Bart van Egmond: ‘Augustinus is mijn pastor en mijn leermeester’

Jordi Kooiman | 2 mei 2015
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wat bezielt een dertiger om jarenlang in het leven en het werk van een stokoude kerkvader te grasduinen? Het is een vraag die Bart van Egmond in academische kringen eigenlijk nooit hoefde te beantwoorden, maar waar hij nu, bij de voltooiing van zijn promotie op Augustinus en het lijden, graag voor gaat zitten.

Bart van Egmond (30) groeide op in Rijnsburg. Hij behaalde in 2007 zijn bachelordiploma in de theologie aan de TU Kampen en deed daarna masterstudies in patristiek (VU Amsterdam, 2009) en systematische theologie (TU Kampen, 2010). Van 2010-2015 verrichte hij zijn promotieonderzoek naar Augustinus, waarvoor hij enkele jaren in het Belgische Leuven verbleef om daar aan de Katholieke Universiteit te studeren. Van Egmond is lid van de GKv Kampen-Noord en hoopt zich na de afronding van zijn promotie beroepbaar te laten stellen in de GKv.

Om eerlijk te zijn is Bart van Egmond er wel even klaar mee, met Augustinus. Zo’n vijf jaar lang was hij in het kader van zijn promotieonderzoek bedolven onder de geschriften van de vroegchristelijke theoloog, filosoof, auteur en bisschop. Een tamelijk solitaire bezigheid, waar je op een gegeven moment je hoofd wel vol van hebt. Maar hij haast zich om te zeggen dat die verzadiging waarschijnlijk kort zal duren. Augustinus steekt namelijk telkens weer de kop op in het leven van de jonge theoloog.

Wanneer maakte jij voor het eerst kennis met Augustinus?
‘Ik zat op de middelbare school en moest een profielwerkstuk maken over een historisch onderwerp. Mijn leraar raadde me Augustinus aan en dat vond ik wel leuk. Het werkstuk ging over de strijd met de donatisten en de vraag: wat is de kerk? Ik deed het samen met een meisje uit mijn klas, met wie ik later getrouwd ben. We hadden toen nog geen verkering, maar zagen het als een mooie kans om iets samen te doen. Zij deed net alsof ze Augustinus héél interessant vond…’

Kennelijk vond jij Augustinus wel echt interessant; niet erg gebruikelijk voor een tiener. Waar kwam die interesse vandaan?
‘Toen ik net op de middelbare school zat, werd ik geraakt door het geloof en de kerk. Terugkijkend was dat misschien mijn manier om houvast te zoeken in de puberteit, maar feit was dat de wereld van de kerk me zeer interesseerde. Ik wist dan ook al vroeg dat ik predikant wilde worden en theologie wilde studeren.

Het was ook de tijd dat veel jeugdkerken opkwamen, zoals Godfashion in Zwolle. Dat riep allerlei vragen op. Ondergraaft dat niet de eenheid van de kerk? Moet je de behoeften van een specifieke doelgroep bedienen in een aparte kerk? Die vragen triggerden mij om met Augustinus bezig te gaan, want hij heeft veel over de kerk nagedacht. Ik vond hem een interessante leermeester en heb veel van hem opgestoken rondom kerk zijn en het belang van eenheid.

Bart van Egmond: 'In zijn Belijdenissen verbindt Augustinus op een prachtige manier zijn theologie met zijn eigen bekeringsgeschiedenis.' (beeld Johanne de Heus)

Bart van Egmond: ‘In zijn Belijdenissen verbindt Augustinus op een prachtige manier zijn theologie met zijn eigen bekeringsgeschiedenis.’ (beeld Johanne de Heus)

Hij stelt dat je in de kerk juist verlost wordt van die focus op je eigen behoeften. De kerk is een plek waar we leren om Gód lief te hebben, boven alles, in plaats van onszelf of onze eigen groep. Ik vind dat een relevante boodschap voor onze tijd, waarin het consumentgericht kerk zijn groeit.’

Raakte je door dat profielwerkstuk verslingerd aan Augustinus?
‘Nee, maar hij is me wel altijd bijgebleven. Later, tijdens mijn studie theologie, koos ik voor een vrije opdracht weleens onderwerpen rond Augustinus. Maar pas toen ik aan de Vrije Universiteit patristiek ging studeren onder Paul van Geest ben ik me echt intensief met Augustinus gaan bezighouden.’

Na je master in patristiek en systematische theologie begon je aan je promotie. Was het plan om predikant te worden naar de achtergrond verdwenen?
‘Toen ik in Kampen ontdekte wat je allemaal nodig hebt om predikant te zijn, begon ik te twijfelen. Moest ik dat wel doen? Ik ben tamelijk perfectionistisch, naar mezelf en naar anderen toe, en dat is destructief als je predikant bent. Je moet als predikant kunnen leven met het onvolmaakte. Maar kon ik dat?

Omdat ik goed was in studeren, besloot ik eerst te gaan promoveren. Dan had ik ook meer tijd om hierover na te denken. In Leuven heb ik toen de keuze gemaakt om niet langer te blijven navelstaren. Ik mag erop vertrouwen dat wanneer God mij wil gebruiken als predikant, Hij me ook de gaven geeft om die roeping uit te voeren. Wat dat betreft is de bekende bede van Augustinus uit zijn Belijdenissen mij uit het hard gegrepen: “Heer, geef wat U beveelt, en beveel wat U wilt.”

Ik heb daarnaast ook veel gehad aan wat Augustinus schrijft over de zonde en onvolmaakt zijn.’

Op welke manier?
‘Augustinus schrijft dat de dag gaat aanbreken, maar dat we nog in de nacht leven – een beeld van Paulus. We zijn er nog niet, we zijn onderweg. God heeft in Christus gezegd: laat er licht zijn. Maar dat licht schijnt wel ín de duisternis, de duisternis van mijn eigen hart.

‘Van Augustinus heb ik geleerd dat God ons nu nog niet wil verlossen van de zonde’

Dat sprak en spreekt me nog altijd heel erg aan, want ik worstelde met mijn eigen onvolmaaktheid. Ik vroeg me af: als er iets beslissends is gebeurd toen Jezus opstond uit de dood, waarom zie ik daar dan geen uitwerking van in mijn eigen leven? Waarom ben ik nog steeds geneigd tot alle kwaad? Waarom val ik uit tegen mijn zoontje en doe ik dat, ook al heb ik er spijt van, de volgende dag weer? Wat is het evangelie waard als het zo weinig oplevert?

Van Augustinus heb ik geleerd dat God ons nu nog niet wil verlossen van de zonde. Zeker, we zijn verlost van de rechtsclaim van de zonde: Christus heeft onze schuld voor God weggedaan en het zál dag worden. Maar tot die tijd blijft de zonde een macht in mijn leven en God wil die macht in dienst van zijn genade stellen. Hij gebruikt mijn onvolkomenheid om me te leren om op Hem te vertrouwen en me aan Hem over te geven. Dat is om zo te zeggen de “zin van de zonde”: dat Hij groter wordt en ik kleiner. Dat heb ik bij Augustinus geleerd en dat pas ik ook toe in mijn leven. Wat dat betreft is hij wel een beetje mijn pastor geworden.’

Het onderwerp van je proefschrift cirkelt ook rond de thema’s zonde, schuld en onvolmaaktheid. Kun je kort vertellen waar het over gaat?
‘Het gaat over de relatie tussen Gods genade en Gods straf, en over de positieve betekenis die Gods straf kan hebben. Het uitgangspunt van Augustinus is dat het lijden altijd een vorm van straf is, ofwel als gevolg van de oorsprongszonde van Adam, ofwel als gevolg van persoonlijke zonden. God is rechtvaardig in het ons laten lijden. De interessante vraag is hoe je daar dan mee omgaat.’

Inderdaad: hoe ga je daarmee om? Wat moet je met zulke woorden als je wordt geconfronteerd met vliegtuigrampen en IS-geweld?
‘Augustinus zag in dat soort gebeurtenissen duidelijk de hand van God. Neem de val van Rome in 410. Dat was een schokkende gebeurtenis, ook voor veel christenen. Maar Augustinus zegt: je dacht toch zeker niet dat het christelijke geloof voor politieke stabiliteit zou zorgen? Hij interpreteert de val zelfs als kastijding van God en zegt dat de mensen zich moeten afvragen of hun levensstijl niet de oorzaak is. Als je dan leest hoe verschrikkelijk die invasie van de barbaren was, denk je: hoe kun je zoiets zeggen?!

‘Het is niet christelijk om te zeggen: het kwaad is zinloos’

Nu zou ik nooit tegen de ouders van een slachtoffer van de vliegtuigramp in de Alpen zeggen: dit is Gods megafoon (om een uitdrukking te gebruiken van C.S. Lewis, die volgens mij heel veel Augustinus heeft gelezen). Maar ik zou het ook niet uitsluiten. Ieder maakt hierin zijn eigen proces door en dan kan het zijn dat iemand achteraf zegt: God heeft dit kwaad in mijn leven gebruikt om mij dit of dat te leren.

Van Egmond: 'Ik heb veel van Augustinus opgestoken rondom kerk zijn en het belang van eenheid.'

Van Egmond: ‘Ik heb veel van Augustinus opgestoken rondom kerk zijn en het belang van eenheid.’

Het is vandaag de dag nogal in de mode om te zeggen dat het kwaad zinloos is. Maar dat is niet christelijk. Anders zou het kwaad buiten God omgaan en dat klopt niet met de almacht van de schepper. Dat je de zin van het kwaad vaak niet ziet, dat is natuurlijk wat anders.’

Maar als je de zin niet ziet, is het lijden vaak moeilijk te verkroppen.
‘Inderdaad, daar komt onze boosheid richting God ook vaak uit voort, dat we de reden niet zien of ons afvragen of je God wel kunt vertrouwen. Zo is dat ook bij het klagen in de Bijbel. Tegelijk mag je wel vragen: wat is dat voor boosheid? Zit daarachter dat je God wilt vasthouden? Of wil je alleen het goede aannemen en het kwade niet? In onze reactie op het lijden kan een zondige kant zitten, die je ook moet kunnen benoemen.

Daarbij is het volgens mij belangrijk dat we beseffen dat we het waarom niet hoeven te begrijpen. Met name de jonge Augustinus had het ideaal dat hij de orde van alle dingen zou kunnen doorzien. Als je zover kwam, dan was je een wijs en gelukkig mens. Maar hij ging steeds meer inzien dat die orde voor ons verborgen is.

Gods antwoord op onze vragen over ons lijden is niet dat Hij ons laat zien wat de bedoeling ervan was. Zijn antwoord is Christus. Hij heeft onze zonden en ons lijden tot de zijne gemaakt, om het voor ons weer dag te laten worden. De troost in ons lijden is niet dat we alles doorzien, maar dat we van Christus zijn.’

Wat maakt Augustinus nu zo uniek bij het nadenken over dit soort onderwerpen? Tref je dit soort ideeën niet ook bij veel andere kerkvaders aan?
‘Augustinus moet je zien als een denker die staat in een lange traditie. Hij vertegenwoordigt aan de ene kant de vroege kerk en neemt veel over van denkers die hem voorgingen, zoals Origenes, Ambrosius en Cyprianus. Aan de andere kant is hij de belangrijkste theologische autoriteit voor de kerk na hem. Denk aan Luther, Calvijn en ook “onze eigen” Herman Bavinck. Zijn denken overstijgt daarom ook de verschillen die er later zijn gekomen tussen Rome en de Reformatie. Uniek is Augustinus dus niet, maar velen staan op zijn schouders.’

Symposium: ‘Is Augustinus onder de vrienden van Job?’
De Theologische Universiteit Kampen organiseert op 4 juni een symposium over ‘het kwaad’ in de theologie van Augustinus, getiteld: ‘Is Augustinus onder de vrienden van Job?’ Aanleiding voor het symposium is de promotie van Bart van Egmond. Zie voor meer informatie de website van de TU Kampen.

Over de auteur
Jordi Kooiman

Jordi Kooiman is freelance journalist en webredacteur van OnderWeg.

Op weg met muziek

Op weg met muziek

Els Veurink (HR)
  • Reisbagage
  • Thema-artikelen
Zing een nieuw lied voor de HEER

Zing een nieuw lied voor de HEER

Jaap Cramer
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief