Gods oordeel over alle landen
- Leespreek
In de rubriek leespreek publiceren wij een preek geschikt voor persoonlijke meditatie, ter bespreking op een Bijbelstudiekring of voor gebruik in de eredienst. In het laatste geval dien je altijd eerst contact met de auteur op te nemen om toestemming te verkrijgen. Bij de auteur is ook een diapresentatie te krijgen (jan.mudde58@gmail.com).
Jan Mudde (NGK Enschede-Lasonderkerk) en een preekstoel en Amos en Israël en Gaza. Dat zijn alles bij elkaar de ingrediënten voor een preek die niet zozeer als explosief, maar wel als zeer indringend te typeren valt. Actualiteit en Bijbelse geschiedenis, prediking en profetie zijn nauwelijks meer van elkaar te onderscheiden. Klinkt het Woord van God nog in onze tijd? Ja. Heeft het zeggingskracht voor wie nu leven? Onverminderd. Deze preek laat zien dat het verbinden van Bijbel en leven niet alleen een fraaie slogan is, maar een kunst die daadwerkelijk wordt beoefend vanaf de kansels.
Schriftlezing: Amos 1:3 – 2:16
Inleiding op lezing
De Bijbel vergelijkt de volkerenwereld wel met de zee. De zee waar altijd deining is, ook al is het windstil. De zee waar golven soms huizenhoog tegen elkaar kapotslaan. Een buitengewoon krachtig beeld. Volken kunnen, altijd tot op zekere hoogte, in harmonie samenleven – zoals over het geheel genomen in Europa momenteel. Maar de verhouding tussen de volken kan ook totaal verstoord raken. En dan doen ze elkaar de werkelijk verschrikkelijkste dingen aan.
Over de omgang tussen de volken heeft de profeet Amos het in Amos 1 en 2. We hebben het over een kleine 2.800 jaar geleden. Gods volk is in tweeën uiteengevallen: Juda in het Zuiden en Israël in het Noorden. Amos zelf komt uit Juda, maar hij moet profeteren in het Noordrijk; een riskante onderneming! In Amos 1 en 2 richt Gods Woord zich tot maar liefst acht verschillende volken – volken waarvan sommigen al heel lang elkaars aartsvijanden zijn.
Kijk je mee op de bijgevoegde kaart, dan moet je ten noordoosten van Israël beginnen. Daar ligt Damascus, de hoofdstad van Aram, het huidige Syrië, en tegen Damascus richt het woord van God zich als eerste. Dan richt Amos zich tot Gaza en waar dat ligt weten we allemaal: aan de kust ten westen van Israël. Noem het de hoofdstad van de Filistijnen. Maar ook noemt hij enkele andere Filistijnse stadsstaten: Asdod, Askelon en Ekron. Vervolgens blijven we bij de kust, maar kruipen we naar het noorden toe. Daar ligt Tyrus. De beroemde havenplaats in het huidige Libanon. Vervolgens richt Amos zich tot drie kleine volken ten oosten van Juda en Israël: Edom, Moab en Ammon, de noordelijkste van de drie. Met die volken is Israël verwant. En tot wie Amos zich vervolgens richt blijkt uit de lezing van Amos 1 en 2.
Preek
Het is druk in Bethel. Duizenden Israëlieten uit het Noordrijk zijn bij elkaar voor een offerfeest.
Opeens klinkt vanaf een hoogte een stem: ‘Dit zegt de HEER’! Verrast kijkt men op. Daar staat een boer met een Judees accent. Een Judeeër die in Israël komt profeteren? Die heeft lef. Sommigen zijn al op zoek naar stenen, mocht de boodschap tegen het zere been zijn.
Maar verhip… niet Israël, maar Syrië krijgt de volle laag! ‘Misdaad op misdaad heeft Damascus gedaan!’ Het komt bij iedereen binnen, want het is maar al te waar. Verschrikkelijk hebben de Israëlieten geleden onder Arams dictatuur. En nu zegt deze profeet dat de HEER het heeft gezien en dat Hij Damascus zal straffen! De paleizen van hun koningen zullen in vlammen opgaan! Als dat eens waar mag zijn!
De profeet verdwijnt, maar zijn vertroostende woorden blijven hangen. Benieuwd of-ie weer komt!
En ja hoor, een dag later is-ie er weer. Nu zijn de Filistijnen aan de beurt. ‘Misdaad op misdaad heeft Gaza begaan: ze hebben een heel volk in ballingschap gedreven en uitgeleverd aan Edom.’ Ja, ook daar weten Amos’ hoorders alles van. Van de strooptochten van de Filistijnen, dat ze mannen, vrouwen en kinderen buit maakten en verkochten aan Edom. Inderdaad, laat het vuur maar branden in Gaza!
Een dag later geeft Amos Tyrus de volle laag. En terecht, die onbetrouwbare rotzakken! Ze hadden een verbond met Israël, maar speelden onder een hoedje met Edom. ‘Wee Tyrus,’ roept de profeet. ‘Vuur zal Tyrus verteren!’ Gejuich gaat op. En de waardering voor Amos groeit met de dag. Deze man kent hun lijden, hun bittere pijn.
De vierde, vijfde en zesde dag zijn Edom, Ammon en Moab aan de buurt. Aan Israël verwante volken, maar tegelijk ook aartsvijanden. Ook hun gruweldaden stelt Amos aan de kaak. Steeds benoemt Amos welke. En steeds volgt het oordeel.
Het offerfeest te Bethel wordt helemaal opgeluisterd door de profetieën van Amos. Gods oordeel over de omliggende volken komt! Hosanna, loof de HEER.
Al roept die profetie tegen Moab wel vraagtekens op. Wat boeit het hen dat de Moabieten lijkschennis gepleegd hebben met de koning van Edom? Goeie grap toch! Zie je die kom van kalk waarin ik kots? Dat was ooit de koning van Edom!
Het is inmiddels dag zeven. Tegen wie zou Amos nu profeteren? Assur, Egypte?
Maar nee, ‘Dit zegt de HEER: Misdaad op misdaad heeft Juda begaan.’ Dit is het laatste wat Amos’ hoorders hadden verwacht. Een profeet uit Juda die Juda aanklaagt! Waar de tempel van de HEER staat! Waar de koningen directe afstammelingen van David zijn. Ook Juda zal in vlammen opgaan! Omdat Juda Gods wet niet houdt en afgoden dient.
De verbijstering is totaal. Maar sommige hoorders worden onrustig. Steeds dichterbij komt Gods oordeel. Damascus en Gaza zijn vijanden, altijd geweest. Met Tyrus was er een verbond. Edom, Ammon en Moab zijn verwante volken. Juda is een broedervolk. Waar gaat dit naar toe? Waar eindigt dit?
En inderdaad, op de achtste dag keert Amos zich tegen Israël. En hoe! Alles wat niet deugt noemt de profeet bij name. Dat de armen geen cent waard zijn in Israël. Dat de sterken de zwakken vernederen en uitbuiten. Dat vaders en zonen seks hebben met dezelfde vrouw tijdens een offerfeest. Dat ze zich nota bene in het huis van God bedrinken aan de wijn die ze als boeten van de arme boeren afhandig hebben gemaakt.
Ook Israël krijgt de volle laag. In hun eigen Bethel nota bene. En niets is gelogen. De mensen zijn te beduusd om de profeet te stenigen.
Een gedramatiseerde versie van Amos 1 en 2. Ik heb het zo opgebouwd om je iets van de enorme climax te laten proeven die in de profetie ligt. En hoe de profeet de hoorders stap voor stap meeneemt tot hij hen uiteindelijk met zichzelf confronteert.
Ik heb voor dit Bijbelgedeelte gekozen naar aanleiding van de ontwikkelingen in de volkerenzee, ook in onze tijd. De oorlog in Oekraïne, het nog lang niet opgeloste conflict tussen Joden en Palestijnen, burgeroorlog in Soedan, expansiedrift van de Verenigde Staten, spanningen tussen Noord- en Zuid-Korea, onderdrukking door China van Oeigoeren, noem maar op. Wat doen volken elkaar verschrikkelijke dingen aan. En wat kunnen we dan leren van Amos’ profetieën?
-
Gods aandacht gaat uit naar alle volken…
Als eerste valt op dat de Bijbel zo breed denkt. Dat Gods aandacht niet alleen uitgaat naar zijn eigen volk, maar naar alle volken. Hij is de Schepper van heel de aarde, alle mensen, alle volken. En ieder volk heeft zijn eigen plaats. Zo lezen we dat in Deuteronomium 32:8:
Toen de Allerhoogste land toewees aan elk volk
en de mensen ieder hun deel gaf,
bepaalde hij de grenzen voor alle volken
naar het aantal nazaten van Israël…
Daarin gaat het over de bijzondere band van God met Israël. Maar we lezen ook dat de Allerhoogste land toewees aan elk volk, de mensen ieder hun deel gaf, en de grenzen bepaalde voor alle volken. De Allerhoogste heeft het zo beschikt dat mensen niet alleen in familieverband leven, maar ook grotere gemeenschappen waarin mensen elkaar tot steun zijn.
Daarom mag je er ook als christen dankbaar voor zijn dat je deel uitmaakt van een volk. Een volk dat je veiligheid biedt, een taal, een identiteit. Met vaderlandsliefde op zich is niets mis. Je mag dat volk in ere houden en het ook als christen verdedigen als andere volken aan landjepik willen doen.
Dat allereerst dus: in de Bijbel gaat het niet alleen over je ziel, persoonlijk geloof, over de hemel. Het gaat in de Bijbel ook, allereerst zelfs (!) over de wereld, het samenleven van de volken, de omgang tussen de volken.
“Misdaad op misdaad heeft Israël begaan”
-
Recht en gerechtigheid gaan boven nationaal belang
Dan valt op dat Gods aandacht gespitst is op hoe volken met elkaar omgaan. Daar tilt God heel zwaar aan: hoe gaan volken met elkaar om? En de grote vraag is: worden in de onderlinge omgang recht en gerechtigheid gehandhaafd?
Dat is waarover het gaat in Amos 1 en 2: recht en gerechtigheid in de internationale en in de nationale politiek.
Recht en gerechtigheid gaan God boven alles, ook boven landsbelang.
Wíj zeggen: in liefde en oorlog is alles geoorloofd.
Maar de God van de Bijbel zegt: in liefde en oorlog is niet alles geoorloofd!
Boven het nationale belang moet altijd het recht staan.
Ja, de werkelijkheid is dat ieder land – heimelijk of openhartig – allereerst aan het eigenbelang denkt: MAGA, eigen volk eerst. En heel veel landen zijn bereid om die reden vals te spelen. Ook Nederland. Maar God zegt: bewaar recht en gerechtigheid, ook in het internationale verkeer.
En dat is een boodschap voor alle tijden, maar zeker ook voor deze tijd.
Overal in de wereld zien we nationalisme en patriottisme opkomen.
Overal zien we dat iedereen voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten en dat mede daarom volken elkaar uitbuiten. Wij Nederlanders ook.
God veroordeelt dat. God veroordeelt het dat volken zich ten kostte van alles en ten kostte van andere volken verrijken en versterken.
Zeker, met vaderlandsliefde op zich is niets mis… Opkomen voor je eigen belang mag ook. Maar zo, dat je daarbij ook in de volkerenwereld recht en gerechtigheid hooghoudt.
Dat is het tweede dat ik wil opmerken: recht en gerechtigheid gaan boven landsbelang,
-
Gods oordeel is onpartijdig
Ten derde valt op dat Gods oordeel onpartijdig over alle volken gaat. Dat is het schokkende en confronterende van de profetieën van Amos. Die zijn zo opgebouwd dat het begint met Gods oordeel over de andere volken. En de hoorders juichen: laat Damascus maar branden, laat Gaza en Tyrus maar branden, laat Edom, Ammon en Moab maar branden! Maar opeens werd de grond heel heet onder de eigen voeten: misdaad op misdaad heeft Juda begaan, misdaad op misdaad heeft Israël begaan!
Ja, Israël is Gods uitverkoren volk, maar daardoor ziet God het onrecht van zijn eigen volk niet door de vingers. Sterker, Gods eigen volk valt niet minder hard, niet minder scherp onder Gods oordeel dan de andere volken.
Gods oordeel is onpartijdig. Onze nationale gevoelens zijn partijdig, per definitie. Ze vertroebelen een eerlijk oordeel, toch? Stel er is een interland en de scheids maakt een vergissing in ons voordeel, dan zeggen we: ‘Wat een mazzel!’ Maar is de vergissing in ons nadeel, is het een thuisfluiter en joelen en schelden we.
Onze nationale gevoelens maken ons hartstikke partijdig en vertroebelen ons oordeel. Gods oordeel is onpartijdig en gaat over alle volken.
Dat is van betekenis tot op de dag van vandaag. Denk aan het grote en uitzichtloze conflict tussen de Joden en de Palestijnen, de staat Israël en Hamas. Een heel heikel, ingewikkeld conflict, bijna zo oud als de Bijbel zelf, waarin mensen als vanzelf partijdig worden. Je hebt good guys en bad guys en voor de een zijn de Joden dat en voor de ander de Palestijnen. Het kwaad van de een wordt veroordeeld, het kwaad van de een wordt vergoelijkt. Sommige mensen, niet zelden christenen, praten welhaast kritiekloos alles goed wat de staat Israël doet. Andere mensen negeren de gruweldaden van Hamas, of spreken daar begrip voor uit.
Bij Amos vinden we een heel andere basishouding. De profeet zet alle volken op een rij en benoemt van elk volk concreet wat er aan schort. De Bijbel meet niet met twee maten, hanteert geen verschillende weegsteen, maar is eerlijk in zijn oordeel over elk volk.
Daarom kan liefde voor het eigen land – voor de meesten van ons Nederland – heel goed gepaard gaan met uiterst felle, profetische kritiek op Nederland.
En daarom kan liefde voor het Joodse volk heel goed gepaard gaan met kritiek op de staat Israël.
Wee het land dat de eigen profeten de mond snoert, of voor verraders uitmaakt, zoals in Rusland of China gebeurt! Wee ook het land dat journalisten verbiedt aan waarheidsvinding te doen, en zo de waarheid in ongerechtigheid ten onder houdt!
“God ziet het, en gruwt ervan.”
4. Recht en gerechtigheid zijn concrete begrippen
Ten slotte, recht en gerechtigheid zijn geen vage, maar uiterst concrete begrippen.
Een hele reeks oorlogsmisdaden somt Amos op. Ja, lang voor het internationaal gerechtshof in Den Haag zich uitsprak over oorlogsmisdaden, deed God dat al, middels Amos.
Omdat Syrië met ijzeren dorssleden over de bewoners van Gilead heenreed. Gruwelijke martelpraktijk.
Omdat de Filistijnen zich schuldig maakten aan genocide.
Omdat Tyrus verdragen aan zijn laars lapte en een dubbelspel speelde.
Oorlogsmisdaden: Edom beging ze, maar Ammon niet minder. Om te voorkomen dat een ander volk zich uitbreidde sneden ze de vrouwen van Gilead de buik open. Zo ging dat toen, en zo gaat het nog. Alleen worden tegenwoordig tijdens conflicten vrouwen niet de buik opengesneden, maar massaal verkracht – maar met hetzelfde doel.
Misdaden tegen de mensheid, stuk voor stuk voor stuk.
En welk volk heeft ze niet begaan? Ieders gouden eeuw – wat kunnen we daarmee pronken – heeft diep duistere kanten.
Europese kolonisten hebben de oorspronkelijke bevolking van Noord- en Zuid-Amerika gedecimeerd.
Wat België gedaan heeft in Vrijstaat Congo is te gruwelijk voor woorden.
Turkije heeft zich schuldig gemaakt aan de Armeense genocide.
Duitsland heeft zich schuldig gemaakt aan de Holocaust.
En natuurlijk kan ik ook Rusland noemen en China – laat de Nederlandse regering daarover niet zwijgen uit angst voor represailles.
En ook Nederland, dat zich verrijkt heeft met grootschalige slavenhandel en dat oorlogsmisdaden gepleegd heeft in wat eens Nederlands-Indië heette.
En maken wij ons niet nog steeds schuldig aan misdaden tegen de menselijkheid? Doordat we onze koffie zo goedkoop mogelijk willen drinken? Doordat we Indonesië opzadelen met miljoenen en miljoenen kilo’s chemisch afval? Doordat arme landen soms miljarden aan belastinginkomsten mislopen, omdat wij bedrijven toestaan hier brievenbusfirma’s te beginnen?
God ziet het, en gruwt ervan. En er is geen enkel, maar dan ook geen enkel volk dat niet onder Gods oordeel valt. Daar word je klein van. Daar wordt als het goed is elk volk klein van.
“Lang voor het internationaal gerechtshof in Den Haag zich uitsprak over oorlogsmisdaden, deed God dat al, middels Amos.”
Is er een weg? Is er een weg die de altijd woedende en onrustige volkerenzee tot kalmte brengt? Komt het ooit goed? Ja, uiteindelijk komt het helemaal goed. Zo is ons beloofd, zo geloven we. Maar, hier en nu al kan het beter worden…
Als een volk de eigen gruweldaden onder ogen wil zien…
Als het zich erop wil laten aanspreken…
Als het zich ervan bekeren wil…
Als het die in herinnering houdt…
Zoals onze oosterburen dat gedaan hebben na de Tweede Wereldoorlog. Diep zijn zij door het stof gegaan en tot op de dag van vandaag blijkt dat dat diepgemeend is. Moge het voor altijd zo blijven.
Zoals ook Nederland heeft gedaan, door schuld te belijden over het slavernijverleden, door schadevergoedingen te betalen aan de weduwen van Sulawesi – ook al moest daar een rechter aan te pas komen.
Ja, ook volken kunnen zich bekeren.
Maar er is meer nodig. Er is een Heer nodig. Een Heer die knecht wordt en die zijn bloed ook offert voor de schuld van de volken. Een Heer bij wie de volken zelfs met hun grootste schuld kunnen komen – om verzoening te ontvangen.
Mijn vrouw Dineke en ik waren in Trier vorige zomer. Daar bezochten we de Basilica, vroeger de koninkrijkszaal van niemand minder dan keizer Constantijn, geruime tijd inmiddels een Lutherse kerk. Voor de Tweede Wereldoorlog had het een tamelijk protserig interieur, daarna is gekozen voor een radicale versobering. Heel het gebouw getuigt van eenvoud, ootmoed, verlangen naar verzoening tussen de volken – met onze gekruisigde Heer centraal. Ik was in tranen toen ik daar door die ruimte liep. Dankzij die bron van verzoening kan het goed komen. Hier en nu al, soms.
Wonderbaarlijk wat verzoening, verzoening in Christus kan doen, zelf in landen als Rwanda waar ook sprake is geweest van genocide.
Het kan, broers en zussen, het wonder van verzoening. En soms gebeurt het ook.
Wie weet schudden Noord- en Zuid-Koreanen, Joden en Palestijnen, Russen en Oekraïners, Indiërs en Pakistanen elkaar nog ootmoedig en hartelijk de hand, voor Christus’ wederkomst.
We mogen hoop houden en ervoor blijven bidden. In het vertrouwen dat eens voor eeuwig de volkerenzee tot rust zal worden gebracht. Als Hij aan wie alle macht gegeven is in de hemel en op aarde weerkeert. En dan zullen we samen, in volkomen harmonie, God aanbidden, de 144.000 uit Israël, en een schare die niemand tellen kan uit alle volken, natiën en talen.
Halleluja, amen.
Jan Mudde is predikant te Haarlem.
