragen: wat kan ik doen in dat koninkrijk? Dat geeft rust en relativeert.’
Rik Peels is samen met onder meer historica Beatrice de Graaf betrokken bij het project Adapt! Dit project onderzoekt hoe samenlevingen in Nederland en daarbuiten beter kunnen omgaan met grote crises, zoals pandemieën, gewelddadig extremisme of natuurrampen. Het doel is te begrijpen waarom sommige gemeenschappen veerkrachtig zijn en andere niet, door historisch te analyseren wat in de afgelopen tweehonderd jaar werkte en door samen met burgers, professionals en beleidsmakers concrete strategieën te ontwikkelen. Daarmee hoopt het project een breed en interdisciplinair raamwerk te bieden voor ‘maatschappelijke aanpassing’ in crisistijd (adapt-academy.nl). Interessant is dat de rol van kerken in verleden en heden hierbij nadrukkelijk in beeld is.
Dit artikel is gedeeltelijk afgeschermd. Je kunt tijdelijke toegang krijgen op dit apparaat en in deze browser.
Prijs: €1,00
Toegang is tijdelijk en gekoppeld aan dit apparaat en deze browser. Het wissen van cookies of gebruik van een andere browser betekent dat de toegang vervalt.
