‘Mijn koninkrijk is niet van deze wereld’
- Column
In deze tijden van actievoeren, campagne en verkiezingen hoor je sommige christenen weleens opmerken dat wij ons beter op andere, geestelijke zaken kunnen richten. Zei Jezus zelf niet: ‘Mijn koninkrijk is niet van deze wereld’? Maar hoe moeten we deze woorden begrijpen? Heeft Jezus’ koninkrijk niet veel meer met deze wereld en haar politiek te maken dan we vaak denken?
het Evangelie van Johannes wordt vaak gezien als een evangelie waarin de hemelse toekomst al werkelijkheid is in de gemeenschap van Christus’ volgelingen. Nu al kunnen christenen ‘in Jezus’ zijn (hogepriesterlijk gebed), het levend water drinken (vrouw bij de put), ‘van boven’ geboren worden en deel zijn van een geestelijk koninkrijk (Nicodemus). Deze focus op het ‘geestelijke’ maakt dat er geen spanning meer lijkt te zijn tussen dat rijk en de aardse rijken. Laat Caesar hier maar koning spelen, Jezus sticht een hemels rijk, nu al toegankelijk voor ieder die in hem gelooft.
Jezus doet de uitspraak dat zijn rijk ‘niet van (in het Grieks: ek) deze wereld’ is tegenover pilatus (Joh. 18:36 en 19:11). Juist daarom zien velen daarin bevestigd dat zijn koninkrijk geen bedreiging vormt voor de macht van Rome: het laat Jezus’ onschuld zien. het voorzetsel ‘van’ (ek), duidt echter een oorsprong, een afkomst aan, net als het laatste woord, ‘van hier’. het laat zien waar iets voor staat, door welke principes iets wordt bepaald. Dat zegt dus niets over de vraag of dat rijk al dan niet in deze wereld bestaat of zich met deze wereld en haar heersers bemoeit. Vechtend verzet wordt hier uitgesloten. Maar de tekst zegt niets over niet-gewelddadige manieren om in deze wereld de macht-hebbers uit te dagen.
Jezus’ koninkrijk, dat niet ‘vanuit’ deze wereld is, is namelijk wel een koninkrijk dat ‘in’ deze wereld komt, of ‘ernaartoe’ beweegt. Dat voorzetsel, ‘naar-toe’ (in het Grieks: eis), speelt ook bij Johannes een belangrijke rol. Jezus wordt geïntroduceerd als ‘het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar (eis) de wereld kwam’ (Joh. 1:9). Dit verschil tussen ek en eis wordt ook prachtig duidelijk in Jezus’ gebed voor zijn leerlingen: ‘Ze zijn niet van (ek) de wereld, zoals ik niet van (ek) de wereld ben. (…) ik zend hen naar (eis) de wereld, zoals u Mij naar (eis) de wereld hebt gezonden’(Joh. 17:15-18).
Jezus’ leerlingen zijn, net als hun heer, niet ‘van’ de wereld, in die zin dat ze niet leven naar de maatstaven van deze wereld. Maar ze zijn net als Jezus ‘naar’ de wereld gezonden. En dat heeft wel degelijk politieke consequenties. Als kleine gemeenschappen zijn kerken en andere christelijke gemeenschappen bij uitstek de plaats waar we experimenteren met de politiek van het koninkrijk hierboven. te midden van de puinhopen van kapitalistische en koloniale systemen, laten we in levensstijl, liturgie en omgang met elkaar en de wereld zien hoe het óók kan. We leven als kerken, met vallen en opstaan, Gods politieke toekomst ‘in het voren’. En dat is broodnodig in deze tijden van visionaire armoede.
Suzan Sierksma-Agteres is lid van samenwerkingsgemeente Kruispunt Vathorst en universitair docent Nieuwe Testament aan de Protestantse Theologische Universiteit. Een uitgebreidere versie van deze column verscheen in oktober 2025 op https://www.pthu.nl/bijbelblog.


