Tot hier
- Boekbespreking
Hoe Kars Veling de ontwikkeling van de vrijgemaakte kerken voorafschaduwde en tegelijk een spiegel voorhoudt, n.a.v. Kars Veling, Tot hier (Buijten en Schipperheijn, 2025)
Door dr. Wolter Huttinga, universitair docent systematische theologie en onderzoeker onderwijs en identiteit aan de Theologische Universiteit Utrecht.
In een zaal vol familie, vrienden en voormalige collega’s werden op 25 oktober 2025 de memoires van Kars Veling gepresenteerd. De in augustus overleden christelijke denker, politicus en bestuurder was veelzijdig. Hij werd door de aanwezigen geroemd om zijn bescheidenheid, respectvolle benadering, en zijn vaardigheid om vanuit een gereformeerd standpunt zeer open-minded en constructief op te trekken met mensen met een andere levensvisie. En hoewel ik Veling nooit heb ontmoet, was het bijzonder bij deze bijeenkomst aanwezig te zijn en samen met vijf anderen een korte reactie op het boek te mogen geven. In deze recensie werk ik uit wat daarin betrekking heeft op kerk en theologie.
Belang voor de theologie
Kars Veling was een veelzijdig mens. De laatste 25 jaar van zijn leven was hij vooral zichtbaar als schooldirecteur, politicus en directeur van ProDemos. In de eerdere decennia van zijn carrière was hij echter ook docent en hoogleraar filosofie aan de Theologische Universiteit in Kampen (nu Utrecht). Wat heeft Kars Veling betekend voor de theologie? Formeel is het antwoord: weinig. Veling moest de studenten aanvankelijk vooral wat bijspijkeren op het gebied van logica en argumentatie en doceerde ook geschiedenis van de filosofie. Hij kwam strikt genomen niet op theologisch terrein en in het boek merkt hij ook enkele keren op dat hij zich daar in feite onbevoegd voor achtte.
Toch is de realiteit wel iets spannender en complexer. Veling hield zich namelijk bezig met vragen als: hoe komen wij tot kennis van de werkelijkheid, hoe krijgen dingen betekenis en hoe hebben we daarin toegang tot waarheid? Welke rol spelen denken en taal hierin? Grote filosofische vragen, maar uiter-aard ook vragen van enorm belang voor de theologie, immers: hoe kennen wij God? En op wat voor manier is de Bijbel waar en betekenisvol voor ons vandaag?
Hermeneutiek in Kampen
Een van de duidelijke ontwikkelingslijnen en typische thema’s van het boek is dat Veling steeds meer onder de indruk raakt van het goed recht van verschillende modellen, paradigma’s of perspectieven op de werkelijkheid. In zijn proefschrift uit 1982 werkte hij dit uit op het gebied van de sociologie. Veling merkt op dat hij ook best wel trek had gehad om zijn methodisch-hermeneutische vragen op het gebied van de theologie toe te passen, maar op dat soort momenten volgt er in het boek steeds een terugtrekkende beweging. Hij voelde zich als jonge academicus niet senang om zich tussen de eerbiedwaardige theologieprofessoren over de Bijbel en over godskennis en geloof uit te laten.
Velings houding, even vroom als open-minded, verdient beslist navolging.
Fair enough, maar er zit soms ook wat onbevredigends in. Met datgene wat ik weet en meen te begrijpen van de Kamper theolo-gische traditie in de jaren zeventig en tachtig kan ik me namelijk ook goed voorstellen dat het niet een omgeving was waar je erg welkom was met hermeneutische vragen over de Bijbel en de werkelijkheid van God. Ik zie Kars Veling al in die tijd volop in de weer met Popper, Wittgenstein, Gadamer en Ricoeur. Allemaal denkers die op verschillende wijze een soort complexiteit inbrengen in de vraag hoe je tot kennis, betekenis en waarheid komt. Goede, terechte, belangrijke inzichten, maar wel inzichten die op gespannen voet staan met het idee dat de waarheid over God gewoon te destilleren is uit de Bijbel, en dat daaruit eenduidige principes voortkomen waarop onze theologie, ons kerkelijk leven en onze visie op de wereld gebouwd zijn.
En wees het gerust met me oneens (of nuanceer me), maar dit is wel de hermeneutische naïviteit die ik de Kamper theologische traditie van die tijd toedicht. Is het dan zo dat Veling zijn werkelijke mening voor zich hield? Dat hij radicalere hermeneutisch-theologische ideeën had dan hij liet blijken? Daarover kun je van mening verschillen. Ik merk bijvoorbeeld dat verschillende medetheologen het woord ‘teleurgesteld’ en ook wel ‘verbaasd’ gebruiken als ze het hebben over Velings zeer gereserveerde houding tegenover Gadamers hermeneutiek, die hij liet blijken in zijn inaugurele rede van 1987.
Inderdaad krijg ik bij het lezen van zijn samenvatting daarvan in Tot hier (98-99) de indruk dat hij nog niet klaar was met denken hierover en dat het destijds wel zo gemakkelijk was om zich te bepalen bij veilige, normatieve soundbites. Dat zal hij echter niet bewust hebben gedaan. Ik kan me goed voorstellen dat in de vrijgemaakt-theologische context van die tijd een wat relativerende, multiperspectivistische toon over God en de Bijbel directe Kaltstellung betekende. Je liet het wel om zulke dingen te zeggen – en misschien dus ook wel: te denken.
Betekenis van Veling
En toch heeft Veling – misschien meer ‘onder de oppervlakte’ – wel invloed uitgeoefend op de Kamper theologische traditie. Hij bracht studenten in contact met filosofisch-hermeneutische bronnen, waardoor zij een complexere kijk op de theologische werkelijkheid ontwikkelden. Als jonge student raakte ik zelf al gauw vertrouwd met typische punten die ik vaak zie terugkeren in Velings werk: kritiek op de autonome rede en het funderingsdenken – het idee dat waarheid iets is wat je strikt rationeel opbouwt op basis van onbetwistbare principes. Je zou in die zin kunnen zeggen dat Veling zaden gezaaid heeft voor wat sommigen beschouwen als een zorgelijke weg richting onzekerheid en relativisme, maar wat ik zelf beschouw als een nodige, eerlijke, oprechte theologische waarheidminnende weg.
Kars Velings eigen houding hierin, even vroom als open-minded, ver-dient beslist navolging. Aan het eind van het boek komt hij tot een mooie slotsom, waarin veel van zijn motieven samenkomen. Spreken over God, zegt hij, heeft altijd iets eenzijdigs. Je zult hoe dan ook bepaalde perspectieven veronachtzamen. Geen enkel probleem, dat hoort erbij, zegt Veling. Zolang je maar niet de pretentie hebt dat jouw opvattingen uitputtend zijn en ‘het geheim van God exclusief vertolken’.
Precies hetzelfde keert terug in zijn liefde voor de democratie en de bescheiden maar heldere rol van rationaliteit hierin: de rede geeft ons geen positie buiten onze eigen werkelijkheid om de absolute waarheid van een bepaald standpunt aan te tonen. Nee, de rede is slechts een hulpmiddel voor mensen om hun opvattingen te verantwoorden én om open te staan voor kritiek. Kortom: ik heb de waarheid niet in pacht. Die waarheid is groter dan ik. Maar ik probeer er wel van te getuigen en uit te leven.

