Column: Zondag 1
- Column
‘Sterkte’, zeggen ze. Sommigen kijken me indringend aan, anderen weten zich geen raad en kijken langs me heen of naar de grond. Ik begrijp het wel.
Anderhalve maand geleden was er de plotselinge diagnose van onbehandelbare kanker. Voor het eerst in mijn leven was ik de afgelopen weken ook sprakeloos. Vooral als ik mijn moeder ’s avonds na een dag voor haar zorgen thuis instopte. De rollen leken omgedraaid: ik gaf haar slokjes water uit een tuitbeker, waste haar en deed zo veel andere dingen die ze voor mij als kind had gedaan.
Zolang ik bezig was, kletste ik. Ik wees op de bloeiende hortensias voor het raam en las de kaarten voor. Iedereen was wijs genoeg om er geen ‘Van harte beterschap’ op te schrijven. In plaats daarvan stond daar telkens weer ‘Sterkte’.
Na een paar kaarten liet ik dat woord maar weg. Mijn moeder kon dat goedbedoelde woord niet meer horen. Ze was intens dankbaar voor alle meeleven door familie, gemeente, buren en vrienden, maar sterkte vond ze ergens anders.
Hoewel zij degene was die leed, troostte ze mij tot haar laatste zucht
Waar ik met een mond vol tanden zat, liep haar mond over van waar haar hart vol van was. Mijn nuchtere, dienende, Zeeuwse moeder getuigde van haar Heer, die haar in alle stormen van haar leven vastgehouden had. Ze doorstond een wereldoorlog, een watersnoodramp, verloor geliefden en zag van nabij hoe de gebrokenheid levens verbrijzelde. Telkens was haar God haar sterkte. Dat kon ik lezen in haar liefde, haar geduld en in al die andere vruchten van de Geest die zij voortbracht.
Maar nu ze alleen nog wat adem te bieden had, gebruikte ze woorden. Hoewel zij degene was die leed, troostte ze mij tot haar laatste zucht. Net zoals haar Heer dat zelf had gedaan. Vandaag, nu ik alle tranen zie op de begrafenis, kan ik niet anders dan dat doorgeven.
Eline de Boo is schrijfster met een missionaire roeping.

