In memoriam Koos Veefkind

0

Ds. Koos Veefkind, emeritus predikant van de NGK Amersfoort, overleed op dinsdag 31 maart op 80-jarige leeftijd. Freddy Gerkema, zijn collega-predikant in Amersfoort, herinnert hem aan de hand van drie kenmerkende uitspraken.

Koos Veefkind (1934-2015).

Koos Veefkind (1934-2015).

De drie uitspraken van Koos waar ik het over wil hebben, heb ik de afgelopen jaren in het contact met hem opgepikt. De eerste is: ‘De Heilige Geest heeft maar heel weinig nodig om heel veel bij mensen te bereiken: een tekst, een regel, een naam, een lied, een radio- of tv-uitzending, een gesprek.’

Koos Veefkind kwam met deze gedachte in een pinksterdienst, naar aanleiding van de tekst: ‘Alwie de Naam des Heren aanroept zal behouden worden.’ Hij eindigde die pinksterpreek met: ‘Hoe enorm is dit woord en hoe eenvoudig zijn boodschap. Geldig voor ieder mensenkind: alwie.
Zo eenvoudig als wat: de naam des Heren aanroept. Met een weids uitzicht: zal behouden worden.’ En dat heeft Koos in zijn leven ook gedaan: de verlossende naam uitroepen in de wereld.

Misschien heeft hij bij deze uitspraak ook wel aan zichzelf gedacht. Ik herinner me het moment waarop hij afscheid nam van de NGK Amersfoort-Zuid na een interimperiode die duurde tot 2004. Bij zijn dankwoord zei hij dat hij verwonderd was over al die jaren van zijn predikantschap. Vanwege zijn broze gezondheid in zijn jeugd, maar ook vanwege zijn wat introverte karakter. In de huidige tijd had hij misschien wel een labeltje opgeplakt gekregen, maar in die tijd waren ze op dit punt nog wat genadiger.

Koos kon zijn woorden krijgen waar hij ze wilde hebben en maakte daar steeds wat moois van. Een preek, een lied, een gedicht…

Terugkijkend op al die jaren van predikant zijn was hij ook verwonderd dat hij als verkondiger van het verlossende woord zo veel had kunnen betekenen voor mensen. En trouwens ook als pastor. ‘Pa luisterde echt naar je’, zeiden zijn kinderen afgelopen week. Zo was het in het kleine huis van het gezin Veefkind, maar ook in het grote huis van het gezin van de gemeente.

‘Zie je wel’, zou Koos zeggen, ‘de Heilige Geest heeft maar heel weinig nodig om heel veel bij mensen te bereiken.’ Dit woord van Koos is een woord dat veel ontspanning geeft. Een woord dat je uitgenodigt om veel van God te verwachten. En daar is Koos ons in voorgegaan.

Je mag ook rustig zeggen: wat heeft de Heer ons in Koos Veefkind veel gegeven. Ik las zijn prekenbundel uit 2004 en het boekje Hoe leest u… uit 1980 nog eens door (van beide boekjes vind je nog wat exemplaren op boekwinkeltjes.nl). Wat een prachtige gedachten vind je in beide bundeltjes en wat probeert Koos met zijn woorden dicht bij dat verlossende woord van de Heer te blijven. Wat kon Koos ook veel met woorden. Hij kon ze krijgen waar hij ze wilde hebben en maakte daar steeds wat moois van. Een preek, een lied, een gedicht.

Ruimte en richting

Dan het tweede woord van Koos: ‘Het goede komt van God en het kwade, daar kan Hij wat mee.’

Diep overtuigd van de goedheid van God was Koos. In zijn prekenbundel vind je een paar preken over de eerste hoofdstukken uit Genesis. Daarbij wandelt Koos terug vanuit de zondvloed, Lamech, Kaïn en de zondeval (een hele hoop ellende dus) naar dat allereerste begin, waar je zo veelvuldig leest dat God zag dat wat Hij gemaakt had goed was. Zeer goed zelfs. ‘In het begin vind je een Schepper zonder blaam’, zegt Koos. Het goede komt van God en het komt ook weer goed.

Hij eindigt de eerste preek over Genesis met: ‘In Genesis 1 tasten we Openbaring 21-22 al. In de schepping de herschepping. Eer aan God, die goed is en goed begint, en die goed blijft tot in eeuwigheid.’

‘Het goede komt van God en het kwade, daar kan hij wat mee.’ Dat was een rode draad in Koos’ verkondiging. Dat gaf hem de ruimte in de pijn en de tegenslag. Ook in zijn eigen leven. Ik denk aan het kerkelijke. Wat heeft hij bitter geleden onder de scheuring van de zestiger jaren. Tot het uiterste heeft hij geprobeerd om de eenheid te zoeken, maar het liep spaak.

Zijn kinderen zeiden dat het zo karakteristiek was voor hun vader dat je in zijn woorden nooit een veroordeling tegenkwam. Er was altijd ruimte. Maar dat ging niet ten koste van de richting. Want zijn kinderen hadden in de gesprekken met hun vader heel goed door welke richting in zijn optiek de beste was. Maar ruimte bleef er, ook als je een andere afslag nam dan hij in gedachten had.

Koos reageerde met een heilzame combi van ruimte en richting

Dat wat de kinderen ervoeren in hun gezin, herkennen we ook in het grote huis van de gemeente. Die heilzame combi van ruimte en richting. Misschien hangt dat wel samen met dat tweede woord van Koos dat ik uitkoos: ‘Het goede komt van God en het kwade, daar kan hij wat mee.’ Koos probeerde in die geest te reageren op de kleinere en grotere moeiten waar hij tegenaan liep. Zodat hij de richting niet kwijtraakte: het goede komt van God en het wordt goed.

Koos genoot van de momenten dat hij iets kon oogsten uit deze zin. Thuis, maar ook in de kerk. Zoals in de dienst in de GKv Buitenpost in juni 2013. In die gemeente begon Koos in 1963 zijn werk als predikant, maar na de scheuring ging hij er vijftig jaar lang niet meer voor, tot dat moment in de zomer van 2013. Wat was hij daar blij mee. Alle eer aan God. Het goede komt van Hem en het kwade, daar kan hij wat mee.

Streep

Dan het laatste woord. ‘Niet alle genezing komt aan deze kant.’ Dat noemde hij zo tussen neus en lippen door in een gesprek een paar maanden geleden. Echt zo’n ‘Kooswoord’, zei ik pas. Strooigoed, zoals hij er in een gesprek mee kon komen.

Het was een woord van binnenuit, dat merkte je. Koos voelde de aftakeling van heel nabij, bitter genoeg op die punten waar hij altijd zo sterk was geweest. Hij vond de woorden minder makkelijk en hij kreeg ze niet altijd meer op de goede plek. Dat moet hem een machteloos gevoel hebben gegeven. Was hij zichzelf nog wel, met zoveel minder reliëf in zijn leven?

Maar daarom vond ik dat zinnetje ook zo mooi. Een zinnetje waarin hij het leven hier aan deze kant een beetje kon loslaten. En dan zo dat hij het tegelijk bij God neerlegde. In het geloof dat God er aan de andere kant van de streep wel wat mee kon.

In dat geloof is Koos gestorven. In dat geloof kon hij het leven hier, met ieder die hem daarin zo lief was, loslaten. ‘So nimm denn meine Hände und führe mich.’ Koos stierf in geloof en hoop dat God alle dingen nieuw zal maken. Koos mag verder.

Ik sluit af met een woord uit Openbaring 21:

‘Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: “Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.” Hij die op de troon zat zei: “Alles maak ik nieuw!”’

Dit in memoriam is gebaseerd op de toespraak van ds. Freddy Gerkema tijdens de dankdienst voor het leven van Koos Veefkind op 4 april.

Delen.

Over de auteur

Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord en lid van de brede redactie van OnderWeg.

Laat een reactie achter