Uitwassen van diversiteit: de gebrokenheid en face

0

Niet zelden leidt diversiteit in de christelijke gemeente tot conflicten, in een uiterst geval zelfs tot een pijnlijke scheiding. Arine Brouwer, Alex Boshuizen en Harry Lakerveld werden de afgelopen jaren als coach, predikant, adviseur of vertrouwenspersoon soms hard met de neus op de feiten gedrukt.

Beroepsmatig zijn ze alle drie bij conflictsituaties in gemeenten betrokken. Harry Lakerveld maakt sinds 2007 deel uit van de Vertrouwens- en Adviescommissie (VAC) van de NGK, die bijstaat en adviseert bij spanningen in de kerk. Alex Boshuizen is lid van diezelfde commissie en ook parttime predikant in de Nederlands-gereformeerde Petrakerk in Heemstede en zelfstandig coach. Arine Brouwer, ook lid van de VAC, werkt al een jaar of vijftien als trainer en coach en is toerustingsmedewerker binnen de NGK onder de paraplu van Toerusting 2.0.

Soms lopen gedachten en visies van gemeenten, kerkenraden en predikanten zo ver uiteen dat ze leiden tot verwijdering en schisma. (beeld Johanne de Heus)

Soms lopen gedachten en visies van gemeenten, kerkenraden en predikanten zo ver uiteen dat ze leiden tot verwijdering en schisma. (beeld Johanne de Heus)

Elk op hun eigen manier werden ze de afgelopen jaren geconfronteerd met het kwetsbare karakter van menselijke diversiteit. Maar even vooropgesteld: heel vaak gaat het goed tussen gemeenteleden, kerkenraden en predikanten die onderling van mening verschillen.

Boshuizen: ‘Er zijn bijvoorbeeld gemeenten die het voor elkaar krijgen om ondanks meningsverschillen samen verder te gaan. Iemand zegt: “Ik heb niks met die muziekband, maar ik zie dat het jouw geloof opbouwt, dus ik blijf er niet voor thuis.” En een ander: “Ik houd van Opwekking, maar ik weet dat psalmen voor jou belangrijk zijn.” Dat vind ik mooi.’

Vuur

Ondanks die positieve ervaringen lopen de gedachten en visies van gemeenten, kerkenraden en predikanten soms zo ver uiteen dat ze leiden tot verwijdering en schisma. Ook in de NGK. Want de NGK mag dan het imago hebben goed met verschillen te kunnen omgaan, de trieste werkelijkheid is dat de VAC de afgelopen jaren de handen vol had aan gemeenten die er gewoon niet uitkwamen.

Waar gaan die conflicten in de regel over? ‘Bijvoorbeeld over leerstellige thema’s, zoals standpunten over homofilie of vrouwen in het ambt’, zegt Brouwer. ‘De invulling van de zondagse eredienst: zingen we opwekking of psalmen en begeleiden we met een band of met een orgel?’ zegt Lakerveld. ‘Over hoe je in de huidige tijd en context gemeente bent’, zegt Boshuizen. ‘En dat vertaalt zich inderdaad vaak in liturgische dingen, omdat de samenkomst nu eenmaal het brandpunt van het kerkelijk leven is.’

‘Laten we alsjeblieft vooral avondmaal blijven vieren, terwijl we bedenken hoe betrekkelijk onze eigen standpunten zijn’

Hoewel dogma’s, liturgie en eredienst tot hoogoplopende meningsverschillen kunnen leiden, zijn ze volgens Brouwer allerminst de oorzaak van conflicten. Het probleem zit hem vooral in de manier waarop mensen met elkaar communiceren, zo heeft ze in de praktijk ervaren. ‘Wij protestanten zijn heel rationeel in woord en weerwoord. We discussiëren – ook als het gaat om onderwerpen waarop we vooral met ons hart betrokken zijn – met argumenten, met onze ratio.’

En daar gaat het gemakkelijk mis, zegt ze. Het ene argument wordt met het andere gepareerd en zo gaat men voorbij aan wat er nu daadwerkelijk in het hart van de ander leeft. ‘We spreken te weinig van hart tot hart. Juist in de christelijke gemeente is dat van belang. Waarom is iets zo belangrijk voor de ander dat hij het met veel vuur brengt? Dat zijn eigenlijk de vragen die we elkaar moeten stellen. Voordat we zelf begrepen willen worden, moeten we de ander willen begrijpen.’

Als dat in de praktijk niet gebeurt, groeien gemeenteleden soms zomaar uit elkaar. Dat is op zich een spijtige ontwikkeling, maar wanneer een kerkenraad tijdig professionele hulp inroept, kan veel ellende worden voorkomen, stelt Lakerveld. ‘Binnen de NGK is er een compleet programma voor opleiding en training van kerkenraden en predikanten voorhanden en we beschikken over een hele pool van coaches. Het kan erg heilzaam zijn om op tijd aan de bel te trekken, zodat buitenstaanders onafhankelijk kunnen beoordelen of mensen elkaar werkelijk begrijpen en verstaan.’

Spilfunctie

Heeft een predikant ook geen belangrijke taak in het bijeenhouden van zijn gemeente? Jawel, zegt Boshuizen. ‘Je bent iemand met een spilfunctie, die moet zorgen voor een goede sfeer en cultuur. Ontbreekt het daaraan, of is er sprake van een conflict, dan ben je geroepen om van enige afstand met wijsheid te spreken.’

Vaak gaat het goed tussen gemeenteleden, kerkenraden en predikanten die onderling van mening verschillen. (beeld Johanne de Heus)

Vaak gaat het goed tussen gemeenteleden, kerkenraden en predikanten die onderling van mening verschillen. (beeld Johanne de Heus)

Maar wat nu als de predikant zelf onderdeel van de narigheid is? Het zal niet de eerste keer zijn. ‘Je komt dan inderdaad in een lastige positie terecht. Goede pastorale verhoudingen zijn dan niet langer vanzelfsprekend. Toch vind ik dat, zolang het om jouw rol als predikant gaat, je moet proberen boven de kritiek te staan. Je behoudt immers je roeping om pastor van de gemeente zijn en verschil van inzicht over bijvoorbeeld je stijl van preken mag die roeping niet frustreren. Het is zonder meer moeilijk om in wijsheid je weg daarin te zoeken.’

Hoewel je niet alle kritiek voor kunt zijn, adviseert Boshuizen predikanten om continu in beweging te blijven en feeling te houden met de gemeente. ‘Blijf in gesprek. Zijn gemeenteleden kritisch over je preek of je pastoraat, neem dat dan serieus, zonder er persoonlijk aan onderdoor te gaan. Dat is de spanning.’

Grief

Een heel andere dimensie van spanning dringt zich op in de viering van het heilig avondmaal. Kun je samen aan de tafel van de Heer gaan als er conflicten over en weer zijn? Boshuizen: ‘Dat hangt natuurlijk van het conflict af, maar het is nogal wat als je tegen elkaar moet zeggen: wij kunnen niet meer samen vieren dat Jezus voor onze zonden is gestorven. Natuurlijk, de viering kan ongemakken oproepen. Maar laat het dan maar ongemakkelijk zijn. De pijn van de onvolmaaktheid zal misschien extra worden ervaren, waardoor het avondmaal nog meer waarde krijgt. Dat formuleer ik misschien laconiek, maar er klinkt een diepe ondertoon in door.’

Ook voor Lakerveld zou het een uiterste consequentie zijn de avondmaalsviering op te schorten. ‘We zijn nu eenmaal niet allemaal heilige mensen. Aan die tafel zit je toch maar mooi bij elkaar en deel je een belangrijk gemeenschappelijk fundament. Laten we alsjeblieft vooral avondmaal blijven vieren, terwijl we bedenken hoe betrekkelijk onze eigen standpunten zijn.’

‘De vorige voorzitter van de Vertrouwens- en Adviescommissie zei bij zijn afscheid dat-ie verwonderd was z’n geloof niet kwijtgeraakt te zijn’

Brouwer vindt het een kwestie waarover vooral theologen moeten nadenken. Maar als ze er dan toch iets van moet vinden: ‘Je viert dat Jezus alles heeft overwonnen, ook de zonde en het kwaad. Het is zijn sacrament. Misschien moeten we eerst omhoog kijken en dan pas om ons heen. Aan de andere kant: als je een grief hebt met een ander, schrijft de Bijbel, maak het dan eerst in orde. Daar moet je ook wat mee.’

Als een grief de omvang krijgt van een gemeentebreed conflict, wordt het ingewikkelder. Complex is namelijk de vraag: willen we de gemeente koste wat kost bij elkaar houden of is scheiding onvermijdelijk en misschien zelfs beter? Brouwer: ‘In een gezin kan het soms goed zijn dat iemand op zichzelf gaat wonen of even gaat logeren. In de kerk is het niet anders. Wil je elkaar blijven erkennen als broeders en zusters in de Heer, dan is het in een uiterst geval nodig een ander onderdak te kiezen, eventueel tijdelijk.’

Lakerveld deelt die opvatting. ‘Je kunt gemakkelijk “eenheid” roepen en ondertussen persoonlijke problemen bagatelliseren. Hoe lang mag je van een ander verwachten dat hij blijft toegeven aan het meningsverschil? Ik ben er uiterst voorzichtig in. Mensen zijn soms echt gewond. Dan kun je niet zeggen: het moet nu maar over zijn, we gaan weer verder.’

Verlamd

Kun je als predikant, als gemeentelid, als coach je geloof behouden wanneer al die narigheid zich onder je neus afspeelt? ‘Het heeft absoluut invloed op mijn geloofsleven’, erkent Brouwer. ‘Ik heb wel gezien dat mensen in een conflict God zochten, dat ze zijn wil verlangden te doen, zich biddend en werkend probeerden een weg uit het conflict te banen, en dat het toch niet lukte.

Op zo’n moment kijk je de gebrokenheid recht in haar gezicht. Dat is confronterend, het geeft je een gevoel van onmacht. Ik heb weleens huilend in de auto gezeten ‘s avonds laat, nadat een geschil ondanks de beste wil van alle betrokkenen niet opgelost kon worden. Gewoon omdat mensen echt te verlamd waren om naar elkaar toe te bewegen. Gelukkig kun je op zo’n moment bij God terecht met je gevoelens van onmacht, en natuurlijk bij collega’s. De vraag over de almacht van Gods Geest komt dan weleens bij me op, maar niet in die zin dat ik eraan ga twijfelen.’

‘In een gezin kan het soms goed zijn
dat iemand op zichzelf gaat wonen of even gaat logeren’

Lakerveld: ‘De vorige voorzitter van de Vertrouwens- en Adviescommissie zei bij zijn afscheid dat-ie verwonderd was z’n geloof niet kwijtgeraakt te zijn. Zelf heb ik wel fundamentele vragen, maar ik ga er op mijn manier mee om. Ik probeer vooral te bekijken hoe ik individuele personen tijdens een conflict tot hun recht kan laten komen. Dat vind ik belangrijk.’

Boshuizen benadrukt de positieve kant van diversiteit. ‘Als we 1 Korintiërs 12 lezen, moeten we ons ervan bewust zijn dat Paulus het verschijnsel van verschillen in de gemeente niet uitlegt als iets wat je moet gedogen, maar als een eigenschap die de kracht van het lichaam tekent. Verscheidenheid mag je positief zien, je mag haar vieren. In de diversiteit kun je elkaar zien als dienaar van Christus, ieder op zijn plaats.’

Delen.

Over de auteur

Jasper van den Bovenkamp is journalist bij Tekstbureau Vakmaten.

Laat een reactie achter