Geloofsgetuigen in de wereldkerk vandaag

Wouter van Veelen | 29 april 2026
  • Wisselrubriek

Modder, modder, overal modder. Ik ben op reis met evangelist Rivhan Sabuna, in de binnenlanden van Kalimantan Barat, Indonesië. We rijden op zijn motor over wegen die door het regenseizoen zijn veranderd in glibberige paden. Regelmatig is de weg zo slecht dat we moeten afstappen en te voet verder gaan. Rivhan doet dit wekelijks. Zijn werkgebied bestaat uit afgelegen dorpen, verspreid over de beboste heuvels van Borneo. Zijn roeping: het evangelie delen met mensen die Jezus nog niet kennen.

Wanneer ik hem vraag waarom hij dit loodzware werk doet, wijst hij naar de kleine altaartjes die we onderweg zien, bij huizen of rijstvelden. ‘Mensen leven hier in angst,’ zegt hij. ‘Angst voor geesten van voorouders, voor demonen die ze tevreden moeten houden. Alleen bij Jezus is er vrede.’ Zijn woorden zijn eenvoudig, maar theologisch geladen: Christus bevrijdt van angst en brengt mensen in de ruimte van Gods genade.

Geloof dat standhoudt

Enkele weken eerder ontmoette ik dominee Pravesh* uit India. Tijdens zijn bezoek aan Nederland trokken we een dag samen op. Hij vertelde over de toenemende druk op christenen in zijn land. De overheid bevordert het hindoeïsme, nieuwe wetten maken openlijk evangeliseren strafbaar, kerken en scholen kunnen om het minste of geringste gesloten worden. Het christelijk geloof wordt door de Indiase overheid geframed als ‘westers’, niet oorspronkelijk Indiaas – een bedreiging voor de nationale identiteit. 

Ik vroeg hem: ‘Wat maakt dat je het volhoudt?’ Ook zijn antwoord was even eenvoudig als diep: ‘We geloven in een levende Heer. Natuurlijk twijfel ik soms, regelmatig zelfs. Maar God is groter dan onze wanhoop.’ Hier spreekt een geloof dat niet gericht is op de omstandigheden, maar op de opstanding van Christus. Een geloof dat weet: Hij leeft, dus wij kunnen leven. Pravesh laat zien wat de christelijke hoop inhoudt: vasthouden aan Gods beloften, wanneer alles om je heen wankelt.

Liefde die blijft

In dezelfde periode sprak ik Christophe Hadama, dominee in Maroua, een stad in Noord-Kameroen. Dit is een gebied waar de islamitische terreurorganisatie Boko Haram actief is. De verhalen die hij vertelt, zijn bijna niet te bevatten. Dorpen worden aangevallen, mensen ontvoerd, families verscheurd. Een week voor ons gesprek werd een bus die op weg was naar Niger overvallen. Een vrouw verloor vijf kinderen, meegenomen door de terreurorganisatie. Haar geweeklaag ging door merg en been. 

Ik ontmoette Christophe in Benin, tijdens een internationale conferentie. Daarna zou hij weer terugvliegen. Waarom vlucht hij niet, zoals vele anderen? Zijn antwoord kwam zonder aarzeling: ‘Ik kan mijn gemeenschap toch niet in de steek laten? God heeft mij hier geroepen.’ En dus blijft hij. Zijn kerk blijft. Ze verlenen noodhulp aan iedereen die het nodig heeft: christenen én moslims. ‘Want Gods liefde is voor iedereen,’ zegt hij. Rivhan uit Indonesië, Pravesh uit India, Christophe uit Kameroen. Drie broers in de Heer. Die getuigen van de kern van het evangelie: geloof, hoop en liefde. 

Geloofsgetuigen 

De verhalen van Rivhan, Pravesh en Christophe doen me denken aan Hebreeën 11, het hoofdstuk over de geloofsgetuigen. Abel, Henoch, Noach, Abraham, Sara, Mozes: mensen die leefden vanuit Gods belofte, zonder de belofte in vervulling te zien gaan. Door de kerkgeschiedenis heen zijn er tallozen bijgekomen: Franciscus van Assisi, Maarten Luther, William Wilberforce, Dietrich Bonhoeffer, Moeder Teresa. Zij vormen wat ik noem de diachrone geloofsgetuigen: getuigen door de tijden heen. We hebben het nodig om kennis te nemen van hun verhalen en getuigenissen, zegt de schrijver van Hebreeën. Zij helpen ons om te volharden:  ‘Nu wij door zo’n menigte geloofsgetuigen omringd zijn, moeten ook wij elke last van ons afwerpen, evenals de zonde waarin we steeds weer verstrikt raken, en vastberaden de wedstrijd lopen die voor ons ligt.’ (Hebr. 12:1)

Maar Hebreeën 11 biedt ruimte voor een bredere interpretatie (dit baseer ik op vers 32). Naast de diachrone geloofsgetuigen — de heiligen die ons zijn voorgegaan — zijn er ook synchrone geloofsgetuigen: tijdgenoten, levende getuigen van Christus – de heiligen die met ons meelopen. Het zijn broers en zussen die je kunt ontmoeten, met wie je kunt spreken, delen, vieren en bidden. Mensen van vlees en bloed, die in dezelfde wereld leven als wij, met dezelfde onzekerheden en dezelfde vragen, maar die in hun leven iets laten zien van de kracht van het evangelie.

De kerk heeft beide nodig. De stemmen van vroeger én de stemmen van nu. De traditie én de levende praktijk. Daar waar die diachrone en synchrone lijnen samenkomen, wordt de kerk gevoed, gecorrigeerd en vernieuwd. Zoals Paulus schrijft in Efeziërs 3:18: alleen samen ‘met alle heiligen’ leren we de lengte en breedte, hoogte en diepte van de liefde van Christus kennen. En dat ‘alle’ omvat ook de wereldkerk van vandaag.

Echte mensen

De kracht van geloofsgetuigen van nu is dat je hen werkelijk kunt ontmoeten. Zij zijn een geschenk van God aan de kerk: door hen ervaren we dat geloof niet slechts een verhaal uit het verleden is, maar een levende werkelijkheid in het heden. Hun getuigenis maakt het evangelie tastbaar. Ze helpen ons Christus te herkennen in onze eigen tijd en omstandigheden. Juist omdat we hun stem kunnen horen en hun vreugde en pijn kunnen delen, worden we in ons geloof opgebouwd.

Daarmee idealiseer ik deze synchrone geloofsgetuigen niet. Het zijn gewone mensen zoals jij en ik, met hun zwakheden, moeiten en zonden. Maar juist omdat je echte mensen ontmoet in wie je iets van God tegenkomt, is hun getuigenis zo krachtig. 

Toen ik stopte als gemeentepredikant en directeur werd bij Verre Naasten, worstelde ik met mijn geloof. Ik had bewust afstand genomen van mijn vroegere werk, maar het voelde alsof God daardoor ook verder weg kwam te staan. De getuigenissen van mijn buitenlandse broers en zussen hielpen mij om te blijven geloven, tegen de stroom van mijn eigen twijfels in.

Samen onderweg

De wereldkerk is geen decor, geen verre achtergrond. Het is onze familie. Hun verhalen zijn geen exotische anekdotes, maar getuigenissen van dezelfde Heer die wij dienen. Ze laten zien dat God een levende God is en het evangelie kracht heeft — in de modder, te midden van vervolging, in dreigende omstandigheden, maar ook in onze eigen vragen en twijfels.

Dit is de uitdaging om een vitale kerk te zijn: leren van hen die ons voorgingen, luisteren naar hen die nu naast ons lopen, en samen de weg van Christus gaan. Ik bid dat God ons de moed zal geven om te blijven lopen, vastberaden, met de blik op Jezus — de grondlegger en voltooier van ons geloof (Hebr. 12:2). 

* Pravesh is een fictieve naam. Vanwege de veiligheidssituatie voor Indiase christenen kunnen we niet zijn echte naam vermelden.

Over de auteur
Wouter van Veelen

Dr. Wouter van Veelen is directeur van Verre Naasten. Hij is ook lid van de brede redactie van Onderweg.

Meest gelezen

Meer aandacht voor rouw van kinderen in de kerk

Meer aandacht voor rouw van kinderen in de kerk

Laura Verkerk
  • Wisselrubriek

Als kinderen praten over de dood of als ze verdrietig zijn over een overlijden, ervaren veel volwassenen dat als ongemakkelijk. Hoe moet je reageren als (groot)ouder, professional of als vrijwilliger in de kerk wanneer kinderen geconfronteerd worden met de dood of wanneer ze er fantasiespelletjes over spelen?

Lees artikel
Boek zonder Benen

Boek zonder Benen

Robert Roth
  • Boekbespreking

De ondertitel maakt meteen duidelijk wat de doelgroep is van dit boekje. Het is geschreven voor ouders (en in het verlengde ervan voor kinder- en jeugdwerkers). Je krijgt handvatten om met je kind in gesprek te komen over het avondmaal. Elk jaar aandacht voor het samen vieren van het avondmaal, liefst op een vast moment (de doopzondag van je kind), gedurende achttien jaar. Daarom is het fijn dat het in hardcover is uitgegeven, want het moet 18 jaar mee!

Lees artikel
Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief