Hoe zichtbaar is het koninkrijk in mijn leven? (1)

OnderWeg | 16 mei 2015
  • Thema-artikelen

Petra Messelink (47), verslaggever bij De Gooi- en Eemlander, opleidingsdocent journalistiek aan de Christelijke Hogeschool Ede en lid van de NGK Amersfoort-Zuid, vertelt over het koninkrijk in haar leven.

Petra Messelink.

Petra Messelink.

Zou u de man die de daklozenkrant bij uw supermarkt verkoopt uitnodigen om te komen eten? Ik niet. Af en toe twijfel ik wel wanneer ik de Bulgaarse Nadia bij de winkel waar ik elke woensdagochtend weekboodschappen doe zie staan. We hebben regelmatig een gesprekje. Over de kinderen. Zij heeft twee kinderen, een jongen en een meisje. Ze wonen bij familie in Bulgarije. Nadia verdient hier geld dat ze daar goed kan gebruiken.

Sinds Nieuwjaar is ze weer in Bulgarije. Ze is zo ontzettend graag bij haar kinderen, maar in Bulgarije is voor haar als Roma weinig werk te vinden. Binnenkort verwacht ik haar terug. Zal ik haar dan uitnodigen? Ik twijfel. Mijn ratio zegt: je weet wel waar je aan begint, maar niet waar het eindigt.

Mijn beste vriendin deed het wel. De ‘daklozenkrantman’ at bij haar en haar gezin. Zij vond dat iets heel normaals, iets wat paste in haar integrale manier van geloven. Zo zat haar leven in elkaar. Niet alleen praten over de koning, maar ook concrete dingen doen. Bijna anderhalf jaar geleden overleed ze na elf jaar kanker. Zij was iemand bij wie je het koninkrijk van God concreet zag worden.

Zelf vind ik het lastig om aan te wijzen waar ik in mijn leven sporen van het koninkrijk van God zie. Lang ben ik gefocust geweest op die andere, weerbarstige kant van het leven: het verdriet om het verlies van mijn hartsvriendin, het onvoorstelbare leed in de Afrikaanse landen die ik ooit voor mijn werk bezocht (Soedan, Somalië, Kenia), de berichten over de terreur van Islamitische Staat… Er is zo veel ellende op micro- en macroniveau dat je je afvraagt: waar is nog iets van het koninkrijk van God zichtbaar? Het dreigde mij te verlammen.

Als christen wil ik iets uitdragen van de hoop die in mij leeft. Ik wil mensen wijzen op het koninkrijk dat komt en laten zien wat er nu al zichtbaar is van dat koninkrijk. Maar hoe doe je dat? Toon ik iets van Gods liefde als ik op de manege waar ik paardrijd een uurtje help bij de les voor gehandicapte kinderen? Als ik iemand die mij gekwetst heeft zonder haat- of wrokgevoelens uitnodig voor een gezellig avondje uit? Of als ik iedereen in de straat een kerstkaart stuur? Het lijkt allemaal zo weinig, zo onbetekenend.

Met Koningsdag zag ik weer zo’n glimpje koninkrijk bij iemand anders. Een meisje uit mijn kerk had samen met een vriendin 900 euro opgehaald voor een ontwikkelingshulpproject van de stichting Edukans en op Koningsdag stond ze vroeg op om spulletjes aan de man te brengen en dat bedrag nog hoger te maken. Ze stond er niet voor haarzelf maar voor anderen. Voor kinderen die ze niet kent. Kinderen die door haar actie misschien ook iets mogen ervaren van het koninkrijk van God.

Lees ook de bijdrage van Bas Luiten.

Verschillende gaven, één Geest

Verschillende gaven, één Geest

Bram Beute
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen
‘Laten we minder in ons hoofd zitten’

‘Laten we minder in ons hoofd zitten’

Arie Kok
  • Interview
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief