Vaker een dagje vrij?
- Interview
- Opinie
In november 2025 gaf ds. Maarten van Loon (als predikant verbonden aan de NGK Wezep-Noorderlicht, door de regio Nunspeet benoemd als predikant met bijzondere taak in dienst van de kerken voor verkondiging, vorming en toerusting) een uitgebreid interview aan het Nederlands Dagblad waarin hij uitlegde waarom hij het werk als gemeentepredikant neerlegde. Vervolgens verschenen in het Nederlands Dagblad verschillende artikelen naar aanleiding van dit interview. Wij hielden een paar vragen over die we aan Maarten stelden.
Ds. Louren Blijdorp is als predikant verbonden aan de NGK Enschede-Immanuelkerk. Hij is ook hoofdredacteur van Onderweg.
Wat voor reacties heb je op het interview gekregen vanuit de kerken?
‘Van allerlei kanten heb ik hierop reactie gehad. Vrijwel iedereen vond het heel eerlijk en kwetsbaar. Voor velen zijn de nogal uiteenlopende verwachtingen die er in de gemeente leven herkenbaar. Of waarvan je denkt dat die leven.
Ook is er veel herkenning wat betreft de breedte van het takenpakket. De reactie die ik in het interview al noem, krijg ik ook mondeling vaak: kunnen we, bijvoorbeeld als regionale kerken, niet meer samenwerken waarbij we dan de predikanten naar hun kwaliteiten en gaven inzetten in de diverse gemeenten?’
Je vertelde onder andere dat er collegae zijn die hetzelfde gevoel hebben als jij, die wel zouden willen stoppen, maar niet de mogelijkheden hebben daartoe. Hebben zich bij jou naar aanleiding van je interview nog meer collega’s gemeld die dit herkennen?
‘Ik heb slechts een enkele reactie gehad van een PKN-collega die in hetzelfde schuitje zit als ik een paar jaar geleden. Verder is het stil gebleven. Ook de kerkelijke gremia melden zich niet. Dat hoeft ook niet per se, maar ik vind het wel opvallend.’
Het hoofdredactionele commentaar van het Nederlands Dagblad reikte als oplossingsrichting voor de door jou geschetste problematiek een verhoogde assertiviteit onder dominees aan. Predikanten moeten vaker een dagje vrij nemen. Hoe evalueer jij deze oplossingsrichting? Doet het wat jou betreft recht aan hetgeen jij ter berde hebt willen brengen?
‘Nee, totaal niet. Alsof vaker een dagje vrij nemen de oplossing is voor wat ik hierboven schetste. Toevallig ben ik iemand die wel vrij goed zijn werktijden kan afbakenen en af en toe vrij neemt. Dus daar ligt het niet aan.’
Alsof vaker een dagje vrij nemen de oplossing is voor wat ik hierboven schetste.
Naast de assertiviteit van de predikant werd door het Nederlands Dagblad ook de verantwoordelijkheid van de gemeente genoemd. Waarbij gesteld werd dat het helpend zou zijn wanneer de gemeente de predikant meer als ‘mens met een salaris en werktijden’ zou beschouwen Ben je het hiermee eens en is de geschetste verhouding tussen ambt en persoon voor jou herkenbaar in jouw situatie als NGK-predikant?
‘Nee, in mijn situatie in ieder geval niet. De gemeente die ik diende beschouwde de predikant wel op een bepaalde manier als mens met een salaris en werktijden. Ik sport en wandel veel, wat vaak complimenten opleverde. Bijvoorbeeld als ik zei niet te kunnen omdat die avond mijn vaste tennisavond is.
Het was in mijn geval niet zo dat ik bovenmatig veel uren draaide uit een soort misplaatst roepingsbesef. Het werk is inderdaad nooit af, maar veel dingen hoeven over het algemeen niet meteen. Je kunt dus rustig tijd aan je gezin of hobby’s besteden. Als er wél iets urgents is, dan laat je natuurlijk gelijk alles vallen. Maar dat is vrijwel nooit zo. Daar zat het bij mij dus niet. En er werd door de gemeente ook nooit een oneigenlijk beroep op mijn tijd gedaan. Daar zat het dus ook niet.’
Waar zat het dan wel? Kun je dat toelichten?
‘Tja, nu vraag je een doorkijkje in mij als persoon. Persoonskenmerken lopen ook dwars door mijn verhaal. Het brede takenpakket van gemeentepredikant veronderstelt veel verschillende kwaliteiten. Bovendien moet je iets niet alleen kunnen, het is ook wel fijn als je voor een groot deel ook echt aan gaat op de dingen die bij je werk horen. Dat laatste is precies het punt: teveel dingen in het predikantschap leidden tot energieverlies. Ik kon ze, deed ze, maar ik liep netto leeg. Met mentale klachten als gevolg.
Ik voel me gesteund door wat degene die een assessment bij me afnam zei: ‘Als ik zie wat voor taken je als predikant allemaal hebt, wat er allemaal van je verwacht wordt en welke persoonskenmerken dat vraagt, dan kan dat nooit allemaal in één en dezelfde persoon verenigd zitten; logisch dat je hier komt, dat zouden er meer moeten doen.
Verder heb ik in zijn algemeenheid gauw last van wat mensen allemaal wel niet van mij zouden denken, vinden en verwachten en dat je het nooit voor iedereen goed kunt doen. Dat zegt veel over mij maar ook over de huidige tijd en het kerkelijke klimaat. Ik vind het kerkelijk leven ingewikkeld geworden: zoveel verschillende meningen en smaken waarbij er niet altijd even veel begrip en ruimte is voor elkaar.’
Ik vind het kerkelijk leven ingewikkeld geworden: zoveel verschillende meningen en smaken waarbij er niet altijd even veel begrip en ruimte is voor elkaar.
‘Ik vraag mensen wel eens of ze zouden willen ruilen. Ze weten vrijwel altijd meteen het antwoord op die vraag. Ik doe het vooral wel eens als ik iemand in de mopperstand tref. Dan vraag ik: ‘Zullen we van plek wisselen? Dan ga ik een poosje mopperen op de kerk en dan mag jij proberen dominee te spelen.’ Dan kijken ze me vaak aan en houden voor dat moment op met mopperen.’
Wat zouden jouw aanbevelingen zijn aan de Nederlandse Gereformeerde Kerken als het gaat om welzijn en duurzame inzetbaarheid van haar predikanten?
‘Kort en goed: inzet naar gaven en kwaliteiten.
Gemeentes zullen uit zichzelf niet gaan samenwerken ben ik bang. Maar de oplossing om met een team predikanten de regionale kerken te bedienen waarbij ieder naar zijn of haar kwaliteiten wordt ingezet, lijkt mij zeer het overwegen waard.
Je zou ook kunnen kijken naar constructies waarbij een predikant een parttime aanstelling heeft voor gerichte taken en andere (betaalde) krachten de rest van het werk doen. Misschien kun je als parttime predikant er andere dingen naast doen, betaald of in het vrijwilligerswerk.
Los van deze concrete suggesties denk ik dat we als kerken out of the box moeten denken. In mijn geval is er maatwerk geleverd. Eerst door de plaatselijke kerk, Wezep, die mijn situatie echt heel goed heeft opgepakt. Maar vervolgens ook door de regio. Dat had wel wat voeten in de aarde. Ik ben denk ik binnen de NGK de eerste in mijn soort. Zelf hoop ik: niet de laatste. Ik denk dat we als NGK in zijn algemeenheid heel goed moeten kijken hoe we een flexibel personeelsbeleid kunnen voeren wat betreft predikanten. Zeker in een tijd van predikantentekort zou het wel heel jammer zijn als er onnodig mensen met specifieke gaven en kwaliteiten ‘verloren’ gaan voor het werk in de kerken.’
Louren Blijdorp is predikant van de GKv Hardenberg-Baalder.



