Predikantsprofiel Chiel Vleesenbeek
- Kerkelijk leven
In een oude pastorie in Rotterdam ontmoet ik ds. Chiel Vleesenbeek, die daar met zijn vrouw en drie kinderen woont. Sinds een jaar is hij daar als predikant verbonden aan de Havenkerk in Rotterdam, na een aantal jaren werkzaam te zijn geweest als jeugdpredikant in Zwolle. We nemen plaats in Chiels kantoor, een plek die zich bevindt op de derde verdieping en uitkijkt op een drukke weg. Daar vinden we de rust en vertragen we, want, zo stelt Chiel: ‘Is dat niet iets wat de kerk nodig heeft: traagheid?’
Ds. Melissa van der Kamp is als krijgsmachtpredikant verbonden aan de NGK Utrecht-Rehobothkerk
Van Zwolle naar Rotterdam
Traagheid. Dat is niet bepaald een woord dat past bij Chiels overstap van Zwolle naar Rotterdam. In de nieuwbouwwijk Stadshagen, waar Chiel werkte, stroomde de wijk overdag leeg, en keerden de men-sen in de avond weer terug. In Rotterdam is gedu-rende de dag een constante beweging en een di-versiteit van mensen. Wat Chiel hier tegenkomt, is een bepaalde rauwheid. Als hij ’s avonds terug naar huis gaat, ziet hij mensen hun tentje opzetten in het park en ziet hij daklozen dekens uitgereikt krij-gen. ‘In onze eerste weken in Rotterdam stonden er zelfs mensen in onze portiek drugs te dealen.’ Hij merkt dat dit iets doet met kerk-zijn hier. ‘Als je genoeg mensen van buitenaf ontmoet, dan krijgen inhoudelijke gesprekken een andere relevantie en krijg je als gemeente een andere gerichtheid.’ De beweging naar Rotterdam heeft niet alleen invloed op de gemeente daar, maar ook op Chiel zelf. Geloven was voor hem eerst activistischer: dingen bewerkstelligen en veranderen. ‘Dat is niet weggegaan’, zegt hij, ‘maar er is ook meer ontspannenheid gekomen. Uiteindelijk is het God die aan het werk is.’ Zo ervaart hij dat hij trotser is op zijn gereformeerde overtuiging: ‘Die is beter dan ik dacht. Een tikkeltje saai, maar wel van de inhoud en niet volledig deel van de wereld. Het geeft een bepaalde rust.’
Vertragen
Die rust is een terugkerend onderwerp bij Chiel. Zo is hij gewend om elke woensdag- en vrijdagochtend een vast gebedsmoment voor zichzelf te hebben, waarin hij elk gemeentelid aan God opdraagt. Het creëren van dit soort punten is belangrijk, zegt hij, omdat het in dit werk modderen is met tijd en je voortdurend aan het schakelen bent tussen alle verschillende werkzaamheden en gesprekken. ‘Het is ook een gekke gewaarwording’, zegt hij, ‘want we zeggen: rust en tijd zijn belangrijk; en tegelijk ben je zelf en als kerk een verstoorder van die rust. Daar een goede balans in vinden, is moeilijk.’ Tegelijk is predikant-zijn iets wat Chiel al sinds het einde van zijn puberteit heeft gewild. Het is mooi om zo dicht op mensen in alle levenssituaties te mogen zitten en daar iets met God te mogen doen. ‘Heel vaak lijkt God ver weg te zijn, maar iedere keer breekt Hij toch weer door de grenzen heen. Dat is fascinerend’, zegt hij. ‘Mijn beeld van de kerk is in de loop van de jaren wel veranderd. Waar ik de kerk als puber saai en massief vond, en in mijn studententijd vooral veel negativiteit ervoer, zie ik nu ook de zachte kracht van de kerk in de maatschappij. Het is een plek die je nergens anders tegenkomt: er klinken andere vragen en er worden andere doelen gesteld.’ Wel geeft hij aan dat ‘de kerk iets traags nodig heeft, want een kerk die te snel gaat, zal steken laten vallen’.
Waar kunnen we nog een zoekend en creërend gesprek met elkaar voeren?
Collegialiteit
Om te kunnen vertragen en prettig te werken is voor Chiel collegiaal contact belangrijk. Dit vindt hij bij collega-predikant Wim de Groot. Drie dagen in de week zijn zij te vinden in de Waterpleinkerk in Rotterdam. Verder schrijven zij samen een boek dat voortkomt uit de gesprekken over kind en avondmaal. In het boek willen zij ouders toerusten, omdat zij het zijn die hun kinderen meenemen naar het avondmaal. Het besef dat het belangrijk is om aandacht te geven aan de ouders, ontstond in zijn tijd als jeugdpredikant. Het zijn uiteindelijk de ouders die een stempel drukken op hun kind, ook wat de kerk aangaat. Hij vindt het dan ook belangrijk om hen toe te rusten, omdat zij weer in gesprek gaan met jongeren.
Illustratie is gemaakt voor het boek Samen aan Tafel door gemeentelid ilze Jonkman.
Chiel ziet dat die toerusting op landelijk niveau vaak lijkt te ontbreken. De synode beslist en maakt rapporten en die worden dan de kerken in gegooid. Daarbij kun je het gevoel krijgen dat je het als gemeente maar moet uitzoeken. ‘Waar kunnen we nog een zoekend en creërend gesprek met elkaar voeren?’, vraagt hij. ‘Die platforms lijken te ontbreken.’ Toch is het wel belangrijk om dit gesprek met elkaar te voeren, om een ontspannen kerkverband te zijn waarin we elkaar vertrouwen en elkaar willen meenemen. Of in Chiels woorden: ‘Waar een brombeer in kan zitten en iemand die het allemaal anders wil.’ Daarvoor is het is nodig een kerkverband te hebben dat draagt en verbindt.
Eenvoud
Mijn blik is al een aantal keren gevallen op een moderne en eenvoudige afbeelding van Jezus die in zijn open handen gebroken brood heeft liggen. Een afbeelding die Chiel intrigeert: ‘Jezus kijkt zowel naar het brood als naar mij. Hij breekt het brood, een eenvoudige handeling, en tegelijkertijd is al die eenvoud zo betekenisvol. Dat je daar soms wat mag proeven van Jezus, dat is gewoon genade.’ Eenvoud en ontspannenheid, ze vormen een rode lijn door het gesprek heen. ‘Op Jezus lijken is soms ook gewoon heel eenvoudig: hier heb je een stukje brood. Maak je niet druk en ga lekker zitten.’
